Brief regering : Vierlandenoverleg OCW november 2025
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2026
Ieder jaar ontmoeten de Ministers van onderwijs, cultuur en wetenschap van Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en Nederland elkaar tijdens het Ministerieel Vierlandenoverleg
(M4LO). Tijdens het M4LO maken de Ministers van het Koninkrijk afspraken over de samenwerking
op hun beleidsterreinen en bespreken zij de ontwikkelingen van het afgelopen jaar.
Nederland vertegenwoordigt hierbij ook Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
In 2025 was Nederland voorzitter van het M4LO. Deze editie in november vond plaats
in het Caribische deel van Nederland, op Bonaire. Dit was mijn eerste M4LO, wat ook
gold voor de Ministers van Aruba en Sint Maarten. Het overleg bood de gelegenheid
tot nadere kennismaking tussen de Koninkrijksministers onderling en heeft de banden
binnen het Koninkrijk verder versterkt. In het overleg werken wij met wederzijds begrip
en betrokkenheid samen om kansen en uitdagingen op de eilanden te adresseren. De gelijkwaardigheid
van ieder land is het uitgangspunt van de gemaakte afspraken. Onderwerpen die urgent
zijn en alle landen binnen het Koninkrijk aangaan kunnen worden geagendeerd en worden
gezamenlijk opgepakt.
Als bijlage van deze brief treft u de Koninkrijksbrede afspraken die wij met elkaar
hebben gemaakt. Deze afspraken zijn grotendeels voortzetting van beleid. In deze brief
zal ik in het bijzonder ingaan op het studiesucces van Caribische studenten en de
versterking van het onderwijs op de eilanden omdat dit blijvende inspanning vraagt.
Verder licht ik een nieuw onderwerp toe, namelijk de inzet op «braingain», waaronder
de samenwerking in het aanbod van (zorg)opleidingen die aansluiten op de arbeidsmarkt.
Tot slot zal ik de voortgang toelichten op de cultuuronderwerpen.
Studiesucces Caribische studenten
Caribische studenten lopen vaak tegen uitdagingen aan bij het starten en afronden
van een vervolgstudie in Europees Nederland of elders. Daarom is in 2023 de Strategic
Education Alliance (SEA) door de vier landen gezamenlijk in het leven geroepen: het
Koninkrijksbrede samenwerkingsprogramma tussen overheden en onderwijsinstellingen
richt zich op het vergroten van het studiesucces en de kansen voor jonge mensen uit
het Caribisch deel van ons Koninkrijk. De activiteiten richten zich op de complete
cyclus die de student doorloopt: van studiekeuze tot en met de ontvangst en de begeleiding
in het vervolgonderwijs.1
In het kader van SEA is reeds veel gebeurd. De Ministers hebben besloten het SEA-programma
te verlengen tot en met 31 december 2028 om voldoende tijd te hebben de eerder vastgestelde
prioriteiten van het programma af te ronden en te waarborgen. De Adviescommissie SEA
is gevraagd om een concreet advies uit te brengen op welke wijze de activiteiten van
SEA per 2029 duurzaam verankerd kunnen worden binnen bestaande structuren.
Een belangrijk initiatief uit het programma SEA betreft het Caribbean Academic Foundation
Year (CAFY). Jonge Caribische studenten die twijfelen over hun vervolgopleiding krijgen
met dit programma de kans om in een periode van tien maanden onder begeleiding te
werken aan persoonlijke ontwikkeling, studie- en taalvaardigheid. Wegens het succes
van het programma op Aruba, Curaçao en sinds 2025 ook Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius
(inclusief een nieuwe CAFY in het beroepsonderwijs), hebben de vier Ministers het
programmateam SEA verzocht de mogelijkheden van een gelijkgestemd CAFY-programma op
Bonaire te verkennen.
Daarnaast hebben we kennisgenomen van de oprichting en de voortgang van het Caribische
Decanennetwerk, dat in het leven is geroepen vanuit de hulpvraag om schooldecanen
in het voortgezet onderwijs verder te professionaliseren. In het verlengde daarvan
hebben de Ministers verzocht om een actie-agenda op te stellen voor kennisuitwisseling
tussen decanen over studiesucces van Caribische studenten.
«Braingain» en aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt
Veel studenten kiezen ervoor om een vervolgopleiding te volgen buiten de eilanden,
bijvoorbeeld in Europees Nederland, Latijns-Amerika of de Verenigde Staten. Na het
afronden van een studie in het buitenland, keren Caribische studenten vaak niet terug
naar huis. De Caribische eilanden zien hierdoor talloze talentvolle jongeren de eilanden
verlaten, waardoor kennis, talent, maar ook capaciteit verloren gaan (braindrain).
De landen erkennen daarom het gezamenlijke belang van het stimuleren van braingain/brain
circulation. Het is een complex thema op verschillende inhoudelijke terreinen en dat
vraagt om een integrale aanpak. Zodoende lag in 2025 de focus op het bijeenbrengen
van de benodigde stakeholders in het kader van de aansluiting tussen onderwijs en
arbeidsmarkt. Er is namelijk een nauwe samenhang tussen braingain en het aanbod van
opleidingen die aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt, een onderwerp waarover
uw Kamer in de brief over Economische ontwikkeling Caribisch deel van het Koninkrijk
is geïnformeerd.2 Om de uitkomsten uit de eerder opgestelde arbeidsmarktanalyses te valideren, heeft
het programmateam SEA samen met de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) en lokale stakeholders
rondetafelbijeenkomsten georganiseerd rondom dit thema met overheden, onderwijsinstellingen
en werkgevers. In het verlengde hiervan zijn en worden op Curaçao en Sint Maarten
Raden Onderwijs Arbeidsmarkt (ROA’s) opgericht, in navolging van de ROA in Caribisch
Nederland en het Platform Education & Labor (PEL) op Aruba. De ROA’s zijn de Caribische
expertisebureaus die de link leggen tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt,
onder andere door het erkennen en begeleiden van leerbedrijven, het adviseren van
scholen over arbeidsmarktrelevantie van specifieke opleidingen en door op te treden
als spil tussen het bedrijfsleven en het beroepsonderwijs. Het programmateam van SEA
is verzocht samen met deze Caribische platforms een plan van aanpak op te stellen
om kennisuitwisseling tussen deze platforms te bevorderen. Bovendien hebben de Ministers
naar aanleiding van het rapport van de adviescommissie SEA3 een werkgroep aangesteld, die belast is met de taak een plan van aanpak te ontwikkelen
om braingain in het onderwijs te bevorderen.
Een belangrijke randvoorwaarde voor het stimuleren van braingain is het onderhouden
van contact met Caribische studenten over onder andere het verloop van hun studie
en loopbaan. Het verzamelen van deze gegevens is een ingewikkeld juridisch proces
in verband met privacy. In het M4LO hebben de Ministers daarom gevraagd om een datasysteem
in te richten waarbij de juiste waarborging van privacy en vrijwillige deelname centraal
staat.
Braindrain wordt onder andere sterk ervaren in de zorgsector op de eilanden. Om die
reden werken het M4LO Onderwijs en het M4LO Zorg sinds 2023 samen om de aansluiting
tussen de instroom van Caribische studenten in de zorgopleidingen op hbo- of wo-niveau
in Nederland en de uitstroom naar de arbeidsmarkt in de zorg in het Caribisch Gebied
te verbeteren. Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de voorgestelde gezamenlijke aanpak
van OCW en VWS.4 Voor de uitvoering van deze aanpak is in het najaar van 2025 een programmamanager
in het Caribisch Gebied aangesteld. De opdracht van deze programmamanager richt zich
op zorgopleidingen op hbo- en wo-niveau met numerus fixus, met specifiek Geneeskunde
als prioriteit.
Versterking van het onderwijs op de eilanden
Kibrahacha
Tijdens het M4LO van 2019 is het partnerschap Samen Opleiden «Kibrahacha» opgericht.
Kibrahacha is een samenwerkingsverband tussen hoger onderwijsinstellingen, scholen
en schoolbesturen op Aruba, Curaçao en Bonaire waarbinnen nieuwe leerkrachten in de
praktijk worden opgeleid volgens het onderwijsconcept Samen Opleiden en Professionaliseren
en rekening wordt gehouden met de Caribische onderwijscontext, cultuur en taal. Tijdens
het M4LO is de noodzaak opnieuw onderstreept om voldoende bekwame leraren in het Caribisch
deel van het Koninkrijk op te leiden om in de lokale vraag te voorzien. De Ministers
van de landen hebben waardering uitgesproken voor de werkzaamheden van Kibrahacha
en onderkennen het belang van het partnerschap Kibrahacha bij het opleiden van nieuwe
leraren en het professionaliseren van zittende leraren op Aruba, Curaçao en Bonaire.
Daarom is besloten om de bestaande samenwerking voort te zetten. Ook inventariseren
Sint Maarten en Nederland in het komende jaar de behoefte om het concept van Samen
Opleiden en Professionaliseren van leraren uit te breiden naar de Bovenwindse eilanden.5
Nederlands als Vreemde Taal (NVT)
Nederlands is een officiële taal in het Caribische deel van het Koninkrijk, terwijl
het voor de meeste inwoners op de eilanden een tweede of vreemde taal is. Op de ABC-eilanden
(Aruba, Bonaire en Curaçao) is Papiaments de omgangstaal, en op de SSS-eilanden (Saba,
Sint Eustatius en Sint Maarten) wordt voornamelijk Engels gesproken. Het Netwerk Nederlands
als Vreemde Taal (NVT) faciliteert en stimuleert de onderlinge samenwerking tussen
de zes eilanden en de Taalunie, en zet zich in voor kennisuitwisseling, deskundigheidsbevordering,
lesmateriaal en -methoden die de verschuiving van een moedertaalbenadering naar een
NVT-benadering ondersteunen. Deze didactiek past beter bij de meertalige realiteit
van Caribische leerlingen en vergroot hun kansen op studiesucces wanneer zij in Europees
Nederland een studie zullen volgen. In 2025 is het activiteitenplan herijkt met activiteiten
ter bevordering van effectief leesonderwijs, sensibilisering van schoolleiders en
schoolbesturen en vergroting van de kennis. Deze doelen worden voor 2026 voortgezet.
In het M4LO is afgesproken om op basis van een evaluatie de bredere behoefte aan samenwerking
op het gebied van taal te verkennen.
Cultuur
De zes Caribische eilanden werken al langere tijd samen op het gebied van immaterieel
cultureel erfgoed en de implementatie van het UNESCO-verdrag immaterieel erfgoed.
De werkgroep immaterieel cultureel erfgoed heeft gewerkt aan een nieuwe nominatieprocedure
voor de internationale lijsten van het UNESCO-verdrag. Deze procedure is tijdens het
M4LO vastgesteld. De nieuwe nominatieprocedure vormt een evenwichtige basis voor samenwerking
binnen het Koninkrijk rond nominaties, waarmee gewerkt wordt aan een gelijkwaardige
representatie van alle onderdelen van het Koninkrijk op de internationale lijsten
van UNESCO.
In gesprekken met de Caribische landen over erfgoed en musea is een toenemende vraag
om het onderwerp «cultuurgoederen die in de koloniale tijd onvrijwillig zijn afgestaan»
te agenderen. Om die reden hebben de Ministers tijdens het M4LO kenbaar gemaakt het
initiatief van een Koninkrijksbrede werkgroep koloniale collecties te ondersteunen.
Deze werkgroep gaat dit jaar in beraad met de museale- en erfgoedsector en andere
belanghebbenden voor een plan voor museale samenwerking, collectiebeheer en het proces
van teruggave van koloniale collecties, zodat deze ook aansluit bij de activiteiten
van de eilanden in het kader van doorwerking slavernijverleden.
Vervolg
Het voorzitterschap is overgedragen aan Sint Maarten en het volgende M4LO zal plaatsvinden
in november 2026. Tot het volgende M4LO monitoren Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
Nederland gezamenlijk de voortgang van de afspraken over onderwijs en cultuur. Het
was mij een genoegen om samen met de Caribische landen de banden en de samenwerking
binnen het Koninkrijk op onderwijs, cultuur en wetenschap verder te versterken.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap