Brief regering : Reactie op ontraden aangenomen moties ingediend tijdens het tweeminutendebat acute zorg van 2 december 2025
29 247 Acute zorg
Nr. 480
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2026
Op 2 december 2025 heeft uw Kamer twee moties aangenomen die ik tijdens het tweeminutendebat
over Acute zorg van 26 november 2025 heb ontraden. In deze brief geef ik mijn reactie
op de twee moties. De toelichting bij de motie van het lid Bushoff geef ik mede namens
de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg en de Staatssecretaris Jeugd,
Preventie en Sport van het Ministerie van VWS.
Motie van het lid Dobbe over een volwaardig ziekenhuis behouden in Haarlem en Hoofddorp
en de zorg in het ziekenhuis in Haarlem-Noord niet afschalen
Deze motie verzoekt de regering om zich ervoor in te zetten om een volwaardig ziekenhuis
te behouden in Haarlem en Hoofddorp en de zorg op de locatie in Haarlem-Noord niet
af te schalen (Kamerstuk 29 247, nr. 472).
Ik acht de motie niet uitvoerbaar. De keuzes over de inrichting van het zorgaanbod
in het ziekenhuis kunnen alleen door het ziekenhuis zelf (in afstemming met de zorgverzekeraar)
worden gemaakt. Bestuurders en zorgprofessionals van het ziekenhuis moeten immers
altijd de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het leveren van veilige zorg.
Ik zet me daarbij in voor een zorgvuldig besluitvormingsproces bij wijzigingen in
het ziekenhuisaanbod, waarbij voldoende oog is voor belanghebbenden. In de regelgeving
is vastgelegd welke stappen een zorgaanbieder moet zetten zodat het besluitvormingsproces
zorgvuldig verloopt. Zoals ik in mijn brief van 15 september 2025 heb aangegeven (Kamerstuk
29 247, nr. 464), werk ik aan een aantal aanscherpingen van het Uitvoeringsbesluit Wet kwaliteit,
klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Uitvoeringsregeling Wkkgz. Een voorstel
hiervoor is tot 27 oktober 2025 in internetconsultatie geweest. Ik ben de reacties
uit de internetconsultatie aan het verwerken en mijn inzet is om een aangepast voorstel
op korte termijn bij uw Kamer en de Eerste Kamer voor te hangen. Daarnaast is het
amendement Bushoff/Krul (Kamerstuk 36 278, nr. 20) aangenomen over een zwaarwegend advies van de burgemeester en de IGJ bij inperking
van het aanbod van acute zorg en zal dit onderdeel worden van de Wkkgz. Inwerkingtreding
is beoogd per 1 januari 2027 in samenhang met de wijziging van het Uitvoeringsbesluit
Wkkgz.
Om de regionale dialoog tussen betrokkenen bij (mogelijke of voorgenomen) wijzigingen
in het aanbod van acute zorg en ziekenhuiszorg te bevorderen, heb ik ook een handreiking
opgesteld. De «Handreiking voor de regionale dialoog bij wijzigingen in het aanbod
van acute zorg en ziekenhuiszorg» heb ik op 15 september 2025 aan uw Kamer aangeboden.
In de handreiking staan adviezen om de betrokkenheid van alle belanghebbenden in een
vroeg stadium te borgen. Door alle belangen te horen en te wegen en hier vroegtijdig
met elkaar over in gesprek te gaan, wordt begrip gecreëerd en worden besluiten breed
gedragen in de regio. Dit bevordert een zorgvuldig besluitvormingsproces.
Het Spaarne Gasthuis beoogt met haar plannen om zorg voor patiënten ook in de toekomst
in de regio mogelijk te maken. Ik heb goed contact met het Spaarne Gasthuis en zij
doorlopen een zorgvuldig proces. Daarbij worden zorgverzekeraars, medewerkers, gemeenten,
inwoners en ketenpartners betrokken. Ik vertrouw erop dat het ziekenhuis zijn maatschappelijke
verantwoordelijkheid neemt en in het belang van de patiënten, medewerkers en behoud
van de zorg de juiste beslissingen maakt.
Motie van het lid Bushoff over het aantal niet-noodzakelijke operaties en ziekenhuisbezoeken
verlagen
De motie van het lid Bushoff verzoekt de regering een verkenning uit te voeren naar
hoe het verminderen van ongewenste financiële prikkels enerzijds en een verhoogde
inzet van proactieve zorgplanning en preventie anderzijds kunnen bijdragen aan het
verlagen van het aantal niet-noodzakelijke operaties en ziekenhuisbezoeken, en opties
hiervoor aan de Kamer voor te leggen (Kamerstuk 29 247, nr. 476).
Om de zorg voor patiënten ook in de toekomst toegankelijk en van goede kwaliteit te
houden, moet er een omslag plaatsvinden naar passende zorg. In het Integraal Zorgakkoord
(IZA) zijn doelen overeengekomen en maatregelen afgesproken die hieraan bijdragen.
Om de doelen van het IZA te bereiken moet ook de bekostiging van zorg meebewegen.
Mede daarom heeft de NZa de werkagenda Passende bekostiging voor de medisch specialistische
zorg opgesteld. Daarin onderzoekt de NZa met veldpartijen welke verbeteringen in de
bekostiging nodig zijn, waar ook ongewenste financiële prikkels onderwerp van gesprek
zijn. Onderdeel daarvan is het stimuleren van het goede gesprek tussen zorgverlener
en patiënt, zoals samen beslissen. In deze werkagenda worden aanpassingen in de DBC-systematiek
doorgevoerd om meer specialisme-overstijgend te werken en substitutie van de tweede
naar de eerste lijn meer te faciliteren.
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt om de toestroom
in de Zvw-zorg te beperken en het stijgende arbeidsmarkttekort in de zorg te verminderen,
door het versterken van de samenwerking tussen het zorgdomein en sociaal domein en
door maatregelen die de belasting in de geestelijke gezondheidszorg verlagen. De inzet
is om mensen gezonder te houden en mensen die vragen om zorg en ondersteuning eerder
en beter te helpen, zodat ze geen of minder snel een medische zorgvraag krijgen. Deze
beweging naar de voorkant hangt ook samen met de ingezette versterking van de eerste
lijn die het aantal niet-noodzakelijke operaties en ziekenhuisbezoeken kan verlagen.
Met de inzet op preventie, versterking van de eerste lijn en sociaal domein is de
verwachting dat deze maatregelen een bijdrage leveren aan het voorkomen, verminderen
en verlichten van toekomstige zorgvraag. Het preventiebeleid wordt met de samenhangende
preventiestrategie van juni 2025 vanuit zeven leefomgevingen ingericht. Het beleid
richt zich onder meer op een gezonde leefstijl, drugsgebruik, schermtijd, sociale
media, vaccinaties, zonbescherming en seksuele gezondheid.
In de bijlage «Werkagenda team overheid» bij het AZWA is ook aandacht voor financiële
prikkels die eraan bijdragen dat een deel van de patiënten onnodige zorg krijgt, eerder
in het sociaal domein of eerste lijn geholpen kan worden, of geen patiënt had hoeven
worden als goed ingezet werd op preventie.
In het AZWA zijn ook afspraken gemaakt over proactieve zorgplanning. Het doel van
proactieve zorgplanning is om samen met de patiënt en diens naasten vroegtijdig wensen
en grenzen aan zorg en ondersteuning voor de laatste levensfase te bespreken. Deze
gesprekken leiden tot een individueel en met betrokken zorgverleners afgestemd en
gedeeld zorgplan. Vroegtijdige gesprekken met de patiënt en samenwerking tussen zorgverleners
en het sociaal domein in de palliatieve fase faciliteert passende zorg. De verwachting
is dat er als gevolg van proactieve zorgplanning een verschuiving van zorg plaatsvindt.
Dit komt doordat proactieve zorgplanning niet-passende zorg in de laatste levensfase
vaker kan voorkomen.
Ook is in het AZWA afgesproken dat partijen bevorderen dat proactieve zorgplanning
structureel wordt ingebed in de reguliere zorgprocessen en bekostiging en er is concreet
gemaakt wie wat gaat doen. Een van die afspraken is dat het Rijk, zorgverzekeraars
en het Zorginstituut opschaling, borging en monitoring van proactieve zorgplanning
ondersteunen.
In het kader van de eerdergenoemde werkagenda Passende bekostiging in de medisch specialistische
zorg van de NZa is een betaaltitel gecreëerd voor proactieve zorgplanning. Daarnaast
hebben partijen gezamenlijk een handreiking opgesteld over onder andere het declareren
van proactieve zorgplanning. Op deze manier wordt het goede gesprek tussen patiënt
en behandelaar gestimuleerd.
Zoals aangegeven zijn partijen betrokken bij het IZA en het AZWA met verschillende
afspraken al hard aan het werk om mensen gezonder te houden en zorg- en ondersteuningsvragers
eerder en beter te helpen, zodat ze minder snel een medische zorgvraag krijgen en
om zorgvraag te voorkomen. De uitvoering van de afspraken wordt ook goed gemonitord.
Ik wil daarom deze partijen niet extra belasten met een verkenning naar welke aanvullende
maatregelen op het gebied van ongewenste prikkels, proactieve zorgplanning en preventie
boven op de afspraken in het IZA en het AZWA nodig zijn. Ik zal uw Kamer met de reguliere
voortgangsrapportage nader informeren over de voortgang van de afspraken die gemaakt
zijn in het IZA en het AZWA. Hiermee beschouw ik de motie als afgedaan.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Indieners
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport