Brief regering : Reactie op verzoek commissie om een kabinetsreactie naar aanleiding van berichtgeving dat de wet niet naleven bij de Dienst Toeslagen bewust beleid is
36 708 Toeslagen
Nr. 65
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2026
In deze brief geef ik een reactie op het verzoek van uw vaste commissie voor Financiën
van 30 januari jl. Daarnaast heeft het lid Ergin (DENK) tijdens de Regeling van Werkzaamheden
van 4 februari een verzoek gedaan op grond van artikel 68 van de Grondwet. Ik zal
zo spoedig mogelijk aan uw verzoek voldoen.
Het doel van de Hersteloperatie Toeslagen is om ouders financieel en emotioneel herstel
te bieden. En de eerste stappen te zetten om het vertrouwen in de overheid te herstellen.
Ouders willen weten wat er is gebeurd en waarom hen dit is overkomen. Ik acht het
dus van groot belang om stukken te verstrekken die hier inzicht in kunnen bieden.
Mijn lijn is altijd geweest en zal blijven dat ouders de op de zaak betrekking hebbende
stukken worden verstrekt.
Bij de start van de hersteloperatie in 2020 was de wens om alle mogelijke stukken
die in de systemen te vinden waren met ouders te delen, het zogenaamde «verzoek persoonlijk
dossier» (VPD). Gaandeweg bleek dat deze aanpak niet uitvoerbaar was en bleek het
lastig om de relevante informatie te distilleren uit de grote hoeveelheid stukken.
In plaats daarvan is UHT het aanleveren van stukken gaan integreren in het integrale
beoordelingsproces, eerst in de vorm van het beoordelings- en informatieformulier
en sinds april 2024 het ouderdossier. De stukken in het ouderdossier zijn gespecificeerd
voor iedere stap in het herstelproces. Bij het vaststellen wat onderdeel is van het
ouderdossier is tot uitgangspunt genomen dat het alle op de zaak betrekking hebbende
stukken bevat, conform de Wet hersteloperatie toeslagen en artikel 8:42 van de Algemene
wet bestuursrecht. Daarnaast wordt het ouderdossier aangevuld op verzoek van ouder
of gemachtigde met bepaalde stukken die op het geschil betrekking hebben. Deze werkwijze
is ook conform de Commissie van Dam die heeft geadviseerd om binnen de gehele operatie
te werken met deze gerichtere set aan stukken. Over de samenstelling van de gerichtere
set, het ouderdossier, vinden doorlopend gesprekken plaats met ouders en advocaten.
Ouders willen terecht weten of er in hun dossier sprake is van een Opzet Grove Schuld
(O/GS) kwalificatie. Zoals bekend is na onderzoek gebleken dat nagenoeg alle OG/S
constateringen als onterecht moesten worden aangemerkt. Alleen als er in het toeslagen-dossier
concrete aanwijzingen zijn, wordt door UHT aanvullend getoetst aan de criteria van
terechte OG/S-kwalificatie. Als een ouder een O/GS kwalificatie had, is er in de systemen
documentatie te vinden rondom de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling of
een schuldenregeling. Echter, als er geen sprake is van een O/GS kwalificatie komt
dit in veruit de meeste gevallen doordat er geen persoonlijke betalingsregeling of
schuldenregeling is aangevraagd. Dat wil zeggen dat kan worden aangenomen dat een
ouder daarmee nooit terecht is gekomen in het proces waarin een O/GS kwalificatie
werd beoordeeld. Er is dan ook geen sprake geweest van een dergelijke vaststelling.
Er zijn in die gevallen dan ook in beginsel geen stukken die aanwijzingen bevatten
dat er wel sprake is van O/GS. In dat geval is er enkel informatie over het verloop
van de uiteindelijke terugvordering. Belangrijk is om te benadrukken dat O/GS niet
bij alle gedupeerde ouders een rol speelt. De groep ouders die het met name aangaat,
betreft ouders die geen O/GS-kwalificatie hebben en deze betwisten. Dit betreft dus
een substantieel kleinere groep dan de totale populatie gedupeerde ouders.
Om ouders te informeren is in het ouderdossier standaard opgenomen of er «wel» of
«geen» kwalificatie O/GS aanwezig is. In de praktijk kan er bij een gericht verzoek
om verduidelijking worden gevraagd.
In de memo «Onderliggende stukken O/GS» van 12 augustus 20241 wordt ingegaan op het verstrekken van stukken. Dit discussiestuk is in verschillende
overleggen van de Uitvoeringsorganisatie herstel toeslagen (UHT) besproken, waarbij
andere juridische inzichten naar voren kwamen. De memo was dus nog niet voldragen
en vergde nog nadere uitwerking. De memo is daarmee ook niet ter besluitvorming voorgelegd
binnen UHT en logischerwijs dus ook niet besproken of ter besluitvorming aan mij voorgelegd.
De afspraak om alleen de vaststelling «wel» en «geen» O/GS kwalificatie met UHT te
delen, is gemaakt toen de werkwijze van het VPD nog bestond. De instructie is geweest
om ook daarna op verzoek aanvullende stukken te leveren indien die er waren. Dit kan
ook betekenen dat inzicht in de zoekslag wordt gedeeld. De conclusie van deze overleggen
was dat, we aan de wet voldoen en de op de zaak betrekking hebbende stukken werden
geleverd. Maar dat de instructie nog niet op een eenduidige manier toegepast werd
en het van meerwaarde is om een gestandaardiseerde werkwijze te hebben voor als een
ouder behoefte heeft aan meer informatie. Bij een «geen» O/GS kwalificatie kan er
nogmaals gericht in de systemen gekeken worden als een ouder of gemachtigde deze kwalificatie
betwist en aanwijzingen heeft dat er ondanks het ontbreken van een O/GS kwalificatie
wel (of meer) correspondentie of stukken zijn geweest in een bepaalde periode die
ziet op het weigeren van een betalingsregeling. Bij een «wel» O/GS kan het stuk dat
ter grondslag ligt aan de vaststelling worden gedeeld.
Ouders en gemachtigden hebben te lang moeten wachten op een verbeterde standaardwerkwijze.
Ik begrijp dat zij willen begrijpen wat er in die verschrikkelijke periode is gebeurd,
ook als dit verder gaat dan de specifieke beslissing rondom O/GS. Ik ben de werkgroep
toeslagenadvocaten dan ook dankbaar voor hun continue inzet bij het signaleren van
knelpunten en het verbeteren van de verstrekking van informatie. Ik blijf hierover
ook graag met hen in gesprek. Daarnaast zou ik de leden van de vaste commissie van
Financiën graag uitnodigen voor een werkbezoek om de hierboven beschreven context
en werkwijze verder toe te lichten in de praktijk.
De Staatssecretaris van Financiën,
S.Th.P.H. Palmen
Ondertekenaars
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën