Brief regering : Verzamelbrief Waddengebied CD Wadden 2026
29 684 Waddenzeebeleid
Nr. 298
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE STAATSSECRETARIS VAN
LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
Met deze brief wordt de Kamer mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en
Waterstaat geïnformeerd over een aantal actuele onderwerpen gerelateerd aan het Waddengebied.
Opvolging aanbevelingen ABDTOPConsult en tussentijdse evaluatie Agenda Waddengebied
In de Kamerbrief van 3 februari 20251 is aangekondigd dat een gezaghebbend persoon aangesteld wordt om de aanbevelingen
uit het onderzoeksrapport van ABDTOPConsult vorm te geven. In april 2025 is de heer
De Graeff bereid gevonden deze rol op zich te nemen. De opdracht aan hem luidde als
volgt:
1. Benoem de voor de betrokken partijen (overheden en stakeholders) meest urgente en
grootste opgaven in het Waddengebied.
2. Formuleer condities en spelregels voor een doelmatige governance, uitgaande van de
bestaande verantwoordelijkheden van deze partijen.
3. Adviseer over de benodigde financiering, waaronder de mogelijkheid van het bundelen
en hanteerbaar maken van bestaande en mogelijk toekomstige geldstromen.
4. Benoem de mogelijkheden voor versterking van de uitvoeringskracht.
5. Adviseer tenslotte over de toekomst van de Waddenacademie en het Waddenfonds.
In de periode juni t/m december 2025 is eveneens, conform de afspraak binnen de Waddengovernance,
de tussentijdse evaluatie van de Agenda voor het Waddengebied 2050 en het Uitvoeringsprogramma
Waddengebied 2021–2026 uitgevoerd.
Het advies van de heer De Graeff: «Werk aan de Wadden» en het rapport van de tussentijdse
evaluatie zijn als bijlage toegevoegd aan deze brief. Beide rapporten worden nog besproken
in het BOW van 26 maart 2026. Na het BOW kan de Kamer geïnformeerd worden over de
appreciatie van de adviezen.
Toekomst Waddenacademie
De Waddenacademie is onafhankelijk kennisregisseur van het Waddengebied. De Waddenacademie
heeft een belangrijke rol bij o.a. kennisontwikkeling en -deling voor het Waddengebied.
Over de toekomst van de Waddenacademie heeft de heer De Graeff in verband met de urgentie
in september 2025 tussentijds advies uitgebracht. Het advies luidde om de Waddenacademie
voort te zetten en voor een periode van vijf jaar (2028–2032) zekerheid te bieden
over financiering. Dit advies is in het BOW positief ontvangen. Rijk en provincies
hebben een principeafspraak gemaakt over de verdeelsleutel voor financiering van de
Waddenacademie voor de periode 2028 t/m 2032. Bij de Voorjaarsnotabesluitvorming zal
een voorstel worden gedaan voor dekking hiervan. Ook de Waddenprovincies hebben aangegeven
dekking te zullen zoeken voor de periode van vijf jaar.
Routekaart toekomstbestendige bereikbaarheid
De routekaart «Bereikbaarheid» (bijlage 1) is, inclusief de vervolgacties, in het
BOW vastgesteld. In de routekaart staat waar Rijk en regio tot 2044 naar toe werken
om de bereikbaarheid toekomstbestendig te houden. Er is brede steun uitgesproken voor
het eindresultaat waar Waddenbreed hard aan is gewerkt. De vervolgacties worden onderschreven.
Zo is o.a. afgesproken om de veerboten naar de Friese Waddeneilanden te elektrificeren
en gaan eiland- en kustgemeenten de samenwerking in de gehele mobiliteitsketen van
en naar de vijf Waddeneilanden intensiveren. Tevens kijken opdrachtgevers (o.a. Waddeneilanden,
kusthavens, Rijkswaterstaat) hoe havens en vaargeulen meer emissieloos gebaggerd kunnen
worden.
Rijkswaterstaat en de aannemer van het onderhoudscontract kijken in de uitvoering
continu naar optimalisaties in het baggeren binnen de gestelde kaders, het Nationaal
Waterprogramma en het Natura 2000-beheerplan. Zo wordt bij de baggerwerkzaamheden
en keuze van spreidingslocaties onder andere gekeken naar een optimale balans tussen
enerzijds het verder wegbrengen van baggerspecie versus de langere vaartijd die dat
met zich meebrengt.
Aandachtspunt dat het BOW meegaf was zorg over de samenhang tussen de vervolgacties.
Het Ministerie van IenW heeft aangegeven hierin een rol te blijven spelen, zodat dit
ook goed landt in het volgende uitvoeringsprogramma Waddengebied 2027–2032. Ook is
aandacht gevraagd om koppelkansen rondom elektrificatie niet uit het oog te verliezen.
Beleidskader Natuur Waddenzee
Het kabinet streeft een nieuwe balans na van een robuuste natuur die economische activiteiten,
passend bij het multifunctionele gebruik van de Waddenzee, zoals de garnalenvisserij,
de bereikbaarheid van de eilanden en toerisme mogelijk maakt. Voor de garnalenvisserij
loopt het traject van de Toekomstvisie garnalenvisserij waarmee ingezet wordt op een
duurzame toekomstbestendige visserij. Daarmee wordt vooruitgelopen op het Beleidskader
Natuur Waddenzee. Met het op te stellen Beleidskader Natuur Waddenzee (beleidskader)
wil het Ministerie van LVVN ondernemers en gebruikers van de Waddenzee duidelijkheid
geven over welke activiteiten onder welke voorwaarden in de toekomst mogelijk zijn.
Dit gebeurt ten behoeve van meer duidelijke kaders voor vergunningverleners. Daartoe
wordt gekeken naar de impact van gebruiksfuncties op het ecosysteem en welke (cumulatie
van) impact verminderd moet worden. Op 3 februari 2025 is de Kamer over de stand van
zaken met betrekking tot het beleidskader geïnformeerd2.
Het afgelopen jaar is verder gewerkt aan de oplevering van de verschillende bouwstenen
die gebruikt worden om te komen tot het beleidskader. Het betreft zowel ecologische
als sociaaleconomische bouwstenen. Partijen binnen de Waddengovernance zijn en worden
actief betrokken bij de totstandkoming van het beleidskader. Dit proces vergt meer
tijd dan voorzien. Het beleidskader wordt naar verwachting op 15 juni 2026 voorgelegd
aan het Bestuurlijk Overleg Waddengebied.
Reactie op het rapport Waddenacademie 2024 – De Europees- en internationaalrechtelijke
status van de Waddenzee
De Waddenacademie heeft in opdracht van Rijkswaterstaat, in nauwe samenwerking met
LVVN en IenW, onderzoek gedaan naar de relevantie van bestaande internationale en
Europese juridische regimes voor de bescherming en het beheer van de Waddenzee. Het
rapport verscheen in december 2023 als preprint3. Op basis van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek heeft de Waddenacademie
in januari 2024 een reflectie met beleidsaanbevelingen (hierna: de reflectie) gepubliceerd4.
Kernboodschap van de reflectie
De Waddenzee is een internationaal erkend natuurgebied met de status van Natura 2000-gebied,
UNESCO Werelderfgoed en RAMSAR-gebied5. De Waddenzee wordt beschermd door diverse internationale en Europese rechtskaders,
zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, het OSPAR-Verdrag, het Biodiversiteitsverdrag
en het Verdrag van Bonn. Nederland heeft zich aan deze verdragen en richtlijnen verbonden
en is daarmee verplicht de daarin vastgelegde regels en afspraken na te leven. De
Waddenacademie heeft geconstateerd dat wetgeving, beleid en beheer zich voornamelijk
richten op Europese richtlijnen, waardoor verplichtingen uit internationale verdragen
onvoldoende aandacht krijgen. Dit gebrek aan aandacht wordt volgens de Waddenacademie
verder versterkt door het onvoldoende benutten van «soft law»-instrumenten, zoals
resoluties, richtsnoeren en aanbevelingen. Hoewel deze instrumenten niet juridisch
bindend zijn, bieden ze belangrijke handvatten voor de interpretatie van kernbegrippen,
verplichtingen en doelen van de verdragen. Soft law is hierdoor nauw verweven met
de toepassing van juridische verplichtingen (oftewel hard law) in de praktijk, aldus
de Waddenacademie.
Reactie op de reflectie
In algemene zin klopt de constatering van de Waddenacademie dat de focus in wetgeving,
beleid en beheer ligt op de Europese richtlijnen. Dat is bij de totstandkoming van
de Wet natuurbescherming, die inmiddels is opgevolgd door de Omgevingswet, een bewuste
keuze geweest. De wetgever heeft destijds toegelicht dat er behoefte is aan een helder,
stabiel wettelijk kader, dat in een samenhangend systeem de biodiversiteit beschermt.
De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zorgen voor dat samenhangende systeem en dragen
daarmee ook bij aan de doelstellingen van internationale verdragen. De wetgever heeft
er daarom bewust voor gekozen de focus in de wetgeving op de Vogel- en Habitatrichtlijn
te leggen6. Daarbij heeft de wetgever ook oog gehad voor het verminderen van regeldruk en het
hanteerbaar maken van de regelgeving voor de praktijk. De wetgever heeft destijds
onderkend dat niet alle internationale verplichtingen worden afgedekt door de Europese
richtlijnen en waar dat echt noodzakelijk is voorzieningen getroffen.
Mede in het licht van bovenstaande wordt voor de Waddenzee gewerkt aan een nieuw samenhangend
kader om economisch medegebruik van de Waddenzee ook op langere termijn mogelijk te
houden7. Immers, een robuuste natuur en duurzame economische activiteiten dienen met elkaar
in balans te zijn. Met het op te stellen Beleidskader Natuur Waddenzee moeten ondernemers
en gebruikers duidelijkheid krijgen welke activiteiten onder welke voorwaarden mogelijk
zijn. Daarnaast wordt met de Beheerautoriteit Waddenzee gewerkt aan Werelderfgoedwaardig
beheer. Tevens sluit een aantal aanbevelingen aan op enkele lopende trajecten zoals
het uitwerken van de bescherming van de Outstanding Universal Value (in gesprek met
Unesco om het Werelderfgoedverdrag beter te implementeren) en de trilaterale samenwerking
met Duitsland en Denemarken.
Het advies van de Waddenacademie onderstreept in het algemeen de urgentie om deze
projecten en trajecten goed uit te voeren. We blijven dat doen in samenhang met andere
lopende trajecten zoals het opstellen en uitvoeren van het Natuurplan (in het kader
van de Natuurherstelverordening), de actualisering van het Natura 2000-beheerplan
en de investeringen middels de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Al deze projecten
hebben gemeen dat ze vanuit een ecosysteem-aanpak werken aan het versterken van de
ecologie van de Waddenzee, in balans met zijn omgeving en rekening houdend met het
multifunctionele gebruik. Het advies van de Waddenacademie wordt dan ook gezien als
een ondersteuning van de noodzaak om door te gaan met deze beleidsprocessen. Deze
projecten bieden een strategisch kader om aanbevelingen te integreren en te vertalen
naar de uitvoering en het beheer van de Waddenzee.
Het Omgevingsberaad Waddengebied adviseert in haar brief van 7 oktober jl. eveneens
om de genoemde, lopende trajecten met kracht voort te zetten en niet om nieuwe wet-
en regelgeving te ontwikkelen. Dat onderstrepen wij van harte. Daarbij zal de samenhang
tussen de trajecten, waarmee tot doelbereik zal worden gekomen en invulling wordt
gegeven aan de doelen van de Agenda voor het Waddengebied 2050, inzichtelijker worden
gemaakt.
Op deze manier wordt zowel de huidige ecologische waarde gewaarborgd als ruimte gecreëerd
voor toekomstige ontwikkelingen, in lijn met de internationale verplichtingen. In
bijlage 2 is een korte duiding gegeven van de verschillende aanbevelingen.
Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging8 van de Staatssecretaris van LVVN aan het lid Chakor (GroenLinks-PvdA) tijdens het
Commissiedebat Wadden van 6 februari 2025 om met een reactie te zullen komen op het
advies van de Waddenacademie. Het gestand doen aan deze toezegging heeft langer geduurd
dan voorzien om een goede bespreking van het rapport, de reflectie en de voorgenomen
reactie hierop binnen de Waddengovernance te laten plaatsvinden.
Beheerautoriteit Waddenzee
Op 3 februari 2024 is de Kamer geïnformeerd over de evaluatie van de Beheerautoriteit
Waddenzee9. De Beheerautoriteit heeft het afgelopen jaar samen met opdrachtgevers en (natuur)beheerders
ingezet op de afgesproken verbeteracties. In een collectieve bijeenkomst is de gezamenlijke
ambitie (her)geformuleerd en onderschreven: «Toekomstbestendig Werelderfgoedwaardig beheer op basis van het Beheeraanbod». De benodigde verbetering van (natuur)beheer is, in navolging op het eerste Integraal
Beheerplan (2023), op zeven beheeraspecten in het Beheeraanbod – een volgende stap
naar integraal beheer – uitgewerkt. Dit wordt programmatisch tot uitvoering gebracht
door het Beheerderscollectief Waddenzee onder regie van de Beheerautoriteit Waddenzee.
Daarnaast zijn er stappen gezet om de beheerpraktijk structureel in te brengen bij
de beleidsontwikkeling door onder andere het proces van signaleren en adviseren te
professionaliseren. Recent hebben partners in het gebied onder regie van de Beheerautoriteit
een BOA-convenant «natuurhandhaving Waddenzee» afgesloten dat met ingang van 1 januari
2026 in werking is getreden. Dit maakt het toezicht op de Waddenzee in het groene
domein efficiënter en beter.
Zoekgebieden kerncentrales
De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft namens het kabinet een toelichting gegeven
over het proces rond de zoeklocaties voor twee nieuwe kerncentrales in Nederland.
Het kabinet werkt momenteel aan de projectprocedure waarin meerdere locaties worden
onderzocht, waaronder locaties in de Eemshaven.
De leden van het BOW hebben hun zorgen met betrekking tot de maatschappelijke impact
en de Groningse ondergrond in het overleg gedeeld. Het kabinet is zich bewust van
de gevoeligheden in Groningen en kent de politieke wensen. Zoals toegelicht in het
BOW is het om tot een juridisch houdbaar besluit te komen, op dit moment echter nog
niet mogelijk om locaties uit te sluiten. Dat kan mogelijk later wel op basis van
de onderzoeken die nu lopen in het kader van de projectprocedure, waarin de locaties
op meerdere aspecten worden beoordeeld, waaronder de omgeving en toekomstvastheid.
Als het kabinet na het doorlopen van de projectprocedure een keuze heeft tussen geschikte
locaties, zal het de voorkeur gegeven aan een locatie in Zeeland. De locatiekeuze
wordt verwacht na de zomer van 2026. De Minister van Klimaat en groene Groei zal de
leden van het BOW blijvend informeren over de voortgang van de onderzoeken.
Stand van zaken Programmatische Aanpak Grote Wateren: Waddengebied
Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) verbetert het Rijk (ministeries
IenW en LVVN) de ecologische waterkwaliteit en natuur in en rond de Grote Wateren.
Daarmee is de PAGW essentieel voor het duurzaam behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn
Water, de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Europese Natuurherstelverordening. In het
Waddengebied wordt ingezet op het herstellen van de natuurlijke dynamiek van wind
en water, het optimaliseren van natuurlijk leefgebied en het aanleggen van betere
ecologische verbindingen. Van de zeven PAGW-Waddenprojecten is de stand van zaken:
• Om vertroebeling te verminderen zijn met de pilot Buitendijkse Slibsedimentatie in
2025 rijshouten dammen aangelegd in het Eems-Dollard gebied.
• Ecologische koppelmaatregelen binnen de dijkversterking Lauwersmeer-Vierhuizergat
zijn door het waterschap Noorderzijlvest in 2025 gerealiseerd. Het betrof kwelderuitbreiding,
een natuurlijkere overgang van de versterkte dijk en een nieuw getijdengebied Marnewaard
van 70 hectare met getijdenduiker.
• Voor de planuitwerking van een aantal ecologische maatregelen binnen de dijkversterking
Koehool-Lauwersmeer (meer vismigratie bij drie gemalen en optimalisatie inrichting
kwelders) maken we afspraken met Wetterskip Fryslân.
• Voor Eemszijlen-Groote polder heeft de provincie Groningen in november 2025 het voorkeursalternatief
vastgesteld inclusief een groenblauwe bufferzone met binnendijks estuarien gebied.
Het Rijk maakt afspraken met de provincie over de voorbereiding van de voorkeursbeslissing
en de start planuitwerking.
• Binnen het project «Onderwaternatuur Waddenzee» verbeteren we doorlopend via verschillende
pilots het onderwaterleven zoals het herstel van: hardsubstraat, ondergedoken zeegras
en schelpdierbanken.
• Voor het herstel van de natuurlijke dynamiek op de Boschplaat Terschelling is in 2025
ingezet op participatie en communicatie met de eilanders over het project. Voor het
projectonderdeel «Dynamiek in de zeereep» wordt momenteel de planuitwerking en projectrealisatie
gecombineerd aanbesteed.
• Voor een toekomstbestendig Lauwersmeer (met als doel het realiseren van een natuurlijkere
overgang tussen zoet- en zoutwater tussen het Lauwersmeer en de Waddenzee) legt het
waterschap Noorderzijlvest in de huidige verkenningsfase een openbaar meetnet chloride
aan om de zoetzoutsituatie in beeld te brengen (inclusief communicatie en participatie)
en stelt het een ecologisch streefbeeld op voor de zoetzout-overgang Lauwersmeer-Waddenzee.
Aanbesteding concessies Friese Waddenveren vanaf 2029
Het Ministerie van IenW bereidt een aanbesteding voor van nieuwe concessies voor de
veerdiensten van en naar de Friese Waddeneilanden. Op 1 oktober 2025 heeft de Kamer
met de Staatssecretaris van IenW gedebatteerd over het Programma van Eisen (hierna
PvE) voor deze aanbesteding en enkele andere aanbestedingsdocumenten. Hieronder wordt
de Kamer geïnformeerd over de opvolging van de toezeggingen die in dat debat zijn
gedaan. Tevens wordt ingegaan op de planning van de aanbestedingsprocedure.
Opvolging toezeggingen
Aan de Kamer is toegezegd om jaarlijks voor het CD Wadden te worden geïnformeerd over
de voortgang van de implementatie van elektrificatie van de Friese Waddenveren en
groene subsidies10. Deze informatie vindt u verderop in deze brief bij «Implementatie elektrificatie
Friese Waddenveren».
Toegezegd is ook om de benchmarkstudie over het redelijk rendement ter inzage met
de Kamer delen11. Deze toezegging is nagekomen op 22 oktober 202512.
De Staatssecretaris heeft daarnaast toegezegd om de Minister te verzoeken de Kamer
te informeren over het dossier rondom de watertaxi13.
De Staatssecretaris heeft daarnaast toegezegd om de Minister te verzoeken de Kamer
te informeren over het dossier rondom de watertaxi14. Voor de watertaxi’s loopt een traject op basis van het MARIN-onderzoek naar nachtelijk
snelvaren, waarover de Kamer via een aparte brief is geïnformeerd15.
Met betrekking tot de toezegging dat ondernemers deel kunnen nemen aan het OCOW (Overleg
Consumenten- en Omgevingsbelangen Waddenveren) bieden de bepalingen in het PvE hiervoor
voldoende ruimte. Het PvE hoeft niet te worden gewijzigd om deze toezegging gestand
te doen.
De toezegging om eilandbewoners een rol te geven in de aanbesteding wordt opgevolgd
door bij het scoren van het gunningscriterium «regionale bijdrage» advies in te winnen
van een adviseur die wordt voorgedragen door de eilandgemeentes. Lokale kennis draagt
bij aan een weloverwogen oordeel en het ministerie wil graag van deze lokale kennis
leren.
Tot slot is toegezegd om een meldplicht voor sociale veiligheid op te nemen in het
PvE. In reactie op deze toezegging is het PvE tekstueel aangescherpt om de rol van
de concessiehouder actiever te maken. In het PvE wordt nu expliciet geëist dat de
concessiehouder voor een veilige werkomgeving moet zorgen.
Actuele planning
De aanbestedingsprocedure start in het voorjaar van 2026. De planning is onlangs aangepast,
omdat meer tijd benodigd is om alle aanbestedingsstukken gereed te maken voor publicatie.
Het kabinet kiest op dit punt voor zorgvuldigheid. De gunning vindt naar verwachting
plaats in het tweede kwartaal van 2027. Daarna heeft een winnende rederij tijd om
zich voor te bereiden op de nieuwe concessie(s). Dit is de implementatieperiode. De
beoogde startdatum van de nieuwe concessies is 9 januari 2029.
Implementatie elektrificatie Friese Waddenveren
Het Ministerie van IenW is bezig met het elektrificeren van de Friese Waddenveren.
In het PvE van de concessies is aangegeven dat elektrificatie in stappen plaatsvindt
wanneer de benodigde infrastructuur hiervoor gerealiseerd is. De realisatie van de
benodigde infrastructuur loopt op schema. In het PvE staat de verwachting dat de verbinding
naar Schiermonnikoog vanaf 2030 geëlektrificeerd kan worden en de verbindingen naar
Terschelling en Vlieland vanaf 2040. De verbinding naar Ameland is voorzien in de
daaropvolgende concessie. Voor de aanleg van de benodigde infrastructuur is € 50 miljoen
beschikbaar gesteld uit het Klimaatfonds.
In het BOW is afgesproken dat partijen werken naar samenwerkingsovereenkomsten. Deze
zijn in voorbereiding en zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 getekend
worden. Voor de realisatie van de infrastructuur wordt goed samengewerkt met Rijkswaterstaat,
de regio en de netbeheerders.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Indieners
-
Indiener
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur