Brief regering : Geannoteerde Agenda Informele Raad WSB d.d. 12-13 februari 2026 te Cyprus
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 810 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2026
Op 12 en 13 februari aanstaande vindt de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal
Beleid plaats te Nicosia, Cyprus. Hierbij zend ik u de Geannoteerde Agenda voor deze
Raad toe. Vanwege andere verplichtingen word ik op deze Raad ambtelijk vervangen.
Conform de vastgestelde afspraken, informeer ik uw Kamer middels de Geannoteerde Agenda
tevens over de voortgang van de onderhandelingen inzake de herziening van de Coördinatieverordening
Sociale Zekerheid. Ook informeer ik uw Kamer over de Kamerbrief die met de Europese
Commissie is gedeeld ter bevordering van collectieve onderhandelingen en het verhogen
van de cao-dekkingsgraad.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul
GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID (WSB) 12–13 februari
2026
In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:
– Kwartaalrapportage Herzieningsvoorstel Verordening coördinatie socialezekerheidsstelsels
(883/2004)
– Informatie over de Informele Raad WSB van 12–13 februari 2026
– Informatie gedeeld met de Commissie over de bevordering van collectieve onderhandelingen
en het verhogen van de cao-dekkingsgraad
Kwartaalrapportage Herzieningsvoorstel Verordening coördinatie socialezekerheidsstelsels
(883/2004)
Sinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening 883/2004 betreffende
de coördinatie van sociale zekerheidssystemen (hierna: het herzieningsvoorstel). Na
een terugblik volgt hieronder de laatste stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen
over dit herzieningsvoorstel. Het onderwerp staat niet geagendeerd voor de Informele
Raad van 12 en 13 februari 2026.
Achtergrond en terugblik trilogen
Elke lidstaat heeft zijn eigen socialezekerheidsstelsel met unieke kenmerken en regelingen.
Verordening 883/2004 heeft als doel om deze nationale stelsels te coördineren, zodat
mensen geen socialezekerheidsrechten verliezen of bijvoorbeeld dubbel verzekerd zijn
wanneer zij gebruik maken van hun recht op vrij verkeer binnen de EU.
In zowel 2019 als 2021 werd een voorlopig politiek akkoord tussen het Voorzitterschap
van de Raad en het Europees Parlement, binnen de Raad verworpen. Nederland heeft beide
voorlopige akkoorden niet gesteund vanwege bezwaren bij de voorgestelde verruiming
van de exportmogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk van het herzieningsvoorstel.
Nederland vindt dat de beoogde modernisering van de Verordening niet wordt bereikt
met het huidige herzieningsvoorstel. Vanaf de introductie van het herzieningsvoorstel
in 2016 hebben er namelijk fundamentele veranderingen plaatsgevonden op de arbeidsmarkt.
Voorbeelden daarvan zijn de toegenomen digitalisering van het arbeidsdomein en een
toename in het hybride werken. Ter ondersteuning van deze oproep heeft Nederland begin
2025 een non-paper opgesteld met een eerste inventarisatie van verbeterpunten en suggesties
voor vervolgstappen die richting kunnen geven aan een toekomstig voorstel.1
Stand van zaken
Onder het Deense voorzitterschap in het tweede halfjaar van 2025 is niet over dit
dossier onderhandeld. Sinds januari is het Cypriotische voorzitterschap aangetreden.
Cyprus heeft de ambitie uitgesproken om op dit dossier tot een akkoord te komen. Vooralsnog
zijn er nog geen formele onderhandelingsmomenten gepland. Nederland zal zijn bestaande
zorgen over het huidige herzieningsvoorstel blijven uitdragen en zich blijven inzetten
voor de gewenste modernisering van de verordening.
Informatie over de Informele Raad WSB, onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid,
van 12–13 februari 2026
In het nu volgende informeer ik u over de Informele Raad WSB, onderdeel Werkgelegenheid
en Sociaal Beleid, van 12–13 februari 2026. De Informele Raad vindt plaats in Nicosia,
Cyprus. Ik zal vanwege andere verplichtingen ambtelijk worden vervangen.
Agendapunt: eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over fatsoenlijk
werk en sociale rechtvaardigheid. Directeur-Generaal van de Internationale Arbeidsorganisatie
(IAO) dhr. Houngbo zal hierbij (digitaal) aanwezig zijn.
Inhoud/achtergrond
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
Het kabinet zet zich in algemene zin in om de kwaliteit van werk te verhogen. Kwalitatief
en fatsoenlijk werk kan bijdragen aan het versterken van het concurrentievermogen,
door het verhogen van de productiviteit en de arbeidsmarktparticipatie.
Tijdens de discussie zal het bevorderen van fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid
centraal staan. Nederland zal inbrengen dat het actief bijdraagt aan de bevordering
van fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid, zowel op nationaal, EU als mondiaal
niveau. Zo is Nederland sinds 2024 lid van de door Directeur-Generaal Houngbo opgerichte
Global Coalition for Social Justice, waar we voortrekker zijn van een initiatief ter bevordering van een leefbaar loon.
In november 2025 nam ik deel aan de Second World Summit for Social Development. Hier benadrukte ik het belang van de bevordering van werkgelegenheid, fatsoenlijke
werkomstandigheden, sociale bescherming en sociale dialoog. In dit kader zijn de fundamentele
IAO-verdragen voor Nederland prioritair. Deze verdragen zien op de afschaffing van
kinderarbeid, het verbod op discriminatie, het verbod op dwangarbeid, het recht op
vereniging en collectief onderhandelen en het recht op een gezonde en veilige werkomgeving.
Een goed werkend internationaal verdragenstelsel draagt bij aan fatsoenlijk werk en
sociale rechtvaardigheid. Daarnaast draagt het ook bij aan een gelijk speelveld voor
bedrijven. Deze inzet zal Nederland ook uitdragen in de discussie.
Nederland zal daarnaast toelichten dat de sociale dialoog met werkgevers en werknemers
cruciaal is om het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen, zowel nationaal als internationaal.
Fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid kan niet bereikt worden zonder een inclusieve
en goed functionerende dialoog met sociale partners.
Agendapunt: Europese anti-armoedestrategie
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over de aankomende
publicatie van de Europese Anti-Armoedestrategie.
Inhoud/achtergrond
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
De Europese Commissie is voornemens om in het tweede kwartaal van 2026 een Europese
AntiArmoedestrategie (EAAS) te publiceren. Met de EAAS wil de Commissie bijdragen
aan de implementatie van de Europese Pijler van Sociale Rechten, en lidstaten helpen
om het EU 2030doel op armoedebestrijding te halen. Het EU 2030-doel stelt dat het
aantal mensen binnen de EU dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting in 2030
met ten minste 15 miljoen moet zijn verminderd, waaronder 5 miljoen kinderen.2
In de gedachtewisseling zal Nederland interveniëren langs de lijnen van het eerder
met de Kamer gedeelde Nederlandse non-paper met de kabinetsinzet voor de EAAS.3 Deze inzet bouwt voort op het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Het kabinet
vindt het van belang dat de volgende punten terugkomen in de Europese strategie: 1)
Hanteer een geïntegreerde aanpak; 2) Geef prioriteit aan preventie; 3) Besteed aandacht
aan (de gevolgen van) armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven; en
4) Moedig lidstaten aan om «ervaringsdeskundigen» te betrekken bij het beleidsvormingsproces.
Daarbij benadrukt het kabinet dat armoedebeleid primair een nationale competentie
is en dat de EAAS lidstaten moet ondersteunen bij het maken van nationaal beleid.
Ook moet de EAAS niet leiden tot onnodige extra administratieve lasten.
Agendapunt: Persoonsgerichte langdurige zorg als aanjager van actief ouder worden
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over persoonsgerichte
langdurige zorg als aanjager van actief ouder worden.
Inhoud/achtergrond
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is beleidsverantwoordelijk voor
dit thema. Nederland vergrijst in hoog tempo. Het aantal ouderen met een zorg- en
ondersteuningsvraag verdubbelt de komende jaren, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals
niet in dezelfde mate meegroeit. Tegelijkertijd wordt een groter beroep gedaan op
mantelzorgers, met reëel risico op overbelasting. Nederland zal daarom in de gedachtewisseling
inbrengen dat ouderen daarom ondersteuning en zorg verdienen die recht doet aan hun
levensloop, voorkeuren en mogelijkheden, en die hen in staat stelt zo lang mogelijk
actief, zelfstandig en betrokken te blijven in de samenleving. Een ouder wordende
samenleving biedt daarbovenop kansen voor maatschappelijke participatie, zingeving
en onderlinge solidariteit. Persoonsgerichte langdurige zorg vormt daarbij een belangrijke
motor voor actief ouder worden.
Nederland zal in de gedachtewisseling toelichten dat de overheid en veldpartijen met
het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA)4 een gezamenlijke koers vastgelegd richting toekomstbestendige, mensgerichte en betaalbare
ouderenzorg. Beide akkoorden delen dezelfde transitiedoelen en versterken elkaar.
Kern van de kabinetsinzet is het organiseren van langdurige zorg waarbij een goede
balans wordt gevonden tussen de behoefte van de oudere en de inbreng die men zelf
nog kan leveren. Dit betekent ondersteuning en zorg die aansluiten bij de leefwereld
van ouderen en hun mogelijkheden, met behoud van eigen regie als uitgangspunt. Het
kabinet zal de concrete afspraken uit HLO, zoals het versterken van zelfstandigheid
en regie, gelijkgerichte ondersteuning van mantelzorgers, en vindbare en passende
ondersteuning en zorg, in samenwerking met de betrokken partijen (zorgaanbieders,
zorgverzekeraars, cliëntenorganisaties, zorgprofessionals) toelichten.
Nederland zal in de gedachtewisseling delen dat door langdurige zorg persoonsgericht
in te richten de eigen regie en ondersteuning daarbij door de overheid centraal staan.
Dit versterkt de motivatie en zelfredzaamheid, en verschuift de focus van overnemen
naar ondersteunen en versterken, wat functionele achteruitgang kan vertragen. Ook
wordt participatie en sociale verbondenheid gestimuleerd, samen met mantelzorgers
en de gemeenschap, en blijven ouderen langer betekenisvol, zelfstandig en vitaal deelnemen
aan het maatschappelijk leven.
Informatie over de bevordering van collectieve onderhandelingen en het verhogen van
de cao-dekkingsgraad
Volgens de Richtlijn Toereikende Europese Minimumlonen5 dient Nederland, als lidstaat dat een cao-dekkingsgraad beneden de 80% heeft, een
actieplan op te stellen in samenspraak met sociale partners ter bevordering van collectieve
onderhandelingen en het verhogen van de caodekkingsgraad.
De Kamerbrief over «onderhoud cao-stelsel» d.d. 15 oktober 2025 tezamen met een korte
aanbiedingsbrief en tijdschema, en het advies van de Stichting van de Arbeid van 4 juli
2025 over het bevorderen van collectieve onderhandelingen met het doel de cao-dekkingsgraad
te verhogen6 als Nederlands actieplan7. Eind december is het actieplan verstuurd naar de Europese Commissie.
Indieners
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.