Brief regering : Geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3348
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 februari 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de informele Raad Algemene Zaken
van 2 en 3 maart 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 2 EN 3 MAART 2026
Op 2 en 3 maart 2026 vindt de informele Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats in Nicosia,
Cyprus. Op de agenda staan het Meerjarig Financieel Kader (MFK), een werklunch met
het VK over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI), een sessie over EU-uitbreiding en geleidelijke integratie met kandidaat-lidstaten,
en gesprekken met Oekraïne en Moldavië. Nederland wordt vertegenwoordigd door de Minister
van Buitenlandse Zaken.
MFK
Tijdens een werkontbijt met de voorzitter van het budgetcomité en de MFK-co-rapporteurs
van het Europees Parlement zal de Raad van gedachten wisselen over het volgend Meerjarig
Financieel Kader (MFK) 2028–2034. Vervolgens zal de Raad met lidstaten onderling verder
spreken.
Tijdens de Raad zal worden ingegaan op de governance onder het nieuwe MFK, waaronder het zogenaamde sturingsmechanisme. De Commissie heeft
voor het volgend MFK een sturingsmechanisme voorgesteld voor het opstellen van de
EU-jaarbegrotingen. Via dit mechanisme kunnen de Raad en het Europees Parlement de
belangrijkste prioriteiten identificeren voorafgaand aan het jaarlijkse voorstel van
de Commissie voor de jaarbegroting. Een triloog zal plaatsvinden om tot overeenstemming
te komen over de belangrijkste prioriteiten voor de jaarbegroting. De Commissie dient
vervolgens in het voorstel voor de ontwerpbegroting uit te leggen hoe de geïdentificeerde
prioriteiten zijn meegenomen.
Het kabinet is voorstander van een grotere rol voor de Raad en de lidstaten in het
volgend MFK ten opzichte van het Commissievoorstel. Tegelijkertijd moeten administratieve
processen niet onnodig zwaar worden. Naast het zogenaamde sturingsmechanisme, zet
het kabinet in op een rol van de lidstaten door middel van comitologie in onder andere
de vaststelling van werkprogramma’s binnen de verschillende fondsen en bij de inzet
van flexibele middelen. Ook de andere EU-lidstaten zijn voorstander van een stevigere
rol van de Raad en de lidstaten onder het volgend MFK.
Werklunch met het VK
Tijdens een werklunch met de Britse Minister voor de Grondwet en Relaties met de Europese
Unie, Nick Thomas-Symonds, zal nader worden ingegaan op foreign information manipulation and interference (FIMI). Deze lunch vindt plaats in de context van democratische weerbaarheid en de
Commissiemededeling European Democracy Shield (EDS)1. Het kabinet verwelkomt de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de informele
werklunch als belangrijke partner op het gebied van FIMI.
Het kabinet ziet het beschermen van de democratische rechtsstaat tegen externe en
interne dreigingen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het kabinet ziet hierbij
een belangrijke rol voor de EU in het beantwoorden van informatiedreigingen van buiten
de EU en het faciliteren van de samenwerking tussen lidstaten, bijvoorbeeld via het
nog op te richten European Centre for Democratic Resilience2.
Verschillende initiatieven uit het EDS richten zich ook op (potentiële) kandidaat-lidstaten.
Op deze manier beoogt de Commissie gerichte capaciteitsopbouw te ondersteunen om ook
kandidaat-lidstaten weerbaarder te maken tegen FIMI en hybride dreigingen, de democratische
rechtsstaat te bestendigen en onder andere onafhankelijke media en mediavrijheid te
versterken.
EU-uitbreiding: uitwisseling met (potentiële) kandidaat-lidstaten
Na de werklunch zal de Raad met (potentiële) kandidaat-lidstaten van gedachten wisselen
over de geopolitieke dimensie van het EU-uitbreidingsbeleid en het op merites gebaseerde toetredingsproces, waarbij voldoen
aan de eisen voor EU-lidmaatschap centraal staat. Het kabinet onderkent de geopolitieke
dimensie van uitbreiding, zonder echter afbreuk te doen aan de vereisten die aan EU-toetreding
worden gesteld. Een benadering die merites en rechtsstaathervormingen centraal stelt,
staat niet op gespannen voet met de wens de positie van de EU op het wereldtoneel
te versterken. Integendeel, de vereiste dat kandidaat-lidstaten voor volledig lidmaatschap
de waarden van de Unie respecteren en uitdragen, en aan de toetredingseisen voldoen,
is essentieel voor het behoud van een sterke Unie.
EU-uitbreiding: informele bijeenkomsten met Oekraïne en Moldavië
Hierop volgend worden twee informele bijeenkomsten met Oekraïne en Moldavië gehouden
om de voortgang van hun individuele toetredingstrajecten te bespreken. Op 10 en 11 december
jl. vond een soortgelijke informele bijeenkomst voor Ministers van Europese Zaken
plaats in Lviv, Oekraïne. De voortgang van het EU-toetredingsproces van Oekraïne stond
daar centraal. Tevens presenteerden de Europese Commissie en Oekraïne een 10-puntenplan
om anti-corruptiehervormingen te bespoedigen.
Zoals in de kabinetsappreciatie van het EU-uitbreidingspakket van 2025 is opgenomen,
volgt het kabinet het oordeel van de Commissie dat Cluster 1 met zowel Oekraïne als
Moldavië geopend kan worden.3 Het kabinet is dan ook voornemens in te stemmen met het openen van dit cluster wanneer
dit besluit voorligt en door de Raad kan worden geconcludeerd dat aan de opening benchmarks is voldaan. Nadat Cluster 1 geopend is, is het kabinet eveneens voornemens in te
stemmen met het openen van Cluster 2 (Interne Markt) en Cluster 6 (Externe betrekkingen).
In de kabinetsappreciatie werd reeds aangegeven dat de Commissie verwachtte dat Oekraïne
en Moldavië voor eind 2025 ook zouden voldoen aan de vereisten voor het openen van
de overige drie clusters (Cluster 3, Cluster 4 en Cluster 5). De voorbereidingen voor
het openen van deze clusters zijn inmiddels inderdaad vergevorderd. Uw Kamer zal te
zijner tijd geïnformeerd worden over de kabinetspositie ten aanzien van het openen
van genoemde drie clusters.
Het kabinet betreurt dat er op dit moment nog altijd geen formele besluitvorming kan
plaatsvinden, doordat het openen van clusters met Oekraïne door één EU lidstaat wordt
geblokkeerd. Doel van de bijeenkomsten bij de informele RAZ is om desondanks stil
te staan bij de voortgang van het Oekraïense en het Moldavische EU-toetredingsproces.
De Nederlandse inzet bij deze bijeenkomsten zal erop gericht zijn het EU-perspectief
van zowel Oekraïne als Moldavië te onderstrepen, aan te geven dat de oneigenlijke
blokkade op de toetredingsprocessen dient te worden opgeheven, en tegelijkertijd aandacht
te vragen voor het feit dat concrete resultaten van onder andere rechtsstaathervormingen
en anti-corruptiemaatregelen essentieel zijn voor voortgang op het EU-pad.
Indieners
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.