Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de brief van Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) m.b.t. advies na bemiddeling met Follow the Money, NRC en Omroep Gelderland inzake Woo-verzoek emissiegegevens
32 802 Toepassing van de Wet open overheid
Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 februari 2026
Op 17 december 2025 heeft de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur verzocht om een reactie op de brief van Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding
(ACOI) te Den Haag d.d. 9 december 2025 «Afschrift brief ACOI aan Minister van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur m.b.t. advies na bemiddeling met Follow the Money,
NRC en Omroep Gelderland inzake Woo-verzoek emissiegegevens» (Kenmerk: 2025Z21497/2025D52895). In deze brief ga ik in op de hoofdlijnen van het advies en de wijze waarop ik invulling
geef aan de aanbevelingen.
Het goed informeren van agrarisch ondernemers is voor mij een belangrijk thema. Op
9 december 2025 heeft het ACOI een advies1 gepubliceerd over een bemiddelingsverzoek van journalisten van Follow the Money,
NRC en Omroep Gelderland inzake Woo-verzoeken over dieraantallen, stallocaties en
staltypen.
Het ACOI herhaalt in dit nieuwe advies goeddeels de adviezen en aanbeveling uit het
eerdere advies van 19 mei 20252 inzake een vergelijkbaar bemiddelingsverzoek:
1. Herzie uw keuze voor individuele aanschrijving voor zienswijzeverzoeken bij Woo-verzoeken
over emissiegegevens waarbij veel derde-belanghebbenden zijn betrokken. Zie in plaats
daarvan af van de zienswijzeprocedure en neem uw besluit in de lopende verzoeken.
2. Zet in op actieve openbaarmaking die recht doet aan alle belangen.
3. Aanbeveling: Maak werk van de sociale veiligheid in de landbouwsector.
In mijn brief van 22 mei 20253 heb ik reeds uiteengezet waarom ik, ondanks het advies van het ACOI, heb gekozen
voor een zorgvuldige individuele procedure waarbij agrarisch ondernemers individueel
worden geïnformeerd over de voorgenomen openbaarmaking van hun bedrijfsgegevens.
Een eerlijk en zorgvuldig proces is altijd mijn uitgangspunt geweest. Ik blijf van
mening dat agrarische ondernemers voorafgaand aan het besluit geïnformeerd dienen
te worden als hun gegevens openbaar worden gemaakt, zodat zij hun zienswijze kunnen
geven en zodat zij op de hoogte zijn dat zij na het besluit andere rechtsmiddelen
aankunnen wenden. Dat is extra belangrijk omdat het ook om woonadressen van ondernemers
en hun gezinnen gaat, waar zij zich veilig moeten voelen. Bij alleen een publicatie
in de Staatscourant zullen veel ondernemers niet weten dat het verzoek er ligt, waardoor
ze zienswijze- en rechtsmiddelen-termijnen zoals bezwaar, kunnen missen. Daarom heb
ik eerder besloten om een individueel zienswijzeproces te volgen. Immers, het moet
niet uitmaken of er sprake is van een omvangrijk of een niet-omvangrijk Woo-verzoek;
belanghebbenden verdienen een gelijke kans om een zienswijze te geven. Bij niet-omvangrijke
Woo-verzoeken is het gebruikelijk dat belanghebbenden individueel worden aangeschreven.
Ik vind niet dat ondernemers en hun gezinnen moeten worden benadeeld door het gegeven
dat zij toevallig onderdeel zijn van een groter Woo-verzoek.
Het ACOI kwalificeert de gevolgde werkwijze als aan procedureel misbruik grenzend
en adviseert om bij emissiegegevens geen zienswijzeprocedure te volgen, omdat vaststaat
dat deze gegevens openbaar moeten worden gemaakt. Ik wil daar uitdrukkelijk afstand
van nemen. De bewoording in het advies van ACOI doet naar mijn oordeel geen recht
aan de positie van de agrarisch ondernemers. Uit de uitspraak van 24 september 2025
van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State4 volgt dat er geen vaste regels zijn voor het vragen van zienswijzen aan grote groepen
belanghebbenden. Daarbij is benadrukt dat individuele benadering niet steeds nodig
is, maar ook niet is uitgesloten. Tegen die achtergrond acht ik het, gelet op de aard
van de besluitvorming en de directe betrokkenheid van individuele derden, essentieel
om in dit geval te kiezen voor individuele benadering bij het vragen van zienswijzen,
zonder daarmee af te doen aan het uitgangspunt dat emissiegegevens openbaar moeten
worden gemaakt. Ik verwerp dan ook het door ACOI geschetste beeld van verspilling
van schaarse publieke middelen en bureaucratische procedures waarbij niemand gediend
zou zijn, omdat dit voorbij gaat aan het bieden van een mogelijkheid aan agrarisch
ondernemers om van hun recht gebruik te maken om een zienswijze te geven. Dat het
beoordelen van zienswijzen en bezwaren tijd en inzet vergt, is een gegeven. Ik ben
van mening dat een zienswijzeprocedure op een zodanige wijze moet worden ingericht
dat zo veel mogelijk belanghebbenden worden bereikt, zodat zij zelf de afweging kunnen
maken of zij een zienswijze willen indienen. Het aantal ingediende zienswijzen is
een uitvloeisel van dat proces.
In het advies kwalificeert het ACOI dit proces als schijninspraak. Ook hier distantieer
ik mij ten zeerste van en zie ik de individuele benadering als een laagdrempelige
manier om in een vroeg stadium van besluitvorming bezwaren kenbaar te maken. In het
uiteindelijke openbaarmakingsbesluit leg ik uit welke bezwaren wel en welke niet hebben
geleid tot een ander besluit. Op deze manier worden de belanghebbenden niet overvallen
door een besluit en kunnen zij in het besluit lezen op welke wijze hun zienswijze
is meegenomen in het besluit. Belanghebbenden kunnen er dan voor kiezen bezwaar te
maken of te berusten in het besluit. In de situatie waarin de zienswijze, zoals het
ACOI adviseert, geheel wordt overgeslagen is er alleen de mogelijkheid tot het aanwenden
van formele rechtsmiddelen. De ondernemers hebben de gegevens niet aangeleverd met
het oog op openbaarmaking. In die gevallen volgt uit artikel 4:8 van de Algemene wet
bestuursrecht dat zienswijze moet worden gevraagd.
Ik wil geen misverstand laten bestaan over het feit dat emissiegegevens binnen de
huidige wetgeving in principe openbaar gemaakt moeten worden. Dit doet echter geen
afbreuk aan het feit dat sprake moet zijn van een ordentelijk proces en notificatie
richting agrarisch ondernemers, zodat zij (als zij daar aanleiding toe zien) ook de
gelegenheid hebben om rechtsmiddelen aan te wenden. Volgens het Verdrag van Aarhus
en de richtlijn is Nederland verplicht om emissiegegevens in principe openbaar te
maken.
Verder heb ik besloten om bij Woo-verzoeken waarbij reeds zienswijzen zijn uitgevraagd
via de Staatscourant, niet opnieuw zienswijzen uit te vragen via de individuele procedure.
De Raad van State5 heeft geoordeeld dat de via de Staatscourant gevolgde zienswijzeprocedure voldoet
aan artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht en dat een aanvullende individuele ronde
niet tot een andere uitkomst zou kunnen leiden. Ik zal dus enkel bij Woo-verzoeken
waarbij nog geen zienswijzen zijn uitgevraagd kiezen voor individuele benadering.
In mijn brief van 19 mei 20256 als reactie op de vorige bemiddeling door ACOI heb ik reeds toegezegd de mogelijkheden
te onderzoeken om emissiegegevens beschikbaar te stellen op een manier die recht doet
aan de verschillende belangen. Begin 2026 worden daarom verkennende gesprekken georganiseerd
tussen vertegenwoordigers vanuit de agrarische sector, de journalistiek en de wetenschap.
Het doel van de gesprekken is het belichten van de verschillende perspectieven en
te komen tot een dialoog over wat de gemeenschappelijke delers zijn in plaats van
waar de verschillen op dit onderwerp liggen. Hiermee sluit ik aan bij het advies van
het ACOI van 19 mei 20257 om te verkennen hoe actieve publicatie kan bijdragen aan het maatschappelijk debat.
Ook heb ik in mijn brief van 19 mei jl. toegezegd om in gesprek te gaan met de belangenbehartigers
uit de agrarische sector naar aanleiding van de aanbeveling van ACOI om (online) intimidatie,
bedreiging en agressie in de landbouwsector te onderzoeken voor een adequate aanpak
ervan. Op 16 oktober 2025 heb ik, samen met de Minister van Justitie en Veiligheid,
een gesprek gevoerd met LTO en Vee&Logistiek Nederland over intimidatie en bedreigingen
in de agro-sector. Er ontbreekt op dit moment gedegen onderzoek naar de aard, omvang
en achtergrond van agressie tegen agrariërs. Onderzoek kan inzicht bieden in de daadwerkelijke
dreiging in de landbouwsector, en de uitkomsten maken het mogelijk om passende maatregelen
te nemen om adequate bescherming en ondersteuning te bieden aan de landbouwsector.
Omdat dit zowel het beleidsterrein van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur als van het Ministerie van Justitie en Veiligheid raakt, bekijken we gezamenlijk
hoe een dergelijk onderzoek vorm kan krijgen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur