Brief regering : Fiche: Mededeling Battery Booster-strategie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4277 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 11 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Verordening en richtlijn op het gebied van Gezondheidsbiotechnologie (Kamerstuk
22 112, nr. 4268).
Fiche – Amendement Verordening medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor
in-vitro diagnostiek (Kamerstuk 22 112, nr. 4269).
Fiche – Mededeling EU-plan cardiovasculaire gezondheid (Kamerstuk 22 112, nr. 4270).
Fiche – Verduurzamen Zakelijke Voertuigen(Kamerstuk 22 112, nr. 4271).
Fiche – Automobiel Omnibus (Kamerstuk 22 112, nr. 4272).
Fiche – Verordening CO2-emissienormen en voertuiglabel voor personen- en bestelauto’s (Kamerstuk 22 112, nr. 4273).
Fiche – Mededeling Europees Plan voor Betaalbaar Wonen (Kamerstuk 22 112, nr. 4274).
Fiche – Mededeling Europese Strategie voor Woningbouw (Kamerstuk 22 112, nr. 4275).
Fiche – Wijziging verordening biologische productie en etikettering (Kamerstuk 22 112, nr. 4276).
Fiche – Mededeling Battery Booster Strategie.
Fiche – Milieuomnibus (Kamerstuk 22 112, nr. 4278).
De Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel
Fiche: Mededeling Battery Booster-strategie
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie «Batterij-booster»-strategie
b) Datum ontvangst Commissiedocument
16 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
C(2025) 8950
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52026XC00…»
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Concurrentievermogen
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken
2. Essentie voorstel
Op 16 december jl. publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de Automotive Package, een beleidspakket dat tot doel heeft de Europese auto-industrie te ondersteunen
bij de transitie naar zero-emissiemobiliteit. Een van de vijf onderdelen van dit pakket
is de mededeling Battery Booster Strategy (Batterij-stimuleringsstrategie).
Hiermee wil de Commissie de batterijwaardeketen van de Europese Unie (EU) – en in
het bijzonder die van de auto-industrie – stimuleren. Dit doet ze omdat de Europese
batterijindustrie van groot belang is voor het realiseren van de klimaatdoelen van
de EU en om economische veiligheid, energiezekerheid en defensiecapaciteiten te versterken.
De vraag naar batterijen in de EU zal naar verwachting de komende jaren sterk toenemen
als gevolg van de elektrificatie van de mobiliteitssector (automotive, luchtvaart
en maritieme sector), de toenemende vraag naar drones en de groeiende behoefte aan
batterijen voor energieopslag ter vermindering van netcongestie. In de EU is veel
geïnvesteerd in batterijen, maar vanwege overproductie in derde landen en een gebrek
aan een mondiaal gelijk speelveld kan de EU haar ambitie om een sterke batterijwaardeketen
in huis te hebben, nog niet waarmaken. Daarom komt de Commissie met een industriestrategie
die gestoeld is op de sterktes van de EU-lidstaten om de batterijwaardeketen verder
te ontwikkelen.
De strategie is gericht op de productie van batterijen, en bouwt voort op eerdere
initiatieven zoals de Batterijverordening (EU), het Actieplan voor de Europese auto-industrie
(Automotive Action Plan) en de Netto-nul-industrie-verordening.
De Batterij-stimuleringsstrategiebestaat uit zes pijlers. Allereerst de pijler over
de financiële steun voor opschaling van productie. Ten tweede, over de ontwikkeling
van een veerkrachtig upstream waardeketen. Ten derde over de zorgen voor een gelijk
speelveld en waardevolle investeringen. Ten vierde, over het stimuleren van vraag
naar in de EU geproduceerde batterijen. Ten vijfde, over de versterking van onderzoek,
innovatie en vaardigheden. Tenslotte, over de Europese coördinatie en governance.
Hieronder volgt een toelichting per pijler.
De eerste pijler ziet toe op de financiële steun voor opschaling van productie. De
Commissie stelt gerichte financiële ondersteuning voor om Europese batterijproducenten
te helpen in de kapitaalintensieve en risicovolle opschalingsfase. Kern hiervan is
de oprichting van de Battery Booster Facility, waarmee EUR 1,5 miljard euro uit het
Innovatiefonds beschikbaar komt in de vorm van renteloze, prestatiegebonden leningen.
Dit is bestemd voor de opschalingsfase van Europese batterijcelproducenten ten behoeve
van elektrische voertuigen. Daarnaast benadrukt de Commissie dat de bestaande staatssteunkaders,
waaronder het Clean Industrial State Aid Framework, ruimte bieden voor nationale steunmaatregelen en nodigt zij lidstaten uit deze mogelijkheden
actief te benutten.
De tweede pijler ziet toe op de ontwikkeling van een veerkrachtige upstream waardeketen.
De Commissie wil de afhankelijkheid van import van kritieke grondstoffen uit derde
landen verminderen door winning, verwerking en recycling binnen de EU te stimuleren.
Daartoe zet zij onder meer in op het RESourceEU Action Plan, dat gericht is op het
versnellen van investeringen in de waardeketen van kritieke grondstoffen. Daarnaast
worden strategische projecten ondersteund in het kader van de verordening inzake kritieke
grondstoffen voor Europa (Critical Raw Materials Act), wordt extra financiële steun (EUR 300 miljoen) beschikbaar gesteld voor grondstoffenprojecten
en worden maatregelen genomen om batterijrecycling in Europa te versterken, waaronder
beperkingen op de export van batterijafval en zwarte massa («black mass»).
De derde pijler ziet toe op een gelijk speelveld en waardevolle investeringen. De
Commissie kondigt aan strengere eisen te willen stellen aan investeringen uit derde
landen in de batterijsector, zodat deze meerwaarde opleveren voor Europa als geheel,
door bij te dragen aan kennisopbouw, innovatie, werkgelegenheid en de versterking
van Europese waardeketens. Projecten in strategische segmenten van de waardeketen
kunnen daarbij worden onderworpen aan voorwaarden op het gebied van bestuur en toezicht,
de mate van zeggenschap van niet-EU-investeerders, ongewenste technologieoverdracht,
onderzoek en ontwikkeling en personeelsontwikkeling. Daarnaast geeft de Commissie
aan haar instrumentarium op grond van de verordening buitenlandse subsidies actief
in te blijven inzetten om een gelijk speelveld op de interne markt te waarborgen.
De vierde pijler ziet toe op het stimuleren van vraag naar in de EU geproduceerde
batterijen. Om de afzetmarkt te versterken, wil de Commissie EU-inhoudsvereisten introduceren
voor in de EU geproduceerde batterijen en batterijcomponenten bij publieke steun en
aanbestedingen, met inachtneming van internationale verplichtingen. Hiermee beoogt
zij zowel de benutting van bestaande productiecapaciteit te vergroten als investeringen
in de Europese batterijsector te stimuleren en de weerbaarheid van de waardeketen
te versterken.
De vijfde pijler ziet toe op de versterking van onderzoek, innovatie en vaardigheden.
De Commissie zet in op verdere ondersteuning van onderzoek en innovatie via onder
meer Horizon Europe en het Batt4EU-partnerschap, met aandacht voor nieuwe batterijtechnologieën,
recycling, kostprijsverlaging en productieprocessen. Daarnaast wordt ingezet op scholing,
bij- en omscholing om te voorzien in de groeiende behoefte aan gekwalificeerd personeel
in de batterijsector.
Als onderdeel van de zesde pijler, Europese coördinatie en governance, introduceert
de Commissie een Coördinatie-instrument voor Concurrentievermogen (Competitiveness Coordination Tool; CCT) als pilot voor de batterijsector. Dit instrument moet zorgen voor betere afstemming
tussen EU- en nationale maatregelen, financiering en vraaginstrumenten, met als doel
de effectiviteit en samenhang van het beleid te vergroten.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet zet met gericht industriebeleid1 en de Nationale Technologiestrategie2 (NTS) in op het versterken van het verdienvermogen en het vergroten van de economische
veiligheid en weerbaarheid. Onze inzet op batterijen vloeit hieruit voort, aangezien
batterijen een belangrijke bijdrage leveren aan het verdienvermogen, de economische
veiligheid en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen, in het bijzonder de
energietransitie en netcongestie. Mede daarom zijn batterijen aangemerkt als groeimarkt
in het Groeimarktenrapport.3
Het kabinet stimuleert de Nederlandse batterijwaardeketen op een strategische wijze.
Het kabinet richt zich op het versterken van de Nederlandse en Europese positie op
strategische schakels in de waardeketen, om afhankelijkheden evenwichtiger en meer
wederzijds te maken.
Dit is gedefinieerd in de Actieagenda Batterijsystemen,4 waarover de Kamer jaarlijks5 wordt geïnformeerd. Deze actieagenda wordt dit jaar herijkt. Er wordt onder meer
strategisch ingezet op de volgende generatie batterijen en batterijcomponenten. Het
op grote schaal produceren van batterijcellen – zoals in zogenoemde «gigafabrieken» –
is op dit moment geen ambitie van het kabinet.
Wel zet het kabinet in op het organiseren van de gehele batterijwaardeketen binnen
de EU, inclusief gigafabrieken, waarbij Nederland vanuit zijn sterke punten bijdraagt.
In dat kader zet het kabinet zich in voor het verbeteren van de randvoorwaarden en
het stimuleren van de vraagzijde in strategische sectoren, zoals ook is vastgelegd
in de kabinetsvisie EU-concurrentievermogen.6
Voor de stimulering van de Nederlandse batterij-industrie en de versterking van het
batterij-ecosysteem trekt het kabinet onder meer EUR 291 miljoen uit het Nationaal
Groeifonds uit voor het programma Material Independence & Circular Batteries. Dit programma richt zich op innovatie en opschaling, met als primair doel het versterken
van duurzaam verdienvermogen. In het rapport De route naar toekomstige welvaart (het zogeheten Rapport-Wennink7) worden twee grootschalige opschalingsinitiatieven op het gebied van batterijen aanbevolen.
Daarnaast identificeert dit rapport diverse randvoorwaarden die noodzakelijk zijn
voor de realisatie van deze initiatieven, waaronder – naast financiering – regelgeving,
vergunningverlening, elektriciteitskosten en netcongestie.
Voor een gezonde batterij-industrie is de leveringszekerheid van grondstoffen van
cruciaal belang. Het kabinet zet zich daarom in op vijf handelingsperspectieven uit
de Nationale Grondstoffenstrategie8 en het Nationaal Programma Circulaire Economie, die nauw samenhangen met de Critical Raw Materials Act en het RESourceEU Action Plan van de Commissie.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet erkent het belang van een voldoende beschikbaarheid van batterijen voor
de Nederlandse samenleving, evenals de kansen die dit biedt voor het verdienvermogen
en de energietransitie. Het kabinet staat daarom in algemene zin positief tegenover
de mededeling Batterij-stimuleringsstrategieen de aandacht die de Commissie aan dit
onderwerp besteedt. Naast het hierboven geschetste kernpunt heeft het kabinet nog
enkele aanvullende opmerkingen en aandachtspunten.
Het kabinet ziet als belangrijkste aandachtspunt dat de Batterij-stimuleringsstrategieonvoldoende
inzet op de opschaling van innovatieve batterijtechnologie. De mededeling lijkt zich
momenteel vooral te richten op het versneld opschalen van bestaande batterijtechnologie
voor de auto-industrie. Dit is van groot belang, maar brengt ook een aanzienlijk risico
met zich mee: Europa dreigt te concurreren op grootschalige, relatief laagwaardige
productie, waarin andere regio’s structureel sterker zijn. De ervaringen met het bedrijf
Northvolt laten zien dat deze route kwetsbaar is. De enige manier waarop de Europese
batterij-industrie duurzaam concurrerend kan zijn, is door batterijen te produceren
die technologisch superieur zijn aan die van internationale concurrenten.
Het kabinet ziet een robuuster en strategisch sterker groeipad in een tweesporenbeleid
van de Commissie. Dit houdt enerzijds in dat op korte termijn wordt ingezet op het
naar de EU halen van gigafabrieken voor batterijproductie, zodat een substantieel
deel van de productiecapaciteit in Europa wordt verankerd. Anderzijds is het van belang
om parallel hieraan te investeren in de ontwikkeling van innovatieve batterijtechnologie,
zodat deze op termijn kan worden geïmplementeerd in Europese fabrieken.
De opschaling van innovatieve batterijtechnologie volgt een ander groeipad, waarbij
opschaling het meest effectief kan beginnen in kleinere, gespecialiseerde markten
zoals defensie en consumentenelektronica. In deze markten is ruimte om technologie
te valideren en productie stapsgewijs op te schalen. Een bijkomend voordeel is dat
de benodigde investeringsvolumes aanzienlijk lager zijn dan bij directe opschaling
naar grootschalige productie voor de auto-industrie. Vanuit deze positie kan vervolgens
worden doorgegroeid naar grootschalige toepassingen, waaronder automotive.
De aanwezigheid van zogenoemde gigafabrieken in Europa is daarbij van cruciaal belang,
omdat nieuwe technologieën daar daadwerkelijk kunnen worden geïntegreerd. Deze aanpak
biedt betere kansen om technologisch onderscheidend vermogen en strategische schakels
in Europa op te bouwen en is daarmee ook op de lange termijn gunstiger voor de Europese
auto-industrie. Juist deze innovatieve bedrijven ervaren momenteel echter grote financieringsknelpunten,
terwijl zij het grootste strategische en economische potentieel vertegenwoordigen.
Ten aanzien van pijler I ondersteunt het kabinet de inzet van de Commissie om ook
via financiële instrumenten de opschaling van batterijproductie in Europa te stimuleren.
Daarbij merkt het kabinet op dat de investeringsomvang van batterijcelfabrieken, zoals
die in Azië en Noord-Amerika, vaak in de orde van meerdere miljarden euro’s ligt.
In dat licht kan de Battery Booster Facility van EUR 1,5 miljard aan rentevrije leningen een beperkte impact hebben.
Het kabinet acht het wenselijk dat publieke steun aan grootschalige batterijproductiefaciliteiten
in de EU waar mogelijk ook leidt tot kennisdeling binnen de Europese batterijsector.
Daarmee kan publieke financiering niet alleen productiecapaciteit ondersteunen, maar
tevens bijdragen aan het versterken van het bredere Europese innovatie-ecosysteem.
Daarnaast is het kabinet van mening dat de middelen binnen de Battery Booster Facility breder inzetbaar zouden moeten zijn, zodat ook de opschaling van innovatieve batterijen
voor andere toepassingen dan elektrische voertuigen, zoals consumentenelektronica
en drones, kan worden ondersteund. Deze technologieën kunnen zich vervolgens doorontwikkelen
tot toepassingen voor de auto-industrie.
Volgens de ETS-richtlijn, die de juridische basis vormt voor het Innovatiefonds, zijn
middelen uit dit fonds bedoeld voor technologieën die innovatief zijn en nog niet
commercieel levensvatbaar zijn.
Het kabinet is van oordeel dat de opschaling van innovatieve batterijtechnologieën
beter binnen deze definitie past dan het opzetten van bestaande technologieën in Europa
die elders, met name in Azië, al commercieel zijn bewezen.
Bovendien kan voor deze toepassingen met relatief beperkte financiële middelen een
grotere impact worden gerealiseerd. Hoewel de Commissie binnen het Innovatiefonds
de ruimte heeft om zelfstandig keuzes te maken, acht het kabinet het wenselijk dat
ook deze toepassingen expliciet worden meegenomen in de afwegingen.
Het kabinet herkent de in Pijler II (ontwikkeling van een veerkrachtige upstream waardeketen) geschetste situatie, en verwelkomt de aangekondigde acties van de Commissie. Het
kabinet waardeert het streven van de Commissie om op korte termijn minimaal EUR 3
miljard aan financiering te katalyseren binnen de begrenzingen van het huidige Meerjarig
Financieel Kader, zoals aangekondigd in het RESourceEU actieplan. Dit actieplan wordt
verder beoordeeld in het BNC-fiche Mededeling RESourceEU Actieplan.9
Het kabinet erkent het belang van de opbouw van EU-capaciteiten op kritieke technologieën
en sectoren. Tegelijkertijd blijft het realiseren van internationaal weerbare en betrouwbare
waardeketens met partnerlanden essentieel voor het verminderen van kwetsbaarheden
en het waarborgen van economische veiligheid. Daarbij blijft het kabinet ook inzetten
op een zo groot mogelijke beperking van de mogelijke negatieve impact van EU-maatregelen
op partnerlanden.
Het kabinet onderschrijft het onder pijler III beschreven belang van het behoud en
de versterking van een gelijk speelveld op de interne markt van de EU en in mondiale
waardeketens. De huidige internationale economische en geopolitieke context, waarin
Europese batterijproducenten worden geconfronteerd met oneerlijke concurrentie en
actieve industriepolitiek vanuit derde landen, vraagt om een actievere en meer strategische
inzet op EU-niveau en waar nodig passende inzet van het EU-handelsinstrumentarium
zoals de Verordening Buitenlandse Subsidies door de Commissie.
Het kabinet steunt de inzet van de Commissie om binnen Pijler III te borgen dat investeringen
in de Europese batterijsector daadwerkelijk bijdragen aan de versterking van de Europese
waardeketen. Het is van belang dat investeringen vanuit derde landen gepaard gaan
met toegevoegde waarde voor de EU, onder meer door het mogelijk maken van verdere
ontwikkeling van technologie in de EU en het voorkomen en mitigeren van risicovolle
strategische afhankelijkheden. Het kabinet kijkt uit naar de verdere uitwerking en
concretisering van de aankondiging dat projecten mogelijk moeten gaan voldoen aan
aanvullende voorwaarden. Hoewel het kabinet als uitgangspunt hanteert dat er terughoudend
moet worden omgegaan met de inzet van het staatssteuninstrumentarium, ziet het kabinet
voor de batterijwaardeketen voldoende onderbouwing en urgentie om in dit geval passende
en beperkte nationale steun te kunnen bieden, op basis van de mogelijkheden die de
huidige staatssteunkaders bieden.
Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie om via Pijler IV de Europese batterijwaardeketen
te versterken. Deze inzet kan bijdragen aan het vergroten van de economische veiligheid
en concurrentiepositie van de EU en ondersteunt zowel de digitale als de groene transitie.
Het beter benutten van de schaal en voorspelbaarheid van de vraag naar batterijen
kan investeringszekerheid bieden, opschaling mogelijk maken en innovatie stimuleren
in strategische segmenten van de waardeketen. Daarmee wordt ook de strategische relevantie
van de EU in mondiale waardeketens en de economische veiligheid versterkt. Daarbij
hecht het kabinet eraan dat de focus ligt op toekomstige groeimarkten, zoals de volgende
generatie batterijen waarin Nederland en de EU strategische posities kunnen opbouwen.
Het kabinet kijkt verder uit naar de uitwerking in het aankomende EU-voorstel Industrial
Accelerator Act.10
Ten aanzien van de aangekondigde vereisten voor EU-inhoud erkent het kabinet dat dergelijke
maatregelen de vraag naar Europese batterijen en onderdelen daarvan kan stimuleren,
maar identificeert het kabinet ook nadelige effecten, zoals mogelijke prijsstijgingen,
lagere kwaliteit, hogere administratieve lasten en een negatieve impact op de betrekkingen
met (gelijkgezinde) handelspartners. Om tot een gedegen afweging te komen, zal het
kabinet de Commissie daarom om een gedegen onderbouwing voor de noodzaak van een eventuele
inzet van EU-inhoud vereisten verzoeken, vergezeld van een overzichtelijke weergave
van de verwachte voor- en nadelen, met in achtneming van de internationale verplichtingen
van de EU.
Tot slot merkt het kabinet op dat de vraag naar in de EU geproduceerde batterijen
ook kan worden gestimuleerd door het stellen van eisen aan batterijen. Nederland zet
in op de productie van batterijen die safe & sustainable by design zijn. Het aanscherpen van veiligheids- en recyclingvereisten voor gebruikte batterijen
kan – mits zorgvuldig en doelgericht toegepast – eveneens bijdragen aan het versterken
van de vraag naar in Europa geproduceerde batterijen.
De Commissie onderstreept in Pijler V: versterking van onderzoek, innovatie en vaardigheden het belang van onderzoek en innovatie in een ontwikkelend veld, en wil ecosysteemontwikkeling
gaan versnellen. Het initiatief tot oplijnen en defragmenteren van private en publieke
investeringen kan op de steun van het kabinet rekenen. Dit is belangrijk als we willen
zorgen dat de EU een rol speelt in elke schakel van de batterijwaardeketen. Omdat
het kabinet strategisch en gericht inzet op enkele onderdelen van de batterijwaardeketen,
is het belangrijk dat de Commissie het totaaloverzicht van de gehele keten behoudt.
Hoewel significante budgetten voor onderzoek en innovatie al in eerdere communicaties
en in het meerjarig financieel kader 2021–2027 zijn aangekondigd, is het cruciaal
voor de EU om voor te sorteren op de volgende generatie batterijtechnologieën. De
huidige generatie batterijen wordt gedomineerd door derde landen, maar juist voor
deze volgende generatie zijn de kaarten nog niet geschud. Het kabinet ziet innovatie
dan ook als belangrijke ingang tot toekomstig verdienvermogen.
Hoewel de mededeling neutraal is als het gaat om thema’s en technologieën, wil het
kabinet benadrukken dat batterij-innovatie breder moet zijn dan elektrische voertuigen.
Langdurige energieopslag, defensietoepassingen, hergebruik en tweede gebruik, duurzaamheid
en veiligheid moeten ook stevig worden verankerd in de R&D-programmering van de EU.
Ook ten aanzien van de aandacht voor vaardigheden en talent is het kabinet positief.
Het kabinet onderschrijft het belang van sterke STEM-vaardigheden voor het realiseren
van maatschappelijke en economische opgaven. In lijn met het staande kabinetsbeleid
richt de inzet zich op de versterking van groene en digitale vaardigheden, onder meer
via het Actieplan Groene en Digitale Banen naast ook de Nationale Technologiestrategie.
Daarnaast acht het kabinet het van groot belang om de deelname aan scholing onder
volwassenen te vergroten. Vooral de deelname aan praktijkgerichte scholing die nodig
is voor maatschappelijke opgaven als de energietransitie en die de krapte in maatschappelijk
cruciale sectoren tegengaat.
In Pijler VI: Europese coördinatie en governance kondigt de Commissie aan een pilot te starten voor de batterijsector met het nieuwe
Coördinatie-instrument voor Concurrentievermogen (CCT). Het kabinet is benieuwd naar
de uitwerking en uitkomsten daarvan, en juicht het initiatief toe. De activiteiten
van het CCT sluiten goed aan bij de activiteiten van het Battery Competence Cluster – The Netherlands (BCC-NL), de stichting die het Nederlandse batterijecosysteem organiseert en vertegenwoordigt.
In de conclusie meldt de Commissie nog dat de Commissie direct aan de slag gaat met
het opzetten van de Battery Booster Facility, zodat bedrijven al in het eerste kwartaal van 2026 hun voorstellen tot het gebruik
daarvan kunnen indienen. Het kabinet waardeert de snelheid van handelen van de Commissie,
omdat zij daarmee duidelijk maakt dat de urgentie van batterijen voor de Europese
economie, weerbaarheid en de energietransitie scherp in beeld is.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Over het algemeen bestaat onder de lidstaten consensus dat de batterijsector van groot
belang is voor de strategische autonomie van Europa. Dit leidt ertoe dat de EU-27
de druk voelt om maatregelen te nemen ter ondersteuning van deze sector. Over de wijze
waarop lopen de meningen echter uiteen. Zo verschillen lidstaten van inzicht over
het gebruik van een Europees voorkeursprincipe. Sommige landen zijn een uitgesproken
voorstander en weten dit onderwerp effectief op de EU-agenda te plaatsen. Andere lidstaten
zijn terughoudender, onder meer vanwege de hoge kosten en het mogelijk verstorende
effect op het open en gelijk speelveld. Tegelijkertijd leidt de toenemende druk op
de Europese industrie ertoe dat bij lidstaten het besef groeit dat een vorm van een
voorkeursprincipe mogelijk wenselijk kan zijn.
Daarnaast bestaat discussie over de reikwijdte van het voorstel. Lidstaten met een
grote auto-industrie hebben opgeroepen de focus te leggen op batterijen voor de automotive
sector. Nederland pleit daarentegen voor een verbreding van deze focus, bijvoorbeeld
naar next-generation batterijen voor onder meer drones. De verwachting is dat lidstaten
met zowel een grote auto-industrie als een sterke innovatieve batterijsector deze
oproep zullen steunen.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. In de mededeling worden voorstellen aangekondigd
die betrekking hebben op industrie-, mededingings- en interne marktbeleid en handelspolitiek.
Op het terrein van industrie is sprake van een ondersteunende bevoegdheid van de EU,
op grond van artikel 6, sub b VWEU. Op het gebied van de interne markt heeft de EU
een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU).
Op het gebied van de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de
interne markt nodig zijn, waar ook de staatssteunregels onder vallen, en de gemeenschappelijke
handelspolitiek is sprake van een exclusieve bevoegdheid van de EU, artikel 3, eerste
lid, onder b respectievelijk onder e VWEU.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de Europese
batterijsector te versterken. Gezien het grensoverschrijdende karakter van de batterijwaardeketen,
de internationale marktontwikkelingen en de gezamenlijke Europese belangen kan deze
doelstelling niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk op nationaal, regionaal
of lokaal niveau worden gerealiseerd. Een aanpak op EU-niveau is daarom gerechtvaardigd.
De aangekondigde maatregelen, investeringen en aanbevelingen hebben het potentieel
om het gelijke speelveld te versterken. Om deze redenen is optreden op EU-niveau gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling beoogt de Europese batterijsector
te ondersteunen en het EU-concurrentievermogen te versterken. Het voorgestelde optreden
is in beginsel geschikt om deze doelstelling te bereiken, aangezien de Commissie een
integrale en samenhangende visie presenteert op maatregelen, investeringen en aanbevelingen
voor de verdere ontwikkeling van de batterij-industrie.
Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de mededeling
zich enkel richt op duidelijk geïdentificeerde knelpunten in de Europese batterijwaardeketen
zoals de kapitaalintensieve opschalingsfase van productie, strategische afhankelijkheden
in de upstream keten en het ontbreken van voldoende voorspelbare vraag. Het kabinet
acht de voorgestelde maatregelen in beginsel proportioneel, mits de verdere uitwerking
doelgericht blijft en geen onnodige administratieve lasten voor bedrijven veroorzaakt.
d) Financiële gevolgen
De mededeling bevat geen aankondigingen van aanvullende uitgaven buiten de kaders
van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK). De Commissie verwijst voornamelijk
naar de inzet en herprioritering van reeds beschikbare middelen.
De aangekondigde mobilisatie van EUR 1,5 miljard uit het Innovatiefonds betreft middelen
waarover de Commissie binnen de bestaande kaders zelfstandig besluiten kan nemen.
Daarin zijn er geen directe financiële gevolgen voor de Nederlandse begroting voorzien.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling bevat op zichzelf geen direct bindende wet- of regelgeving en leidt
daarmee niet onmiddellijk tot extra regeldruk voor bedrijven of overheden. Eventuele
gevolgen voor de regeldruk zijn afhankelijk van de verdere uitwerking van de aangekondigde
maatregelen, met name waar het gaat om voorwaarden bij publieke steunmaatregelen,
aanbestedingen en eventuele Europese Lokale Inhoudsvereisten. Het kabinet benadrukt
het belang van een proportionele, doelgerichte en tijdelijke toepassing van dergelijke
instrumenten, zodat onnodige administratieve lasten en kostenstijgingen voor bedrijven
worden voorkomen.
De maatregelen uit de mededeling kunnen de EU-concurrentiekracht op het gebied van
batterijen vergroten, en daarmee het verdienvermogen, de economische veiligheid en
energietransitie bevorderen voor de EU. Opschaling en financiering daarvan zijn een
belangrijk knelpunt in de EU ten opzichte van Azië en Noord-Amerika, en daarom kunnen
de maatregelen uit de mededeling potentieel bijdragen aan een minder disproportioneel
afhankelijk Europa met een eigen, concurrerende batterijwaardeketen. De uiteindelijke
impact op de concurrentiekracht zal daarbij mede afhangen van de mate waarin de instrumenten
ruimte bieden voor innovatie en technologische differentiatie, waaronder de ontwikkeling
van volgende generatie batterijen.
Hoewel de voorgestelde maatregelen op termijn effect kunnen hebben op handelsrelaties
met landen die momenteel een dominante positie hebben in batterijproductie, is het
verstorende geopolitieke effect naar verwachting beperkt, mede gezien de omvangrijke
industriële steun die deze landen zelf toepassen. Per saldo verwacht het kabinet een
positief effect op de geopolitieke positie van de EU door het vergroten van de economische
weerbaarheid en leveringszekerheid.
De mededeling past binnen een bredere inzet van de EU op het versterken van het concurrentievermogen
en de open strategische autonomie van de EU. Door te investeren in een robuustere
batterijwaardeketen kan de afhankelijkheid van derde landen voor kritieke technologieën
en grondstoffen worden verminderd. Tegelijkertijd kunnen de aangekondigde EU-inhoud
vereisten de handelsbetrekkingen met derde landen mogelijk onder druk zetten. Dat
kan de reputatie van de EU als betrouwbare handelspartner schaden, bemoeilijkt mogelijk
onderhandelingen over handelsakkoorden en kan de EU inzet op handelsdiversificatie
ondermijnen. Het risico bestaat dat derde landen tegenmaatregelen treffen die de toegang
voor Europese bedrijven tot derde markten belemmeren of de toevoer van bijvoorbeeld
kritieke grondstoffen onder druk zetten. Bij de nadere uitwerking van de aangekondigde
plannen zal het kabinet zich er daarom voor inspannen dat eventuele handelsbelemmerende
effecten beperkt blijven.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken