Brief regering : Opvolgingsbrief periodieke evaluaties
32 861 Beleidsdoorlichting Infrastructuur en Waterstaat
Nr. 90
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal\
Den Haag, 9 februari 2026
Hierbij ontvangt de Kamer de opvolging van aanbevelingen uit Periodieke Rapportages,
voorheen Beleidsdoorlichtingen, die zijn afgerond in het jaar 2024. Hierbij ontvangt
u ook mijn excuses voor het verlaat versturen van de opvolgingsbrief. In de brief
versterken rijksbrede evaluatiestelsel1 is aangekondigd dat departementen vanaf 2025 jaarlijks aan de Tweede Kamer inzicht
geven over de opvolging van de aanbevelingen en bevindingen van recente Periodieke
Rapportages.
Het is van groot belang om de uitkomsten van evaluaties actief mee te nemen in de
(door)ontwikkeling van beleid en de Kamer hierin te betrekken. Zo blijven de bevindingen
en aanbevelingen onder de aandacht, en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies
en besluitvorming2). De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en deze brief
kan bijdragen aan het gesprek over het steeds verder verbeteren van beleidskwaliteit.
De Periodieke rapportages van Luchtvaart en wegen en verkeersveiligheid die in deze
brief worden aangehaald zijn recent afgerond en vindt u bij deze brief. In het vervolg
zal de Kamer jaarlijks via deze terugkerende brief geïnformeerd worden over de opvolging
van de aanbevelingen uit de Periodieke rapportages. Op dit moment worden de Periodieke
rapportages over de thema’s Openbaar Vervoer en Spoor, en Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s
afgerond. Na afronding zullen de aanbevelingen en opvolging van deze periodieke rapportages
opgenomen worden in de volgende opvolgingsbrief.
Voor de overige beleidsthema’s – allen opgenomen in de Strategische Evaluatieagenda
– worden de aanbevelingen uit eerdere beleidsdoorlichtingen gemonitord in aanloop
naar de periodieke rapportages die voor al deze thema’s in de komende vijf jaar gepland
staan.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
BIJLAGE
SEA-thema: Luchtvaart
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Luchtvaart is een belangrijke toegangspoort tot de wereld en een pijler onder onze
economie. Het bevordert de handel en zorgt voor een goed vestigingsklimaat. Dagelijks
reizen duizenden Nederlanders met het vliegtuig de hele wereld over voor vakantie,
familiebezoek en werk. De hub Schiphol is een internationaal knooppunt voor zowel
passagiers- als vrachtvervoer. Een sterke luchtvaartsector is nodig om deze positie
te behouden in de wereld. Daarvoor is het nodig dat de negatieve effecten van de luchtvaart
op mens, milieu en natuur afnemen. Geopolitieke spanningen maken dat het belang van
nationale weerbaarheid, crisisbeheersing en een strategische autonomie in Europa en
Nederland snel groter wordt. Dit brengt ook kansen met zich mee voor technologische
ontwikkelingen en innovaties.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings-artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Luchtvaart
Periodieke rapportage over periode 2016 t/m 2022
2024
H12 artikel 17
€ 22.536.000
Toelichting evaluatie:
Dit rapport onderzoekt de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de periode
2016–2022 dat valt onder artikel 17 van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat.
Dit artikel gaat over en veilige en duurzame luchtvaart die Nederland goed verbindt
met de rest van de wereld en waarbij de kwaliteit van de leefomgeving rond de luchthavens
wordt gewaarborgd.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging: voor alle geldt als status «onderhanden»
Definieer de rol als «systeem-» of «eindverantwoordelijke» scherper
Het Ministerie van IenW verwijst in de aanbiedingsbrief naar de kabinetsreactie op
het advies van de Raad van State over ministeriële verantwoordelijkheid uit 2020,
waarin wordt gereageerd op definiëring van de term systeemverantwoordelijkheid. De
systeemverantwoordelijkheid is een eindverantwoordelijkheid waarbij een Minister aanspreekbaar
is voor het behartigen van een publieke taak of voor de werking van een wettelijk
stelsel. Hieruit vloeit voort dat de Minister de werking van een deel van de publieke
sector volgt en ingrijpt indien een wijziging van het systeem gewenst is. Het is lastig
het begrip «systeemverantwoordelijkheid» altijd precies vooraf te duiden, zeker waar
het gaat om interventies bij onverwachte ontwikkelingen. Waar de systeemverantwoordelijkheid
begint en waar zij eindigt, zal steeds worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden,
in samenhang met de wettelijke bevoegdheden (en dus: de ministeriële verantwoordelijkheid).
Laat beleidsdoelen en indicatoren beter op elkaar aansluiten
Als het gaat om het laten aansluiten van de beleidsdoelen en de indicatoren zijn de
nodige stappen in de begroting van 2025 gezet. Voor artikel 17 is de algemene doelstelling
uitgewerkt in sub- en specifieke doelstellingen en zijn (nieuwe) indicatoren en kengetallen
geïntroduceerd om de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid te bepalen.
In de begroting 2026 van artikel 17 Luchtvaart zal nog een kwaliteitsslag plaatsvinden
in de doelenboom, dit specifiek naar aanleiding van de Motie van Heutink en De Hoop
(Kamerstuk 36 600 XII, nr. 13) waarin de regering wordt verzocht om bij de begroting van 2026 op alle beleidsartikelen
afrekenbare doelen en meetbare gegevens op te nemen en deze doelen smart en eenduidig
per beleidsartikel te formuleren. Onder andere de discrepantie tussen het beleidsdoel
over geluidshinder en de meetbare gegevens over geluidsbelasting, hetgeen door de
onderzoekers is geconstateerd, wordt daarmee gecorrigeerd.
Stel tussendoelen
Het advies van de onderzoekers om tussendoelen te formuleren is gestoeld op de gedachte
om de voortgang m.b.t. de langetermijndoelen beter inzichtelijk te krijgen en of het
nodig is om het beleid bij te stellen. Naast de monitoring van de uitvoeringsagenda,
zijn de meetbare gegevens in de begroting van 2025 aangevuld, onder andere op het
terrein van duurzame luchtvaart. Zo kan per beleidsdoel worden onderzocht hoe het
staat met het halen van de doelen.
Neem doelmatigheid versterkt mee in evaluaties
De periodieke rapportage is het sluitstuk van de Strategische evaluatieagenda (SEA).
Met een periodieke rapportage worden aan het einde van de looptijd van het SEA-thema
de inzichten uit deze onderzoeken op een methodisch verantwoorde manier samengebracht.
Dit betekent dat de «witte vlekken» (de beleidsterreinen waar informatie ontbreekt
om de doeltreffendheid en doelmatigheid te kunnen beoordelen), de bevindingen en de
aanbevelingen het vertrekpunt vormen voor een herijking van de SEA voor de begroting
vanaf 2026. Hierbij is er meer aandacht voor onderzoek naar de doelmatigheid van het
luchtvaartbeleid.
SEA-thema: Wegen en Verkeersveiligheid
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Een goed functionerend wegennetwerk is van groot belang voor onze samenleving. Voor
onze welvaart, onze economie en ons welzijn. Met een groeiende bevolking en een groeiende
economie groeit ook de behoefte aan mobiliteit. De veiligheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid
van de infrastructuur en het gebruik ervan moeten op orde zijn en blijven. Door toenemend
weggebruik, andere (zwaardere) voertuigen, ruimtelijke beperkingen, het veranderende
klimaat, eisen ten aanzien van (cyber)veiligheid, gezondheid en milieu, gestegen prijzen
in de GWW-sector (grond, weg en waterbouw), zijn de opgaven complexer geworden. En
daarmee ook kostbaarder en arbeidsintensiever. Het maken van keuzes is daarbij belangrijk
om te kunnen blijven werken aan de bereikbaarheid van Nederland.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings-artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Wegen en Verkeersveiligheid
Beleidsdoorlichting over periode 2016 t/m 2022
2024
H12 artikel 14 en MF-artikel 12
€ 3.457.648
Toelichting evaluatie:
Dit rapport onderzoekt de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de periode
2016–2022 dat valt onder artikel 14 van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat
en de daarmee samenhangende artikelen uit het Mobiliteitsfonds. Dit artikel gaat over
het beleid dat door het Ministerie van IenW is ontwikkeld om weggebruikers zo veilig,
betrouwbaar en duurzaam mogelijk van A naar B te laten reizen.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging: voor alle geldt als status «onderhanden»
Houd de programmering van evaluatieonderzoek de komende jaren tegen het licht, en
vul de SEA daarmee aan.
In lijn met de aanbiedingsbrief van de beleidsdoorlichting art 14, worden in de SEA
2026 al een aantal evaluaties geagendeerd om de geconstateerde witte vlekken in te
vullen in aanloop naar de volgende periodieke rapportage. Het proces van opstellen
van de SEA2026 is nu nog in beweging. In de daaropvolgende jaren volgen verdere aanvullingen.
Zorg, gegeven de grote omvang van de bedragen, voor een diepere uitsplitsing van de
uitgaven op de onderdelen Aanleg en Onderhoud en vernieuwing.
Er zijn nog geen stappen voorzien om tot een diepere uitsplitsing van de uitgaven
te komen, maar zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief, zou hier, indien dit past
in de ontwikkelingen van de leesbaarheid en toegankelijkheid van het begrotingsartikel,
nog verandering in kunnen komen. In het WGO is een motie aangenomen om de informatiewaarde
van de begroting te verbeteren. Toegezegd is deze inspanningsverplichting op te pakken,
Ontwikkel de doelstellingen en indicatoren die in de Rijksbegroting zijn opgenomen,
verder door.
In lijn met de aanbiedingsbrief wordt binnen IenW onderzocht in hoeverre we de (sub)doelstellingen
verder kunnen aanscherpen om zo meer duidelijkheid te geven over de te verwachten
uitkomsten van het beleid. Hierbij is aandacht voor de haalbaarheid van de (sub)doelstellingen.
Hiermee samenhangend zal ook worden gekeken naar de indicatoren die worden gebruikt
om te meten in hoeverre er een bijdrage wordt geleverd aan de (sub)doelstelling.
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat