Brief regering : Opvolging aanbevelingen OVV-rapport Near mid-air collision between F-16 and Tecnam
29 665 Evaluatie Schipholbeleid
Nr. 589
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 februari 2026
De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft onderzoek gedaan naar een bijna-botsing
tussen een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht en een Tecnam P-Mentor vliegtuig nabij
Elburg op 16 november 2023. Het rapport is op 30 oktober 2025 gepubliceerd en bevat
verschillende aanbevelingen aan de Ministers van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat.
Een OVV-rapport is bedoeld om te leren van incidenten ter preventie. In bijlage 1
informeren wij u over de wijze waarop aan de aanbevelingen opvolging wordt gegeven.
Bijlage 2 geeft een nadere toelichting op enkele gebruikte begrippen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
De Minister van Defensie,
R.P. Brekelmans
BIJLAGE 1 OPVOLGING AANBEVELINGEN OVV-RAPPORT
Het OVV-rapport doet een viertal aanbevelingen die hieronder worden genoemd met daarbij
de reactie en opvolging, vanuit het Ministerie van Defensie en Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW).
Aanbevelingen gericht aan de Minister van Defensie:
1. Maak een risicobeoordeling van het operationeel gebruik van snelle militaire vliegtuigen
in het Nederlandse luchtruim met betrekking tot veilige separatie tussen militair
luchtverkeer en de burgerluchtvaart, waaronder general aviation. Neem in deze risicobeoordeling
mee de uitzondering van militaire vliegtuigen voor de maximum snelheid van 250 knopen,
de bezetting en operationele werkwijze van de luchtverkeersdiensten bij MilATCC Schiphol,
toekomstige ontwikkelingen wat betreft het luchtruim en vluchten van en naar militaire
oefengebieden. Stel naast de risicobeoordeling proportionele en uitvoerbare risicobeperkende
maatregelen vast en voer deze in.
Reactie
De bijna-botsing vond plaats op 16 november 2023 met een in formatie vliegende F-16
van het Commando Luchtstrijdkrachten1. Het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS) vliegt sinds 2026 niet meer met
F-16»s, maar met de F-35. De zogenaamde situational awareness2 van de vlieger in een F-35 is over het algemeen groter dan in een F-16 vanwege de
vele sensoren aan boord.
De bijna-botsing vond plaats in luchtruimklasse E waarin gevlogen kan worden onder
zowel instrumentvliegvoorschriften als zichtvliegvoorschriften3. Naar aanleiding van de bijna-botsing heeft het CLRS de kennis over het vliegen in
luchtruimklasse E extra bij zijn vliegers onder de aandacht gebracht en wordt het
aanbrengen van deze kennis geborgd in de diverse opleidings- en trainingssyllabi.
In luchtruimklasse E geldt het principe van see and avoid. Dit betekent het blijvend naar buiten kijken en het zo nodig aanpassen van de vliegbeweging.
Dit principe geldt voor zowel de burger als militaire luchtvaart. Bovendien blijft
het in het luchtruim een samenspel tussen burger luchtverkeer, militair luchtverkeer
en de luchtverkeersleiding.
Daarnaast is de situatie in Nederland aan het veranderen. De luchtruimstructuur zal
worden gewijzigd vanuit het programma Luchtruimherziening en in het kader van het
Nationale Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) komt Lelystad Airport beschikbaar
voor gebruik door het CLRS. Dergelijke wijzigingen vragen ook om een risico-inschatting
en indien nodig de daarbij behorende risico verlagende maatregelen. Het uitvoeren
van een risico-inschatting is een onderdeel van het veiligheidsmanagementsysteem van
het CLRS.
Het CLRS en het Ministerie van IenW zullen gezamenlijk een risico-assessment doorlopen
waarin mogelijke risico's van het operationele gebruik van militaire hogesnelheidsvliegtuigen
in het Nederlandse luchtruim – in relatie tot de veilige scheiding tussen militair
en burger luchtverkeer, inclusief de general aviation (kleine luchtvaart) – worden bekeken. Vervolgens worden, indien het risicoprofiel
daartoe aanleiding geeft, mitigerende maatregelen genomen om het risico te verlagen.
Het risico-assessment zal rekening houden met de door de OVV aangegeven aspecten,
waaronder de vrijstelling voor militaire jachtvliegtuigen om met maximaal 250 knopen
vliegsnelheid te vliegen, en het gebruik van het luchtruim door buitenlandse jachtvliegtuigen
voor trainingsdoeleinden.
Het gebruik van het luchtruim door zowel burger als militair luchtverkeer vraagt ook
een professionele houding van de general aviation. Vliegers horen goede kennis te
hebben van de luchtruimstructuren inclusief de daarbij behorende regelgeving en de
gebieden waar ook militaire vliegbewegingen zijn. Het Ministerie van IenW zal aan
dit onderwerp extra aandacht besteden bij de jaarlijkse opening van het general aviation-seizoen
in het voorjaar en zal daarnaast met de sectorpartijen in gesprek gaan om dit onderwerp
bij de vliegclubs en de vliegscholen onder de aandacht te krijgen. Ook zal dit onderwerp
worden geagendeerd in de Taskforce Veilig Gebruik Luchtruim.4
2. Voer een of meerdere maatregelen in ter verbetering van de operationele communicatie
tussen de luchtverkeersleider en de FISO bij MilATCC voor betere coördinatie van mogelijke
conflicten tussen (snel) militair luchtverkeer en burgerluchtvaart.
Reactie
De maatregel(en) ter verbetering van de operationele communicatie tussen de luchtverkeersleiding
en de Flight Information Service Officer (FISO) van het Militairy air traffic command
and control (MilATCC) Schiphol voor betere coördinatie van mogelijke conflicten tussen
(snel) militair luchtverkeer en burgerluchtverkeer worden onderzocht. De resultaten
worden verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
Aanbeveling gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat:
3. Evalueer in overleg met de Minister van Defensie hoe de staat voldoet aan de verantwoordelijkheid
voor het zorgdragen van veilige separatie tussen militair luchtverkeer en burgerluchtvaart
(overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) 2018/1139). Ga specifiek in op het
risico van militaire jachtvliegtuigen die afwijken van de snelheidsbeperking van 250
knopen en het gebruik van het Nederlandse luchtruim door buitenlandse strijdkrachten
voor oefendoeleinden. Stel naast de risicobeoordeling proportionele en uitvoerbare
risicobeperkende maatregelen vast en voer deze in.
Reactie
De uitvoering van de bij aanbeveling 1 en 2 genoemde risico-assessment, geeft tevens
invulling aan aanbeveling 3, aangezien CLRS en het Ministerie van IenW samen het risico-assessment
gaan doorlopen.
Met de invulling van aanbeveling 4 (hierna beschreven) wordt geanalyseerd of nadere
maatregelen noodzakelijk zijn om het risico op bijna-botsingen beheersbaar te houden
voor de vliegveiligheid. Als nadere maatregelen nodig zijn, wordt dat opgenomen in
de Nationale Veiligheidsanalyse (NVA) en zal het Nederlands Luchtvaart Veiligheids
Programma (NLVP) daarop worden aangepast. Noodzakelijk geachte veiligheids-initiatieven
om het risico te mitigeren kunnen opgenomen worden in het Nederlands Actieplan Luchtvaartveiligheid
(NALV).
Aanbeveling gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister
van Defensie:
4. Stem de classificatie van luchtvaartvoorvallen af en analyseer gezamenlijk voorvallen
van bijna-botsingen (airproxes) tussen militair luchtverkeer en burgerluchtvaart om
daaruit lering te trekken, de ingevoerde risicobeperkende maatregelen te monitoren
en (bijna-)botsingen in de lucht te voorkomen.
Reactie
Op 24 april 2025 is een samenwerkingsovereenkomst getekend door de ILT-Luchtvaartautoriteit
met het Commando Luchtstrijdkrachten, met ingang van 1 juli 2025 het CLRS, voor het
delen van informatie over meldingen van incidenten (waaronder bijna-botsingen) tussen
militair- en burgerluchtverkeer. Het doel van deze samenwerkingsovereenkomst is de
veiligheid van de Nederlandse luchtvaart te verbeteren door ervoor te zorgen dat relevante
veiligheidsinformatie met betrekking tot meldingen over de burgerluchtvaart, van belang
voor militaire luchtvaart of van belang voor de gehele Nederlandse Luchtvaart, wordt
uitgewisseld.
Het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL), onderdeel van de ILT-Luchtvaartautoriteit,
analyseert de voorvalmeldingen uit de Nederlandse burgerluchtvaart.5
6 Onderdeel van het verder in te richten proces van informatiedeling tussen ABL en
CLRS is de gezamenlijke analyse van de gemelde incidenten op periodieke basis. De
eerste bespreking is gepland in het eerste kwartaal van dit jaar. CLRS sluit ook aan
bij ABL overleggen met vertegenwoordigers van alle luchtruimgebruikers. Hier wordt
samen met andere sectorpartijen ingegaan op trends, opvallende incidenten, getroffen
maatregelen en geleerde lessen die door de aanwezige partijen weer gedeeld kunnen
worden met hun achterban.
Het ABL gebruikt de resultaten van de meldingen en de analyse voor het periodiek weergeven
van cijfers en trends van verschillende veiligheidsindicatoren.7 Deze informatie is van belang voor de Nationale Veiligheidsanalyse (NVA) waarin de
grootste risico’s zijn beschreven voor het beheersen en verder verbeteren van de vliegveiligheid.
BIJLAGE 2 TOELICHTING
In deze toelichting wordt uitgelegd: de regels voor luchtruimklasse E, de ontheffing
voor militaire jachtvliegtuigen voor de maximale vliegsnelheid van 250 knopen in het
Nederlands luchtruim en de werking van het Nederlandse luchtvaartveiligheidssysteem.
Luchtruimklasse E (Bron: AIP Netherlands)
6 CLASS E- CONTROLLED AIRSPACE
6.1 The provisions of class E airspace are shown below:
IFR
VFR
Service provided
Air traffic control service;
VFR traffic information (as far as practical).
Traffic information (as far as practical).
Separation provided
IFR from IFR
Not provided
VMC minima
Not applicable
At and above FL 100
8 km visibility;
1.500 m horizontal and
300 m (1.000 ft) vertical distance from cloud.
Below FL 100
5 km visibility;
1.500 m horizontal and
300 m (1.000 ft) vertical distance from cloud.
Speed limitation
250 KIAS1 below FL 100
250 KIAS1 below FL 100
Radio communication capability requirement
Yes
No2
Continuous two-way air-ground voice communication required
Yes
No2
Flight plan required
Yes
No
Subject to an ATC clearance
Yes
No
X Noot
1
The speed limitation is not applicable to military jet fighters with a minimum air
speed of 250 KIAS, provided that the flight visibility is more than 8 km (CTRs exempted).
X Noot
2
Pilots shall maintain continuous air-ground voice communication watch and establish
two-way communication, as necessary, on the appropriate communication channel in RMZ.
Ontheffing militaire jachtvliegtuigen voor 250 knopen maximale vliegsnelheid
In de «Standardized European Rules of the Air» (SERA)8 welke van toepassing is op militair «operational air traffic», staat omschreven dat
luchtvaartuigen goedkeuring kunnen krijgen om af te wijken van de maximale vliegsnelheid
van 250 knopen beneden 10.000 voet hoogte9 voor technische- of veiligheidsaspecten. Dit heeft te maken met de vliegkarakteristieken
van het type luchtvaartuig. Illustratief hiervoor is de zogenaamde «airstart-envelop»
van eenmotorige vliegtuigen zoals de F-16 en F-35 voor een herstart bij motoruitval.
Er geldt beneden de 3.000 voet hoogte wel een maximale snelheid van 450 knopen.
Nederlands luchtvaartveiligheidssysteem
Tijdens de Nederlandse Veiligheids Analyse (NVA) uitgevoerd in 2021 is een bijna-botsing
als risicoscenario voor luchtruimgebruikers, afhankelijk van de type operatie (burger,
militair of algemeen) naar voren gekomen als een geïdentificeerd gevaar. In dit risicoscenario
staat een conflict in hetzelfde luchtruim tussen commercieel vliegverkeer met militaire
luchtvaart, kleine luchtvaart en onbemande luchtvaart centraal. Vanwege het ontbreken
van data (meldingen van bijna botsingen tussen burger en militaire vliegtuigen) kon
de risicoweging van dit scenario niet worden geduid (kwantitatief en kwalitatief).
Dit had tot gevolg dat het risico niet kon worden geprioriteerd binnen de NVA en derhalve
niet is opgenomen in het Nederlands Actieplan Luchtvaartveiligheid (NALV).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
R.P. Brekelmans, minister van Defensie