Brief regering : Belangen van bewindspersonen
36 848 Kabinetsformatie 2025
28 844
Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Nr. 105
BRIEF VAN DE MINISTER-PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 maart 2026
In het eindverslag van de formateur is u gemeld dat tussen 16 tot en met 20 februari
2026 gesprekken zijn gevoerd met de kandidaat-Ministers en kandidaat-Staatssecretarissen
(Kamerstuk 36 848, nr. 54). Met hen besprak ik onder meer de formele vereisten, zoals onder andere neergelegd
in de brief aan de Tweede Kamer van het kabinet van 26 september 2025 (Kamerstukken
II 2025/26, 28 754, nr. 3).
Alle kandidaat-Ministers en Staatssecretarissen hebben verklaard dat zij voorafgaande
aan hun beëdiging op 23 februari 2026 als lid van het kabinet hun hoofdfunctie alsmede
alle betaalde en onbetaalde (neven-)functies en nevenactiviteiten hebben neergelegd of daartoe de noodzakelijke vereiste
stappen in gang hebben gezet1. Ook is door allen verklaard dat geen afspraken zijn gemaakt over terugkeer naar
oude functies en dat eventueel in het verleden daarover gemaakte afspraken zijn beëindigd.
Vermeld zij dat de verwerking van de genoemde beëindigingen, voor zover zij verwerkt
worden in openbare registers als die van de Kamer van Koophandel, mogelijk enige tijd
in beslag kan nemen. De kandidaatsbewindslieden die reeds bewindspersoon waren hebben
verklaard dat zich ten opzichte van situatie bij hun aantreden geen wijzigingen hebben
voorgedaan en dat dus geen aanvullende regelingen of voorzieningen aan de orde zijn.
Door de hierna volgende bewindspersonen zijn regelingen getroffen of in gang gezet
ten aanzien van relevante financiële en zakelijke belangen die het risico in zich
dragen van (schijnbare) belangenverstrengeling of is een relevant belang aan de orde
gesteld. Het volgende is mij hierover gemeld.
De heer Van Essen bezit obligaties in beursgenoteerde en niet beursgenoteerde ondernemingen.
De waarde van deze beleggingen overstijgt het in de bijlage bij brief van 26 september
2025 (Kamerstukken II 2025/26, 28 754, nr. 3) genoemde bedrag van 25.000 euro thans niet. Zekerheidshalve heeft de heer Van Essen
verklaard tot zes maanden na de ambtstermijn niet te zullen handelen in deze obligaties.
Mevrouw Aerdts ontvangt een auteursvergoeding uit de verkoop van een boek via een
eenmanszaak. Zij heeft verklaard dat de eenmanszaak (verder) geen onderneming meer
voert en ook tijdens de ambtsperiode geen onderneming zal voeren en dat uitsluitend
een auteursvergoeding in de eenmanszaak zal worden ontvangen voor reeds verrichte
werkzaamheden.
De heer Van der Burg heeft gemeld dat hij zich verschoont van vervanging van de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening omdat zijn partner bestuurder is bij
een woningcorporatie.
Mevrouw Van Bruggen is mede-eigenaar van een vakantiewoning in Italië beheerd door
een derde partij. Zij heeft gemeld haar zeggenschap hierover op afstand te hebben
gezet door een volmacht en last af te hebben gegeven aan een onafhankelijke derde.
Zij is voorts mede-eigenaar van een tweede woning in Nederland die niet commercieel
wordt geëxploiteerd.
Mevrouw Herbert neemt deel in een pensioenvoorziening via haar voormalige werkgever.
De afgedragen pensioenpremie wordt belegd. Het toepasselijk pensioenreglement geeft
de mogelijkheid het pensioenkapitaal via de beheerder zelf te beleggen. Mevrouw Herbert
heeft schriftelijk verklaard dat zij gedurende de ambtsperiode geen gebruik zal maken
van deze optie. Daarnaast bezit mevrouw Herbert beleggingen in openbare fondsen die
via een bank worden beheerd. Dit zijn beleggingen in door de Rabobank gekozen openbare
fondsen op basis van een risicoprofiel. De fondsen kennen een brede geografische en
sectorale spreiding.
Mevrouw Boekholt-O’Sullivan is eigenaar van een tweede woning in Nederland die niet
commercieel wordt geëxploiteerd. Voorts heeft haar echtgenoot – met wie zij in gemeenschap
van goederen is getrouwd – aandelen in individuele ondernemingen. Dit betreft aandelen
in 17 (multinationale) ondernemingen in verschillende sectoren, waaronder energie,
grondstoffen en telecom. Dit belang is op afstand geplaatst doordat het beheer is
overgedragen aan een onafhankelijke derde.
Mevrouw Bertram is mede eigenaar van een tweede woning in Nederland die niet commercieel
wordt geëxploiteerd.
Mevrouw van Veldhoven bezit mede een vakantiehuis in Italië dat niet commercieel wordt
geëxploiteerd. Zij bezit voorts mede een tweede woning in België. Het belang hierin
is op afstand geplaatst door overdacht van het beheer aan een onafhankelijke derde.
De heer Erkens is eigenaar van een tweede woning in Nederland die niet commercieel
wordt geëxploiteerd.
De heer Eerenberg heeft via een bank aandelen in openbare beleggingsfondsen die op
basis van een door hem gekozen risicoprofiel door de bank zijn samengesteld en worden
beheerd. De fondsen kennen een brede geografische en sectorale spreiding.
Gegeven de aangescherpte eisen die gelden voor de bewindslieden van financiën heeft
hij deze belangen op afstand geplaatst doordat hij het beheer van deze belangen heeft
onder gebracht bij een onafhankelijke derde.
Voorts heeft de echtgenote van de heer Eerenberg – met wie hij in gemeenschap van
goederen is gehuwd – een beperkt belang in een (pensioen)vennootschap van haar ouders.
De waarde van dit belang voor zover het beleggingen betreft ligt thans ruim onder
de drempelwaarde van 25.000 euro. De echtgenote van de heer Eerenberg heeft toegezegd
tijdens de ambtstermijn geen zeggenschap te zullen uit oefenen over deze belangen.
De Minister-President, De Minister van Algemene Zaken,
R.A.A. Jetten
Ondertekenaars
R.A.A. Jetten, minister-president