Brief regering : Geen verdere doorontwikkeling Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) en borging meldplichten
25 834 Problematiek rondom asbest
Nr. 200
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd, mede namens de Staatssecretaris Participatie
en Integratie, en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over het
besluit om het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) te beëindigen en de wettelijke meld-
en informatieplichten (vanaf nu meldplichten) voor asbest onder te brengen in het
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande afhandeling
van sloop- en asbestmeldingen via het DSO.
LAVS
Het LAVS is bedoeld om inzicht te krijgen in de asbestsaneringsketen en om een bijdrage
te leveren aan de verbetering van de naleving van de asbestregelgeving door de gebruikmaking
van het LAVS verplicht te stellen. Daarbij is het met het LAVS eenvoudiger voor bedrijven
te voldoen aan vigerende informatieverplichtingen met betrekking tot werkzaamheden
rondom asbestsaneringen en stelt het toezichthouders in staat hun toezicht risicogerichter
in te richten. Hierdoor wordt alle informatie over handelingen met asbest systematisch
op één plaats opgeslagen en die informatie kan digitaal overal worden geraadpleegd.
LAVS evaluatie
Op 19 maart 20241 is aan de Kamer het evaluatierapport2 van het LAVS gestuurd en is daar een beleidsreactie op gegeven. De onderzoekers constateren
dat het LAVS doeltreffend is en een bijdrage levert aan het toezicht op en naleving
van de asbestregelgeving. Er is echter ook aangegeven dat ketenpartijen met het LAVS
in zijn huidige vorm verschillende knelpunten ervaren. Het systeem wordt als complex
en weinig gebruiksvriendelijk ervaren, het sluit onvoldoende aan bij de werkprocessen
in de asbestketen en maakt het moeilijk om gegevens achteraf te corrigeren. De doelmatigheid
van het LAVS is daarom beoordeeld als matig. Een aantoonbaar effect op de naleving
van de asbestregelgeving is niet vastgesteld. De onderzoekers van de beleidsevaluatie
bevelen daarom een volledig herontwerp van het LAVS aan.
Implementatie Richtlijn
Op het moment van versturen van de evaluatie van het LAVS was nog niet duidelijk op
welke wijze de Europese asbestrichtlijn3 (verder: Richtlijn) geïmplementeerd zou worden en welke rol het LAVS hierin kon spelen.
Inmiddels zijn hier stappen op gezet.
De Richtlijn leidt tot ingrijpende wijzigingen in de bestaande asbestregelgeving met
name wat betreft de arbeidsomstandigheden. Onder andere door de introductie van een
vergunningplicht4 waarin differentiatie wordt aangebracht op basis van het type werkzaamheden en het
daaraan verbonden risiconiveau, wat bepaalt welke vergunning- en beschermingsvereisten
gelden. Het stelsel wordt daarmee meer risicogebaseerd ingericht. Tevens worden overeenkomstig
de Richtlijn de meldplichten bij asbestverwijderingsprojecten uitgebreid met te leveren
informatie.
Beslissing tot beëindiging van het LAVS
Uit de Richtlijn volgt dat er aanzienlijke veranderingen voor de vormgeving van het
LAVS nodig zijn, waardoor technische aanpassing van het systeem onvermijdelijk zou
zijn. Het huidige LAVS heeft echter een beperkte levensduur tot uiterlijk 2030. Zoals
eerder aangeven bevelen de onderzoekers van de beleidsevaluatie een volledig herontwerp
van het LAVS aan. Aangezien de meerwaarde van het LAVS niet is aangetoond, acht ik
deze investering niet doelmatig. Daar bovenop komt dat de aanpassing van het systeem
tijd zou kosten, wat de implementatie van de Richtlijn zou vertragen. Over de planning
hiervan heeft de Staatssecretaris Participatie en Integratie de Kamer eerder geïnformeerd.5
Daarbij komt dat de wettelijk vastgelegde verplichtingen, mede gebaseerd op de vereisten
vanuit de Richtlijn, mogelijkheden bieden om de administratieve lasten te beperken
ten opzichte van de inspanningen die het LAVS nu vergt en dat uit de evaluatie een
volledige herziening van het LAVS wordt geadviseerd. Het huidige systeem ingrijpend
aanpassen naar de eisen vanuit de Richtlijn zou daarmee een onevenredige (financiële)
inspanning vergen.
Uit het thematisch en signalerend onderzoek6 van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt bovendien dat uitwisseling van
gegevens tussen de partners in het VTH-stelsel voor risicogericht (keten)toezicht
onvoldoende is en verbeterd kan worden. Het rapport adviseert het uitwisselen van
gegevens via generieke voorzieningen zoals Inspectieview en de VTH-functionaliteiten
van het DSO te laten verlopen. Hiermee kan de informatie-uitwisseling worden versterkt,
kan toezicht effectiever plaatsvinden en ontstaat een toekomstbestendige, geïntegreerde
aanpak zonder dat een apart systeem nodig blijft. Dat alles leidt tot de conclusie
dat het verstandigst is om het LAVS te beëindigen en een alternatief op te zetten
waarin de wettelijke meldplichten aan te geven.
Keuze voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (Omgevingsloket)
Voor het alternatief systeem voor het melden van wettelijke plichten die volgen uit
milieu- en arbeidsomstandighedenregelgeving heeft het de voorkeur om aansluiting te
zoeken bij generieke systemen. Meldplichten op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving,
waaronder sloopmeldingen waarbij asbest aan de orde is, lopen al via het Omgevingsloket.
Door ook de meldplichten die volgen uit de Richtlijn2 via het DSO te laten verlopen, ontstaat één landelijk meldloket en één centrale gegevensstroom.
Deze keuze sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet: één digitaal loket,
uniforme processen en hergebruik van gegevens. Hiermee worden administratieve lasten
voor bedrijven verminderd.
Door de meldplichten via het DSO te implementeren, wordt bovendien een zo snel mogelijke
implementatie van de richtlijn gerealiseerd en wordt een toekomstbestendige uitvoering
gewaarborgd. De asbestmeldingen laten verlopen via het DSO sluit bovendien aan bij
de eerder aan de Kamer geschetste stelselbrede inzet op uniforme informatievoorziening
en gegevensdeling binnen het VTH-stelsel.
Verdere proces
De beëindiging van het LAVS vereist aanpassing van wet- en regelgeving. De komende
periode wordt gewerkt aan de benodigde juridische stappen. Daarnaast heeft de overgang
naar een ander systeem gevolgen voor de uitvoering van de betrokken stakeholders,
zoals toezichthouders, uitvoeringsorganisaties en sectorpartijen. Zij worden betrokken
bij de verdere uitwerking. De Kamer zal worden geïnformeerd over de voortgang van
dit proces.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat