Brief regering : Voortgang interlandelijke adoptie
31 265 Adoptie
Nr. 136
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
Hierbij informeer ik u over de ontwikkelingen met betrekking tot het onderwerp interlandelijke
adoptie. Ik ga in op de stand van zaken betreffende de afbouw van de interlandelijke
adoptie, en het bijbehorende wetsvoorstel dat onlangs in consultatie is gegaan.
Ik zal in deze brief de toezeggingen afdoen die ik heb gedaan tijdens het commissiedebat
Personen- en familierecht van 12 maart 2025 (Kamerstuk 33 836, nr. 121) om:
• uw Kamer te informeren over de stand van zaken betreffende de verlenging van de vergunningen
van de vergunninghouders voor bemiddeling;
• in te gaan op de adoptie van volwassenen;
• in te gaan op de kosten inzake herstel van identiteitsgegevens;
• uw Kamer te informeren over het landelijk beleid rondom adoptie uit Hongarije en Zuid-Afrika.
Tevens zal ik een aantal door uw Kamer aangenomen moties afdoen, te weten:
• motie van de leden Van Nispen en Tseggai over de vereenvoudiging van de procedure
voor identiteitsherstel van interlandelijk geadopteerden1;
• motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk over de mogelijkheid van adoptie van
volwassenen2.
Stand van zaken afbouw interlandelijke adoptie
Met het afbouwplan dat op 9 december 2024 aan uw Kamer is gepresenteerd, is uw Kamer
geïnformeerd over de wijze waarop interlandelijke adoptie tot eind 2030 zorgvuldig
wordt afgebouwd.3 In de periode van afbouw kunnen procedures onder eerder ingestelde strenge waarborgen
en controles worden voortgezet terwijl wordt toegewerkt naar definitief stoppen met
adoptie uit het buitenland. In de afgelopen periode is met de partners in de adoptieketen
(Fiom, de Raad voor de Kinderbescherming, de vergunninghouders, de Centrale autoriteit)
en in overleg met de betrokken Rijksinspecties gewerkt aan een zorgvuldige uitwerking
en uitvoering van het afbouwplan.
Lopende adoptieprocedures
Aspirant-adoptiefouders met een lopende procedure kunnen die in principe tot 1 mei
2030 vervolgen. Tot die datum kunnen de vergunninghouders voor de bemiddeling bij
adoptie uit het buitenland nog voorstellen doen voor matching tussen een kind en aspirant-adoptiefouders.
Na 2030 is adoptie van buitenlandse kinderen niet meer mogelijk.4 Op 21 mei 2024, de dag waarop mijn voorganger uw Kamer bij brief heeft geïnformeerd
over de uitvoering van de motie Van Nispen inzake de afbouw van interlandelijke adoptie,
hadden in totaal 587 aspirant-adoptiefouders een lopende adoptieprocedure. Een deel
van deze aspirant-adoptiefouders is inmiddels uitgestroomd (ofwel omdat ze gestopt
zijn met de procedure ofwel omdat zij een kind hebben geadopteerd), waardoor volgens
de laatst beschikbare gegevens nog ongeveer 400 aspirant-adoptiefouders in procedure
zijn.5
Met de inwerkingtreding van de in het afbouwplan aangekondigde wetswijziging komt
de mogelijkheid tot het indienen van nieuwe adoptieaanvragen volledig te vervallen.
Tot die tijd wordt het aspirant-adoptiefouders ontraden om een nieuwe adoptieprocedure
te starten. Aspirant-adoptiefouders die zich bij de Centrale autoriteit melden voor
adoptie uit het buitenland worden gewezen op het afbouwbeleid en op de mogelijke emotionele
belasting en financiële consequenties in relatie tot de beperkte tijd die resteert
om een adoptieprocedure af te ronden. Ook bij de voorlichting van Fiom die aspirant-adoptiefouders
volgen wordt hier aandacht aan besteed. Vanuit het perspectief dat Nederland adopties
uit het buitenland afbouwt, hecht ik eraan dat aspirant-adoptiefouders goed geïnformeerd
een realistische afweging maken over het beginnen of vervolgen van een adoptieprocedure.
Het aantal personen dat nog een adoptieprocedure opstart is laag. In 2025 heeft zich
een beperkt aantal personen bij de Centrale Autoriteit gemeld om zich in te schrijven.
Van hen hebben 14 aanvragers de aanvraag doorgezet.
Landenselectie en «stoplanden»
In eerdergenoemd commissiedebat Personen- en familierecht van 12 maart 2025 is de
vraag gesteld waarom omringende landen besluiten niet meer te adopteren uit bepaalde
landen (waarbij specifiek Zuid-Afrika en Hongarije zijn genoemd), terwijl Nederland
wel uit een aantal van die landen blijft adopteren. Ieder land van opvang maakt zijn
eigen afwegingen als het gaat om het al dan niet adopteren uit een bepaald land. Adopties
naar Nederland vinden alleen nog plaats uit een beperkt aantal landen die daar na
onderzoek voor zijn geselecteerd. De landenselectie is een belangrijke kwaliteitswaarborg.
Er zijn acht landen waaruit nog kan worden geadopteerd, te weten: Zuid-Afrika, Portugal,
Thailand, Taiwan, de Filipijnen, Lesotho, Hongarije en Bulgarije6. Deze selectie is met uw Kamer gedeeld en uitvoerig besproken. De Nederlandse Centrale
autoriteit heeft vooralsnog geen aanleiding gezien om de adoptierelatie met landen
die zijn overgebleven uit de landenselectie te heroverwegen. Signalen over mogelijke
misstanden en besluiten van andere landen tot beëindiging van adoptierelaties worden
zorgvuldig onderzocht en bekeken. Indien nodig wordt een adoptierelatie heroverwogen.
Indien daar aanleiding toe bestaat, zal ik uiteraard uw Kamer informeren in het geval
een adoptierelatie moet worden beëindigd.
Vergunninghouders
De vergunninghouders A New Way, de Nederlandse Adoptie Stichting en Stichting Wereldkinderen
zijn in 2025 in de gelegenheid gesteld om nog eenmaal hun vergunning voor bemiddeling
bij adoptieprocedures te verlengen voor de gebruikelijke duur van vijf jaar. Zij hebben
alle drie een verzoek hiertoe ingediend. Aanvullend op de eisen voor de reguliere
verlengingsprocedure zijn de vergunninghouders gevraagd om een meerjarenplan aan te
leveren. In dit meerjarenplan geven de vergunninghouders onder meer aan welke risico’s
zij voorzien voor de bemiddeling gedurende de afbouwperiode en hoe zij deze risico’s
zullen ondervangen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) heeft in het
kader van verscherpt toezicht deze plannen beoordeeld en positief gewaardeerd. Samen
met de beoordeling van de verlengingsaanvragen door het Ministerie van JenV, heeft
dat ertoe geleid dat de vergunningen zijn verlengd tot 18 december 2030. Stichting
Meiling is inmiddels gestopt als vergunninghouder voor bemiddeling in adoptie. Tot
1 april 2026 voert Meiling nog afrondende taken uit.
Vergunninghouders worden ook in de periode van afbouw financieel ondersteund met subsidie.
Op deze manier kunnen zij hun organisatie met voldoende gekwalificeerd personeel in
stand houden, en kunnen zij de werkzaamheden uitvoeren die nodig zijn voor zorgvuldige
afbouw.
Behoud van kennis van vergunninghouders en informatie over het adoptieproces
Het is voor geadopteerde personen van groot belang dat algemene informatie over onder
andere adoptieprocedures bewaard en beschikbaar blijft. De vergunninghouders beschikken
over veel kennis. Met de afbouw van interlandelijke adoptie houden zij op te bestaan.
Ik vind het belangrijk dat de aanwezige kennis goed wordt geborgd. Het gaat daarbij
nadrukkelijk niet om individuele adoptiedossiers van kinderen of ouders of andere
informatie die persoonsgegevens bevat, maar om algemene informatie, bijvoorbeeld over
de samenwerking met landen van herkomst. Ik heb INEA, het landelijke expertisecentrum
voor interlandelijke adoptie, daarom gevraagd om daarvoor een plan op te stellen.
Zo wordt voorkomen dat de kennis en informatie bij vergunninghouders na de afbouw
van de interlandelijke adoptie verloren gaan. Deze informatie kan heel relevant zijn
voor geadopteerden, en kan behulpzaam zijn bij het vormen van een beeld over het adoptieproces.
INEA beoogt een overzichtelijk online platform te realiseren waarop alle belangrijke
informatie die de vergunninghouders op dit moment hebben vrij toegankelijk is. Het
platform zal de beschikbare informatie van vergunninghouders bevatten om vragen van
geadopteerden en andere betrokkenen in de toekomst te kunnen beantwoorden als de vergunninghouders
er niet meer zijn. Het zal naar verwachting in ieder geval gaan om landenspecifieke
gegevens en om informatie over de vergunninghouder, zoals de totstandkoming van de
organisatie en hun werkwijze. Daarnaast wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de informatie
die geadopteerden zouden kunnen krijgen bij een informatieverzoek of bij rootsvragen
aan de vergunninghouder zal worden opgeslagen. De uitvoering van het project wordt
door INEA in samenwerking en afstemming met de vergunninghouders vormgegeven. Het
is de bedoeling om de informatie van de vergunninghouders één voor één in kaart te
brengen. INEA heeft in dit kader ook contact gelegd met de voormalige vergunninghouder
Stichting Kind en Toekomst. INEA is gestart met het in kaart brengen van de kennis
die wordt overgedragen door (voormalig) vergunninghouder Stichting Meiling.
Wetstraject
Het conceptwetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel
is op 23 januari jl. in internetconsultatie gegaan. Met het wetsvoorstel wordt de
afbouw van de interlandelijke adoptie geregeld overeenkomstig het afbouwplan, zoals
uiteengezet in de brief aan uw Kamer van 9 december 2024. Daarnaast bevat het wetsvoorstel
een regeling voor het onderbrengen van adoptiedossiers van de vergunninghouders bij
het Nationaal Archief en voor de toegang tot deze dossiers. Verder wordt de procedure
voor identiteitsherstel vereenvoudigd. Onderdeel daarvan is het wijzigen van de voor-
en/of achternaam. Hierop ga ik in deze brief verder in onder «Herstel van identiteitsgegevens».
Het wetsvoorstel bevat ook een regeling voor de selectie en voordracht van personen
voor adoptie van in Nederland afgestane of te vondeling gelegde kinderen. Voor de
selectie van deze aspirant-adoptiefouders wordt momenteel in de praktijk gebruik gemaakt
van de lijst van aspirant-adoptiefouders met een beginseltoestemming voor interlandelijke
adoptie. Met de afbouw van interlandelijke adoptie komt deze mogelijkheid te vervallen.
Dat vormt aanleiding om te voorzien in een zelfstandig juridisch kader voor de selectie
van mogelijke adoptiefouders voor binnenlandse adoptieprocedures na afstand.
Het wetsvoorstel maakt tot slot ook adoptie van volwassenen mogelijk, zoals verzocht
in eerdergenoemde motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk. Zoals eerder door
mijn voorganger toegezegd, heb ik ook navraag gedaan naar de mogelijkheid van adoptie
van meerderjarigen in ons omringende landen. Onder meer in Duitsland en Denemarken
is dit al mogelijk. Op dit moment is adoptie binnen Nederland op grond van de wet
beperkt tot minderjarigen (artikel 1:228, eerste lid, onder a, BW). Het te adopteren
kind dient op de dag van het eerste verzoek tot adoptie minderjarig te zijn. In de
jurisprudentie wordt op deze beperking in schrijnende gevallen een uitzondering gemaakt.
Om de rechtsgelijkheid te waarborgen is het noodzakelijk om de adoptie van meerderjarigen
wettelijk te regelen. In het wetsvoorstel heb ik deze jurisprudentie van een wettelijke
grondslag voorzien, in de vorm van een uitzondering voor personen die gedurende hun
minderjarigheid ten minste vijf jaar door de adoptant zijn verzorgd en opgevoed. In
die gevallen wordt het mogelijk de meerderjarige te adopteren.
Verbeterde ondersteuning geadopteerden
Herstel van identiteitsgegevens
Op 30 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de doorlichting van het Besluit geslachtsnaamswijziging,
waarbij is aangegeven dat een vereenvoudiging van de wijziging van de voornaam en
achternaam voor meerderjarigen wordt overwogen om naamswijziging beter aan te laten
sluiten bij de behoeften vanuit de samenleving.7 In het in consultatie gegeven conceptwetsvoorstel voor de afbouw van interlandelijke
adoptie is deze vereenvoudiging verwerkt. Het wetsvoorstel regelt dat elke meerderjarige
burger zijn voor- en/of achternaam eenmalig zonder opgaaf van reden kan laten wijzigen
bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Dit kan met een beperkte
keuze voor de nieuwe achternaam, bijvoorbeeld de achternaam die men eerder heeft gehad,
de achternaam van de andere ouder of voorouder. Naar verwachting zullen de kosten
hiervan (veel) lager zijn dan nu het geval is bij de rechter (in geval van wijziging
van een voornaam) en Justis (in geval van wijziging van een achternaam). Complexe
verzoeken8, tweede verzoeken en verzoeken voor minderjarigen, blijven lopen via Justis. Aanvulling
of wijziging van de gegevens in de geboorteakte blijft voorbehouden aan de rechter.
Het wetsvoorstel regelt dat bij een eventueel verzoek aan de rechter ook gelijk om
wijziging van de voor- en/of achternaam kan worden verzocht, bijvoorbeeld bij een
verzoek om herroeping van de adoptie. Zo kunnen verschillende verzoeken over identiteitsherstel
en naamswijziging in één procedure aan dezelfde rechter worden voorgelegd. Voor herroeping
van een interlandelijke of binnenlandse adoptie wordt de (beperkende) wettelijke termijn
die nu geldt9, geschrapt. Hiermee worden de mogelijkheden tot identiteitsherstel in de toekomst
structureel eenvoudiger en goedkoper.
Herstel van oorspronkelijke nationaliteit
Bij geadopteerden kan ook de wens leven om de oorspronkelijke nationaliteit te herstellen.
Bij brief van 4 maart 202510 heeft mijn voorganger uw Kamer toegelicht dat alleen indien de betrokkene inderdaad
niet meer in het bezit is van de oorspronkelijke nationaliteit, en het volgens het
nationaliteitsrecht van het land van herkomst mogelijk is om de nationaliteit te herstellen,
van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit sprake kan zijn. Ook is in die brief
toegelicht dat herstel van de oorspronkelijke nationaliteit, gelet op de bepalingen
in de Rijkswet op het Nederlanderschap, moet worden afgewogen tegen het verlies van
de Nederlandse nationaliteit. Een uitgangspunt van de Rijkswet op het Nederlanderschap
is namelijk het voorkomen van meervoudige nationaliteit. Bij het vrijwillig verkrijgen
van een andere nationaliteit betekent dit in de regel dan ook automatisch verlies
van de Nederlandse nationaliteit.11 Mijn voorganger heeft daarbij aangegeven de mogelijkheden te onderzoeken om tegemoet
te komen aan de wens van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit. Ik acht het
belang van behoud van het Nederlanderschap bij herstel van de oorspronkelijke nationaliteit
onder deze omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om een aanpassing van de Rijkswet
op het Nederlanderschap te rechtvaardigen. Ik hecht sterk aan het algemeen geldende
uitgangspunt van het voorkomen van meervoudige nationaliteit. Het is dan ook belangrijk
een dergelijke beslissing tot herstel van nationaliteit weloverwogen te maken. Er
wordt zorg voor gedragen dat interlandelijk geadopteerden die herstel van hun oorspronkelijke
nationaliteit wensen zo goed mogelijk geïnformeerd worden over de mogelijke juridische
consequenties daarvan voor hun Nederlandse nationaliteit. Naast de algemeen toegankelijke
informatie via bijvoorbeeld rijksoverheid.nl, biedt INEA interlandelijk geadopteerden
hierover ook specifieke informatie aan.
Pilot DNA-kits
In de brief van 4 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer bericht dat INEA is verzocht
om een pilot te starten waarbinnen naast gedegen voorlichting ook DNA-kits beschikbaar
gesteld worden.12 DNA-onderzoek kan soms de enige mogelijkheid zijn om een zoektocht te starten, bijvoorbeeld
als sprake is geweest bij misstanden rondom de adoptie, en kan verwantschap bevestigen
als in het land van herkomst vermoedelijke familieleden zijn gevonden. Deze pilot
is op 2 december 2025 van start gegaan. Inmiddels zijn er 782 aanvragen ingediend
en zijn 1.510 vouchers voor DNA-kits uitgegeven.13 Deze pilot loop tot en met juli 2026. Daarna zal de pilot worden geëvalueerd. Vanzelfsprekend
zal ik de resultaten daarvan met uw Kamer delen.
Evaluatie INEA
Bij voornoemde brief van 4 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer ook geïnformeerd
over zijn voornemen om een onafhankelijk onderzoeksbureau te vragen om het duurzame
ondersteuningsaanbod van INEA te evalueren en te komen met aanbevelingen om dat aanbod
verder te versterken. Inmiddels is deze evaluatie afgerond. Met deze brief bied ik
uw Kamer het evaluatierapport aan.
INEA is in 2023 opgericht. Uit de evaluatie blijkt dat INEA in korte tijd een stevige
basis heeft opgebouwd en al veel heeft bereikt als expertisecentrum voor interlandelijk
geadopteerden. Verder blijkt dat er een duidelijke vraag is naar een centrale plek
voor informatie, ondersteuning en erkenning. INEA staat nu voor de opgave om verder
uit te groeien tot een toekomstbestendige organisatie. Met als belangrijkste aandachtspunten
verdere professionalisering, het vergroten van het bereik, aansluiting van het aanbod
van INEA op de behoeften, heldere communicatie met onder meer belangenorganisaties,
het versterken van samenwerking met ketenpartners en vergroting van het mandaat en
de zichtbaarheid van INEA binnen de huidige governance. Deze aandachtspunten zijn
herkenbaar voor zowel INEA als voor mij.
Met INEA en Fiom, waarbij INEA bestuurlijk is ingebed, heeft inmiddels een eerste
overleg over de evaluatie plaatsgevonden. De aanbevelingen uit het evaluatierapport
worden door INEA meegenomen in een strategisch meerjarenplan waaraan INEA op dit moment
werkt. Hierover blijf ik uiteraard met INEA en Fiom in gesprek.
Dossiers
Overdracht dossiers naar het Nationaal Archief
Met het oog op de motie van de leden Van Nispen en Ellian die oproept om alle overheids-
en private archieven met betrekking tot binnenlandse afstand en adoptie over te brengen
naar het Nationaal Archief14, heeft mijn voorganger u bij brief van 11 juli 2025 bericht dat voor de overbrenging
van private archieven naar het Nationaal Archief een wetswijziging is vereist. Zoals
toegezegd, is de haalbaarheid van een wettelijke grondslag tot overbrenging van deze
archieven onderzocht.15 Dat is gebeurd in het kader van het wetsvoorstel over de afbouw van interlandelijke
adoptie. Zoals bekend, geldt deze ambitie om dossiers zoveel mogelijk te centraliseren
bij het Nationaal Archief zowel ten aanzien van interlandelijke adoptie als binnenlandse
adoptie. Dit heeft er mede toe geleid dat in het conceptwetsvoorstel over de afbouw
van interlandelijke adoptie een wettelijke grondslag is opgenomen voor de overdracht
van de dossiers van de vergunninghouders aan het Ministerie van JenV. Daardoor komen
de dossiers van de vergunninghouders voor overbrenging naar het Nationaal Archief
in aanmerking. Met betrekking tot andere private archieven wordt een wettelijke grondslag
voorgesteld die de overdracht van deze archieven aan het Ministerie van JenV mogelijk
maakt.
Professionele begeleiding bij inzage van dossiers
Mijn voorganger heeft bij brief van 11 juli 2025 toegezegd u nader te informeren over
de mogelijkheid om te voorzien in professionele ondersteuning bij inzage van adoptiedossiers,
voor alle inzageverzoeken waarbij die ondersteuning wordt gewenst door betrokkenen.
Met INEA en Fiom zijn inmiddels verkennende gesprekken gevoerd. De bereidheid om deze
inzageverzoeken desgevraagd te begeleiden is er. Op dit moment vindt nadere afstemming
plaats over de wijze waarop deze ondersteuning geboden kan worden, onder meer met
het oog op de reisbewegingen die hiervoor door medewerkers van deze organisaties moeten
worden gemaakt. Begeleiding bij inzage vereist immers fysieke aanwezigheid. Daarnaast
moet kennis van de verschillende dossiers en archieven voor een effectieve begeleiding
geborgd zijn.
Tot slot
Zoals uit het voorgaande blijkt, wordt de afbouw van de interlandelijke adoptie op
dit moment voortvarend en zorgvuldig uitgevoerd, conform het eerder toegezonden afbouwplan.
Met het wetsvoorstel dat onlangs in consultatie is gegaan, wordt ook de daarvoor benodigde
wettelijke grondslag voorbereid. Tevens worden met dit conceptwetsvoorstel verschillende
verbeteringen voor geadopteerden en ook voor andere burgers gerealiseerd.
Na de afbouw blijft een toekomstbestendig stelsel over voor de adoptie van kinderen
in Nederland. De ondersteuning van interlandelijk geadopteerden via het aanbod van
INEA wordt verder geprofessionaliseerd en versterkt naar aanleiding van de aanbevelingen
uit de evaluatie van INEA.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid