Brief regering : Verslag van de informele Onderwijsraad van 29-30 januari 2026
21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport
Nr. 453
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 februari 2026
Hierbij stuur ik u het verslag van de informele bijeenkomst van onderwijsministers
van 29 tot 30 januari die plaatsvond in Nicosia, Cyprus, en werd georganiseerd door
het Cypriotisch EU-voorzitterschap.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
VERSLAG INFORMELE ONDERWIJSRAAD 29–30 JANUARI 2026
Centraal tijdens deze informele bijeenkomst van onderwijsministers in Nicosia, Cyprus,
stond het funderend onderwijs, met specifieke aandacht voor de professionalisering
van het lerarenberoep en de rol van leraren in het tijdperk van AI. Informele bijeenkomsten
worden door het Raadsvoorzitterschap zelf georganiseerd en hebben een laagdrempeligere
opzet dan de formele Raden in Brussel. De onderwerpen worden gekozen door het voorzitterschap
zelf.
Tijdens deze bijeenkomst werd door de EU-lidstaten het risico van een afnemende aantrekkelijkheid
van het lerarenberoep benadrukt, als gevolg van het geheel aan arbeidsvoorwaarden
en (te) beperkte ruimte voor leraren om zich professioneel te ontwikkelen. Er werd
gepleit voor meer vertrouwen en erkenning voor leraren, evenals voor meer tijd om
hun rol als co-creators van het leerproces te vervullen. De kwaliteit van lerarenopleidingen, het zorgvuldig
begeleiden van startende leraren en het vergroten van de aantrekkelijkheid van het
lerarenberoep als geheel werden gezien als essentiële factoren om het onderwijs in
de EU te versterken.
Verder stond de Commissieaanbeveling over menselijk kapitaal als onderdeel van het
Europees Semester op de agenda van de informele Onderwijsraad.
Professionalisering en leraren in het tijdperk van AI
Het agendapunt over de professionalisering van leraren en hun rol in het tijdperk
van AI werd besproken in kleinere werkgroepen. De deelnemende lidstaten werden gevraagd
te reflecteren op drie centrale vragen: hoe het lerarenberoep aantrekkelijker kan
worden gemaakt, niet alleen door salaris, maar ook door beleidsmaatregelen die leraren
gedurende hun hele loopbaan ondersteunen; hoe professionalisering, inclusief digitale
vaardigheden, beter geïntegreerd kan worden in het dagelijks werk van leraren; en
hoe de EU lidstaten het beste kan ondersteunen bij het aanpakken van deze uitdagingen,
met aandacht voor het gebruik van AI in het onderwijs en de aangekondigde EU-agenda
voor leraren en opleiders.
De deelnemende lidstaten benadrukten dat het belangrijk is met het oog op de kwaliteit
van onderwijs, om een leraar gedurende zijn gehele loopbaan te ondersteunen zodat
hij zich blijvend kan ontwikkelen. Er was brede overeenstemming over het belang van
een sterke initiële opleiding, gekoppeld aan effectieve introductieprogramma’s voor
startende leraren. Mentoring en begeleiding werden als essentieel gezien voor de instroom van jonge leraren, en
het creëren van duidelijke loopbaanpaden werd genoemd als een manier om motivatie
en het behoud van leraren te bevorderen. Tegelijkertijd werd gewezen op de noodzaak
om de werkomstandigheden van leraren te verbeteren, zoals het bieden van voldoende
tijd voor voorbereiding en professionalisering. Ook werd het belang van schoolleiderschap
onderstreept, aangezien sterke leiding cruciaal is voor het creëren van een positieve
en ondersteunende werkomgeving.
Daarnaast werd de rol van technologie, en in het bijzonder kunstmatige intelligentie,
besproken als een middel om leraren te ondersteunen, maar niet te vervangen. Er werd
gepleit voor duidelijke richtlijnen voor het gebruik van AI in de klas, met aandacht
voor pedagogische, ethische en privacy kwesties. Het versterken van de digitale geletterdheid
van leraren werd als noodzakelijk beschouwd, maar er werd ook gewaarschuwd voor de
risico’s van overladenheid van leraren. Om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken,
werd het belang van waardering voor het leraarschap benadrukt, evenals de noodzaak
om leraren meer autonomie te geven en hen meer tijd te bieden voor onderzoek en leiderschap.
Verder hebben de lidstaten gepleit voor Europese samenwerking en de inzet van initiatieven
zoals Erasmus+ om de professionalisering van leraren en de aantrekkelijkheid van het
lerarenberoep verder te versterken.
Commissieaanbeveling menselijk kapitaal
De Commissieaanbeveling over menselijk kapitaal als onderdeel van het Europees Semester
is op de tweede dag van de Raad besproken. In deze Commissieaanbeveling wordt de noodzaak
benadrukt om structurele uitdagingen op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen
van de EU aan te pakken, vooral in het licht van het aanhoudende tekort aan arbeidskrachten
en vaardigheden voor strategische sectoren. De aanbeveling richt zich op het investeren
in onderwijs en vaardigheden in strategische sectoren zoals digitale technologie,
schone energie, gezondheidszorg en defensie. Specifieke aandacht gaat uit naar het
versterken van STEM-opleidingen (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde)
en het verbeteren van basisvaardigheden, waaronder bijvoorbeeld ook digitale en financiële
geletterdheid. Dit moet bijdragen aan het waarborgen van een toekomstbestendige arbeidsmarkt
die beter is voorbereid op de veranderingen die AI en digitale transformatie met zich
meebrengen.
Tijdens de informele Raad werd de focus gelegd op de noodzaak om onderwijs en arbeidsmarkt
beter met elkaar te verbinden, door een sterke nadruk op het verbeteren van de kwaliteit
van onderwijs, het creëren van duidelijke loopbaanpaden en het bevorderen van gelijke
kansen voor alle leerlingen, inclusief het aantrekken van meer vrouwen en meisjes
voor technische opleidingen. Er werd tevens benadrukt dat de EU haar lidstaten moet
ondersteunen bij het versterken van vaardigheden op nationaal niveau, waarbij mobiliteit
van vaardigheden en het vergroten van het budget voor programma’s zoals Erasmus+ als
belangrijke instrumenten werden genoemd. Er werd gepleit voor een strategische aanpak
die de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, werkgevers en overheden bevordert,
en voor meer investeringen in digitale vaardigheden en AI.
Er was steun voor het verder ontwikkelen van het Europees Semester als kader voor
beleidscoördinatie, maar veel lidstaten deelden het Nederlandse standpunt dat de focus
van het Europees Semester primair op economisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid
moet blijven. Diverse lidstaten benadrukten dat nationale omstandigheden en behoeften
gerespecteerd moeten worden, maar tegelijkertijd werd erkend dat een gezamenlijke
aanpak via de EU cruciaal is voor het behalen van langetermijndoelen op het gebied
van menselijk kapitaal en onderwijs. De deelnemende lidstaten hebben gepleit voor
een geïntegreerde aanpak die zowel jongeren als volwassenen ondersteunt in hun loopbaanontwikkeling
en vaardigheden, met focus op inclusie en gelijke kansen en het feit dat onderwijs
niet alleen de arbeidsmarkt dient maar ook belang op zichzelf heeft voor de persoonlijke
ontwikkeling en zelfontplooiing.
Ondertekenaars
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap