Brief regering : Opvolging motie-Grinwis c.s. over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem (Kamerstuk 36800-A-28)
29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan
Nr. 1274 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
In het Commissiedebat Spoor van 18 december jl. (Kamerstuk 29 984, nr. 1272) en Notaoverleg MIRT van 26 januari jl. heb ik met de Kamer gesproken over de vernieuwing
van spoorknoop Haarlem. Tijdens het debat is de motie-Grinwis c.s.1 ingediend die de regering verzoekt om «de dreigende verspilling van 50 miljoen euro te voorkomen en binnen de meerjarenbegroting
de komende tijd nogmaals te zoeken naar ruimte om emplacement Haarlem in één keer
toekomstbestendig te verbouwen en zo de komst van extra treinen mogelijk te maken,
en hierover voor de aanbesteding begint duidelijkheid te verschaffen aan Rijk en regio». Ik heb aangegeven dat ook ik de situatie rond het emplacement Haarlem betreur, maar
dat er geen financiële ruimte binnen het Mobiliteitsfonds is om aanvullende werkzaamheden
uit te voeren. Ik heb daarom de motie moeten ontraden. Ik heb daarbij aangegeven dat
als de motie aangenomen wordt, ik graag van de Kamer verneem waar het benodigde budget
moet worden onttrokken. Door de indiener van de motie is daarop de noordelijke tunnel
van Zuidasdok (noordelijke tunnel) concreet genoemd. Ik heb vervolgens gezegd de motie
dan ook zo te interpreteren. Nu de Kamer – ondanks de negatieve appreciatie – de motie
op 4 februari jl. heeft aangenomen, ben ik aan de slag met de uitvoering ervan en
met die mogelijk beoogde dekking in gedachten.
Hierbij informeer ik de Kamer echter dat ProRail mij heeft laten weten dat de motie
onuitvoerbaar is. Hieronder licht ik dat toe.
Kritieke tijdpad om veilige bereidbaarheid te borgen
Ik heb ProRail schriftelijk gevraagd naar de mogelijkheden en voorwaarden om het lopende
instandhoudings-/vervangingsproject zodanig aan te passen dat de infrastructuur tevens
geschikt wordt gemaakt voor extra treinverkeer in de toekomst.
ProRail heeft mij laten weten dat de voorbereiding van de werkzaamheden op het kritieke
tijdpad liggen (zie twee bijgevoegde brieven van ProRail). Er is daarbinnen geen ruimte
meer voor aanpassing. Het point of no return ligt volgens ProRail bij het moment waarop ontwerp, voorbereiding en buitendienststellings-programmering
onomkeerbaar moeten worden vastgelegd om vervanging in 2028 te kunnen realiseren.
Dit moment volgt uit de benodigde voorbereidingstijd. Om tijdige vervanging van de
wissels in 2028 mogelijk te maken, heeft ProRail eind 2025 een onomkeerbare keuze
moeten maken voor één-op-één vervanging. Het stoppen of wijzigen van dit ingezette
traject zou ertoe leiden dat de infrastructuur niet tijdig kan worden vervangen. Daarmee
ontstaan naar het oordeel van ProRail onaanvaardbare risico’s voor de betrouwbaarheid
en beschikbaarheid van het spoor rond Haarlem.
Aanvullende levensduurverlengende maatregelen voor de huidige wissels zijn niet meer
mogelijk of zijn in het verleden al genomen. Omdat deze wissels centraal in het knooppunt
liggen, kan verder uitstel van vervanging leiden tot het (gedeeltelijk) stilvallen
van het treinverkeer in en rond Haarlem.
Daarnaast stelt ProRail dat het bedrag van circa € 62 miljoen (incl. btw), dat in
de motie-Grinwis c.s. als ontbrekend bedrag wordt genoemd voor het toekomstbestendig
maken van het emplacement Haarlem boven op de huidige beschikbare middelen voor het
project, onvoldoende is om een latere integrale ombouw te realiseren. De meekoppelkans
met de vervangingsopgave is definitief vervallen.
Middelen voor instandhouding van infrastructuur zijn niet inzetbaar voor functie-uitbreiding
ProRail is als beheerder van de Hoofdspoorweginfrastructuur en als aanbestedende dienst
verantwoordelijk voor de planning van beheer, onderhoud en vernieuwing van de spoorknoop
Haarlem. Een groot deel van het emplacement bereikt in 2028 het einde van de levensduur.
ProRail bereidt nu een aanbesteding voor om de bestaande infrastructuur één-op-één
te vervangen. Dat is dus zonder functie-uitbreiding. Dit wordt gefinancierd uit de
structureel beschikbare middelen voor instandhouding (EOV). Functie-uitbreiding kan
hier niet uit worden bekostigd. Dat vroeg om (aanvullende) financiering vanuit het
Mobiliteitsfonds ten tijde van het moment van besluitvorming over het project. Daar
is door dit kabinet niet voor gekozen gegeven de andere opgaven op het Mobiliteitsfonds.
Conclusie
Helaas betekent het bericht van ProRail dat ik de motie niet kan uitvoeren. Ik betreur
dit ten zeerste.
Wel zal ik de beoogde frequentieverhoging op het traject Haarlem-Amsterdam meenemen
in de analyse van potentiële knelpunten voor het volledig rijden van de HRN-concessie
die ik in de Kamerbrief van 13 januari jl. aangekondigd heb.2 Zoals toegezegd in het CD Spoor van 18 december jl. wordt de Kamer voor de zomer
geïnformeerd over de uitkomsten van de nader uitgewerkte analyse hiervan.
Daarnaast wordt een eventuele frequentieverhoging tussen Haarlem en Amsterdam ook
betrokken in de mid-term review van het HRN-concessievolume in 2027. Daarin worden alle gewenste en beoogde frequentieverhogingen
integraal afgewogen tegen vervoersvraag, eventueel benodigde infrastructuurinvesteringen
en budgettaire ruimte.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.