Brief regering : Voortgangsbrief aanpak Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB)
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 880 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN SOCIALE
ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2026
Gezondheid (lichamelijk, mentaal en sociaal) is van grote waarde voor onze samenleving.
Voor de participatie van mensen, voor een sterke economie en voor de betaalbaarheid
van de zorg. Beleid buiten het zorgdomein heeft vaak grote effecten op de (mentale)
gezondheid en aanhoudende gezondheidsverschillen. Daarom is het belangrijk dat gezondheid
een rol krijgt binnen overheidsbeleid en dat we acties inzetten die bijdragen aan
gezondheid en andere maatschappelijke doelen. Verbeteringen in gezondheid hebben ook
bredere effecten, zoals betere ontwikkelkansen voor kinderen, duurzame arbeidsparticipatie
en minder druk op sociale voorzieningen. Dit is het gedachtegoed van Gezondheid in
en voor alle Beleidsdomeinen (GiaB). Daarvoor zijn we allemaal aan zet: Rijk, gemeenten,
professionals, werkgevers en maatschappelijke partners.
Het kabinet heeft in december 2024 de eerste contouren van een rijksbrede GiaB-aanpak
geschetst.1 Met deze brief informeren wij, de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport en de
Staatssecretaris Participatie en Integratie, mede namens de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid, u over de voortgang. Dit doen wij langs de drie actielijnen uit
de contourenbrief (A, B en C) en een agenda voor doorontwikkeling:
A. Kansrijke beleidsthema’s;
B. Verkennen beleidsinstrumentarium om effecten op gezondheid nadrukkelijker mee te wegen
in Rijksbeleid;
C. Investeringsmodel voor preventie;
D. Agenda voor doorontwikkeling.
Vanuit de aanpak GiaB hebben binnen deze actielijnen drie onderwerpen zich het afgelopen
jaar het sterkst ontwikkeld. Het gaat om de aanpak multiproblematiek om gezondheidsachterstanden
terug te dringen, drie prioritaire lijnen voor een gezonde fysieke leefomgeving en
het investeringsmodel voor preventie. Deze thema’s vormen in ieder geval voor de komende
periode de focus van de rijksbrede GiaB-aanpak.
A. Kansrijke beleidsthema’s
In de eerder genoemde contourenbrief worden maatregelen2 beschreven binnen vier impactvolle beleidsthema’s die (in)direct bijdragen aan het
verbeteren van de gezondheid. De afgelopen periode is met andere departementen, gemeenten
en maatschappelijke partners verkend waar aanvullende kansen liggen om gezondheid
te bevorderen en andere beleidsdoelen te ondersteunen. Hieronder schetsen wij de ontwikkelingen
binnen de vier impactvolle beleidsthema’s.
1) Bestaanszekerheid en Werk
Gezondheidsproblemen gaan vaak hand in hand met problemen op het gebied van bestaanszekerheid.
Werk, mits het aansluit bij iemands capaciteiten en het veilig is, draagt bij aan
de mentale en fysieke gezondheid. Zo werkt het kabinet onder andere aan de hervormingsagenda inkomensondersteuning, het bieden van meer zekerheid aan werkenden via het
arbeidsmarktpakket en de Arbovisie 2040. Twee recente voorbeelden waaraan de Ministeries
van VWS en SZW in gezamenlijkheid werken zijn de basisfunctionaliteit sociaal doorverwijzen
binnen het AZWA en het meenemen van bestaanszekerheid in de modules van de stevige
lokale teams.3 Daarnaast is het project Preventie van Geldzorgen inmiddels van start gegaan. Hierbij
worden zorgvindplaatsen geëquipeerd om geldzorgen te herkennen, het gesprek aan te
gaan en een netwerk te ontwikkelen zodat mensen warm kunnen worden doorverwezen naar
het sociaal domein, zoals laagdrempelige financiële dienstverlening. De zorgvindplaatsen
bestaan op dit moment uit huisartsenpraktijken, geboortezorg en apothekers. Dit is
in lijn met één van de beleidsopties in het recent uitgekomen Interdepartementaal
Beleidsonderzoek (IBO) «Mentale Gezondheid en GGZ», het organiseren van structurele
aandacht voor geldzorgen, armoede en schulden bij zorgprofessionals.4 Wij vinden het belangrijk dat dit perspectief wordt meegenomen. Het is aan een volgend
kabinet om te bepalen hoe aan het IBO opvolging wordt gegeven.
2) Een gezonde generatie
Kansrijke Start binnen integrale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie
Veel gezinnen in een kwetsbare positie hebben te maken met problemen op meerdere leefdomeinen,
zoals armoede of schulden, (jeugd)zorg, werkloosheid en huisvestingsproblematiek.
Deze problemen hangen vaak samen en versterken elkaar, met negatieve gevolgen voor
zowel ouders als kinderen. Om deze gezinnen beter te ondersteunen is tijdige, samenhangende
hulp vanuit verschillende aandachtsgebieden nodig. De Ministeries van SZW, OCW, VWS,
J&V en BZK werken daarom samen met gemeenten, ervaringsdeskundigen, kinderen, jongeren
en maatschappelijke partners aan een rijksbrede integrale aanpak voor gezinnen in
een kwetsbare positie. Daarbij wordt nadrukkelijk verkend hoe de inzet vanuit Kansrijke
Start (eerste 1.000 dagen van een kind) daarin kan worden meegenomen en waar mogelijk
kan worden versterkt. Daarnaast is het Rijk in samenwerking met de VNG aan de slag
gegaan om een Sociale Agenda voor Nederland te ontwikkelen. De Sociale Agenda wordt
door de verschillende departementen in het sociaal domein en de VNG gezamenlijk opgepakt5. In 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
3) Een gezonde fysieke leefomgeving
Hieronder wordt de inzet voor een gezonde fysieke leefomgeving langs drie prioritaire
lijnen geschetst:
1. De gezondheid beter beschermen tegen mogelijke negatieve effecten vanuit de leefomgeving;
2. Negatieve gezondheidsgevolgen van klimaatverandering minimaliseren;
3. Een ruimtelijke inrichting die de gezondheid beschermt en een gezonde leefstijl bevordert.
1. Gezondheid beschermen tegen negatieve effecten
Naar aanleiding van verschillende onderzoeken die in 2025 zijn uitgevoerd worden pilots
en verkenningen gestart om de gezondheid van omwonenden van industrie beter te beschermen.
In een van die pilots onderzoeken we een stevigere rol voor de GGD als adviseur aan
het bevoegd gezag bij planvorming vanuit de Omgevingswet. Op deze manier wordt integrale
besluitvorming bevorderd. Dit moet eraan bijdragen dat er beter rekening wordt gehouden
met de gezondheidsgevolgen voor omwonenden van industrie.
In de Joint Letter of Intent van Tata Steel Nederland, Tata Steel Limited, de provincie
Noord-Holland en het Rijk6 zijn voornemens opgenomen om bovenwettelijke afspraken te maken om emissies van gezondheidsschadelijke
stoffen van het bedrijf te verminderen en de CO2-uitstoot fors te reduceren. Op dit moment vindt een pilot met een gezondheidseffectrapportage
(GER) plaats bij Tata Steel. De GER is een pilot rondom Tata Steel en geen bestaand
instrument. De uitvoering van de pilot bij Tata Steel moet uitwijzen wat de meerwaarde
is van (elementen van) de GER, hoe deze het best kan worden vormgegeven en op welk
moment in het vergunningsproces dit instrument het meeste effect heeft. Vanwege de
samenhang tussen emissies, milieukwaliteit en gezondheid ligt het voor de hand om
die elementen van de GER die van toegevoegde waarde zijn op termijn onder te brengen
in de systematiek van het MER.
Mensen maken zich zorgen over de invloed van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen,
microplastics of PFAS op hun gezondheid. Met andere ministeries voert VWS onderzoek
uit naar de blootstelling van mensen en de gevolgen voor hun gezondheid. Daarnaast
zijn we met andere ministeries in gesprek over hoe het Rijk om kan gaan met situaties
waarin gezondheidsgevolgen nog onduidelijk zijn maar er wél zorgen leven. Het voorzorgprincipe
is een belangrijke pijler. Tegelijkertijd is het voorzorgprincipe een breed en veelzijdig
begrip en biedt het daardoor niet altijd voldoende handelingsperspectief.
2. Gezondheidsgevolgen van klimaatverandering tegengaan
Bij de herziening van de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) zet het Rijk onder coördinatie
van de Minister van IenW in op een weerbare samenleving die bestand is tegen de gevolgen
van klimaatverandering. De inzet vanuit VWS focust zich met name op het tegengaan
van de klimaat-gerelateerde gezondheidsgevolgen van toenemende hitte, UV-straling,
infectieziekten en pollen. Vooruitlopend daarop heeft VWS op 2 juni 2025 samen met
de Ministeries van IenW en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) de Hitte
aanpak 2025 uitgebracht.7 Tegelijkertijd heeft het RIVM in opdracht van VWS de evaluatie van het Nationaal
Hitteplan gepubliceerd.8 Hieruit blijkt dat in de periode sinds het hitteplan van kracht is de sterfte door
hitte is gedaald, terwijl het aantal hittegolven de afgelopen jaren is toegenomen.
Daarom geeft VWS het RIVM de opdracht om het Nationaal Hitteplan door te ontwikkelen
en te verbreden en te verkennen hoe het Rijk gemeenten kan ondersteunen bij het opstellen
van lokale hitteplannen.
Naast hitte zorgt klimaatverandering ook voor toenemende blootstelling aan UV. Met
financiering van VWS voert het Huidfonds van 2023–2025 een brede campagne gericht
op bewustwording over veilig omgaan met blootstelling aan de zon. Deze campagne wordt
gemonitord en geëvalueerd en aan de hand van de uitkomsten hiervan wordt afgewogen
of langere termijn voortzetting van deze campagne effectief is.
3. Gezonde ruimtelijke inrichting
In de periode 2023–2025 voerden het RIVM en ZonMw in opdracht van VWS het Programma
Gezonde Leefomgeving (PGLO) uit. Het doel is nu om zoveel mogelijk kennis die onder
de vlag van PGLO is ontwikkeld door te laten werken in andere (nationale) programma’s
en beleid, zodat alle overheden in staat zijn gezondheid goed mee te wegen in besluitvorming
op basis van de Omgevingswet (artikel 2.4). Vuistregels voor groen worden meegenomen
in de onderbouwing van de normen en eisen per schaalniveau in de actualisatie van
de Handreiking Groen in en om de stad (GIOS) van de Ministeries van VRO en LVVN. Vuistregels
voor een beweegvriendelijke omgeving zijn een basis voor het vervolg op het Urhahn
rapport «Ruimte geven aan sport en bewegen».9 Daarnaast vormen deze vuistregels de basis om te komen tot een richtlijn voor ruimte
voor sport en bewegen, als onderdeel van het plan toekomstbestendige infrastructuur
en ruimte voor sport en bewegen.
PGLO heeft kaarten opgesteld10 waarin wordt weergegeven in welke delen van Nederland de leefomgeving druk legt op
de gezondheid (onder andere door fijnstof en hitte), in welke delen de gezondheid
minder wordt bevorderd omdat er minder groen, sportaccommodaties en voorzieningen
zoals winkels en scholen zijn, en waar relatief veel bewoners een kwetsbare gezondheid
hebben (o.a. overgewicht en eenzaamheid). Daarop is te zien dat deze factoren in sommige
gebieden opstapelen. Bij meerdere geplande grootschalige woningbouwlocaties is reeds
sprake van een dergelijke stapeling. Samen met het Ministerie van VRO verkennen we
hoe we kunnen zorgen dat in deze wijken geïnvesteerd wordt in een gezondere bevolking.
4) Van zorg naar gezondheid en welzijn
Aanpak multiproblematiek
In september 2025 is het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA)11 ondertekend tussen overheid, zorg- en welzijnsorganisaties. Het AZWA bouwt voort
op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Het
akkoord heeft als doel de zorg in Nederland betaalbaar en toegankelijk te houden en
de beweging van zorg naar gezondheid te continueren en te versterken. In het AZWA
zijn middelen gereserveerd voor aanpakken (basisfunctionaliteiten) op het snijvlak
van zorg en het sociaal domein op het vlak van kansrijk opgroeien, gezonde leefstijl,
mentale gezondheid, vitaal ouder worden en gezondheidsachterstanden die aantoonbaar
leiden tot zorgkostenbesparing.
Binnen het thema gezondheidsachterstanden staat de aanpak multiproblematiek, gekoppeld
aan de twintig stedelijke gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
(NPLV) op de ontwikkelagenda van het AZWA.12 In deze gebieden stapelen problemen zich op, onder meer op het terrein van armoede,
wonen, gezondheid en veiligheid. Samen met de gebieden werkt het kabinet binnen het
NPLV aan het duurzaam verbeteren van de leefbaarheid en het toekomstperspectief van
bewoners, waarbij het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsachterstanden
een belangrijk aandachtspunt is. De ervaren gezondheid van bewoners in NPLV-gebieden
gaat sterker achteruit dan gemiddeld in Nederland.
Vanuit het AZWA is voor de periode 2027–2029 ongeveer 60 miljoen euro beschikbaar
om een aanpak multiproblematiek te ontwikkelen en te implementeren in (in ieder geval)
de NPLV-gebieden, om zodoende gericht bewijslast te kunnen verzamelen. Indien deze
aanpak voldoet aan de AZWA-criteria, zoals aantoonbare structurele besparingen in
de zorg en het een samenwerking tussen zorg, sociaal domein en/of publieke gezondheid
betreft, kan zij na 2030 worden doorontwikkeld tot een basisfunctionaliteit met structurele
middelen die in elke regio kan worden ingezet. De aanpak moet medio 2026 gereed zijn
en wordt de komende periode verder uitgewerkt in samenwerking met de NPLV-gebieden,
VNG en andere betrokken AZWA-partijen en onder meer de Ministeries van VRO en SZW.
B. Verkennen beleidsinstrumentarium om effecten op gezondheid nadrukkelijker mee te
wegen in Rijksbeleid
In 2024 heeft het Ministerie van VWS ABDTOPConsult gevraagd te adviseren over mogelijke
instrumenten om gezondheid structureel mee te wegen in beleid van andere departementen.
ABDTOPConsult concludeert dat er geen enkelvoudig instrument is dat dit volledig kan
realiseren. Het advies benadrukt dat een samenhangende aanpak nodig is, waarbij departementen
samen zoeken naar concrete aanknopingspunten om in te zetten op gezondheid, die aansluiten
bij hun eigen beleidsdoelen.13 Dit hebben wij het afgelopen jaar gedaan via verschillende (hoog)ambtelijke sessies,
die hebben geleid tot de acties die onder actielijn A zijn beschreven. Daarnaast wijst
ABDTOPConsult op het belang van het inzichtelijk krijgen van de gezondheidseffecten
van beleid, bijvoorbeeld op het terrein van bestaanszekerheid en de woningmarkt.
Het advies sluit grotendeels aan bij de reeds ingezette koers, waaronder de interdepartementale
samenwerking en acties binnen de vier impactvolle beleidsthema’s en de ontwikkeling
van een beleidsinstrument om de gezondheidseffecten van interventies binnen en buiten
VWS te kunnen onderbouwen en beoordelen (zie Actielijn C Investeringsmodel voor preventie).
Het advies biedt geen nieuwe aanknopingspunten voor aanvullend beleidsinstrumentarium.
Daarom wordt op dit moment niet verder verkend of nieuw instrumentarium nodig is en
wordt de verkenning binnen deze actielijn als afgerond beschouwd.
C. Investeringsmodel voor preventie
Rijksbreed wordt één instrument in het bijzonder als kansrijk fundament voor GiaB
gezien, namelijk het investeringsmodel voor preventie. Het lukt onvoldoende om investeringen
in preventie vooraf te relateren aan besparingen later. Daarom werken we samen met
verschillende organisaties aan een investeringsmodel voor preventie. Het doel van
dit model is om een concreet beleidsinstrument te bieden waarin de kosten, baten en
gezondheidseffecten van interventies beter kunnen worden onderbouwd en beoordeeld.
Dit geldt zowel voor maatregelen met gezondheid als primair doel, zoals vaccinatieprogramma’s,
bevolkingsonderzoek, regulering en beprijzing, als voor maatregelen waarbij gezondheid
een secundair effect is, zoals armoedebeleid of aanpassingen in de leefomgeving. Dit
instrument is een belangrijke stap om gezondheid breder en consistenter te betrekken
bij beleidsvorming. Daarom wordt in 2026 een interdepartementale sessie over het model
georganiseerd.
In oktober 2025 heeft uw Kamer de richtlijn passend bewijs preventie ontvangen.14 Dit is de eerste pijler van de ontwikkeling van het investeringsmodel voor preventie.
Deze richtlijn zet een standaard voor de kwaliteit van bewijs over de effecten van
preventieve maatregelen. Passend bewijs is nodig voor een goede inschatting van de
gevolgen binnen het VWS-domein, zoals de inzet van zorgpersoneel en de te verwachten
gezondheidswinst, maar ook voor de bredere maatschappelijke effecten op andere beleidsterreinen
en de daarmee samenhangende budgettaire impact. Samen met de stuurgroep Impact op
Gezondheid wordt bekeken hoe de richtlijn ook in onderzoeken vanuit andere beleidsterreinen
een plek kan krijgen.
In december 2025 heeft uw Kamer nog een brief ontvangen over de voortgang van alle
pijlers van het investeringsmodel, namelijk het afwegingskader dat het RIVM ontwikkelt
(pijler 2) om de inschatting van de aard en omvang van de effecten verder te onderbouwen,
de financiële besluitvorming (pijler 3) en monitoring en evaluatie (pijler 4).
D. Agenda voor doorontwikkeling
De afgelopen periode is met verschillende departementen, gemeenten, maatschappelijke
organisaties en kennispartners in gesprek gegaan over de doorontwikkeling en focus
van de GiaB-agenda. Hieronder worden de onderwerpen geschetst die als kansrijk worden
gezien om mee te nemen in de verdere uitwerking van de rijksbrede GiaB-aanpak.
Mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen
De impact van beleid op andere beleidsdomeinen op de mentale gezondheid is groot.
Het blijft van belang om dit perspectief en het bewustzijn te vergroten. Dit sluit
aan bij recente publicaties, zoals het RVS-advies «Op de Rem»15, dat constateert dat een strategie voor het aanpakken van dieperliggende oorzaken
van mentale problemen nog ontbreekt. Ook het IBO «Mentale gezondheid en GGZ» benoemt
het belang van een kennisinfrastructuur voor mentale gezondheid en een lokale aanpak
(gemeenten en GGD’en) om mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen vorm te geven.
Het is aan een volgend kabinet om te bepalen hoe aan het IBO opvolging wordt gegeven.
Inspireren en ondersteunen gemeenten
Gemeenten en GGD’en spelen een centrale rol bij het lokaal verbeteren van gezondheid
en het terugdringen van gezondheidsachterstanden. In gesprekken met gemeenten, GGD’en
en maatschappelijke organisaties kwam een duidelijke behoefte naar voren aan concrete
voorbeelden en geleerde lessen om gezondheid beter te integreren in verschillende
beleidsterreinen. De afgelopen periode zijn er inspirerende praktijkvoorbeelden verzameld
voor gemeenten en professionals.16 Daarnaast bieden bestaande databanken, zoals GezondIn (Pharos en Platform31) en de
Gids Gezonde Leefomgeving van het RIVM, waardevolle ondersteuning. De komende periode
onderzoeken we samen met gemeenten, GGD’en en andere partners hoe we hen het beste
kunnen blijven ondersteunen bij het vormgegeven van GiaB op lokaal niveau.
Kennisopbouw
Actuele kennis en nieuwe inzichten zijn essentieel voor de verdere ontwikkeling van
GiaB. Momenteel verschijnen verschillende onderzoeken en adviezen die hiervoor bouwstenen
bieden, zoals het IBO mentale gezondheid en ggz en het onderzoek van de Algemene Rekenkamer
naar de gezonde leefomgeving. Daarnaast is in 2025 het experimentenprogramma Stenen
en Mensen van Platform31, met financiering van VWS en VRO, van start gegaan over de
rol die woningcorporaties samen met lokale partners kunnen pakken om gezondheidsachterstanden
terug te dringen. Ook andere trajecten, waaronder de CPB onderzoekslijn naar kansrijk
preventiebeleid, het advies van het Kennisplatform Preventie over commerciële determinanten
van gezondheid en ZonMw-projecten rond bestaanszekerheid zullen waardevolle inzichten
opleveren. Met kennispartners zoals Pharos, RIVM, GGD’en, UMCNL en de Aletta School
of Public Health blijft VWS in gesprek over hoe kennis over GiaB en beleid beter met
elkaar verbonden kunnen worden.
Slot
In deze brief wordt u geïnformeerd over de voortgang van de rijksbrede agenda Gezondheid
in alle Beleidsdomeinen. De komende periode ligt de focus op de aanpak multiproblematiek
om gezondheidsachterstanden terug te dringen, de drie prioritaire lijnen voor een
gezonde fysieke leefomgeving en het investeringsmodel voor preventie. Daarnaast geeft
deze brief ook een doorkijk naar andere ontwikkelingen, die mogelijk aanleiding geven
voor verdere uitwerking. Er blijven gesprekken plaatsvinden met betrokken departementen,
gemeenten en andere partners om nieuwe inzichten te benutten. De overige thema’s en
acties genoemd in de bijlage van de eerdere contourenbrief blijven van belang. Uw
Kamer wordt hierover via de lopende trajecten van de betrokken departementen geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid