Brief regering : Staat van de Oorlog in Europa
21 501-20 Europese Raad
36 045
Situatie in Oekraïne
Nr. 2379
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE EN VAN BUITENLANDSE HANDEL
EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2026
24 februari 2026 markeert vier jaar van voortdurende, grootschalige Russische agressieoorlog
tegen Oekraïne. Een oorlog op het Europese continent waarbij dagelijks op een nauwelijks
te bevatten schaal militairen de dood vinden en burgerslachtoffers vallen. Op verzoek
van uw Kamer sturen wij voorafgaand aan het debat over de Staat van de Oorlog in Europa,
mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, een overzicht van de Nederlandse
inzet voor Oekraïne.1
Inleiding
Vier jaar na de grootschalige invasie van Rusland houdt Oekraïne de strijd voor vrijheid
en soevereiniteit heldhaftig vol, mede dankzij de steun van internationale partners
zoals Nederland. Maar dit gaat gepaard met groot menselijk lijden – aan het front,
in regio’s onder het wrede Russische bezettingsregime en in de steden waar Rusland,
door de Oekraïense energie-infrastructuur systematisch te verwoesten, van de kou een
wapen heeft gemaakt. Het lijden van het Oekraïense volk, maar ook hun moed en weerbaarheid,
maken diepe indruk in de Nederlandse samenleving en zorgen voor sterke gevoelens van
solidariteit en lotsverbondenheid.
Ondanks de enorme verliezen aan Russische kant, de marginale terreinwinst van de afgelopen
jaren en de steeds duidelijkere negatieve impact van internationale sancties op de
Russische economie, zijn er geen tekenen dat Rusland serieus overweegt zijn agressie
te stoppen en de oorlog op diplomatieke wijze te beëindigen. Het Russische leiderschap
blijft volharden in het voortzetten van de agressie en zal tot stoppen gedwongen moeten
worden. Het ontmantelen van de inmiddels diep verankerde oorlogseconomie en -mentaliteit
zou het Russische regime voor aanzienlijke economische en binnenlands-politieke uitdagingen
stellen.
Deze oorlog gaat echter niet alleen om de Oekraïense strijd of de Russische onwil
om te stoppen. Het Kremlin presenteert de oorlog tegen Oekraïne als onderdeel van
een existentieel conflict met het Westen. De inzet van Rusland om met militaire overmacht
concessies af te dwingen en de Europese grenzen te hertekenen schept een gevaarlijk
precedent. De strijd van Oekraïne gaat ook over de veiligheid van Nederland, van Europa,
en de grondbeginselen van de internationale rechtsorde. Onze eigen vrijheid en waarden
staan op het spel.
Daarom blijft Nederland Oekraïne de komende jaren onverminderd en met een meerjarige
inzet steunen. Hierbij zijn politieke, militaire en niet-militaire steun onlosmakelijk
met elkaar verbonden: een geïntegreerde inzet leidt tot onderlinge versterking. Dit
is nu van belang, in tijden van oorlog en kritiek herstel, en blijft ook na een uiteindelijke
vredesdeal essentieel. Door het bieden van veiligheidsgaranties, het voortzetten van
militaire assistentie, substantiële steun aan de wederopbouw, versterking van de economische
samenwerking en ondersteuning bij hervormingen op het pad naar EU-lidmaatschap. Blijvende
steun is nodig om toekomstige Russische agressie af te schrikken en om een duurzame
vrede te realiseren. Om bij te dragen aan binnenlandse stabiliteit in Oekraïne en
om te bevorderen dat Oekraïense ontheemden in Europa met vertrouwen kunnen terugkeren
om hun bijdrage te leveren aan de wederopbouw. En opdat Oekraïne, als soeverein Europees
land, zijn toekomst zélf kan kiezen en vorm kan geven.
In het steunen van Oekraïne, en het opkomen voor onze veiligheidsbelangen, zal Europa
meer dan ooit verenigd, sterk en strategisch moeten opereren en nieuwe strategische
partnerschappen moeten aangaan.
Vredesonderhandelingen
De afgelopen maanden is het door de Verenigde Staten (VS) geleide vredesproces voortgezet,
resulterend in overeenstemming tussen Oekraïne, de VS en Europese partners over de
omtrekken voor een vredesplan. Rusland heeft hier echter nog niet mee ingestemd, en
houdt vast aan zijn maximalistische eisen. Als onderdeel van dit proces krijgen ook
veiligheidsgaranties steeds meer vorm. Op 6 januari jl. is uw Kamer geïnformeerd over
een mogelijke nieuwe fase in de vredesonderhandelingen op het gebied van veiligheidsgaranties
voor Oekraïne en in het bijzonder over de inzet van de Coalition of the Willing.2 Hoewel duurzame vrede nog verre van zeker is, is het van belang dat Nederland en
Europa voorbereid zijn op een mogelijke volgende fase in de onderhandelingen.
Het kabinet onderschrijft dat Europa een grote rol moet nemen voor de veiligheid van
Oekraïne en Europa en spant zich ervoor in dat Europese bondgenoten zo nauw mogelijk
betrokken worden in het proces. Het kabinet staat hiertoe in nauw contact met partnerlanden,
waaronder met name het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, alsook met de
NAVO en de Europese Unie, in lijn met de motie van de leden Van Campen en Kahraman.3
Veiligheidsgaranties
Nederland heeft het afgelopen jaar deelgenomen aan gesprekken in het kader van de
Coalition of the Willing over de mogelijke militaire inzet van een internationale troepenmacht als onderdeel
van bredere veiligheidsgaranties na een staakt-het-vuren.4 Nederland is nauw betrokken bij het militaire planningsproces onder leiding van het
Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Deze inzet is conform de moties van de leden Timmermans
en Yesilgöz en Paternotte en Van Campen.5 Het kabinet heeft een bereidwillige houding om een substantiële bijdrage te leveren
aan alle vier de in het plan voorziene operatielijnen van de Multinational-Force Ukraine (MNF-U).6
Naast de inzet om de capaciteit van de Oekraïense krijgsmacht te versterken heeft
Oekraïne internationale veiligheidsgaranties nodig. Hierover worden tussen de VS,
Oekraïne en Europa, en met Rusland gesprekken gevoerd. Het is positief dat de VS heeft
aangegeven hieraan bij te willen dragen en tegelijkertijd duidelijk dat Europa (inclusief
Nederland) verantwoordelijkheid moet nemen voor deze garanties in het belang van de
Europese veiligheid.
De nadere invulling van de bereidwillige houding van het kabinet is onder voorbehoud
van politieke besluitvorming, zoals het internationaal uitdraagt. De contouren van
een mogelijke vredesovereenkomst en veiligheidsgaranties zijn nog onduidelijk. Zodra
de afronding van een vredesovereenkomst nadert en tenuitvoerlegging inclusief militaire
inzet in Coalition of the Willing-verband aanstaande lijkt, volgt politieke besluitvorming over de Nederlandse inzet
en nadere informatievoorziening aan de Kamer in lijn met artikel 100 van de Grondwet.
Met het oog op het specifieke karakter van deze operatie zal daarbij evenwel de noodzakelijke
snelheid, vertrouwelijkheid en operationele veiligheid in acht genomen moeten worden.
Militaire steun
Sinds de grootschalige Russische invasie op 24 februari 2022 heeft Nederland ca. EUR 21,8 mld.
aan steun gecommitteerd voor Oekraïne. Ca. EUR 14,3 mld. is toegezegd aan militaire
steun voor Oekraïne. Inmiddels bedraagt de totale waarde van de geleverde militaire
steun ca. EUR 11,7 mld. In het afgelopen jaar heeft Nederland de militaire steun significant
weten te versnellen om aan urgente noden tegemoet te komen. Deze versnellingsoperatie
is mogelijk gemaakt door EUR 2 mld. initieel bedoeld voor 2026 al in 2025 te besteden.7 Deze versnellingsoperatie is vervolgens in december 2025 mede dankzij uw Kamer verder
versterkt door een eerste stap te zetten richting de invulling van de motie van het
lid Klaver waarbij het kabinet onderbesteding van in totaal EUR 700 mln. heeft aangewend
ten behoeve van steun aan Oekraïne.8 In totaal heeft Nederland daarmee in 2025 ca. EUR 5,6 mld. aan militaire steun weten
te leveren. In de periodieke Kamerbrief over militaire leveringen wordt uw Kamer hier
nader over geïnformeerd.9
Nederland past de militaire steun aan naar Oekraïense behoeften. Dit gebeurt in nauw
overleg met Oekraïne en bondgenoten via het hoofdkwartier van de NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU). De Nederlandse focus ligt op het instandhoudings- (onderhoud, reparatie)
en voortzettingsvermogen (munitie, brandstof) van de door Nederlandse geleverde wapensystemen,
en op innovatie (primair onbemande technologie).10 In het afgelopen jaar heeft Nederland zich geprofileerd als één van de kernpartners
van Oekraïne in het beschikbaar stellen en ontwikkelen van onbemenste systemen. Zo
heeft Nederland in totaal EUR 800 mln. bijgedragen aan het Drone Line-initiatief om het land honderden kilometers van het front te kunnen verdedigen. Ook
heeft Nederland zich ingespannen voor aanvullende luchtverdedigingsmiddelen, onder
andere door het leveren van een laatste onderdeel voor een volledig Patriotsysteem,
door significante bijdragen op het gebied van Counter Unmanned Aerial Systems, en door het overdragen van de laatste Nederlandse F-16-toestellen aan Oekraïne.
Het afgelopen jaar heeft Nederland zich daarnaast ingespannen om de industriële capaciteit
op te schalen door commerciële verwerving bij de Nederlandse en Oekraïense defensie-industrie.
Deze samenwerking met de defensie-industrie is essentieel voor zowel een duurzame
voortzetting van de steun aan Oekraïne als voor het verhogen van de eigen gereedheid.
Nederland heeft het afgelopen jaar de industriesamenwerking met Oekraïne versterkt
door direct te verwerven bij de Oekraïense defensie-industrie via het Nederlandse
Government to Business-model. Ook heeft Nederland met de Oekraïense overheid en bedrijven gewerkt aan het
mogelijk maken van coproductie van Oekraïens materieel in Nederland. Hiertoe is eind
vorig jaar een overeenkomst gesloten voor de gezamenlijke productie van drones.
Tegelijkertijd heeft Nederland zich ook op andere wijzen blijvend ingezet om tegemoet
te komen aan urgente noden en Oekraïne te voorzien van kritiek materieel. Nederland
heeft in 2025 als eerste en met in totaal met EUR 750 mln. bijgedragen aan Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) van de NAVO. Via dit initiatief krijgt Oekraïne acuut benodigd Amerikaans materieel,
voor onder andere luchtverdediging, reserveonderdelen en gevechtsvoertuigen.11 Het krimpen van de groep internationale partners die nieuwe steun aankondigt is zorgwekkend.
Met het oog hierop heeft Nederland zich actief ingespannen om andere internationale
partners te motiveren Oekraïne van additionele steun te voorzien en de lasten gelijker
te verdelen om tot een duurzame gezamenlijke inzet te komen.
Tot slot is het van belang te benadrukken dat militaire steun breder moet worden bezien
dan alleen het leveren van militaire goederen. Het opleiden van Oekraïense militairen
blijft noodzakelijk. Nederland heeft het afgelopen jaar via onder andere Interflex
en EUMAM bijgedragen aan een groot aantal specialistische- als ook basistrainingen.
Ook heeft Nederland achttien F-16’s aan Roemenië overgedragen om toekomstige opleidingen
van Oekraïense piloten op het Europese F-16 trainingscentrum mogelijk te maken.12 Naast trainingen heeft Nederland ten slotte ook besloten tot 1 juni 2026 een substantiële
bijdrage te leveren aan de luchtverdediging van het logistieke NSATU-centrum in Polen
van waaruit steun aan Oekraïne wordt geleverd.13
Niet-militaire steun
Sinds de grootschalige invasie verstrekt de EU omvangrijke liquiditeitssteun aan Oekraïne
om Oekraïne maatschappelijk en economisch op de been te houden. Dit gebeurde onder
andere via macro-financiële bijstand (MFB), MFB+, de meerjarige Oekraïne-faciliteit
en de ERA-lening.14 Nederland staat op basis van het Nederlandse bni-aandeel in de EU garant voor verstrekte
leningen aan Oekraïne en draagt via de EU-begroting evenredig bij aan de financiering
via de Oekraïne-faciliteit van liquiditeitssteun en de rentekosten van de verstrekte
leningen. Het kabinet hecht hierbij waarde aan verbinden van uitbetaling van steun
aan conditionaliteiten op het vlak van corruptiebestrijding en bestendiging van de
rechtsstaat. Op 19 december jl. bereikte de Europese Raad politiek akkoord over het
verstrekken van een lening van EUR 90 mld. voor 2026 en 2027 om tegemoet te komen
aan de urgente militaire en financiële noden van Oekraïne.15 Nederland en de overgrote meerderheid van de EU-lidstaten blijven insisteren op een
zo spoedig mogelijk akkoord over de verdere uitwerking van de steunlening en de implementatie
ervan. Hiernaast blijft grootschalige inzet van internationale partners en bilaterale
inzet van EU-lidstaten essentieel.
Daarnaast roept Nederland al langere tijd op tot gesprekken in EU- en G7-verband over
aanvullend gebruik van de (opbrengsten over) de geïmmobiliseerde Russische centrale
banktegoeden, in lijn met de moties van de leden Dobbe en Boswijk.16 Nederland heeft actief gepleit voor herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde
Russische centrale banktegoeden, met in achtneming van het belang van lasten- en risicodeling.17 Ten tijde van de Europese Raad van 18–19 december jl. bleek hier op dat moment onvoldoende
draagvlak voor te zijn. Het kabinet blijft pleiten voor de toekomstige inzet van deze
tegoeden.
Kritiek herstel van energie-infrastructuur, wederopbouw en humanitaire hulp
Nederland heeft Oekraïne de afgelopen jaren bilaterale, niet-militaire steun geboden
ten behoeve van kritiek herstel en wederopbouw. Sinds februari 2022 gaat het om ca.
EUR 1,3 mld. aan gerealiseerde ODA-uitgaven tot en met 2025. Deze steun is uit generale
middelen gefinancierd en ingezet binnen de BHO- en BZ-begrotingen.18 Daarmee heeft Nederland in deze periode een fair share van de internationale humanitaire- herstel- en wederopbouwsteun aan Oekraïne voor
zijn rekening genomen. Hierbij is rekening gehouden met de omvang van onze economie
in vergelijking met andere donorlanden en de noden van Oekraïne zoals die zijn vastgesteld
in rapporten van de Wereldbank, EU en de VN. Afgelopen jaar is EUR 252 mln. in 2026
toegevoegd aan de begroting, bestemd voor niet-militaire steun gericht op herstel,
wederopbouw en verlichting van de humanitaire en sociale noden via zowel de BHO-begroting
als de BZ-begroting.19 Omdat de steun grotendeels wordt ingezet voor uitgaven die voldoen aan de ODA-criteria
van de OESO Development Assistance Committee, is de verwachte ODA-prestatie van Nederland in 2026 gestegen.
Door de aanhoudende Russische aanvallen op de energie-infrastructuur bevindt Oekraïne
zich op het meest kwetsbare punt sinds de grootschalige invasie: de landelijke productiecapaciteit
is gedaald met 70%. Op 14 januari jl. kondigde president Zelensky de noodtoestand
voor de energiesituatie in Oekraïne af. Grote steden, zoals Dnipro, Odesa en Kyiv,
kampen met grote energietekorten en temperaturen tot onder de – 20°C. Om Oekraïne
en de Oekraïense bevolking te ondersteunen, heeft Nederland sinds de grootschalige
invasie EUR 489 mln. aan directe energiesteun bijgedragen, meest recentelijk op 20 januari jl.20
Deze steun is bedoeld voor het uitvoeren van urgente reparaties, het leveren van (reserve)
energiemateriaal, het financieren van gasaankopen en in-kind leveringen via (Nederlandse)
marktpartijen, zoals generatoren, transformatoren en gasmateriaal.21 Parallel zet Nederland in op decentralisatie en verduurzaming van de Oekraïense energiesector
om private investeringen te stimuleren. Daarnaast is door de aanvallen op de verdeelstations
die verbonden zijn aan de kerncentrales de nucleaire veiligheid in het geding. Daarom
vond op verzoek van Nederland, met steun van 11 andere Bestuursleden, op 30 januari jl.
een spoedzitting van de Bestuursraad van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA)
plaats. Nederland draagt ook bij aan IAEA-missies in Oekraïne ten behoeve van nucleaire
veiligheid.
Naast energie-infrastructuur richt de Nederlandse niet-militaire steun zich in 2025
en 2026 zich op kritiek herstel van drinkwatervoorzieningen, woningen en ziekenhuizen,
verlichting van de humanitaire en psychosociale noden en op herstel van cultureel
erfgoed. De steun voor kritiek herstel loopt onder andere via de Wereldbank en de
EBRD. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan versterking van het Oekraïense gezondheidssysteem
(onder andere via WHO en UNAIDS) dat na de oorlog in staat moet zijn preventie en
zorg te blijven bieden op een grotere schaal dan voorheen nodig was. Een ander voorbeeld
is de samenwerking van de Nederlandse Politie en het Nederlandse Psychotrauma expertise
centrum ARQ met de civiele ordediensten in Oekraïne. Het is cruciaal dat deze diensten
nu operationeel blijven om na een toekomstig vredesakkoord weer over te gaan naar
hun reguliere functies in vredestijd. Voorts neemt Nederland deel aan het G7+ Ukraine
Donor Platform, waarin de grootste internationale donoren samen met Oekraïne de niet-militaire
steun coördineren. Dit stelt Nederland in staat zijn hulpinspanningen te richten op
de terreinen waar kennis en expertise te bieden heeft en waar kansen voor het Nederlandse
bedrijfsleven liggen.
Nederland maakt door meerjarige flexibele bijdragen aan gespecialiseerde hulporganisaties
ook in Oekraïne humanitaire hulpverlening mogelijk.22 Zo geeft Nederland sinds 2022 jaarlijks bijdragen aan het VN humanitaire landenfonds
voor Oekraïne (Ukraine Humanitarian Fund, UHF). Ook draagt Nederland bij aan het Support Programme Ukraine van Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en geeft Nederland
extra bijdragen aan het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). ICRC speelt
een onmisbare rol bij het traceren van vermisten, het herenigen van families, het
bezoeken en uitwisselen van krijgsgevangenen en in verband met de oorlog gedetineerde
burgers, het onderhandelen over humanitaire toegang en het bieden van humanitaire
hulp in onder meer de door Rusland bezette gebieden. Nederland investeert tevens in
het veilig maken van Oekraïne door het opsporen en verwijderen van mijnen en onontplofte
explosieven. Humanitaire ontmijning is een basisvoorwaarde voor wederopbouw, economisch
herstel en de terugkeer van ontheemden.
Nederland levert een bijdrage aan het beschermen van het cultureel erfgoed van Oekraïne,
dat opzettelijk wordt beschadigd en vernietigd door Russische agressie, gericht op
het ondermijnen van de Oekraïense identiteit. Nederlandse steun zorgt voor opslagcapaciteit
voor het veiligstellen van museumcollecties, evacuatiemateriaal voor het redden van
historische en culturele objecten.
Het Nederlands maatschappelijk middenveld heeft de afgelopen jaren een belangrijke
rol gespeeld in leniging van noden en het bijdragen aan kritiek herstel in Oekraïne.
Het kabinet versterkt een deel van die inzet per 1 januari 2026 met het programma
CivicFocus. Dit programma is voor het stimuleren en versterken van particuliere ontwikkelingsinitiatieven
wereldwijd, maar met een bijzondere focus op Oekraïne: een kwart van het programmabudget
is gereserveerd voor initiatieven gericht op Oekraïne, in lijn met de motie van de
leden Ceder en Van Dijk.23
Private sector inzet
In 2025 werd de samenwerking met het bedrijfsleven voor wederopbouw verder versterkt.
Gezien de grootschalige wederopbouwnoden zijn een actieve rol van de private sector
en het mobiliseren van privaat kapitaal essentieel. Tijdens de Ukraine Recovery Conference
(URC) in juli 2025 tekenden Nederland en Oekraïne een Memorandum of Understanding over de verlenging van de Ukraine Partnership Facility (UPF) met een derde ronde. In 2025 ontvingen via UPF2 13 partnerschappen steun voor
wederopbouwprojecten in de zorg, energie-, water-, landbouwsector en circulaire bouw.
Op deze manier geeft het kabinet invulling aan de «hulp en handel»-agenda.
In de afgelopen maanden vonden een digitaal handelsseminar en twee handelsmissies
plaats om het Nederlandse bedrijfsleven te koppelen aan de Oekraïense herstel- en
wederopbouwnoden. In januari bezocht Staatssecretaris De Vries voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp Oekraïne met 17 bedrijven uit de zorg- en energiesector. De bedrijven
zetten daar verdere stappen om hun kennis en kunde te koppelen aan Oekraïense herstel-
en wederopbouwnoden. Er zijn onder meer twee overeenkomsten getekend ter waarde van
EUR 25 mln. op energiegebied.
In november namen meer dan 30 Nederlandse bedrijven deel aan de Rebuild Ukraine-beurs in Warschau voor onder andere matchmaking met Oekraïense bedrijven. Dit resulteerde
in aanknopingspunten voor nieuwe opdrachten (onder andere in ziekenhuisprojecten,
lokale energievoorziening, havensamenwerking) en nieuwe contacten om gezamenlijk te
Oekraïense samenwerkingspartners voor UPF. Verder bezochten verschillende Oekraïense
delegaties met Oekraïense bedrijven Nederland. Tijdens deze bezoeken worden de Nederlands
en Oekraïense publieke sector of het bedrijfsleven aan elkaar gekoppeld.
EU-toetreding
Oekraïne bevindt zich op een onomkeerbaar pad richting EU en NAVO-lidmaatschap, waarbij
de snelheid van toetreding wordt bepaald door de eigen verdiensten en het voldoen
aan de geldende criteria. Kyiv boekt onder zeer moeilijke omstandigheden voortgang
in het hervormingsproces. Nederland biedt hierbij hulp waar dat kan, onder meer via
het MATRA-programma, de Oekraïne-faciliteit van de EU en het actieplan van de Raad
van Europa. In 2025 spraken Nederland en Oekraïne over het traject voor toetreding
op het gebied van energie, landbouw, sociale zaken en rechtsstatelijkheid tijdens
de eerste bilaterale intergouvernementele conferentie in Lviv. Een volgende bijeenkomst
vindt dit voorjaar plaats in Breda.
Het kabinet onderstreept de noodzaak van volledige naleving van de toetredingsvoorwaarden
voor volwaardig EU-lidmaatschap, waaronder de Kopenhagen-criteria, in lijn met de
motie van de leden Hoogeveen en Ceulemans.24 Tegelijkertijd zal het kabinet zich in lijn met de motie van de leden Klos, Piri
en Boswijk binnen de EU constructief en positief opstellen ten aanzien van een eventuele
(gefaseerde) toetreding van Oekraïne, indien dit onderdeel uitmaakt van een duurzaam
en breed gedragen vredesakkoord.25 Dit met inachtneming van voldoende waarborgen op het gebied van rechtsstaat, financiën
en veiligheid bij volledige toetreding. Anderzijds zal ook de EU zich klaar moeten
maken voor de toetreding van Oekraïne.
Zoals gecommuniceerd in de appreciatie van het uitbreidingspakket van 28 november
2025 stelt de Europese Commissie dat Oekraïne voldoet aan de voorwaarden voor het
openen van Cluster 1 (Fundamentals), Cluster 2 (Interne markt) en Cluster 6 (Externe betrekkingen).26 Het kabinet volgt het oordeel van de Commissie dat deze Clusters geopend kunnen worden
en is voornemens in te stemmen wanneer de besluiten hierover voorliggen, te beginnen
met Cluster 1.
Druk op Rusland
De economische gevolgen van de oorlog tegen Oekraïne, met een toenemende impact van
Westerse sancties, worden steeds duidelijker voelbaar in Rusland. Hoewel de oorlogseconomie
in de eerste jaren voor binnenlandse groei zorgde, wordt dit jaar een zeer beperkte
groei van circa 0,6% verwacht door het IMF, ondanks de aanhoudend hoge investeringen
in defensie. Tegelijkertijd zijn de olie- en gasinkomsten – traditioneel een belangrijke
pijler van de Russische economie – aanzienlijk gedaald, terwijl uitgaven zijn toegenomen.
In 2025 had Rusland een budgettekort van 2.6% van het bbp (EUR 63 mld.) en naar verwachting
loopt dit in 2026 verder op. In combinatie met een aanhoudend hoge inflatie en een
beleidsrente van rond de 16% zet dit de economie steeds verder onder druk. Om de overheidsfinanciën
op peil te houden, ziet het Kremlin zich inmiddels genoodzaakt maatregelen te nemen
die de bevolking direct raken, zoals de btw-verhoging per 1 januari jl.
Om het Russische regime tot een koerswijziging aan te zetten blijven we de druk verhogen.
In 2025 nam de EU vier omvangrijke sanctiepakketten aan, om Russische staatsinkomsten
en het militair-industrieel complex verder te ondermijnen. Nederland heeft bij de
totstandkoming van deze pakketten steeds een voortrekkersrol gespeeld, in het bijzonder
bij sancties tegen de Russische schaduwvloot. De EU heeft inmiddels sancties opgelegd
tegen 526 olietankers uit de Russische schaduwvloot en tientallen bedrijven uit het
achterliggende ecosysteem. Handelsstromen en omzeilingsroutes blijven zich echter
voortdurend verleggen. Daarom blijft het ook komend jaar van belang om onze sancties
verder uit te breiden, aan te scherpen en met gelijkgezinde internationale partners
af te stemmen. Ook door in te zetten op intensiveren van de sanctiehandhaving en de
schaduwvloot hard aan te pakken.
Gerechtigheid (accountability)
De Russische agressie en flagrante schendingen van het internationaal recht mogen
niet zonder gevolgen blijven. Nederland zet zich in voor het tegengaan van straffeloosheid,
als voortrekker in het streven naar gerechtigheid voor Oekraïne. In 2025 is belangrijke
vooruitgang geboekt met de oprichting van het «Speciaal Tribunaal voor het misdrijf
Agressie tegen Oekraïne» (het agressietribunaal) en het Oprichtingsverdrag voor de
Claimscommissie, in lijn met de moties van de leden Sjoerdsma en Yesilgoz-Omtzigt.27
Op 25 juni 2025 ondertekenden de Oekraïense President Zelensky en de secretaris-generaal
van de Raad van Europa Berset het bilateraal verdrag tot oprichting van het agressietribunaal.28 Op 17 oktober 2025 heeft de ministerraad ingestemd, in lijn met de motie van het
lid Paternotte, met het Nederlands gastlandschap voor de initiële fasen van het tribunaal
(Advance Party en het Skelettribunaal), zonder vooruit te lopen op een mogelijk toekomstig besluit
over het huisvesten van het operationele tribunaal.29 Op dit moment wordt gezocht naar een geschikte locatie voor de huisvesting van de
initiële fase van het tribunaal.
Begin 2026 is de Advance Party van start gegaan, mogelijk gemaakt door een vrijwillige EU-bijdrage, die verantwoordelijk
is voor de nadere uitwerking van de basisarchitectuur van het agressietribunaal. De
Advance Party staat daarbij in contact met de Raad van Europa en Nederland. Financiering voor alle
fases van het tribunaal, inclusief bijbehorende gastlandkosten, zal worden omgeslagen
over alle lidstaten via een reeds bepaalde verdeelsleutel. De start van het skelettribunaal
is afhankelijk van hoe snel landen zich aansluiten bij de Enlarged Partial Agreement (EPA). Nederland heeft de secretaris-generaal van de Raad van Europa op 14 november jl. geïnformeerd
de EPA te zullen ondertekenen zodra dat mogelijk is. Ook in 2026 zet Nederland samen
met Oekraïne actief in op aansluiting bij de EPA door zoveel mogelijk landen.
Op 16 december 2025 is in Den Haag – in aanwezigheid van President Zelensky – tijdens
een ministeriële conferentie het oprichtingsverdrag van de Claimscommissie voor Oekraïne
door 35 Staten en de EU ondertekend. Een cruciale stap op weg naar toekomstige compensatie
voor Oekraïne. Minister-President Schoof bood tijdens deze conferentie het gastlandschap
aan voor de Claimscommissie.30 Na de totstandkoming van de Claimscommissie, zal gewerkt worden aan een door Rusland
te financieren schadefonds waaruit de door de Claimscommissie toegewezen compensatie
kan worden uitgekeerd.
Op 7 mei 2025 vond in Kyiv een ministeriële conferentie plaats van de Dialogue Group, een mede door Nederland opgericht internationaal coördinatiemechanisme voor steun
aan gerechtigheid voor Oekraïne. Minister van Weel nam als Minister van Justitie en
Veiligheid deel aan de conferentie en heeft daar aanvullende steun aangekondigd voor
capaciteitsversterking van Oekraïense actoren in de justitiële keten.
Bezette gebieden
Nederland spreekt zich krachtig uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale
integriteit van Oekraïne en onderschrijft volledig het niet-erkenningsbeleid van de
EU.31 Ook wijst Nederland ondubbelzinnig de illegale annexatie en bezetting van de Krim,
Sevastopol en andere Oekraïense gebieden af, evenals de door Rusland georganiseerde
illegale verkiezingen in die gebieden. Dit standpunt wordt consistent uitgedragen
in internationale fora, zoals het Krim Platform en de Algemene Vergadering van de
VN.32
Nederland steunt onderzoek en rapportages door de UN Human Rights Monitoring Mission Ukraine (HRMMU) naar mensenrechtenschendingen in Oekraïne, inclusief de door Rusland bezette
gebieden. Nederland zet zich daarnaast in lijn met de moties van de leden Van der
Werf en Dobbe in voor de bestrijding van de deportatie en gedwongen verplaatsing van
Oekraïense kinderen door Rusland.33 Dit doet Nederland door hereniging met families te faciliteren, onafhankelijk feitenonderzoek
te ondersteunen, onderzoekscapaciteit voor misdaden tegen kinderen te versterken,
betrokken personen te sanctioneren en psychosociale steun aan de getroffen kinderen
te bieden. In 2025 financierde Nederland een project uitgevoerd door UNDP voor capaciteitsversterking
van de Oekraïense Nationale Politie in het toepassen van DNA-gebaseerde identificatiemethoden
voor gezinshereniging. Het kabinet is voornemens dit project in 2026 voort te zetten
met EUR 2 miljoen uit de nog onverplichte middelen voor niet-militaire steun aan Oekraïne.34 De bijdrage wordt ingezet voor de hereniging van de kinderen met hun families en
voor psychosociale zorg die aansluit bij hun behoeften.
Conclusie
De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. De Nederlandse inzet
voor Oekraïne blijft van cruciaal belang in de context van de voortdurende Russische
agressie en de bredere geopolitieke uitdagingen die deze met zich meebrengt. Daarom
zetten we onze eigen militaire en niet-militaire steun geïntegreerd en meerjarig voort.
Daarnaast speelt Nederland een leidende rol in internationale gerechtigheidsmechanismen,
zoals het agressietribunaal en de Claimscommissie, om de straffeloosheid van Russische
schendingen van internationaal recht tegen te gaan. Nederland blijft ook pleiten voor
het gebruik van geïmmobiliseerde Russische tegoeden voor herstelbetalingen aan Oekraïne.
De druk op Rusland wordt verder opgevoerd door sancties, met Nederland als voortrekker
binnen de EU. Nederland blijft zich inzetten voor aanvullende EU-middelen voor Oekraïne
ter versterking van de burden sharing. Tegelijkertijd wordt de private sector actief betrokken bij voor wederopbouwprojecten,
wat de economische samenwerking tussen Nederland en Oekraïne versterkt.
Deze inzet op diverse sporen versterkt elkaar en is essentieel om Oekraïne te helpen
zijn soevereiniteit te behouden, terwijl het land werkt aan EU en NAVO-lidmaatschap.
Nederland blijft Oekraïne maximaal ondersteunen, in tijden van oorlog en kritiek herstel,
maar ook na een uiteindelijke vredesdeal bij de wederopbouw van het land en de economie.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie