Brief regering : Verslag Eurogroep en Ecofinraad 16 en 17 februari 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2168 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2026
Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 16 en 17 februari
2026 in Brussel.
In het verslag ga ik daarnaast in op drie andere zaken. Ten eerste geef ik een nadere
appreciatie van de motie 36 800-V nr. 62 van de leden Stoffer en Hoogeveen. Ten tweede ga ik in op de voortgang van het pakket
voor de gemeenschappelijke munt. Tot slot geef ik een toelichting bij het initiatief
van de Ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk, om met een groep van zes
lidstaten te bespreken hoe er voortgang kan worden gemaakt met belangrijke EU-dossiers.
De Minister van Financiën, E. Heinen
Verslag Eurogroep en Ecofinraad 16 en 17 februari 2026
Eurogroep in regulier format
Eurozoneaanbevelingen
De Eurogroep wisselde van gedachten over de ontwerpaanbeveling van de Raad over het
economisch beleid van het eurogebied voor 2026. Dit was met het oog op goedkeuring
in de Ecofinraad van 17 februari.
Internationale rol van de euro
De Ministers wisselden van gedachten over de stand van zaken en mogelijke maatregelen
om de internationale rol van de euro te versterken met het oog op het bevorderen van
de Europese monetaire soevereiniteit en strategische autonomie. De Commissie schetste
drie pijlers voor versterking: sterke instituties en markten (waaronder versterken
van financiële markten, verdieping van de interne markt; de Spaar- en Investeringsunie),
het inzetten op innovatie en strategische technologie (ontwikkeling van de digitale
euro, modernisering van de betaalinfrastructuur) en het versterken van buitenlandse
directe investeringen in het eurogebied. Ministers hadden in hun interventies aandacht
voor het versterken van de gemeenschappelijke markt, het realiseren van de digitale
euro en het differentiëren en verdiepen van handelsrelaties. Nederland, met steun
van meerdere lidstaten, wees erop dat de EU zelf veel kan doen om de eigen fundamenten
te versterken, zoals het wegnemen van barrières in de interne markt, het toewerken
naar een kapitaalmarktunie, het verdiepen van handelsrelaties en het waarborgen van
publieke schuldhoudbaarheid. Enkele Ministers betoogden dat de rol van de internationale
euro kan worden versterkt door uitgifte van gemeenschappelijke schuld.
Diversen
De Eurogroep in regulier format stemde in met de herbenoeming van Tuomas Saarenheimo
tot voorzitter van de Eurogroepwerkgroep, de voorbereidende werkgroep voor de Eurogroep,
voor een ambtstermijn van twee jaar, die ingaat op 1 april 2026.
Eurogroep in inclusief format
Mondiale onevenwichtigheden
De Eurogroep had een gedachtewisseling over mondiale onevenwichtigheden tegen de achtergrond
van de huidige geo-economische risico’s. François-Philippe Champagne, de Canadese
Minister van Financiën, nam deel aan de discussie. Daarnaast leidde professor Hélène
Rey, voorzitter van de onafhankelijke academische expertgroep van de G7 over mondiale
onevenwichtigheden, het onderwerp in. Mw. Rey schetste een beeld van hardnekkige wereldwijde
onevenwichtigheden (waaronder het grote overschot op de lopende rekening in China).
Ze schetste dat dit risico’s met zich meebrengt voor de financiële stabiliteit, kan
zorgen voor externe financieringsproblemen, handelsspanningen en toenemend protectionisme,
met negatieve doorwerking op de economische groei. In hun interventies riepen lidstaten
op tot het verhogen van (publieke) investeringen in de EU en versterking van de kapitaalmarktunie.
Ook pleitten Ministers voor een gecoördineerde boodschap vanuit de EU richting de
VS, waaronder binnen het IMF, de G20 en de G7.
Diversen
Duitsland informeerde de Eurogroep over een nieuw initiatief voor samenwerking tussen
zes EU-lidstaten (zie ook overig).
Ecofinraad
Bespreking pensioenpakket
De Ecofinraad had een eerste gedachtewisseling over het pensioenpakket (Supplementary Pensions Package, SPP), dat onderdeel is van de voorstellen van de Commissie voor de Spaar- en Investeringsunie
en is gepubliceerd op 20 november 2025. Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland,
onderstreepten het belang van voldoende kapitaalgedekte pensioenopbouw. Als argumenten
hiervoor werden houdbare overheidsfinanciën, de ontwikkeling van Europese kapitaalmarkten
en een voldoende pensioenvoorziening voor gepensioneerden genoemd. De aanbevelingen
van de Commissie en herzieningen van de 2de pijler (de IORP II-richtlijn) en 3de pijler (het Pan-Europees Pensioenproduct, PEPP) pensioenwetgeving werden in dat kader
verwelkomd. Daarbij onderstreepte Nederland met steun van enkele andere lidstaten
dat wijzigingen uiteraard niet ten koste mogen gaan van reeds goed functionerende
pensioenstelsels zoals het Nederlandse. Meerdere lidstaten uitten kritiek op een bepaling
in PEPP die stelt dat lidstaten de fiscale behandeling van PEPP-producten gelijk moeten
trekken met vergelijkbare nationale pensioenproducten.
Stand van zaken financiële diensten
De Commissie onderstreepte het potentieel van het Financial Data Access (FIDA)-voorstel voor het delen van financiële gegevens van klanten tussen dienstverleners,
en benadrukte dat veel is gedaan om administratieve lasten te verminderen. De Commissie
schetste het belang van een aantal lopende onderhandelingen (waaronder het Marktintegratie-
en Toezichtspakket, MISP, en het pensioenpakket). Verder vroeg de Commissie aan lidstaten
om spoedige reacties op de fundamental review of the trading book (FRTB) en riep lidstaten op om het zogenoemde stop-de-klok voorstel (in het kader
van Omnibus I) te implementeren. In hun interventies riepen lidstaten op tot het geven
van prioriteit aan de MISP-onderhandelingen en bespreking van dit onderwerp op de
Ecofinraden. Ook werd het belang genoemd van transitiemaatregelen voor e-money tokens (EMTs) dienstverleners in de uitwerking van het politieke akkoord op PSD/PSR.
Europees Semester 2026
De Ecofinraad stemde in met de aanbevelingen voor het Eurogebied voor 2026. De werkgelegenheids-
en sociale aspecten van de aanbevelingen zullen in de Raad voor Werkgelegenheid en
Sociaal Beleid van 9 maart a.s. worden besproken en naar verwachting worden goedgekeurd.
De Europese Raad zal de aanbevelingen op 19 maart a.s. naar verwachting bekrachtigen,
waarna de Ecofinraad de aanbevelingen in april formeel zal kunnen aannemen.
Decharge EU begroting
In de Ecofinraad lag de Raadsaanbeveling aan het Europees Parlement voor, voor het
verlenen van decharge aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Europese
begroting 2024. Nederland heeft – net als in voorgaande jaren en samen met een aantal
gelijkgezinde lidstaten – tegen het positieve dechargeadvies gestemd vanwege het te
hoge foutenpercentage en daarbij een gezamenlijke verklaring afgegeven. In de interventie
benadrukte Nederland dat het hoge foutenpercentage zorgwekkend is en een negatieve
invloed kan hebben op het vertrouwen in de EU-instellingen. Daarnaast riep Nederland
op tot het vergroten van transparantie en het vereenvoudigen van regels en voorschriften
om in de toekomst een lager foutenpercentage te realiseren.
Ondanks de tegenstem van Nederland en een aantal gelijkgezinde lidstaten is de Raadsaanbeveling
met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aangenomen.
Raadsconclusies begrotingsrichtlijnen EU 2027
De Raad stemde in met de richtlijnen voor de Europese begroting voor 2027. Er waren
geen interventies van lidstaten. De Commissie neemt de begrotingsrichtlijnen mee in
het voorstel voor de begroting van 2027, dat naar verwachting in juni 2026 verschijnt.
Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
De Ecofinraad stond stil bij de stand van zaken van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
(HVF). Daarnaast stemde de Raad in met het voorstel tot aanpassing van het uitvoeringsbesluit
van de Raad voor de wijziging van het Herstel- en Veerkrachtplan van Litouwen.
Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
De Commissie gaf een toelichting op de voortgang van de Steunlening voor Oekraïne
met een omvang van 90 miljard euro, waarmee twee derde van de financieringsnoden van
Oekraïne in 2026 en 2027 worden gedekt. Het wetgevingsproces voor dit pakket wordt
momenteel afgerond.
Ondertussen vindt afstemming plaats met Oekraïne over de financieringsbehoeften. Vervolgens
zal worden besloten hoe de middelen verdeeld worden over de verschillende onderdelen:
militair en niet-militair. Ten aanzien van de niet-militaire steun zal op een later
moment besloten worden welk deel via de Oekraïne-faciliteit zal worden verstrekt en
welk deel via Macro-Financiële Bijstand (MFA). Naar verwachting zal er een Memorandum
of Understanding (MoU) met Oekraïne worden ondertekend ten behoeve van de MFA en de
leenovereenkomst. Deze zal door de lidstaten moeten worden goedgekeurd. De MFA zal
worden ondersteund door stevige voorwaarden en hervormingen, die erop gericht zijn
het EU-toetredingsproces van Oekraïne te ondersteunen. De Commissie wil de eerste
betalingen in het tweede kwartaal van 2026 kunnen doen. Voor het dekken van het overige
van de financieringsbehoefte van Oekraïne in 2026/2027 blijven bilaterale bijdragen
van internationale partners noodzakelijk. In het eerste kwartaal wordt er onder de
ERA-leningen zes miljard euro uitgekeerd door andere internationale partners. In totaal
hebben de G7-landen 38 miljard euro aan ERA toegezegd en wordt een aanvullende uitbetaling
van 3,2 miljard euro in het eerste kwartaal verwacht van de Verenigde Staten en Japan.
Uit de Oekraïne-faciliteit zal daarnaast nog eens zeven miljard euro worden betaald.
Voorwaarde voor een nieuw IMF-programma is dat gedurende de eerste twaalf maanden
van dat programma de financieringsnoden van Oekraïne zijn gedekt. Met het politieke
akkoord dat bereikt is tijdens de ER afgelopen december, wordt volgens het IMF aan
deze voorwaarde voldaan. Op 26 februari presenteerde het IMF dit programma aan de
Board. Het IMF-programma kent strikte voorwaarden, met focus op anti-corruptie en
begrotingshervormingen.
De Commissie gaf verder een korte toelichting op het 20ste sanctiepakket, dat onlangs door de Commissie is voorgesteld. De Commissie roept lidstaten
op het pakket snel goed te keuren. Economisch gezien ontstaat er steeds meer druk
op Rusland: de inflatie en rentelasten nemen toe en de economische groei is volgens
schattingen afgenomen van 4% in 2024 naar 1% in 2025. Sinds 2023 is de rente fors
verhoogd om de inflatie van inmiddels 6% te beteugelen.
In de interventieronde wees Nederland (daarin gesteund door meerdere lidstaten) op
het belang van het kunnen toepassen van flexibiliteit voor de aankoop van militair
materieel uit derde landen om Oekraïne snel te kunnen helpen. Ook vroeg Nederland
aandacht voor burden sharing ten aanzien van bilaterale steun door lidstaten en gepaste conditionaliteiten in
de uitbetaling van financiële steun. Verder zei Nederland het 20ste sanctiepakket te verwelkomen. Ook andere landen riepen op snelle implementatie van
het pakket en uitbetaling van de steun aan Oekraïne.
Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk: defensiefinanciering
De Raad stemde in met aanbeveling voor activatie van de nationale ontsnappingsclausule
voor defensie voor Oostenrijk. Dit brengt het aantal lidstaten op 17 waarvoor de Raad
de activatie van de nationale ontsnappingsclausule heeft aanbevolen.
Herziening van de EU fiscale lijst van non-coöperatieve jurisdicties en coöperatieve
jurisdicties
De Raad nam de herziening van de EU fiscale lijst van non-coöperatieve jurisdicties
en coöperatieve jurisdicties als hamerpunt aan1. Deze herziening is opgesteld door de Gedragscodegroep die beoordeelt of landen buiten
de EU voldoen aan de Europese minimum fiscale standaard. Landen die daar niet aan
voldoen komen te staan op de Europese lijst van non-coöperatieve jurisdicties (EU
fiscaal zwarte lijst). Daarnaast is er ook een grijze lijst van landen die niet voldoen
aan de standaard maar die op hoog politiek niveau hebben toegezegd om binnen een bepaalde
periode alsnog aan de standaard te voldoen. De lijst wordt periodiek herzien, doorgaans
tijdens de Ecofinraad-vergaderingen van februari en oktober.
De EU fiscaal zwarte lijst is ongewijzigd gebleven en bestaat uit de volgende 10 jurisdicties:
de Amerikaanse Maagdeneilanden, Amerikaans Samoa, Anguilla, Guam, Palau, Panama, Russische
Federatie, Turks- & Caicoseilanden, Vanuatu en Vietnam
De landen op de EU fiscale grijze lijst hebben toegezegd om binnen een overzichtelijke
termijn alsnog te voldoen aan de fiscale standaard. Als dat niet lukt, dan worden
de landen op de EU fiscaal zwarte lijst gezet. De volgende 9 jurisdicties staan op
de grijze lijst: Belize, Britse Maagdeneilanden, Brunei Darussalam, Eswatini, Groenland,
Jordanië, Marokko, Montenegro en Turkije. Meer informatie over de EU fiscale lijst
is te vinden op de website van de Raad van de Europese Unie2.
Overig
Appreciatie motie met Kamerstuk 36 800 V, nr. 62 van de leden Stoffer en Hoogeveen
Bij het debat over de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken voor het jaar 2026 van 28 januari jl. dienden de leden Stoffer en Hoogeveen
een motie3 in die de regering verzoekt zich actief te verzetten tegen iedere stap richting structurele
gezamenlijke EU-schulduitgifte. De motie werd ontraden, maar is door de Kamer aangenomen.
Zoals aangegeven in het coalitieakkoord zijn lidstaten primair zelf verantwoordelijk
voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden
van andere landen, waarvan sprake zou zijn bij Eurobonds.4 Nederland is daarnaast tegen het structureel financieren van beleidsuitgaven binnen
de EU-begroting door middel van leningen. Dit is ook niet in lijn met het verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie. Nederland heeft eerder wel ingestemd
met – door gemeenschappelijke schulduitgifte gefinancierde – instrumenten die bedoeld
waren voor uitzonderlijke en onvoorziene situaties en werden gegarandeerd uit de headroom. Het ging daarbij in alle gevallen om leningen, met uitzondering van het subsidiedeel
van het herstelinstrument NGEU. Recente voorbeelden zijn SAFE en leningen aan Oekraïne.
In het coalitieakkoord is opgenomen dat Nederland onder voorwaarde constructief staat
tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen,
zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), Macro Financiële Bijstand
(MFA) en de Oekraïne faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen
kapitaalaandeel (BNI-sleutel).
Voortgang pakket voor de gemeenschappelijke munt
Conform de wens van uw Kamer inzake de digitale euro en de toezegging ten aanzien
van de verordening inzake contant geld (LTCR)5, wordt de Kamer maandelijks geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op deze onderwerpen.
Beide onderwerpen vormen samen het pakket voor de gemeenschappelijke munt.
In december 2025 heeft de Raad een akkoord bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke
munt. Het is nu aan het Europees Parlement om hierover een positie in te nemen. Het
is nog onduidelijk wanneer het Europees Parlement tot een gedeelde positie komt, maar
de rapporteur heeft de ambitie uitgesproken om het onderhandeltraject voor het pakket
voor de gemeenschappelijke munt in mei af te ronden. Zodra het Europees Parlement
een positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen van start gaan. De Kamer
zal via het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad worden geïnformeerd zodra deze
fase van start gaat.
Initiatief voor samenkomst van zes lidstaten
De Ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk hebben het initiatief genomen
om in een verband van zes lidstaten, bestaande uit de Ministers van Financiën van
Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen, samen te komen om te bespreken
hoe voortgang gemaakt kan worden met belangrijke en urgente EU-dossiers, mede in het
licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De thema’s die worden besproken
zijn de spaar- en investeringsunie, de weerbaarheid van toeleveringsketens van kritieke
grondstoffen, investeringen in defensie en de internationale rol van de euro.
En marge van de Eurogroep op 16 februari jl. vond een bijeenkomst plaats van de Ministers
van Financiën van deze landen, waarbij werd gesproken op de eerste twee van de genoemde
thema’s. De Ministers bespraken om de komende periode toe te werken naar concrete
acties die genomen kunnen worden om te bevorderen dat de EU sneller stappen vooruit
kan te zetten op de spaar- en investeringsunie. Ook spraken de Ministers de ambitie
uit om over dit onderwerp input te leveren aan de Europese Raad van 19 maart, waar
dit onderwerp besproken zal worden als onderdeel van de discussie over het Europese
concurrentievermogen.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën