Brief regering : Gevolgen arrest Hoge Raad inzake onverbindendheid verhoogd percentage belastingrente vennootschapsbelasting
31 066 Belastingdienst
Nr. 1528
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Op 16 januari jl. heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de hoogte van het belastingrentepercentage
voor de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het betreffende
belastingrentepercentage niet langer geldt.
Met deze brief informeer ik uw kamer over de uitkomst van dit arrest, de gevolgen
voor belastingplichtigen, en voor de uitvoering door de Belastingdienst. Ik ga hierbij
in op het voornemen om in beide momenteel lopende massaalbezwaarprocedures over de
hoogte van het belastingrentepercentage collectieve uitspraak op bezwaar te doen.
Arrest Hoge Raad
Sinds oktober 2020 wordt de hoogte van het toepasselijke belastingrentepercentage
geregeld bij lagere regelgeving, namelijk bij Besluit belasting- en invorderingsrente
(Besluit BIR). De belastingrenteregeling kent twee rentepercentages: een regulier
percentage, en een verhoogd percentage. Volgens het Besluit BIR geldt het verhoogde
belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting en enige andere belastingmiddelen.
Het arrest van 16 januari jl. (het arrest) betrof – verkort weergegeven – het geschil
of het verhoogde percentagebelastingrente zoals bepaald bij Besluit BIR in strijd
is met algemene rechtsbeginselen. Volgens de Hoge Raad is dit het geval. De Hoge Raad
overweegt hiertoe dat met de verhoging een lastenverzwaring is neergelegd bij vennootschapsbelastingplichtigen
zonder enig ander duidelijk doel dan dat van budgettaire opbrengsten. Een goede rechtvaardigingsgrond
is volgens de Hoge Raad afwezig. De rechter is bevoegd om lagere regelgeving te toetsen
aan ongeschreven rechtsbeginselen.
Met het arrest heeft de Hoge Raad de bepaling waarmee het verhoogde percentage wordt
geregeld onverbindend en buiten toepassing verklaard. Voor alle gevallen waarin belastingrente
moet worden berekend geldt nu het reguliere percentage.
Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting
In de brief van 17 februari 2025 (Kamerstuk 31 066, nr. 1460) heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn Aanwijzing massaal bezwaar voor bezwaren
tegen het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting en enkele
overige middelen (hierna: Aanwijzing massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting).
Aanleiding om die aanwijzing te geven was een grote toename van het aantal bezwaren
tegen het verhoogde belastingrentepercentage.
Met het arrest acht het kabinet de in de aanwijzing vermelde rechtsvragen nu beantwoord.
De onderliggende procedure gold als proefprocedure voor de aanwijzing massaal bezwaar.
De Hoge Raad heeft bevestigd dat het verhoogde belastingrentepercentage in strijd
is met het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel. De overige rechtsvragen uit
de aanwijzing – die zien op toetsing aan andere algemene rechtsbeginselen of aan hoger
(verdrags)recht – zijn door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Zij geven op basis
van het arrest geen aanleiding tot nadere overwegingen of tegemoetkomingen.
Massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting
Tegelijkertijd met de toename van bezwaren tegen het verhoogde percentage zag de Belastingdienst
ook een toename van bezwaren tegen het reguliere belastingrentepercentage. Voor deze
gevallen is de problematiek anders dan bij de bezwaren tegen de belastingrente voor
de vennootschapsbelasting, omdat hier het reguliere percentage geldt. Of de verhoging
van het belastingrentepercentage rechtmatig is, speelt in deze gevallen niet als vraag.
Hierom heb ik een afzonderlijke aanwijzing massaal bezwaar gegeven voor deze bezwaren.
In de brief van 8 mei 2025 (Kamerstuk 31 066, nr. 1501) heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn Aanwijzing massaal bezwaar voor bezwaren
tegen het percentage van de belastingrente voor de inkomstenbelasting en enkele overige
middelen (hierna: Aanwijzing massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting). De
rechtsvragen in deze aanwijzing waren zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht
met die in de eerdergenoemde Aanwijzing massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting.
Hoewel voor de Aanwijzing massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting geen proefprocedure
was geselecteerd, acht het kabinet met het arrest ook de rechtsvragen uit deze aanwijzing
beantwoord. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat geen sprake is van strijdigheid met
algemene rechtsbeginselen of geschreven hoger recht voor het reguliere belastingrentepercentage.
De bepaling van het reguliere belastingrentepercentage is niet onverbindend. De met
ingang van 1 januari 2024 ingevoerde wijziging van de berekeningssystematiek aan de
hand waarvan het toepasselijke belastingrentepercentage wordt bepaald maakt dit niet
anders.
Collectieve uitspraken op bezwaar en uitvoeringsgevolgen
De wet schrijft voor dat zodra de rechtsvragen uit de aanwijzing massaal bezwaar definitief
zijn beantwoord, binnen zes weken een collectieve uitspraak moet worden gedaan. De
inspecteur beslist met de collectieve uitspraak op bezwaren waarvoor de aanwijzing
massaal bezwaar geldt.
De inspecteur zal in navolging hiervan twee aparte collectieve uitspraken doen. De
eerste collectieve uitspraak zal worden gedaan op het massaal bezwaar belastingrente
vennootschapsbelasting. De bezwaren waarvoor de betreffende aanwijzing massaal bezwaar
geldt, zullen met de collectieve uitspraak gegrond worden verklaard. De tweede collectieve
uitspraak zal worden gedaan op het massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting.
De bezwaren waarvoor deze aanwijzing massaal bezwaar geldt, zullen ongegrond worden
verklaard. Tegen de collectieve uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.
Uiterlijk op 26 februari worden beide collectieve uitspraken gepubliceerd in de Staatscourant
en op de website van de Belastingdienst. Binnen zes maanden na deze bekendmaking zullen
de bestreden rentebeschikkingen waarin het verhoogde percentage is toegepast en waarvoor
de Aanwijzing massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting geldt, worden
verminderd. De herberekening van de rente vindt plaats naar het toepasselijke reguliere
percentage. Openstaande verzoeken om de belastingrente die is beschikt bij een voorlopige
aanslag te herzien zullen worden toegewezen, mits zij verder voldoen aan de wettelijke
voorwaarden. Op dit moment zijn ongeveer 30.000 zodanige bezwaren en verzoeken ontvangen
door de Belastingdienst.
De rentepercentages zijn inmiddels in de IT-systemen van de Belastingdienst aangepast.
Nieuwe beschikkingen belastingrente worden berekend met inachtneming van het juiste
– reguliere – percentage.
Het bieden van rechtsherstel zal een aanvullend uitvoeringsproces vormen voor de Belastingdienst,
met een incidenteel beslag op uitvoeringscapaciteit. Dit zal voortduren totdat de
cijfermatige verminderingen van eerdergenoemde bestreden rentebeschikkingen zijn afgerond.
De Belastingdienst verwacht de aanvullende uitvoeringswerkzaamheden te kunnen opvangen
binnen de aanwezige capaciteit, zonder negatieve gevolgen voor andere (lopende) uitvoeringsprocessen.
Het arrest brengt geen gevolgen met zich voor belastingrente die is berekend met inachtneming
van het reguliere rentepercentage, nu dat percentage niet onverbindend is. Voor de
belastingrente inkomstenbelasting en overige middelen zal geen herstel hoeven te worden
uitgevoerd.
Budgettaire gevolgen
Het arrest leidt tot een budgettaire derving die relevant is voor het lastenkader.
De structurele budgettaire derving wordt geraamd op € 145 mln per jaar. De incidentele
derving die is gemoeid met het compenseren van de massaalbezwaarmakers wordt geraamd
op € 119 mln, en valt in het jaar 2026.
Hieronder volgt een gedetailleerdere weergave van de structurele derving.
Tabel 1: budgettaire gevolgen arrest Hoge Raad belastingrente vennootschapsbelasting
in miljoenen euro (+ is saldoverbeterend)
2026
2027
2028
2029
2030
Struc.
Onverbindendverklaring verhoogd percentage belastingrente
– 264
– 145
– 145
– 145
– 145
– 145
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen
Ondertekenaars
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën