Brief regering : Reactie signalering WKR 'bossen en bodems in zwaar weer'
33 576 Natuurbeleid
30 015
Bodembeleid
Nr. 475
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
In de procedurevergadering van 26 november 2025 heeft de vaste commissie voor Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloten graag een reactie te ontvangen op de
signalering van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) «Bossen en bodems in zwaar
weer». Met deze brief reageren wij op dit verzoek.
De publicatie van de WKR is geen officieel advies met aanbevelingen voor beleid, maar
is een signalering over de toenemende druk op bossen en bodems. In deze brief gaan
we eerst in op de drukfactoren van bossen en bodems en de gevolgen hiervan voor het
klimaatbeleid. Vervolgens gaan we in op de drie onderwerpen van hoofdstuk drie van
de signalering: 1) bos- en bodemherstel in Nederland, 2) de Nederlandse bijdrage aan
de bescherming van bossen en bodems wereldwijd, én 3) het combineren van het beleid
van klimaat en biodiversiteit.
Drukfactoren en gevolgen voor klimaatbeleid
Bossen en bodems hebben een grote invloed op onze leefomgeving. Ze bieden verkoeling,
houden water vast, herbergen een rijke biodiversiteit en slaan CO2 op. De WKR stelt in de signalering dat uit recente wetenschappelijke inzichten blijkt
dat systematische en toenemende druk door menselijk handelen en klimaatverandering
de vastlegging van koolstof door bossen en bodems en hun weerbaarheid verkleint. Deze
druk heeft gevolgen voor het klimaatmitigatiebeleid, in het bijzonder het beleid dat
inzet op het vastleggen van koolstof en dat uitgaat van de beschikbaarheid van duurzame
biomassa, en het klimaatadaptatiebeleid. Het zal moeilijker worden om het internationale
klimaatdoel van 1,5 graad en de EU LULUCF doelen voor de EU als geheel en voor Nederland
te halen. De beschikbaarheid van duurzame biomassa wordt onzekerder, waardoor ook
de haalbaarheid van beleid dat hierop gestoeld is meer onzeker wordt. Het klimaatadaptatiebeleid
gaat uit van gezonde bossen en bodems, maar door de toenemende druk kunnen zij deze
adaptatiediensten niet of minder goed leveren.
Het demissionaire kabinet deelt het belang van bossen en bodems voor onze maatschappij
wereldwijd en in Nederland in zowel het kader van gezonde landbouwbodems, de klimaatopgave
en de biodiversiteitopgave. Om te zorgen dat de klimaat en natuuropgave niet groter
worden, deelt het demissionaire kabinet het belang om bossen en bodems adequaat te
beschermen.
Bos- en bodemherstel in Nederland
De WKR stelt dat druk op Nederlandse bossen en bodems deels samenhangt met de omvang
en intensiteit van de landbouw. Hieruit volgt dat keuzes over de ruimtelijke inrichting
en over structuuraanpassingen in de landbouw kunnen helpen om bossen en bodems te
beschermen. Ten aanzien van ruimtelijke keuzes heeft het demissionaire kabinet in
september de Ontwerp-Nota Ruimte gepresenteerd met daarin de nationale richtingen
en keuzes voor de leefomgeving van Nederland tot 2050 en een doorkijk naar 2100. Landbouw
en Natuur en Water en Bodem zijn twee van de vier grote thema’s. De definitieve Nota
Ruimte wordt in 2026 vastgesteld.
Ten aanzien van structuuraanpassingen in de landbouw noemt de WKR het verweven van
landbouw en natuur, extensiever beheer en duurzame landbouw. Het demissionaire kabinet
heeft in juli met de Uitwerking contourenbrief Agrarisch Natuurbeheer de inzet op
Agrarisch Natuurbeheer bekend gemaakt. Hiervoor is in de voorjaarsnota € 200 miljoen
per jaar aan structurele middelen toegekend. Met Agrarisch Natuurbeheer wil het demissionaire
kabinet agrarische ondernemers stimuleren om op vrijwillige basis een bijdrage te
leveren aan de Europese wettelijke doelstellingen voor natuur, water en klimaat. De
aanpak is gericht op gebieden waar vanuit de landbouw aanvullende inspanningen nodig
zijn om wettelijke doelen te halen, zoals de Nederlandse veenweidegebieden, in en
rondom Natura 2000-gebieden, in grondwaterbeschermingsgebieden en brede beekdalen.
Naast het Agrarisch Natuurbeheer werken Rijk en provincies samen aan bosaanleg en
herstel in het kader van de Landelijke Bossenstrategie. Binnen het kennisprogramma
Klimaatslim Bos en Natuurbeheer wordt onderzoek gedaan naar maatregelen om het bestaande
bos vitaal te houden door onder andere hydrologisch herstel en aanplant van klimaatbestendige
soorten.
In de signalering constateert de WKR dat natuurbranden zowel direct als indirect bijdragen
aan het verlies van vastgelegde koolstof en een afname van koolstofvastlegging. Dit
is zorgwekkend omdat het aantal natuurbranden in Europa steeds extremer wordt en de
verwachting is dat natuurbranden ook in Nederland steeds meer een uitdaging gaan vormen.
De toename van natuurbranden heeft naast klimaatverandering ook andere oorzaken zoals
recreatiedruk, verstedelijking en brandgevaarlijke monotone bossen. Er wordt door
het demissionaire kabinet dan ook actief ingezet op het voorkomen en beperken van
natuurbranden. Daarbij wordt er onder andere gewerkt aan het bevorderen van kennis
en bewustwording over de risico’s van natuurbrand, het verlagen van de kans op het
ontstaan van een natuurbrand en het proactief verminderen van de potentiële impact
van een natuurbrand. Dit is niet alleen belangrijk voor de bescherming van de fysieke
leefomgeving en de gezondheid en veiligheid van mensen en dieren, maar ook belangrijk
voor de netto-positieve opslag van koolstof in de natuur.
De WKR benadrukt dat vooral veenbodems, historisch gezien de snelst slinkende koolstofvoorraad
in Nederland, onder druk staan. Lage waterstanden zorgen voor oxidatie, afbraak van
veen, bodemdaling en emissies van broeikasgassen. Met het nationaal, interbestuurlijk
programma veenweide, werken overheden, private en maatschappelijke partijen samen
om uitvoering te geven aan de gemaakte afspraken uit het Klimaatakkoord. De gezamenlijke
inzet is erop gericht om veenafbraak door ontwatering zoveel mogelijk tegen te gaan
en tegelijkertijd toekomstperspectief te blijven bieden aan melkveehouderij in de
veenweidegebieden. Bij de aanpak worden andere gebiedsopgaven, waaronder ook opgaven
voor biodiversiteit, betrokken om tot maatregelen te komen die meerdere doelen dienen,
daarmee kosteneffectief zijn en bijdragen aan het gewenste toekomstperspectief van
agrarische bedrijven.
In het Nationaal Programma Landbouwbodems (NPL) werkt het demissionaire kabinet samen
met boerenorganisaties, onderzoekers en adviseurs, ketenpartijen (zoals leveranciers,
voedselverwerkers en financiers) en regionale overheden aan duurzaam beheer van landbouwbodems.
Dit betekent dat de bodem op lange termijn gezond en vruchtbaar blijft, zonder dat
dit ten koste gaat van het milieu. Het doel van het NPL is dat in 2030 alle landbouwbodems
in Nederland duurzaam worden beheerd en vanaf 2030 jaarlijks 0,5 megaton extra CO2 in minerale bodems wordt opgeslagen, conform de afspraken uit het Klimaatakkoord.
Nederlandse bijdrage aan de bescherming van bossen en bodems wereldwijd
De WKR stelt dat de Nederland, via zijn omvangrijke import, substantieel bijdraagt
aan de druk op bossen en bodems wereldwijd. De WKR benadrukt dat bestaande EU-regelgeving
zoals de Europese Ontbossingsverordening (EUDR), de herziene Renewable Energy Directive
(RED III) en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) belangrijke
stappen zet om de druk op bossen en bodems te verminderen. De WKR benoemt dat huidige
regels vooral gericht zijn om hoe er wordt geproduceerd en niet de totale consumptie
begrenzen terwijl het verminderen van de vraag naar biomassa, en het prioriteren van
hoogwaardige toepassingen, de meest zekere manier is om de druk op bossen en bodems
wereldwijd te verminderen. De WKR stelt dat door de totale vraag naar en duurzame
beschikbaarheid van biomassa in kaart te brengen knelpunten tussen de consumptie en
ecologische grenzen kunnen worden opgelost. Een eerste aanzet hiervoor wordt gemaakt
in de nationale biogrondstoffenstrategie. Deze strategie is toegezegd in het Regeerprogramma
en wordt momenteel uitgewerkt onder leiding van het Ministerie van LVVN.
Het demissionaire kabinet onderschrijft het belang van het beschermen van bossen en
bodems wereldwijd. Het demissionaire kabinet blijft zich inzetten voor internationale
samenwerking om ontbossing en bodemdegradatie wereldwijd tegen te gaan onder andere
door duurzame productiepraktijken in producerende landen te ondersteunen en transparantie
in ketens te bevorderen.
Beleid voor klimaat en biodiversiteit combineren
De WKR benoemt verder het belang om klimaat- en biodiversiteitsbeleid te combineren
vanwege de verwevenheid van de klimaat- en biodiversiteitscrises in zowel de oorzaken
als oplossingen. Veel maatregelen om biodiversiteit te beschermen kunnen bijdragen
aan klimaatmitigatie en -adaptatie. Het demissionaire kabinet onderstreept dit belang.
Behoud, herstel en het vergroten van natuurlijke koolstofreservoirs, zoals bossen,
kwelders en zeegrassen, is dan ook essentieel voor het tegengaan van klimaatverandering.
Het is wenselijk om verdere integratie en synergiën tussen klimaat en natuur te benutten
en tot instrumentarium te komen dat gericht aan beide doelen bijdraagt voor bos, bomen
en natuur.
Het is van belang om actief te zoeken naar natuurinclusieve oplossingen (Nature Based
Solutions – NBS). Nederland gaat voorzichtig om met koolstofvastlegging in natuur.
Bij de inzet van NBS zal de vastlegging van koolstof voorlopig niet leidend zijn.
In afwezigheid van zulke kaders kan koolstofvastlegging bij natuurherstel slechts
een nevendoel zijn, naast biodiversiteitsherstel en adaptatie. Ondertussen blijft
het belang van natuurherstel om andere redenen dan mitigatie onverminderd groot
De WKR stelt dat bossen en bodems bescherming nodig hebben in een warmer klimaat.
De Nationale Klimaatadaptatie Strategie (NAS) is een Rijksbrede strategie gericht
op het klimaatbestendiger maken van Nederland en het treffen van klimaatadaptieve
maatregelen in de vorm van natuurlijke oplossingen. Hiermee wordt zowel gewerkt aan
de klimaatmitigatie, -adaptatie en biodiversiteit opgaven voor de korte- en lange
termijn. Onder de volgend jaar te verschijnen NAS’26 valt het Actieprogramma Klimaatadaptatie
Landbouw en het Actieprogramma Klimaatadaptatie Natuur. Deze programma’s hebben als
doel om in 2030 Rijk, medeoverheden en terreinverantwoordelijken toegerust te hebben
om beter om te kunnen gaan met de grootste klimaatrisico’s voor de landbouw en natuur,
natuurlijke oplossingen in te zetten als adaptatie maatregel, en klimaatadaptatie
van en met natuur te integreren in beleid en uitvoering. Klimaatadaptatie is immers
geen doel op zich, maar een voorwaarde om staande natuurdoelen in de toekomst te behalen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur