Brief regering : Update uitvoering van de motie van het lid Ergin over de inventarisatie en toetsing van vervuilde data en de verwerking van afkomstgerelateerde indicatoren opnieuw uitvoeren (Kamerstuk 31288-1165)
31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid
Nr. 1232
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2026
Middels deze brief wil ik u tussentijds informeren over de nog lopende uitvoering
van motie met Kamerstuk 31 288, nr. 11651, ingediend door lid Ergin. Met motie 1165 heeft uw Kamer het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (OCW) gevraagd om de inventarisatie en toetsing van verwerkingen
met afkomstgerelateerde indicatoren van motie met Kamerstuk 35 510, nr. 212 opnieuw uit te voeren. Dit verzoek volgt op een rapport van de Auditdienst Rijk (ADR)3 waarin verschillende aandachtspunten zijn gesignaleerd bij de uitvoering van motie
met Kamerstuk 35 510, nr. 21. Motie met Kamerstuk 35 510, nr. 21 vroeg, in reactie op de Parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag, aan alle
departementen om discriminatoir gegevensgebruik in kaart te brengen en stop te zetten.
Eerst beschrijf ik de aanpak van de uitvoering van motie met Kamerstuk 31 288, nr. 1165 en ook hoe daarbij de aandachtspunten van de ADR in acht zijn genomen. Vervolgens
geef ik beknopt inzicht in de voorlopige opbrengsten en huidige status van de inventarisatie
en toetsing.
Inventarisatie van gebruik afkomstgerelateerde persoonsgegevens in de volle breedte
van het Ministerie van OCW
Voor het onderzoek wordt een inventarisatie uitgevoerd van verwerkingen van afkomstgerelateerde
persoonsgegevens, ook wanneer deze niet worden gebruikt in risicomodellen. Voor iedere
verwerking wordt vastgesteld wat de doelstelling van de verwerking is. Vervolgens
wordt voor elke doelstelling getoetst of deze rechtmatig en behoorlijk is.
Deze inventarisatie lijkt in grote lijnen op het onderzoek in reactie op motie met
Kamerstuk 35 510, nr. 21, maar is op een aantal punten uitgebreid naar aanleiding van vier aandachtspunten
van de ADR, die in 2024 zijn opgesteld. Onderstaand wordt ieder van die aandachtspunten
genoemd, en wordt beschreven hoe deze zijn geadresseerd. De rapportage die ik na volledige
afronding van de uitvoering van de motie met uw Kamer zal delen, zal een uitgebreidere
toelichting van de gehanteerde methode voor inventarisatie en toetsing bevatten.
1. Aandachtspunt 1 ADR, 2024: Niet alle organisaties gerelateerd aan OCW zijn betrokken
bij de uitvoering van motie met Kamerstuk 35 510, nr. 21;
Bij de uitvoering van motie met Kamerstuk 35 510, nr. 21 zijn de zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) van OCW niet gevraagd het onderzoek
uit te voeren. Voor motie 1165 zijn alle organisaties die gerelateerd zijn aan OCW
betrokken. Dit omvat de dienstonderdelen4, zbo’s en de beleidsdirecties van het kerndepartement.
2. Aandachtspunt 2 ADR, 2024: Tijdens de uitvoering van motie 21 kon geen opvolging
meer gegeven worden aan de adviezen van de Functionarissen voor Gegevensbescherming
(FG’s), die pas bij de afronding van de uitvoering bekend waren;
Bij de afronding van motie met Kamerstuk 35 510, nr. 21 hebben de FG’s een inhoudelijke oordeel gegeven. In de rapportage over motie met
Kamerstuk 31 288, nr. 1165, die later volgt, zal worden toegelicht hoe deze adviezen, waar passend, een plek
hebben gekregen in de uitvoering van motie met Kamerstuk 31 288, nr. 1165. Daarnaast is de toezichthoudende rol van de FG’s geborgd binnen het regulier ingerichte
AVG-proces binnen het ministerie. Afkomstgerelateerde gegevens vallen, een enkele
uitzondering daargelaten, in de categorie bijzondere persoonsgegevens. Wanneer de
verwerking van bijzondere persoonsgegevens grootschalig of van hoog risico is, dan
verplicht de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) om een Data Protection
Impact Assessment (DPIA) uit te voeren5. In het proces van het uitvoeren van de DPIA worden de Chief Privacy Officer (CPO)
en FG standaard betrokken.
3. Aandachtspunt 3 ADR, 2024: DUO heeft de opdracht van OCW bij motie 21 versmald;
Mede naar aanleiding van de bevindingen die de ADR had bij de uitvoering van motie
met Kamerstuk 35 510, nr. 21 door OCW heeft DUO de afgelopen jaren ingezet op het versterken van het privacy proces
binnen de organisatie en het op laten nemen van verwerkingen van persoonsgegevens
in het verwerkingsregister. Deze versterkte inzet binnen DUO heeft een goede basis
gelegd voor het regulier inbouwen van AVG-gerelateerde vragen, waardoor opvolging
van toekomstige verwerkingen ook goed ingeregeld is. Daarmee heeft DUO de opdracht
nu in de volle breedte uitgevoerd. De beantwoording van motie met Kamerstuk 31 288, nr. 1165 voor DUO is niet meer gedaan op hoofdprocessen, maar, zoals de AVG voorschrijft,
op de gegevensverwerkingen die in het verwerkingsregister op zijn genomen.
4. Aandachtspunt 4 ADR, 2024: Het toetscriterium «behoorlijkheid» is door OCW niet
expliciet gedefinieerd;
Voordat is gestart met de uitvraag voor motie met Kamerstuk 31 288, nr. 1165 bij het kerndepartement OCW, de dienstonderdelen en de zbo’s, is de term behoorlijkheid
gedefinieerd conform de AVG om significante verschillen in interpretatie te voorkomen.
Nu wordt gewerkt met de volgende definitie: «Een verwerking mag niet -op een niet
te rechtvaardigen manier- nadelig, discriminerend, onverwacht of misleidend zijn voor
de betrokkenen (de persoon of personen van wie de organisatie afkomstgerelateerde
persoonsgegevens verwerkt)». Bij de toelichting van het begrip behoorlijkheid is verwezen
naar artikel 5 lid 1 sub a van de AVG, waar staat beschreven dat een gegevensverwerking
«rechtmatig, behoorlijk en transparant» moet zijn.
Voorlopige opbrengsten inventarisatie dienstonderdelen en zbo’s: geen onbehoorlijke
en onrechtmatige verwerkingen
De inventarisatie van verwerkingen met afkomstgerelateerde persoonsgegevens van alle
dienstonderdelen en zbo’s is grotendeels afgerond. De voorlopige uitkomsten van deze
inventarisaties zijn dat geen sprake is van onrechtmatige of onbehoorlijke verwerkingen
van persoonsgegevens met afkomstgerelateerde indicatoren. Deze uitkomsten geven geen
aanleiding om aanpassingen in deze processen door te voeren of om verwerkingen stop
te zetten.
Inventarisatie kerndepartement: nog gaande
De inventarisatie en toetsing binnen het kerndepartement is nog gaande. Het aantal
taken waarvoor verwerkingen plaatsvinden binnen het kerndepartement (o.a. voor onderzoek,
monitoring, evaluatie en behandeling van beurzen en benoemingen) is gevarieerder dan
bij de dienstonderdelen en zbo’s. Vanwege deze variatie is het minder eenduidig wanneer
een verwerking in aanmerking komt voor de inventarisatie. Om de inventarisatie zorgvuldig
uit te voeren binnen het kerndepartement, is daarom meer tijd nodig dan bij de andere
organisatieonderdelen.
Tot slot
Met deze brief heeft het ministerie uw Kamer tussentijds geïnformeerd over de uitvoering
van motie met Kamerstuk 31 288, nr. 1165. Als het onderzoek volledig is afgerond zal ik uw Kamer voor het zomerreces van 2026
middels een rapportage informeren over de definitieve uitkomsten. Naast deze inventarisatie
en toetsing blijft het ministerie werken aan adequate waarborgen voor het verwerken
van persoonsgegevens.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap