Brief regering : Fiche: Mededeling Europees plan voor betaalbaar wonen
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4274
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 11 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Verordening en richtlijn op het gebied van Gezondheidsbiotechnologie (Kamerstuk
22 112, nr. 4268).
Fiche – Amendement Verordening medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor
in-vitro diagnostiek (Kamerstuk 22 112, nr. 4269).
Fiche – Mededeling EU-plan cardiovasculaire gezondheid (Kamerstuk 22 112, nr. 4270).
Fiche – Verduurzamen Zakelijke Voertuigen(Kamerstuk 22 112, nr. 4271).
Fiche – Automobiel Omnibus (Kamerstuk 22 112, nr. 4272).
Fiche – Verordening CO2-emissienormen en voertuiglabel voor personen- en bestelauto’s (Kamerstuk 22 112, nr. 4273).
Fiche – Mededeling Europees Plan voor Betaalbaar Wonen.
Fiche – Mededeling Europese Strategie voor Woningbouw (Kamerstuk 22 112, nr. 4275).
Fiche – Wijziging verordening biologische productie en etikettering (Kamerstuk 22 112, nr. 4276).
Fiche – Mededeling Battery Booster Strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4277).
Fiche – Milieuomnibus (Kamerstuk 22 112, nr. 4278).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: Mededeling Europees plan voor betaalbaar wonen
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Het Europees plan voor betaalbaar
wonen,
b) Datum ontvangst Commissiedocument
16 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025) 1025
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52025DC1025 – NL – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
2. Essentie voorstel
Op 16 december 2025 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) een pakket voor
betaalbaar wonen (Affordable Housing Package) gepubliceerd. Onderdeel van dit pakket zijn het Europees plan voor betaalbaar wonen
(European Affordable Housing Plan), de Europese strategie voor de woningbouw (European Strategy for Housing Construction), een voorstel voor een Raadsaanbeveling met betrekking tot het New European Bauhaus
en een herzien Vrijstellingsbesluit voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB).
Het BNC-fiche voor de Europese strategie voor de woningbouw wordt gelijktijdig met
dit fiche naar de Kamer verzonden. De aanbeveling over het New European Bauhaus bevat
geen nieuw beleid en is daarom niet beoordeeld. De kabinetsinzet blijft ongewijzigd
ten opzichte van het eerdere BNC-fiche.1 Voor het besluit over de herziening van staatssteunregels op gebied van DAEB is geen
BNC-fiche opgesteld, omdat de Commissie zelfstandig bevoegd is om passende richtlijnen
of besluiten tot de lidstaten te richten ten aanzien van DAEB, en deze dus geen onderwerp
van Raadsbehandeling zijn.
De voorliggende mededeling behelst het Europees plan voor betaalbaar wonen. In het
plan stelt de Commissie een reeks acties voor om het woningaanbod te vergroten, investeringen
en hervormingen te stimuleren en steun te bieden aan mensen en regio’s die het zwaarst
getroffen worden door de wooncrisis. De EU moet een sterkere rol spelen bij het ondersteunen,
coördineren en versterken van nationale, regionale en lokale inspanningen, zonder
deze te vervangen. Huisvesting blijft op de eerste plaats een bevoegdheid van lidstaten,
regio’s en steden.2 Het plan berust op vier strategische pijlers waarbinnen in totaal tien acties worden
voorgesteld.
De eerste pijler richt zich op het stimuleren van aanbod. Er moeten meer woningen
komen om aan de vraag tegemoet te komen. Met een Europese strategie voor de woningbouw
wil de Commissie de productiviteit van de bouwsector vergroten.3 Daarnaast zal de Commissie inventariseren welke EU-regelgeving ruimte biedt voor
vereenvoudiging, om de administratieve lasten in de bouwsector te verminderen. Betaalbaarheid
moet hand in hand gaan met duurzaamheid en kwaliteit. Daarom zet de Commissie in op
het versnellen van renovatie om energiekosten voor huishoudens terug te dringen.
De tweede pijler betreft het mobiliseren van investeringen. Meer investeringen zijn
nodig om het woningaanbod te vergroten. Onder het volgende Meerjarig Financieel Kader
(MFK) heeft de Commissie voorgesteld om investeringen in huisvesting mogelijk te maken
binnen de landenenveloppen in de nieuwe Nationale en Regionale Partnerschapsplannen.4 Daarnaast stelt de Commissie voor om samen met de Europese Investeringsbank (EIB)
een pan-Europees investeringsplatform betaalbare en duurzame huisvesting op te zetten.
Tenslotte heeft de Commissie de staatssteunregels voor DAEB herzien. Het nieuwe DAEB-Vrijstellingsbesluit 2025/2630 biedt onder meer nieuwe mogelijkheden voor steunverlening voor sociale
huisvesting en betaalbare huisvesting, zonder dat steunverlenende overheden een langdurige
meldingsprocedure bij de Commissie hoeven te doorlopen. Daarnaast vermindert het nieuwe
DAEB-Vrijstellingsbesluit de administratieve lasten voor woningcorporaties omdat de
driejaarlijkse controle op overcompensatie in de praktijk vervalt. Voor de rijksoverheid
en decentrale overheden vervalt de tweejaarlijkse DAEB-rapportage en wordt deze vervangen
door een publicatieverplichting van DAEB’s vanaf 2028.
De derde pijler ziet toe op het mogelijk maken van directe steun aan gebieden waar
de woningmarkt onder acute druk staat en tegelijk op het aanjagen van hervormingen.
In bepaalde wijken, steden en toeristische gebieden zorgt kortetermijnverhuur in combinatie
met speculatie met woonvastgoed voor een nog groter tekort aan betaalbare woningen.
De Commissie wil deze gebieden ondersteunen met wetgevende en niet-wetgevende maatregelen
om voor meer betaalbare huisvesting te zorgen.
Zo kondigt de Commissie wetgeving aan die overheden moet helpen om gebieden met een
overspannen woningmarkt in kaart te brengen en betaalbare huisvesting te bevorderen
door het vereenvoudigen van administratieve procedures zoals planning en vergunningverlening.
Onderdeel van deze Affordable Housing Act is een nieuw wetgevingsinitiatief over kortetermijnverhuur. Daarnaast is er een voorstel
om speculatie op de woningmarkt beter inzichtelijk te maken en transparantie in de
vastgoedmarkt te bevorderen. Verder zal de Commissie lidstaten via het Europees Semester
stimuleren om structurele hervormingen van de nationale woningmarkten door te voeren.
De vierde pijler richt zich op het beschermen van de meest kwetsbare groepen op de
woningmarkt. Jongeren worden onevenredig hard geraakt door de stijgende woonlasten
en beperkte toegang tot betaalbare huisvesting. Om jongeren op de woningmarkt te helpen
zet de Commissie in op meer Europese investeringen in studentenhuisvesting. Het tegengaan
van dak- en thuisloosheid vraagt zowel woon- als armoedegerichte oplossingen. Daarom
zal deze aanpak grotendeels samengaan met de aangekondigde EU-strategie tegen armoede,
die in het eerste kwartaal van 2026 verwacht wordt. Ook wil de Commissie investeringen
in sociale huisvesting en «wonen eerst» oplossingen stimuleren.5 Tenslotte wil de Commissie energiearmoede bestrijden en helpen voorkomen dat mensen
worden afgesloten van energie, als onderdeel van het aangekondigde Energiepakket voor
burgers.
3. Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het terugdringen van het woningtekort is prioriteit van het kabinet. Om dit tekort
terug te dringen, is het woningbouwbeleid, zoals uiteengezet in het Regeerprogramma
van het kabinet Schoof, erop gericht jaarlijks 100.000 woningen toe te voegen. Naast
nieuwbouw wordt daarbij actief ingezet op het beter benutten van de bestaande voorraad
via transformatie, optoppen en splitsen. Twee derde van alle nieuwe woningen moet
bovendien betaalbaar zijn voor mensen met een laag of middeninkomen, 30% moeten sociale
huurwoningen zijn.
In 2026 is de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting
en de onderliggende regelgeving.6 Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat overheden weer kunnen sturen op hoeveel, waar en
voor wie zij gaan bouwen. De wet moet leiden tot voldoende betaalbare woningen en
versnellen van besluitvorming daarover. Ook maakt het kabinet werk van een toekomstbestendige
woningvoorraad door sterk in te zetten op verduurzaming en het aanpakken van funderingsproblematiek.
Om sneller en betaalbaarder te kunnen bouwen, zet het kabinet in op het verminderen
en vereenvoudigen van regelgeving, en het beter benutten van bestaande ruimte in wet-
en regelgeving. In 2024 is hiervoor het programma STOER gestart. Het kabinet heeft
in het najaar van 2025 uiteengezet hoe opvolging zal worden gegeven aan de adviezen
in het eindrapport.7 In Europees verband heeft het kabinet aandacht gevraagd voor de vertragende en kostenverhogende
effecten van Europese wet- en regelgeving op de woningbouw.8
Voor het realiseren van 100.000 woningen per jaar zijn zowel publieke als private
investeringen nodig. Daarom zet het kabinet in op het vergroten van deze investeringen
in de volkshuisvesting. Zo zijn er middelen vrijgemaakt voor subsidieregelingen om
de bouw van betaalbare woningen financieel haalbaar te maken en voor de financiering
van de infrastructuur voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen, zoals de Realisatiestimulans
en de Woningbouwimpuls. Ook zet het kabinet in op het verbeteren van financieringsmogelijkheden
voor specifieke doelgroepen, zoals starters.9 Voor het aantrekken van private investeringen heeft het kabinet verschillende maatregelen
genomen om het investeringsklimaat te verbeteren, zoals het verhogen van de maximale
renteaftrek in de vennootschapsbelasting en het verlagen van de overdrachtsbelasting
voor woningen per 1 januari 2026 van 10,4% naar 8%.
In Nederland kunnen gemeenten op basis van de Wet toeristische verhuur van woonruimte
instrumenten inzetten om een evenwichtige verhouding tussen wonen en toerisme te bevorderen,
waaronder een eenmalige registratieverplichting. In de wet zijn ook verplichtingen
opgenomen voor platforms. Daarnaast werkt het kabinet aan de implementatie van de
reeds bestaande Europese verordening korte-termijnverhuur en datadeelplicht.10 Gemeenten hebben mogelijkheden om lokaal een opkoopbescherming in te voeren, of een
zelfbewoningsplicht of anti-speculatie te bedingen bij woningen in eigenbezit of nieuwbouw.
Verder kunnen gemeenten sturen op de bouw van betaalbare woningen door inzet van publiekrechtelijke
en privaatrechtelijke instrumenten. Tot slot hebben gemeenten mogelijkheden om leegstand
tegen te gaan op basis van de Leegstandswet. Aanvullend werkt het kabinet aan een
wetsvoorstel om de Leegstandwet verder aan te scherpen. In Nederland houdt het Kadaster
vastgoedtransacties en eigendomsgegevens omtrent de woningmarkt bij. Als consument
kun je deze informatie tegen een vergoeding opvragen.
Met het programma «Een thuis voor iedereen» werkt het kabinet aan voldoende betaalbare
woningen voor alle aandachtsgroepen, met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding.
Bijvoorbeeld dak- en thuisloze mensen, mensen met een sociale of medische urgentie
en statushouders. Ook zijn er groepen die minder of geen behoefte hebben aan zorg
en ondersteuning maar wel specifieke woonwensen hebben, zoals arbeidsmigranten, woonwagenbewoners
en studenten. Afspraken over aantallen en typen woningen voor doelgroepen worden onder
vastgelegd in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Het Landelijk Actieplan
Studentenhuisvesting heeft als doel het tekort aan studentenwoningen te verminderen
door in de periode 2022 t/m 2030 60.000 betaalbare studentenwoningen te realiseren.
Het kabinetsbeleid ten aanzien van dakloosheid is vastgelegd in het Nationaal Actieplan
Dakloosheid (2022). Op 17 december 2025 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang.11 Ook is er een Nationaal Programma Armoede en Schulden (2025), met tientallen acties
om geldzorgen, armoede en schulden te voorkomen en aan te pakken.12 Verhuurders, energiebedrijven en andere vastelastenpartners zijn in Nederland verplicht
om sociaal te incasseren en betalingsachterstanden vroegtijdig te melden bij de gemeente.
Het kabinet heeft daarnaast aandacht voor het betaalbaar houden van energiekosten
voor gezinnen met weinig geld.13 Huur- en huurprijsbescherming is tenslotte wettelijk geregeld in de huurregelgeving.
Daarbij wordt onder meer het eigendomsrecht van de eigenaar van een woning beperkt.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet was in eerste instantie gereserveerd over een Europese aanpak op huisvesting,
aangezien dit een competentie van de lidstaten is. De Commissie heeft echter een strategie
opgesteld die het kabinet waardevol vindt, waarbij rekening wordt gehouden met de
respectievelijke verantwoordelijkheden van de Commissie en van de lidstaten.
Het kabinet verwelkomt het Europees plan voor betaalbaar wonen en steunt de inzet
van de Commissie om te komen tot betere ondersteuning, coördinatie en versterking
van nationale, regionale en lokale inspanningen door te voorzien in een gezamenlijke
ambitie en gezamenlijke middelen. De voorgestelde initiatieven sluiten aan bij de
visie en de huidige inspanningen van het kabinet om het woningtekort tegen te gaan
en de betaalbaarheid van wonen te verbeteren. Het kabinet plaatst wel een aantal kanttekeningen
bij de voorstellen waar de Commissie wetgeving aankondigt met het oog op het subsidiariteitsbeginsel.
Het kabinet constateert evenwel dat een aanzienlijk deel van de mededeling nog nader
moet worden uitgewerkt. Het kabinet zal de aangekondigde aanbevelingen en wetgeving
beoordelen in het licht van het uitgangspunt dat EU-optreden noodzakelijk en passend
moet zijn ten opzichte van de nationale verantwoordelijkheid voor het woonbeleid.
Het kabinet is positief over het aangekondigde vereenvoudigingspakket en aanpassingen
voor woningbouw, waarvoor in 2027 een voorstel wordt verwacht. Het kabinet onderschrijft
de oproep aan lidstaten om nationale, regionale en lokale regelgeving te vereenvoudigen,
in te zetten op versterken van ambtelijke capaciteit, verzwaring van kosten als gevolg
van extra eisen te voorkomen (zoals van de Natuurherstelverordening14) en mogelijkheden van aanbestedingsregels te benutten. Dit sluit aan bij het kabinetsbeleid.
Het kabinet heeft eerder een reeks voorstellen met de Commissie gedeeld15 om regelgeving te vereenvoudigen en de productiviteit van de bouw te verhogen. Dit
betrof zowel wet- en regelgeving met een ruimtelijk effect, zoals milieu- en natuurwetgeving,
als voorstellen voor standaardisatie van bijvoorbeeld de wijze waarop gebouwinformatie
gedeeld kan worden. Het kabinet verwelkomt het voorstel om de vergunningverlening
verder te digitaliseren en zal daarbij actief inzichten en ervaring die zijn opgedaan
bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) delen met de Commissie en lidstaten.
Het kabinet steunt de inzet van de Commissie om publieke en private investeringen
te stimuleren. Het kabinet erkent dat betaalbare huisvesting bijdraagt aan regionale
concurrentiekracht, een evenwichtige arbeidsmarkt en sociale inclusie, maar is kritisch
over de verdere verbreding van het cohesiebeleid die bij de tussentijdse herziening16 van het cohesiebeleid heeft plaatsgevonden door betaalbare huisvesting op te nemen
als prioriteit. Minder ontwikkelde regio’s kunnen momenteel al cohesiemiddelen besteden
aan huisvesting. Deze verbreding past niet binnen de kabinetsvisie17 voor een gefocust cohesiebeleid in het nieuwe Meerjarig Financieel Kader 2028–2034.18 Voor zover er in het toekomstig MFK financiële middelen worden ingezet op huisvesting
ziet het kabinet toegevoegde waarde t.a.v. verduurzaming van de gebouwde omgeving
en innovatie (waaronder op het terrein van duurzaam industrieel bouwen en het beter
benutten van bestaande gebouwen). De oproep aan lidstaten om renovatie en transformatie
van woningen te verkiezen boven «onnodige sloop» past binnen de landelijke aanpak
beter benutten, waarmee invulling wordt gegeven aan de afspraak die op de Woontop
van 2024 is gemaakt over het beter benutten van bestaande gebouwen.19
Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van het voorstel van de Commissie
om een Europees investeringsplatform op te richten in samenwerking met onder andere
de EIB, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) en de Council of Europe Development Bank (CEB) voor betaalbare huisvesting, onder voorbehoud van de uiteindelijke vormgeving.
De middelen van deze financiële instellingen zijn niet onbeperkt, investeringen in
betaalbare huisvesting via internationale financiële instellingen zijn beperkt additioneel
en daarom niet prioritair. Wel kan dit platform samenwerking tussen publieke en private
partijen stimuleren en leiden tot meer investeringen in betaalbare huisvesting. Binnen
de strategieën en de jaarlijkse begrotingen van de instellingen moet bezien worden
of en op welke wijze deelname aan het investeringsplatform passend is.
De herziene staatssteunregels in het DAEB-Vrijstellingsbesluit 2025/2630 worden door
het kabinet verwelkomd. Het kabinet vraagt in Europees verband al langere tijd om
staatssteun voor betaalbare huisvesting (inclusief middenhuur) mogelijk te maken,
zoals uiteengezet in de Joint Statement van 2023 waarin de Commissie door Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Portugal,
Spanje en Slowakije werd opgeroepen om een vrijstelling voor staatssteun voor betaalbare
huisvesting mogelijk te maken.20
De Commissie constateert terecht dat een snelle toename van korte-termijnverhuur ten
koste kan gaan van woningzoekenden in gebieden met een overspannen woningmarkt. Het
kabinet is echter terughoudend waar het gaat om nieuwe Europese verplichtingen of
bindende normen ten aanzien van korte-termijnverhuur. Voor het kabinet ligt de prioriteit
bij de implementatie van de huidige verordening. In Nederland is reeds instrumentarium
in nationale wetgeving beschikbaar en op grond van de Europese verordening korte-termijnverhuur
en datadeelplicht.
Nieuwe voorstellen zal het kabinet inhoudelijk beoordelen, mede gelet op welke wijze
deze aanvullend zijn op het bestaande instrumentarium.
Het kabinet kijkt uit naar de analyse van prijsdynamieken en speculatieve patronen
op de woningmarkt die eind dit jaar moet verschijnen. Daarnaast wil de Commissie grotere
transparantie op de woningmarkt bevorderen door duidelijkheid te verschaffen over
eigendom en transacties van onroerend goed en speculatieve patronen in kaart te brengen.
Hoewel het kabinet in principe niet tegen het verbeteren van de kwaliteit van data
over de volkshuisvesting is, zal het wel, om extra administratieve lasten te voorkomen,
kritisch beoordelen of eventuele nieuwe vormen van dataverzameling verenigbaar zijn
met de huidige Nederlandse praktijk. Verder wil de Commissie peer learning en innovatie faciliteren gebaseerd op nationale en lokale ervaringen tegen speculatie.
De Commissie noemt daarbij specifiek belastingmaatregelen en leegstandsbeleid. Het
kabinet verwelkomt dit initiatief en zal hierin participeren.
Het is belangrijk dat lidstaten hervormingen implementeren die de economie van de
lidstaten, en in het verlengde daarvan de EU als geheel, versterken. Het Europees
Semester is daarvoor een belangrijk instrument, waarbij het kabinet hecht aan het
behouden van de focus van het Semester op economisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid.
Het kabinet onderschrijft in dit geval het voornemen om de betaalbare woningvoorraad
te betrekken bij het Semester. Daarbij is relevant dat Nederland via het Semester
al enkele jaren aanbevelingen ontvangt over deze onderwerpen. Ten aanzien van het
voorstel om de kwaliteit van data over de volkshuisvesting te verbeteren, onderschrijft
het kabinet dat goede data randvoorwaardelijk zijn om effectief beleid te voeren.
Om extra administratieve lasten te voorkomen, zal het kabinet daarbij kritisch beoordelen
of eventuele nieuwe vormen van dataverzameling verenigbaar zijn met de huidige Nederlandse
praktijk.
Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie gericht op jongeren. Daarbij wil
het kabinet benadrukken dat de aandacht niet uitsluitend mag uitgaan naar studenten,
stagiairs en andere groepen jongeren die in het voorstel genoemd worden. Het kabinetsbeleid
is erop gericht voor alle aandachtsgroepen betaalbare huisvesting te realiseren. Het
voorstel met betrekking tot dak- en thuisloosheid sluit qua doelstelling aan bij het
Nederlandse beleid ten aanzien van dakloosheid, de aanpak van armoede en schulden
en daarbinnen de aanpak van energiearmoede. Het kabinet is terughoudend ten aanzien
van het voorstel van de Commissie om een pilot te lanceren onder Erasmus+ met betrekking
tot studentenhuisvesting. Waar het daarbij gaat om de inzet van Erasmus+ middelen
is het kabinet kritisch en van mening dat het Erasmus+ programma is bestemd voor onderwijs-gerelateerde
activiteiten en persoonlijke ontwikkeling op het gebied van onderwijs en training,
jeugd en sport.
Het kabinet staat tenslotte positief tegenover het laatste overkoepelende voornemen
om samenwerking en kennisuitwisseling te stimuleren tussen alle betrokken actoren
via een nieuwe Europese huisvestingsalliantie. In 2023 heeft het kabinet het European Housing Policy Network geïnitieerd en begin 2025 de Commissie aangeboden dit netwerk in te zetten voor kennisuitwisseling
in verband met het Europees plan voor betaalbaar wonen.
Het kabinet zal actief met de Commissie het gesprek aangaan hoe de verschillende bestaande
en nieuwe initiatieven op elkaar afgestemd kunnen worden.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Een meerderheid van de lidstaten staat positief tegenover initiatieven voor Europese
beleidsingrepen om de wooncrisis aan te pakken. Daarbij bestaat grote consensus over
het belang van subsidiariteit in het woondomein, maar worden ook kansen gezien van
Europese initiatieven op dit dossier. Zo heeft Nederland zich in raadsverband met
een groep lidstaten uitgesproken om het verminderen van knellende regelgeving in relatie
voor woningbouw op de agenda te plaatsen. Op 1 december 2025 heeft het Deense voorzitterschap
met instemming van vrijwel alle lidstaten voorzitterschapsconclusies aangenomen waarmee
zij inzet op volkshuisvesting verwelkomt.21
In het Europees Parlement is huisvesting een belangrijk onderwerp. Daarom is een Bijzondere
commissie inzake de huisvestingscrisis in de Europese Unie ingesteld, die momenteel
werkt aan een rapport waarin de positie van het Europees Parlement ten aanzien van
het onderwerp huisvesting wordt vastgelegd. In het voorjaar wordt het definitieve
rapport verwacht, waarin het standpunt van het Europees Parlement over huisvesting
wordt vastgelegd. Uit het reeds gepubliceerde concept blijkt dat financiering, flexibilisering
van staatssteunregels, regulering van korte termijn verhuur en het verminderen van
regeldruk belangrijke thema’s zijn voor het Europees Parlement.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op huisvesting.
Op het terrein van huisvesting bestaat geen zelfstandige bevoegdheid van de EU. Wat
betreft de inhoudelijke inrichting van het nationale woonbeleid, blijft dit dus een
bevoegdheid van de lidstaten. De aangekondigde beleidsvoornemens berusten evenwel
op bevoegdheden van de EU op aanpalende beleidsterreinen. De mededeling ziet namelijk
op de werking van de interne markt (artikel 4, tweede lid, onder a VWEU), de versterking
van de economische, sociale en territoriale cohesie (artikel 4, tweede lid, onder
c VWEU), het energiebeleid (artikel 4, tweede lid, onder i VWEU) en sociaal beleid
(artikel 4, tweede lid, onder b VWEU). Op deze terreinen is sprake van een gedeelde
bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast heeft de mededeling ook betrekking
op staatssteunregels (mededinging, artikel 3, eerste lid, onder b VWEU). Op dit terrein
heeft de EU een exclusieve bevoegdheid.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het bevorderen
van betaalbare huisvesting. Een Europese aanpak is passend op terreinen waar sprake
is van grensoverschrijdende effecten die lidstaten niet zelfstandig kunnen adresseren,
zoals arbeidsmobiliteit binnen de bouwsector, prijsdruk in grensregio’s en toeristische
gebieden, en de invloed van internationale investerings- en vastgoedmarkten op nationale
woningmarkten. Daarnaast zijn er grensoverschrijdende effecten waar de EU van toegevoegde
waarde kan zijn op gebied van beleidscoördinatie, ondersteuning en het creëren van
randvoorwaarden. Dit betreft met name voorstellen die zijn gericht op het wegnemen
van knelpunten in de interne markt, zoals bij grensoverschrijdende dienstverlening
in de bouwsector en de kaderstelling voor digitale platforms voor kortetermijnverhuur,
het mobiliseren en beter afstemmen van bestaande Europese financieringsinstrumenten,
het gezamenlijk aanpakken van uitdagingen op het gebied van energie-efficiëntie, het
behalen van klimaatdoelen en het tegengaan van energiearmoede, kennisdeling, dataverzameling
en monitoring, onder meer via het Europees Semester. Deze doelstellingen kunnen onvoldoende
door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt.
Huisvesting is in beginsel een nationale, regionale en lokale bevoegdheid, waarbij
lidstaten verschillen in woonstelsels, marktstructuren en beleidsprioriteiten. Het
Europees plan voor betaalbaar wonen erkent deze primaire verantwoordelijkheid van
de lidstaten expliciet en beoogt geen harmonisatie van nationaal woonbeleid. Om die
reden voldoet het optreden op het niveau van de EU aan het subsidiariteitsbeginsel.
Voor wat betreft de staatssteunregels is de subsidiariteitstoets niet van toepassing,
gegeven de exclusieve bevoegdheid van de EU op dit beleidsterrein.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft als doel het bevorderen
van betaalbare huisvesting. In dit verband wordt met name gedacht aan beleidscoördinatie,
ondersteuning, kennisdeling, financieringskaders, monitoring en het creëren van passende
randvoorwaarden voor het woonbeleid op Europees niveau. Het voorgestelde optreden
is geschikt om deze doelstelling te bereiken en gaat niet verder dan noodzakelijk,
omdat het de voorwaarden schept om het woningaanbod te vergroten, structurele oorzaken
van de wooncrisis beoogt aan te pakken door het stimuleren van hervormingen, en steun
biedt aan mensen en regio’s die het zwaarst getroffen worden, waarbij voldoende ruimte
wordt gelaten aan de lidstaten voor een eigen beleidsmatige invulling.
d) Financiële gevolgen
Het voorstel heeft niet direct financiële gevolgen. Het kabinet is van mening dat
benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële
kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling
van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van
middelen na 2027. Het kabinet zal de Commissie vragen aan te geven wat het financieel
beslag van de toekomstige voorstellen zal zijn. De overkoepelende inzet voor de MFK-
en EMB-onderhandelingen is leidend.22
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het voorstel kondigt initiatieven aan voor vereenvoudiging en digitalisering die als
doel hebben de uitvoeringspraktijk te ontlasten. Daarbij beziet het kabinet de strategie
in samenhang met andere voorstellen uit onder anderen de Europese strategie voor woningbouw
en de milieuomnibus, die kunnen bijdragen aan een vereenvoudiging van de vergunningverlening
voor woningbouw.23 De mededeling lijkt op hoofdlijnen goed aan te sluiten bij het reeds ingezette beleid.
Toekomstige voorstellen die zullen voortvloeien uit deze mededeling zullen door het
kabinet afzonderlijk worden beoordeeld op het punt van regeldruk. Het kabinet acht
het verder van belang dat eventuele rapportage- en monitoringsverplichtingen zoveel
mogelijk aansluiten bij bestaande rapportagekaders, zodat de uitvoeringslasten beperkt
blijven.
Een sterke, concurrerende EU is belangrijk voor Nederland om onze welvaart en bestaanszekerheid
te behouden en veerkrachtig te blijven in een geopolitiek veranderende wereld. Dat
kan alleen als er (betaalbare) huisvesting is voor mensen die hieraan bijdragen. Huisvesting
is een basisbehoefte om te kunnen participeren in de samenleving en economie. Beperkte
beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen kan sociale ongelijkheid vergroten en
een remmend effect hebben op arbeidsmobiliteit. Daarom is het positief dat de EU beleid
ontwikkelt om meer betaalbare huisvesting te stimuleren.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken