Brief regering : Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3354 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2026
Hierbij bied ik u het verslag van de Raad van Buitenlandse Zaken op 23 februari 2026
aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 23 FEBRUARI 2026
Op maandag 23 februari jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats in Brussel.
Vanwege de beëdiging van het nieuwe kabinet werd Nederland vertegenwoordigd door de
Permanente Vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie (EU). Op de agenda
van de Raad stonden de Russische agressie tegen Oekraïne en de situatie in het Midden-Oosten.
Tevens vond een gedachtewisseling plaats met Hoge Vertegenwoordiger van de Executive
Board voor Gaza, Mladenov, en een informeel werkontbijt over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI).
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij vier jaar agressieoorlog tegen Oekraïne. De Oekraïense Minister
van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot voor het eerste gedeelte van de bijeenkomst aan.
Hij lichtte de moeilijke situatie aan het front toe en stond stil bij de onverminderde
luchtaanvallen, waardoor miljoenen Oekraïners in de kou en in het donker zitten. Tijdens
de Raad gaven twee lidstaten, tot onvrede van de overige 25 lidstaten, aan niet te
kunnen instemmen met de aanname van het twintigste sanctiepakket. Dit volgde op eerdere
berichtgeving dat een lidstaat niet kon instemmen met de steunlening voor Oekraïne.
Vrijwel alle overige lidstaten, waaronder Nederland, toonden zich in verschillende
bewoordingen ontstemd over de blokkades en onderstreepten de urgentie om zo snel mogelijk
tot een akkoord te komen. Verschillende lidstaten brachten het politieke akkoord over
de steunlening van de Europese Raad van 19 december 2025 jl. in herinnering. Een brede
groep lidstaten, waaronder Nederland, riep op tot een spoedig akkoord op het 20ste sanctiepakket en uitte teleurstelling dat dit niet tijdens deze Raad werd aangenomen.
Nederland zette uiteen dat het kabinet Oekraïne onverminderd en meerjarig zal blijven
steunen. Hierbij benadrukte Nederland dat de lening snel geïmplementeerd dient te
worden, maar op zichzelf niet voldoende is om Oekraïne sterk te positioneren. Nederland
riep andere lidstaten op ook hun bilaterale steun te intensiveren.
De situatie in het Midden-Oosten
Israël en de Palestijnse Gebieden
De Raad benadrukte dat de EU-inspanningen gericht moeten blijven op de implementatie
van het plan van president Trump voor het beëindigen van het conflict in de Gazastrook
en op de ondersteuning van VNVR-resolutie 2803. In dat kader reflecteerde de Raad
ook op de EU-inzet ten aanzien van de Board of Peace en de afgelopen bijeenkomst daarvan op 19 februari jl. in Washington, waar Eurocommissaris
voor het Middellandse Zeegebied Šuica aan deelnam. Namens de Executive Board voor
Gaza, gaf Hoge Vertegenwoordiger Mladenov een presentatie over de voortgang van het
werk van de Board of Peace en ontwikkelingen in de Gazastrook. Nederland is niet toegetreden tot de Board of Peace, onder meer in lijn met de motie Piri.1 Tegelijkertijd benadrukt het kabinet het belang van engagement met de Board of Peace met het oog op vrede en stabiliteit in Israël en de Palestijnse Gebieden. Meerdere
lidstaten, waaronder Nederland, woonden daarom op hoogambtelijk niveau de bovengenoemde
bijeenkomst van 19 februari bij. Tijdens de RBZ vroegen verschillende lidstaten, in
het kader van constructieve betrokkenheid, aandacht voor de rol die de EU kan spelen,
bijvoorbeeld via het ondersteunen van de Palestijnse Autoriteit en via bestaande EU-missies.
De Raad stond nadrukkelijk stil bij de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever.
Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten zorgen over de besluiten waarmee
Israël zijn controle over de bezette Westelijke Jordaanoever verder wil uitbreiden.
Implementatie zou een duidelijke schending van het internationaal recht zijn en een
tweestatenoplossing verder ondermijnen. Nederland benadrukte tevens, net als andere
lidstaten, aanzienlijke zorgen over de implementatie van de ngo-registratiewetgeving
en riep op tot een gecoördineerd EU-optreden, zoals op 20 februari jl. toegezegd in
reactie op het verzoek van uw Kamer.2 Indachtig de motie Piri3 benadrukte Nederland als een van de weinige lidstaten dat de ontwikkelingen in de
situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als gevolg van Israëlisch
handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen
in het kader van de evaluatie van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU
en Israël opnieuw te agenderen.
Iran
De Raad stond ook stil bij de laatste ontwikkelingen in Iran en besprak in dat kader
de aanhoudende spanningen tussen Iran en de VS. Zorgen over een mogelijke escalatie
en de impact daarvan op de regionale en Europese veiligheid werden breed gedeeld.
Lidstaten spraken de wens uit dat onderhandelingen tot een politieke oplossing leiden
en benadrukten dat de EU klaar staat om daaraan bij te dragen.
Syrië
De Raad besprak de situatie in Syrië, waarbij het staakt-het-vuren tussen de Syrische
overgangsregering en Syrian Defence Forces werd verwelkomd. Daarbij bevestigde de Raad zijn bereidheid om een inclusieve politieke
transitie en duurzame wederopbouw te steunen, onder andere door versterkt EU-engagement. Nederland bracht daarbij op, in lijn met de motie-Piri c.s.4, dat de lokale rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen, inclusief
de Koerdische, moeten worden gegarandeerd. Ook benadrukte Nederland, conform motie
Van Baarle5, het belang van onbelemmerde toegang voor humanitaire hulporganisaties tot alle burgers
in nood in Syrië.
Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI)
Tijdens een informeel werkontbijt over FIMI besprak de Raad de snel toenemende informatiedreiging
vanuit verschillende landen. Daarbij benadrukten veel lidstaten het belang van gecoördineerde
EU-initiatieven en het uitdragen van sterke EU-narratieven om de voedingsbodem voor
FIMI weg te nemen. Verder was er brede steun voor een meer proactieve en offensievere
aanpak, naast het versterken van weerbaarheid via onder andere het European Democracy Shield en betere situationeel bewustzijn. Tot slot was er overeenstemming onder lidstaten
om verder te investeren in de eigen strategische communicatie.
AOB
Venezuela
De Raad heeft kort stilgestaan bij de huidige ontwikkelingen in Venezuela en eventuele
Europese vervolgstappen die kunnen bijdragen aan herstel van de democratie en rechtstaat.
Nederland benadrukte de noodzaak om in die context het belang van concrete ijkpunten
die meer inzicht geven in de verdere stappen die de Venezolaanse autoriteiten voornemens
zijn te zetten om een vreedzame, democratische, en inclusieve transitie in Venezuela
te bewerkstelligen.
Grote Meren
De Raad ontving een verslag van het werkbezoek aan de Grote Merenregio van Eurocommissaris
voor Crisisbeheer, Humanitaire Hulp en Gelijke Kansen, Lahbib. Zij wees op de stevige
rol die de EU in de regio speelt, ook op humanitair vlak. Daarnaast sprak zij over
de inzet ten behoeve van duurzame vrede en stabiliteit gericht op de burgerbevolking
in Oost-DRC.
Toezeggingen en moties
Motie Boswijk c.s. m.b.t. Groenland
De heer Boswijk c.s. verzocht in zijn motie6 de regering om in afstemming met de Europese partners en bondgenoten Denemarken op
politiek en diplomatiek vlak te steunen waar het de status en positie van Groenland
betreft. Het kabinet heeft dit via verschillende wegen gedaan, zowel publiekelijk
als in gesprek met Denemarken en andere Europese landen op politiek en ambtelijk niveau.
De soevereiniteit van Groenland staat voor het kabinet buiten kijf. Het is aan Denemarken
en Groenland om te besluiten over de toekomst van Groenland en niemand anders.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken