Brief regering : Evaluatie Wet transparant toezicht financiële markten
32 545 Wet- en regelgeving financiële markten
Nr. 226
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 februari 2026
Hierbij bied ik u de evaluatie aan van de Wet transparant toezicht financiële markten
(Wttfm). Hiermee geef ik uitvoering aan de toezegging die is gedaan gedurende de plenaire
behandeling van de Wttfm.1 In deze brief geef ik mijn appreciatie van de evaluatie.
Aanleiding en context evaluatie
De Wttfm is op 1 juli 2018 in werking getreden.2 Dankzij de wet krijgen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche
Bank (DNB) meer mogelijkheden om informatie te delen over het toezicht op afzonderlijke
instellingen. Op deze manier wordt er transparanter toezicht gehouden op de financiële
markten. De Wttfm biedt drie nieuwe mogelijkheden om het toezicht transparanter te
maken. De evaluatie richtte zich op één mogelijkheid: het uitbreiden van de bevoegdheid
tot het opleggen van een openbare maatregel. De andere twee maatregelen, die buiten
beschouwing zijn gelaten, betreffen de mogelijkheid tot spoedpublicaties van overtredingen
en het kunnen publiceren van kerncijfers over banken.
Tijdens de plenaire behandeling van de Wttfm in de Tweede Kamer in 2018 is door mijn
ambtsvoorganger toegezegd om de wet te evalueren en daarbij de AFM en DNB te betrekken.
De evaluatie gaat over de vraag of de juiste balans is getroffen tussen openbaarheid
en vertrouwelijkheid. Voor de focus van de evaluatie op een van de drie nieuwe maatregelen
is gekozen omdat tijdens de parlementaire behandeling vooral vragen waren over het
opleggen van een openbare maatregel en ook vooral bij die mogelijkheid sprake is van
een uitruil tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid. In de evaluatie is aandacht
besteed aan de factoren die een rol spelen bij de beslissing om een openbare waarschuwing
uit te vaardigen.
In de evaluatie is ook bijzondere aandacht besteed aan de gevolgen van de aansprakelijkheidsbeperking
voor het toezicht van de AFM en DNB, mede ter opvolging van eerdere toezeggingen.3 Daarom is onderzocht of de aansprakelijkheidsbeperking meespeelt bij beslissingen
om een openbare waarschuwing uit te vaardigen en of er aanwijzingen zijn dat instellingen
door zo’n waarschuwing of de publicatie van een bestuurlijke sanctie onevenredige
schade lijden die niet kan worden verhaald.
Hoofdbevindingen
Van 2019 tot en met 2023 heeft DNB geen gebruik gemaakt van de openbare waarschuwing.
De AFM heeft in die periode vier openbare waarschuwingen opgelegd. De beslissing om
een openbare waarschuwing uit te vaardigen is gebaseerd op het Handhavingsbeleid van
de AFM en DNB.4 Relevante factoren die daarin genoemd worden zijn onder meer de inhoud en strekking
van de norm, de verwachte effectiviteit van de maatregel, de ernst en duur van de
overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de compliancegerichtheid van de overtreder.
Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur spelen een rol. De aansprakelijkheidsbeperking
stelt toezichthouders in staat om de mogelijkheid van schadeclaims buiten beschouwing
te laten, waardoor zij doortastender kunnen optreden. Hoewel enige reputatieschade
voor instellingen inherent is aan openbaarmaking, blijkt uit de aangeleverde gegevens
niet dat ondertoezichtstaande instellingen onevenredige schade hebben geleden door
een openbare waarschuwing of de publicatie van een bestuurlijke sanctie.
Appreciatie
In de evaluatie staat de balans tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid centraal.
Uit de evaluatie blijkt dat er sinds de inwerkingtreding van de Wttfm enkele openbare
waarschuwingen zijn uitgevaardigd. Ik zie dit niet als indicatie dat er sprake is
van te weinig transparantie. Het is een bijzondere maatregel die slechts in uitzonderlijke
gevallen nodig is. De AFM en DNB staan bij het opleggen van deze maatregel zorgvuldig
stil bij enerzijds het belang van de samenleving en anderzijds het belang van de betrokken
instelling. Uit het onderzoek blijkt niet dat de openbaarmaking tot disproportionele
financiële gevolgen leidt voor instellingen. Ik concludeer daarom dat sprake is van
een goede balans tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën