Brief regering : Indiening Sociaal Klimaatplan bij de Europese Commissie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 4258 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 februari 2026
Met deze brief informeer ik u over de indiening van het Nederlandse Sociaal Klimaatplan
(SKP) bij de Europese Commissie om invulling te geven aan het Social Climate Fund
(SCF). Het SKP is op 19 januari jl. formeel ingediend bij de Europese Commissie. U
treft een afschrift hiervan, zoals toegezegd in mijn brief van september, in de bijlage.
In deze brief geef ik graag een toelichting op het proces rondom indiening dat we
samen met de Europese Commissie hebben doorlopen, een beknopte samenvatting van de
maatregelen in het Nederlandse SKP en een vooruitblik op het besluitvormingsproces.
Indieningsproces Sociaal Klimaatplan
Het SKP moet volgens een specifiek format zijn uitgewerkt in lijn met de doelstellingen
en vereisten van de SCF-verordening. In het SKP mogen lidstaten maatregelen opnemen1 die gericht zijn op het verzachten van de sociale gevolgen van het nieuwe Europese
emissiehandelssysteem (ETS2) voor gebouwen en wegvervoer, door kwetsbare huishoudens,
micro-ondernemingen en vervoersgebruikers te ondersteunen bij de energietransitie.
Het kabinet heeft in april 2025 besloten over de op te nemen maatregelen in het SKP
en de bijbehorende verdeling van de middelen van het Sociaal Klimaatfonds. Met dit
mandaat zijn de informele onderhandelingen met de Europese Commissie gestart. Deze
informele dialoog was erop gericht om het integrale SKP en de afzonderlijke maatregelen
in lijn te brengen met de verordening waarbij per maatregel concrete mijlpalen en
doelstellingen moeten zijn geformuleerd. Die vormen bij goedkeuring de basis voor
het Commissiebesluit en zijn randvoorwaardelijk voor de uitbetaling uit het SCF.
In nauwe samenwerking met de Europese Commissie, onder leiding van DG EMPL, is door
alle betrokken departementen de afgelopen maanden hard gewerkt aan het SKP.
Dit heeft onder andere geleid tot ambitieuze mijlpalen en doelstellingen, het opnemen
van een aanvullende maatregel in het SKP binnen de gebouwde omgeving (uitfasering
van energielabels E, F en G in de huursector per 2029) en het heeft geleid tot het
besluit van het kabinet om de Onderwegpas niet op te nemen.2 De middelen die daar aanvankelijk voor waren begroot, zijn in het SKP verdeeld over
de andere maatregelen. Daarmee is de focus van het SKP komen te liggen op de verduurzaming
van de gebouwde omgeving (component C1 van het SKP) en directe inkomensondersteuning
(component C3) waarbij met name kwetsbare huishoudens in energiearmoede en kwetsbare
micro-ondernemers worden geholpen.
Op 10 december 2025 is er in EU-verband een voorlopig triloogakkoord bereikt op de
herziening van de Europese Klimaatwet. Onderdeel daarvan is het uitstel van ETS2.
Het uitstel heeft echter geen gevolgen voor de uitvoering en de totale omvang van
het SKP of de Sociaal Klimaatplannen die lidstaten hebben ingediend. De toepassingsperiode
van de Sociaal Klimaatplannen blijft ongewijzigd en beslaat de jaren 2026 tot en met
2032.3
De maatregelen in het SKP
Het SKP bevat vijf maatregelen, die in het bijgevoegde plan beschreven worden. Hieronder
volgt een korte samenvatting van de maatregelen:
1. Het Energiehuis
2. Het Nationaal Warmtefonds (specifiek 2 producten/doelgroepen)
3. Uitfasering Energielabels EFG in de huursector per 2029
4. Fixteams voor micro-ondernemers
5. Het Publiek Energiefonds
1) Het Energiehuis
Het Energiehuis: Het Energiehuis (fysiek en digitaal éénloketsysteem) is de centrale
plek met informatie en advies over het energiezuiniger maken van woningen en gebouwen
en helpt bewoners en gebouweigenaren tijdens hun verduurzamingsreis. De SCF-middelen
worden ingezet via gemeenten om bewoners in een kwetsbare positie te ondersteunen
met energiecoaches en -fixers. Deze energiehulp ondersteunt de bewoners met het energiezuiniger
en comfortabeler maken van hun woning. Daarnaast wordt een deel van de SCF-middelen
besteed aan ondersteuning van de uitvoering van energiehuizen op nationaal niveau
(b.v. landelijke monitor en communicatie).
2) Het Nationaal Warmtefonds
Voor veel woningeigenaren is Nationaal Warmtefonds een verstandige mogelijkheid: geld
lenen om energiebesparende maatregelen te laten uitvoeren, zoals nieuwe kozijnen met
rendementsglas, isolatie van de gevel, zonnepanelen, warmtepomp, etc. Sinds de introductie
van de renteloze lening bereikt Nationaal Warmtefonds mensen die voorheen niet bezig
waren met energiebesparing. Met middelen uit het SCF worden twee onderdelen gecontinueerd.
Allereerst de «combinatielening» voor woningeigenaren zonder leenvermogen. Zij lenen
renteloos en lossen de eerste vijf jaar niets af. Ten tweede de «vve-ledenlening»
voor appartementseigenaren met laag inkomen.
3) Uitfasering Energielabels EFG in de huursector per 2029:
Ten aanzien van huurwoningen is politiek reeds besloten om de slechtste energielabels
verplicht uit te faseren per 2029, ook voor particuliere huurwoningen. Er worden daartoe
minimum energieprestatie-eisen voor huurwoningen opgenomen in het Besluit Bouwwerken
Leefomgeving (Bbl), waaraan huurwoningen per 1 januari 2029 moeten voldoen. Deze maatregel
is opgenomen in het SKP op aanraden van de Europese Commissie, om aan te tonen dat
Nederland ook inzet op verbetering van de positie van huurders in energiearmoede.
Voor deze maatregel wordt geen budget aangevraagd uit het SCF (zogenaamde «zero cost»
measure).
4) Fixteams voor micro-ondernemers
Dit zijn teams die langsgaan bij kwetsbare micro-ondernemers om deze direct te helpen
met simpele energiebesparende maatregelen. Denk daarbij aan kieren dichten, simpele
(leiding) isolatie en beter afstellen van apparatuur. Daarnaast krijgen de ondernemers
advies hoe meer energie bespaard kan worden. Dit programma wordt opgezet naar voorbeeld
van programma’s in Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Wageningen. Daarbij zijn directe
besparingen van 5% tot 10% op de energiekosten behaald. Met de middelen uit het SCF
maken we het mogelijk dat alle gemeenten een Fixteam inschakelen voor kwetsbare ondernemers.
5) Het Publiek Energiefonds
Het doel van het Publiek Energiefonds is om tijdelijke inkomensondersteuning te bieden
aan huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten. De maatregel draagt daarmee
bij aan het voorkomen van betalingsproblemen en mitigeert de sociale gevolgen van
de overgang naar een duurzamer energiesysteem. Het doel is dan ook om huishoudens
actief door te verwijzen naar bestaande verduurzamingsmaatregelen. Daarmee draagt
de maatregel niet alleen bij aan het opvangen van de directe financiële druk, maar
stimuleert het ook structurele oplossingen die de energierekening op termijn verlagen.
Implementatie
SZW zal gedurende de looptijd van het SKP blijven optreden als coördinating body. Dat betekent dat SZW aanspreekpunt blijft voor de Europese Commissie voor het integrale
plan. De directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering (DSU) is aangewezen
als coördinerende autoriteit voor de implementatie van het SKP en zal namens de betrokken
ministeries – die verantwoordelijk zijn voor het behalen en controleren van de eigen
maatregelen – de betaalaanvragen richting Brussel verzorgen.
Besluitvormingsproces
Nu het SKP is ingediend start de formele dialoog met de Europese Commissie. De Europese
Commissie toetst aan de hand van de criteria in de verordening of het integrale SKP
alsmede de afzonderlijke maatregelen voldoen aan alle vereisten. Binnen twee maanden
na indiening kan de Europese Commissie vragen om aanvullingen of aanpassingen van
het SKP. Dit kan betrekking hebben op alle onderdelen van het plan zoals de algehele
onderbouwing van het SKP, de specifieke maatregelen, de impactanalyse of de uitvoering
en governance. De Europese Commissie neemt uiterlijk 5 maanden na indiening een besluit
over het plan.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid