Brief regering : Verslag informele JBZ Raad 22-23 januari 2026
32 317 JBZ-Raad
Nr. 994
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
EN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2026
Hierbij bieden wij uw Kamer het verslag aan van de informele Raad Justitie en Binnenlandse
Zaken (iJBZ-Raad) op 22 en 23 januari 2026 op Cyprus.
Ook informeren wij uw Kamer graag hieronder over een aantal onderwerpen en vindt u
in de bijlage het vierde kwartaaloverzicht 2025 van EU-wetsvoorstellen op JBZ-terrein.
Ontbijt kopgroep terugkeerhubs
Voorafgaand aan de informele JBZ-Raad kwamen Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en
de Europese Commissie op initiatief van Duitsland en Nederland bijeen voor een overleg
over innovatieve oplossingen. Tijdens het overleg herhaalden de lidstaten de oproep
uit de gezamenlijke brief1 aan de Europese Commissie om de randvoorwaarden te creëren om innovatieve oplossingen
te operationaliseren, waaronder financiering, operationele ondersteuning van EU-agentschappen
en een diplomatieke strategie. Daarnaast spraken de lidstaten af om gezamenlijk het
opzetten van een terugkeerhub te verkennen. De lidstaten richtten voor deze verkenning
een werkgroep op.
Implementatie van het Europese Entry/Exit System (EES)
Vanaf oktober is Nederland, net als andere EU-lidstaten, gestart met de gefaseerde
implementatie van het Europese Entry/Exit Systeem (EES). Nederland heeft hierin reeds
belangrijke stappen gezet, waardoor biografische en biometrische registratie op alle
doorlaatposten mogelijk is. Technische uitdagingen hebben er echter toe geleid dat
enkele in de EES-verordening opgenomen mijlpalen nog niet volledig zijn gerealiseerd.
Goed functionerende en stabiele technische systemen zijn essentieel voor een effectieve
invoering van het EES, met name op doorlaatposten met grote passagiersstromen, zoals
luchthaven Schiphol. Een recente technische update biedt de mogelijkheid om het EES
in de komende periode verder op te schalen en de gefaseerde invoering op Schiphol
voort te zetten. Hiermee is Nederland reeds gestart.
Lidstaten dienen het EES uiterlijk op 9 april 2026 volledig operationeel te hebben.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Verslag van de bijeenkomst van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 22
en 23 januari 2026
1. Binnenlandse Zaken
1. Werksessie I – Duurzame benaderingen van terugkeer en herintegratie
De informele Raad wisselde aan de hand van twee presentaties (één van de Internationale
Organisatie voor Migratie (IOM) en één van Frontex over (vrijwillige) terugkeer en
herintegratie) van gedachten over het bevorderen van terugkeer vanuit de EU en herintegratie
in landen van herkomst. Er was brede consensus onder de lidstaten dat vrijwillige
terugkeer het uitgangspunt is, maar dat het kunnen effectueren van gedwongen vertrek
noodzakelijk is voor het goed functioneren van het Europese asiel- en migratiesysteem.
In dat kader benadrukte Nederland, net zoals een meerderheid van de lidstaten, het
belang van het snel bereiken van een conclusie in de triloog over de terugkeerverordening.
Nederland heeft, net als veel andere lidstaten, ingebracht dat alle tot de EU ter
beschikking staande instrumenten (zoals brede partnerschappen, visum- en handelsinstrumenten)
ingezet dienen te worden voor het verbeteren van terugkeersamenwerking met derde landen.
Meerdere lidstaten onderstreepten het belang van een geïntensiveerde coördinatie en
informatie-uitwisseling tussen lidstaten en een (sterkere) rol voor Frontex in de
ondersteuning bij terugkeer.
2. Werklunch – Terugkeer naar Syrië en Afghanistan
In de werklunch wisselde de informele Raad van gedachten over terugkeer naar Syrië
en Afghanistan. Ten aanzien van terugkeer vanuit de EU naar Syrië was er brede consensus
in de Raad dat het bevorderen van terugkeer, zowel vrijwillig als op termijn gedwongen,
van belang is. De meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, steunde het voorstel
van het Voorzitterschap voor een gecoördineerd actieplan op Syrië. Het voorstel behelst
een actieplan opgesteld door de Europese Commissie in samenwerking met de Syrische
autoriteiten en gericht op een integrale aanpak om terugkeer vanuit zowel de EU als
de regio te bevorderen en irreguliere migratie tegen te gaan. Het actieplan zal daarom
onder andere ook gericht zijn op het verbeteren van de socio-economische omstandigheden
in Syrië. Verschillende lidstaten gaven aan voor zowel Syrië als Afghanistan dat de
terugkeer van personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare
orde prioriteit heeft. Ook was er brede steun voor het bevorderen van terugkeer van
vertrekplichtigen naar Afghanistan. In navolging van de gezamenlijke brief van twintig
lidstaten,2 inclusief Nederland, waarin werd opgeroepen tot een EU-benadering voor het bevorderen
van terugkeer naar Afghanistan, heeft de Commissie verschillende acties ondernomen,
waaronder een operationeel bezoek aan Afghanistan. Tijdens de informele Raad werden
deze activiteiten verwelkomd en sprak een meerderheid van lidstaten, waaronder Nederland,
steun uit voor de continuering van de inzet van de Commissie. Nederland heeft daarnaast,
net als verschillende andere lidstaten, aandacht gevraagd voor het niet normaliseren
van de relatie met de de facto autoriteiten.
3. Werksessie II – Versterken van het Schengengebied: Interne veiligheidsmaatregelen
om secundaire migratie binnen Schengen te voorkomen
Het Cypriotische voorzitterschap gaf in deze sessie een presentatie over de nationale
maatregelen ten behoeve van het tegengaan van secundaire migratie. De Raad wisselde
tegen deze achtergrond van gedachten over de mogelijke interne veiligheidsmaatregelen
om secundaire migratie binnen het Schengengebied tegen te gaan. De Commissie stond
in dit kader positief stil bij de eerste resultaten sinds de start van de gefaseerde
livegang van het Entry Exit Systeem. Daarnaast benadrukte de Commissie het belang van de effectieve implementatie van
het Pact en legde zij in deze context de nadruk op de implementatie van Eurodac en
screening procedures. Dit belang werd door meerdere lidstaten beaamd. Ook benadrukte
de Commissie het nut van regionale samenwerkingsverbanden, waaronder op het gebied
van informatie-uitwisseling en gezamenlijke bilaterale en regionale politieoperaties
en -samenwerking. Op dit punt was er in de Raad brede overeenstemming. Een deel van
de lidstaten sprak zich negatief uit over het continueren van de binnengrenscontroles.
Een ander deel van de lidstaten benadrukte dat deze binnengrenscontroles op dit moment
nog noodzakelijk zijn. Ook vroeg een meerderheid van de lidstaten aandacht voor het
versterken van de buitengrenzen.
2. Justitie
1. Werksessie I – Versterking van confiscatie van crimineel vermogen in een veranderend
financieel landschap
Tijdens de informele JBZ-Raad vond er een gedachtewisseling plaats over de versterking
van confiscatie in een veranderend financieel landschap. Tijdens de gedachtewisseling
werden lidstaten gevraagd te reflecteren op de vraag of het bestaande strafrechtelijke
instrumentarium volstaat in het licht van nieuwe financiële risico’s, en of publiek-private
samenwerking op EU-niveau verder moet worden versterkt. Een grote groep lidstaten,
waaronder Nederland, gaf aan dat de huidige regelgeving op dit terrein, zoals het
anti-money laundering package (AML-pakket) en de Confiscatierichtlijn, nog geïmplementeerd moet worden en dat het
om die reden op dit moment te vroeg is voor nieuwe regelgeving. Hierbij onderstreepten
de lidstaten het belang dat de implementatie voortvarend wordt afgerond en de werking
ervan gemonitord en geëvalueerd wordt.
Eurojust benadrukte dat een gebrek aan snelheid het grootste obstakel vormt bij de
confiscatie van crimineel vermogen. Door de gemakkelijke en snelle opening van nieuwe
rekeningen is effectieve confiscatie vaak te laat. Om dit tegen te gaan, is snelle
informatie-uitwisseling tussen Financial Intelligence Units (FIUs) essentieel; een taak die door de Autoriteit voor de Bestrijding van Witwassen
(AMLA) wordt gefaciliteerd.
In een eerder Belgisch non-paper zijn mogelijke praktische oplossingen voorgesteld.
In dit kader stelde Nederland, met steun van enkele lidstaten, voor om door te spreken
over dit onderwerp, bijvoorbeeld in een expertbijeenkomst over de inhoud van dit non-paper.
Daarnaast streeft Nederland naar verdere samenwerking met andere lidstaten om lacunes
rond Crypto Asset Service Providers en grensoverschrijdende asset recovery aan te pakken.
Europol benadrukte de ondersteuning die het kan bieden vanuit zijn expertisecentrum,
met name op het gebied van track, trace, seize en freeze van crimineel vermogen. Daarnaast ziet Europol ruimte voor verbetering in de samenwerking
tussen politiediensten onderling en met Europol zelf, alsmede in de publiek-private
samenwerking.
De meerderheid van de lidstaten gaf aan positief te staan tegenover het verder bevorderen
en reguleren van publiek-private samenwerking op EU-niveau, mits dit op een transparante
wijze gebeurt. Verder werd er aandacht gevraagd voor flexibiliteit en het in acht
nemen van nationale context. Daarnaast riepen diverse lidstaten op om, binnen de bestaande
regelgeving, de informatie-uitwisseling met private partijen te vergemakkelijken,
zonder afbreuk te doen aan privacy en andere grondrechten.
2. Werksessie II – Grensoverschrijdende samenwerking en teruggave van illegaal verkregen
cultuurgoederen
De informele JBZ-Raad stond stil bij het juridische raamwerk met betrekking tot de
aanpak van cultureel erfgoedcriminaliteit. Momenteel bepaalt het EU-recht niet welk
nationaal recht van toepassing is bij grensoverschrijdende teruggave van onrechtmatig
verkregen cultuurgoederen. Dit leidt tot uiteenlopende uitkomsten binnen de Unie en
«law shopping».3 Om te bepalen of actie op EU-niveau vereist is, en of voorbereidend werk zou moeten
worden gestart voor de ontwikkeling van regels over het toepasselijke recht, stelt
de Commissie voor om een gedetailleerde analyse en impactassessment uit te voeren.
Nederland, samen met een groot deel andere lidstaten, steunt dit voorstel van de Commissie.
Het Europees Parlement (EP) is voorstander van EU-optreden op dit terrein; volgens
het EP is EU-wetgeving noodzakelijk om regels te harmoniseren, rechtszekerheid te
waarborgen en private handhaving te versterken. Naast de brede overeenstemming, wezen
lidstaten op mogelijke juridische bezwaren, zowel van verdragsrechtelijke aard als
ten aanzien van de vraag of cultureel erfgoed anders kan worden behandeld dan andere
gestolen goederen. Ook werd er gewezen op het belang van het territorialiteitsbeginsel,
waarbij cultureel erfgoed terug moet keren naar het land van oorsprong en het feit
dat derde landen dit principe vaak niet toepassen.
Nederland benadrukte het belang van actieve bijdragen aan de internationale aanpak
van illegale handel in cultuurgoederen en onderschrijft het standpunt van het Voorzitterschap
dat verdere versterking van de samenwerking noodzakelijk is. Volgens Nederland kan
deze samenwerking worden geïntensiveerd door in te zetten op informatie- en kennisuitwisseling,
evidence-based onderzoek en deskundigheidsbevordering. Hierbij kan een prominentere rol voor het
Europees politienetwerk EU CULTNET een belangrijke bijdrage rol spelen.4
3. Werklunch – Het bevorderen van alternatieven voor detentie voor jongeren waaronder
doorverwijzen naar een drugsbehandeling
Tijdens de werklunch stond centraal hoe jongeren en jongvolwassenen met drugsproblematiek
die in aanraking komen met het strafrecht effectief kunnen worden doorverwezen naar
alternatieven voor detentie. Het Cypriotische voorzitterschap presenteerde hun systeem
van Social Intervention Officers waarbij gespecialiseerde politieagenten met een achtergrond in sociale wetenschappen
worden ingezet. Deze agenten hebben de mogelijkheid eerste delinquenten met een drugsachtergrond
binnen een week door te verwijzen naar behandelcentra als alternatief voor strafvervolging.
Het Cypriotische voorzitterschap sprak over een succesvol programma, dat momenteel
wordt geëvalueerd.
De Europese Commissie benadrukte het belang van preventie en het voorkomen van recidive,
met als doel jongeren zo snel mogelijk uit het criminele circuit te halen en hun strafrechtelijke
trajecten zo kort mogelijk te houden. Deze visie werd gedeeld door het Europees Parlement,
het Europees Bureau voor de grondrechten (FRA) en het Europees Drugsagentschap (EUDA).
Nederland bracht in dat voor het jeugdstrafrecht het principe geldt «licht waar het
kan, zwaar waar het moet», met een sterke focus op het vinden van een passende straf,
gecombineerd met hulp bij verslavingsproblematiek. Nederland steunt de uitwisseling
van best practices op EU-niveau en ziet een belangrijke rol voor de EU op het gebied van kennisvergaring
en het delen van risk assessment tools. Deze benadering werd door meerdere lidstaten onderschreven.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid