Brief regering : Toetsingskader Risicoregelingen Rijksoverheid inzake herfinanciering op Curaçao
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 47
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) heeft in 2025 geconstateerd
dat Curaçao over onvoldoende middelen beschikt om de op 14 oktober 2025 aflopende
lening, ter waarde van XCG 140 miljoen (EUR 65,8 miljoen), af te lossen. Daarom adviseerde
het Cft om deze lening gedeeltelijk te herfinancieren. Het Cft merkt op dat indien
de lening niet gedeeltelijk wordt geherfinancierd, het risico bestaat dat Curaçao
niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
Daarom is in oktober 2025 een lineaire lening ter grootte van XCG 80 miljoen (EUR
37,6 miljoen) met een looptijd van 20 jaar aan Curaçao verstrekt. Het overige deel,
ter waarde van XCG 60 miljoen (EUR 28,2 miljoen), is door Curaçao afgelost.
Volgens het beleidskader risicoregelingen moet het Toetsingskader risicoregelingen
Rijksoverheid zo snel mogelijk na besluitvorming met de Eerste en Tweede Kamer worden
gedeeld. Dit is per abuis niet gebeurd. Om te voldoen aan het beleidskader, ontvangt
u hierbij alsnog het bij de lening behorende Toetsingskader risicoregelingen Rijksoverheid.
De herfinanciering is opgenomen in de Prinsjesdag Suppletoire Begroting 2025 van Koninkrijksrelaties
(begrotingshoofdstuk IV).
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van Marum
Indieners
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties