Brief regering : Fiche: Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP)
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4241
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 10 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (Kamerstuk
22 112, nr. 4239).
Fiche – Mededeling EU-Agenda voor Steden (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP).
Fiche – Finaliteitsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4242).
Fiche – Mededeling over het EU actieplan tegen drugshandel (Kamerstuk 22 112, nr. 4243).
Fiche – RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen (Kamerstuk 22 112, nr. 4244).
Fiche – Wijzigingsvoorstel Verordening CO2-emissienormen zware bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4245).
Fiche – Herziening EU-drugsstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4246).
Fiche – Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22 112, nr. 4247).
Fiche – Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22 112, nr. 4248).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP)
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging
van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU)
nr. 909/2014, (EU) 2015/2365, (EU) 2019/1156, (EU) 2021/23, (EU) 2022/858, (EU) 2023/1114,
(EU) nr. 1060/2009, (EU) 2016/1011, (EU) 2017/2402, (EU) 2023/2631 en (EU) 2024/3005
wat betreft de verdere ontwikkeling van de integratie van de kapitaalmarkt en het
toezicht in de Unie
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van
de Richtlijnen 2009/65/EG, 2011/61/EU en 2014/65/EU met betrekking tot de verdere
ontwikkeling van de integratie van de kapitaalmarkten en toezicht in de Unie;
b) Datum ontvangst Commissiedocument
4 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025) 942 en COM(2025) 943
d) EUR-lex
EUR-Lex - 52025PC0942 - NL - EUR-Lex
EUR-Lex - 52025PC0943 - EN - EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
SWD(2025) 943 en SEC(2025) 943
f) Behandelingstraject Raad
Raad Economische en Financiële Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Financiën
h) Rechtsbasis
Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en
Artikel 53, lid 1, VWEU (ex artikel 47, lid 2, EG) vormt de rechtsgrondslag voor de
Richtlijnen 2009/65/EG, 2011/61/EU en 2014/65/EU.
i) Besluitvormingsprocedure Raad
Gekwalificeerde meerderheid
j) Rol Europees Parlement
Medebeslissing
2. Essentie voorstel
a) Inhoud voorstel
Deze voorstellen zijn onderdeel van de bredere strategie van de Europese Commissie
(hierna: de Commissie) voor de spaar- en investeringsunie (SIU). De Commissie heeft
in haar mededeling over de SIU reeds aangekondigd belemmeringen binnen de interne
markt voor kapitaal weg te willen nemen.1 Ook heeft zij daarin aangekondigd met voorstellen te komen om de eenduidigheid van
het toezicht in de Europese Unie (EU) op financiële instellingen te versterken. Met
de nu voorliggende voorstellen geeft de Commissie hier invulling aan.
Het pakket voor het versterken van de kapitaalmarktinfrastructuur en het toezicht
op de kapitaalmarkten (KTP) bestaat uit verschillende elkaar complementerende maatregelen
die als doel hebben om de kapitaalmarkten in de EU verder te integreren. De Commissie
doet voorstellen ter aanpassing van verschillende verordeningen en richtlijnen op
het gebied van de financiële markten om deze integratie tot stand te brengen door
ten eerste structurele barrières voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen,
ten tweede een geïntegreerde markt te creëren voor de afwikkeling van financiële transacties,
ten derde het toezicht op financiële instellingen te versterken en waar nodig te centraliseren,
ten vierde de kapitaalmarkten eerlijker en transparanter te maken en ten vijfde innovatie
te stimuleren door belemmeringen voor het gebruik van distributed ledger technologie2 (hierna: DLT) weg te nemen. Overkoepelend hebben deze voorstellen ook als doel het
regelgevend kader te versimpelen en zodoende de lasten voor financiële instellingen
te verlichten.
De verordening bevat wijzigingen van zeven bestaande verordeningen. Deze verordeningen
zien op de regels betreffende markten voor financiële instrumenten. Dit betreft onder
andere de transparantievereisten voor en na de handel en transactierapportage (verordening
MiFIR); financiële stabiliteit en transparantie van de derivatenmarkt (verordening
EMIR); de afwikkeling van financiële transacties bij een centrale effectenbewaarinstellingen
(verordening CSDR); de oprichting van de Europese autoriteit voor effecten en markten
(verder ESMA)(verordening ESMAR); de regulering van cryptoactivadienstverleners (verordening
MiCAR); de regulering van het gebruik van distributed ledger technologie (Verordening
DLT) en op het grensoverschrijdend aanbieden van beleggingsfondsen (verordening CBDR).
Het richtlijnvoorstel bevat wijzigingen van drie bestaande richtlijnen. Deze richtlijnen
zien op de ontwikkeling en distributie van financiële instrumenten (richtlijn MiFID
II); deelnemingsrechten in instellingen voor collectieve belegging in effecten (richtlijn
UCITS) en beleggingsinstellingen (richtlijn AIFMD).
Ten eerste doet de Commissie voorstellen om het grensoverschrijdend aanbieden van
deelnemingsrechten in beleggingsfondsen in de EU te vergemakkelijken. De regels voor
het grensoverschrijdend aanbieden van deelnemingsrechten in andere lidstaten worden
opgenomen in een verordening. Verder zien de wijzigingen op het versnellen en uniformeren
van de vergunningverlening en een verkorting van de notificatieprocedure. Ook vervalt
de lidstaatoptie om aanvullende eisen te kunnen stellen aan de beheerder die deelnemingsrechten
in de betreffende lidstaat wil aanbieden. De Commissie stelt voor om niet langer alle
regels van toepassing te verklaren op elk los bedrijfsonderdeel van een vermogensbeheergroep
maar die regels alleen van toepassing te laten zijn op groepsniveau. Zo stelt de Commissie
voor om het uitvoeren van werkzaamheden binnen de groep niet langer te zien als het
uitbesteden van werkzaamheden. De Commissie introduceert ook de mogelijkheid dat een
beleggingsfonds gebruik maakt van een bewaarinstelling die in een andere lidstaat
is gevestigd (hierna: paspoort voor bewaardiensten).
Ten tweede doet de Commissie voorstellen om een geïntegreerde markt te creëren voor
de afwikkeling van transacties in financiële instrumenten. Voor centrale effectenbewaarinstellingen
(CSD’s) en centrale tegenpartijen (CCP’s) doet de Commissie voorstellen om het eenvoudiger
te maken om gebruik te maken van de diensten die deze instellingen leveren door partijen
die nog niet zijn aangesloten. Voor de integratie van CSD-diensten kunnen significante
CSD’s worden aangewezen als CSD-hub. Deze CSD-hubs moeten verplicht wederzijdse koppelingen3 met elkaar creëren, terwijl niet-hub-CSD’s ten minste toegang tot één CSD-hub moeten
organiseren. Voor CCP’s worden de voorschriften voor interoperabiliteit aangescherpt.
Interoperabiliteit houdt in dat clearing members4 van verschillende CCP’s, ook tussen verschillende lidstaten, transacties centraal
kunnen clearen. De te verhandelen effecten, geldbedragen en het onderpand worden dan
tussen de verschillende CCP’s verrekend. Om gebruik te maken van de interoperationaliteit,
moeten CCP’s beschikken over goedgekeurde interoperabiliteitsovereenkomsten. De goedkeuring
van die overeenkomsten (zowel voor significante als niet-significante CCP’s) wordt
bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) belegd.
Ten derde doet de Commissie voorstellen om het toezicht op financiële instellingen
in de EU te versterken door bepaalde toezichtstaken over te hevelen van de nationale
toezichthoudende instanties van de lidstaten naar ESMA, het versterken van de instrumenten
van ESMA voor toezichtconvergentie en een herziening van de governance en financiering.
Voor wat betreft het overhevelen van toezichtstaken gaat het om het toezicht op de
grootste handelsplatformen («significant trading venues») en om handelsplatformen die worden geëxploiteerd door een entiteit die grensoverschrijdend
in meerdere lidstaten handelsplatformen exploiteert (hierna: Pan European Market Operator
of «PEMO»), significante CCP’s, significante CSD’s en cryptoactivadienstverleners
(hierna CASP’s). Voor de grootste vermogensbeheerders blijft de verantwoordelijkheid
voor het toezicht bij de nationale toezichthoudende instanties. Op CCP’s en CSD’s
die niet significant zijn wordt toezicht gehouden door colleges van nationale toezichthouders
onder voorzitterschap van ESMA.
In de huidige situatie berust de vergunningverlening aan en het toezicht op exploitanten
van handelsplatformen, marktexploitanten en beleggingsondernemingen, en de door hen
geëxploiteerde handelsplatformen bij nationale toezichthoudende instanties (in Nederland
de AFM). In het voorstel worden deze bevoegdheden voor wat betreft «significante handelsplatformen»
(significant trading venues) en PEMO’s overgeheveld naar ESMA. Een handelsplatform wordt geacht «significant»
te zijn indien het belangrijk is voor de economie van de EU of indien het handelsplatform
significant is qua omvang en tevens een significante grensoverschrijdende dimensie
heeft. Nationale toezichthoudende instanties behouden hun bevoegdheid op het gebied
van markttoezicht, bijvoorbeeld door het opsporen van marktmisbruik en handel met
voorkennis, omdat ze dichter op de lokale marktdynamiek zitten.
Het instrumentarium voor ESMA om tot toezichtconvergentie te komen wordt versterkt.
Voorgesteld wordt dat ESMA een toezichthoudende instantie kan verplichten om voorafgaand
aan bepaalde besluiten een opinie aan haar te vragen met betrekking tot dat voorgenomen
besluit bij eerdere tekortkomingen in het toezicht. Ook kan zij een verbod opleggen
op het grensoverschrijdend aanbieden van financiële diensten bij overtredingen en
krijgt ze de mogelijkheid een samenwerkingsplatform in het leven te roepen om grensoverschrijdende
geschillen tussen nationale toezichthoudende instanties op te lossen. Een nieuw mechanisme
voor wederzijdse erkenning en grensoverschrijdende inning van bestuurlijke boetes
moet daarnaast zorgen voor betere afdwingbaarheid van bestuurlijke boetes. Ook worden
ESMA en de nationale toezichthoudende instanties verplicht tot intensievere samenwerking
en informatie-uitwisseling om directe toezichttaken soepel en proportioneel uit te
voeren. Deze samenwerking kan worden ingevuld via gezamenlijke toezichtteams, inspecties
of operationele samenwerking.
Voor handelsplatformen, gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten
(MTF’s) en georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s), en hun exploitanten wordt een
volledig geharmoniseerd regelgevend kader opgenomen in een nieuwe titel van de verordening
markten voor financiële instrumenten (MiFIR), om uiteenlopende nationale interpretaties
en aanvullende nationale regelgeving te voorkomen. De huidige regels voor vergunningverlening
aan en bedrijfsvoering van (exploitanten van) handelsplatformenzijn zijn opgenomen
in de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (MiFID II).
Momenteel moet een persoon die voornemens is in meerdere lidstaten een gereglementeerde
markt te exploiteren in elk van die lidstaten een aparte juridische entiteit oprichten
en bij de betrokken toezichthoudende instanties van die lidstaten een vergunning aanvragen
voor het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt in elk van die lidstaten.
In het voorstel wordt een nieuwe entiteit, de PEMO, geïntroduceerd die op basis van
een enkele door ESMA verleende vergunning grensoverschrijdend in meerdere lidstaten
handelsplatformen kan exploiteren.
Ook wordt via een wijziging van de verordening cryptoactiva (MiCAR) voorgesteld om
ESMA de bevoegdheid te geven voor de vergunningverlening aan en het toezicht en de
handhaving op alle CASP’s. Financiële instellingen die ook cryptoactivadienstverlening
aanbieden, komen in beginsel niet onder het toezicht van ESMA, behalve wanneer zij
in hoofdzaak cryptoactivadiensten verlenen. Momenteel is in beperkte mate sprake van
Europees toezicht op CASP’s. Wanneer een CASP een significante omvang bereikt, geldt
er enkel een beperkte rapportageverplichting van de nationale toezichthouder aan ESMA.
ESMA heeft op dit moment een rol bij het bevorderen van convergentie in het toezicht
op CASP’s.
Voor het bestuur van ESMA stelt de Commissie voor om naast het huidige bestuur van
toezichthouders (board of supervisors), bestaande uit vertegenwoordigers van alle nationale toezichthoudende instanties,
een uitvoerend bestuur (executive board) te plaatsen, bestaande uit de voorzitter van ESMA en vijf onafhankelijke leden.
Dit uitvoerend bestuur zal verantwoordelijk zijn voor de planning en uitvoering van
alle toezichtstaken die ESMA krijgt. Daarnaast kunnen er extra taken aan het uitvoerend
bestuur worden gegeven door het bestuur van toezichthouders. Het bestuur van toezichthouders
krijgt de mogelijkheid belangrijke besluiten van de raad van bestuur tegen te houden.
ESMA krijgt daarnaast de verantwoordelijkheid om een gezamenlijke data-strategie uit
te werken. Binnen deze strategie moet ESMA een dataplatform opzetten en onderhouden
waar de indiening, uitwisseling en toegang tot relevante toezichtdata zullen worden
belegd. Parallel hieraan wordt het instrument van «no-action letters» verbreed, zodat ESMA duidelijkheid kan bieden wanneer toepassing van EU-regels tot
aanzienlijke knelpunten leidt. Ook wordt de Commissie de mogelijkheid gegeven om gewijzigde
technische regulerings- of uitvoeringsnormen vast te stellen en krijgt zij mogelijkheden
om deze tijdelijk op te schorten wanneer dat nodig is om nieuwe marktontwikkelingen
het hoofd te bieden.
Ten vierde doet de Commissie voorstellen om de kapitaalmarkten in de EU eerlijker
en transparanter te maken. Daartoe worden de voorschriften uit MiFIR en de Europese
marktinfrastructuurverordening (EMIR) inzake niet-discriminatoire toegang van een
handelsplatform tot een CCP en van een CCP tot een handelsplatform («Open Access») aangepast. In de huidige situatie kunnen handelsplatformen en CCP’s toegang tot
elkaars diensten weigeren of vertragen, wat concurrentie belemmert. Er bestaat een
praktijk van «preferred clearing», waarbij er alleen op een andere CCP dan die aangewezen door het handelsplatform
gecleard kan worden als zowel de kopende partij als de verkopende partij dezelfde
CCP aanwijzen en daar aangesloten zijn. In het voorstel worden de regels aangescherpt
zodat toegang (een handelsplatform dat wil clearen bij een bepaalde CCP of andersom)
niet onnodig belemmerd of vertraagd mag worden. Weigering wordt alleen toegestaan
bij aantoonbare systeemrisico’s. De praktijk van «preferred clearing» wordt verboden. Ook doet de Commissie voorstellen om de positie van beleggers te
versterken door hun toegang tot handelsdata (marketdata) voor de handel in financiële
instrumenten te verbeteren. De data die moet worden aangeleverd voor de centrale database
voor handelsdata (hierna: consolidated tape of «CT») wordt uitgebreid. De huidige regels voor de CT zijn beperkt. Zo toont de
CT vaak niet welk handelsplatform de beste prijs biedt en geeft deze geen inzicht
in de diepte van het orderboek. In het voorstel moet de CT voor aandelen en exchange traded funds (hierna: ETF’s) meer gedetailleerde informatie gaan geven, zoals over bied-en-laatprijzen
en bijbehorende volumes, de specifieke handelsplatformen waar deze prijzen beschikbaar
zijn en sluitingsprijzen (volume-weighted closing price). Op die manier wordt beoogd de concurrentie en de weerbaarheid bij verstoringen
te vergroten.
De huidige in MiFIR opgenomen voorschriften inzake transparantie voor en na de handel
(pre and post trade transparency) bij de handel in afgeleide instrumenten (derivaten) en die gelden bij de handel
in financiële instrumenten door middel van beleggingsondernemingen met systematische
interne afhandeling (Systematic Internalisers of «SI’s») zijn complex en worden niet steeds op consistente wijze toegepast. Ten aanzien van
derivaten worden illiquide rentederivaten (zoals bepaalde forward rate agreements) uitgezonderd van transparantievereisten om de regels beter aan te laten sluiten
op de werkelijke marktomstandigheden. Ten aanzien van SI’s wordt geregeld dat als
een SI een order van een particuliere belegger uitvoert tegen een betere prijs dan
de openbaar geboden prijs, de SI zijn publieke prijs onmiddellijk moet aanpassen om
deze prijsverbetering te weerspiegelen.
Ten vijfde doet de Commissie voorstellen om innovatie in de financiële sector te stimuleren.
De voorstellen hebben als doel om het gebruik van DLT en op DLT gebaseerde producten
en diensten verder mogelijk te maken binnen de bestaande regelgevende kaders op basis
van technologische neutraliteit. In het huidige pilot regime zijn al uitzonderingen
mogelijk op regelgeving voor handelsplatformen, clearing- en afwikkelingsmaatschappijen.
Hierbij is het voor aanbieders van soortgelijke, maar op DLT gebaseerde producten
en diensten, van belang dat zij voldoen aan de vooraf gestelde voorwaarden per uitzonderingsmogelijkheid.
Met dit voorstel breidt de Commissie de reikwijdte van het pilot regime uit op basis
van flexibiliteit en proportionaliteit. Om het DLT pilot-regime flexibeler en beter
schaalbaar te maken wordt de looptijd van reeds verleende vergunningen aangepast naar
onbepaalde tijd en worden de waarde- en productlimieten verruimd voor grote aanbieders
van op DLT gebaseerde producten en diensten. Kleinere aanbieders van op DLT gebaseerde
diensten voor het afwikkelen van financiële transacties kunnen daarnaast, mits zij
voldoen aan de gestelde voorwaarden, verder uitgezonderd worden van CSD-regelgeving.
b) Impact assessment Commissie
De Commissie heeft een impact assessment uitgevoerd conform de Better Regulation-aanpak. Naast een nuloptie (geen EU-actie) als optie 1, zijn twee beleidsopties geanalyseerd.
Optie 2 voorziet in een brede herziening van handels-, post-trade- en assetmanagementregels, gericht op harmonisatie, vereenvoudiging van grensoverschrijdende
dienstverlening, versterkte interoperabiliteit tussen CSD’s en technologie neutrale
post-trade wetgeving. De reikwijdte van het DLT-pilot regime wordt verruimd. Investeringsfondsen
krijgen makkelijker toegang tot de interne markt en ESMA krijgt sterkere convergentiebevoegdheden
en direct toezicht op de meest significante marktinfrastructuren en alle CASP’s. Optie
3 gaat verder met verplichte verbindingen tussen handelsplatformen en CSD’s, groepsvergunningen
en volledig EU-toezicht op infrastructuren en assetmanagers. Dit zou de meest verregaande
Europese harmonisatie opleveren, maar brengt tegelijkertijd aanzienlijk hogere kosten
en risico’s met zich mee. De beoordeling concludeert derhalve dat optie 2 het meest
evenwichtige pakket vormt, met substantiële integratie- en efficiëntiewinsten tegen
proportionele kosten. Het initiatief vermindert fragmentatie, verlaagt nalevingskosten,
bevordert innovatie (o.a. via DLT) en ondersteunt een gelijk speelveld en geïntegreerd
toezicht.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet is voorstander van sterke, geïntegreerde kapitaalmarkten. In zijn inzet
voor de kapitaalmarktunie stelt het kabinet dat het Europese concurrentievermogen
onder druk staat en dat er sprake is van een sterk achterblijvende productiviteitsgroei.5 Daarmee acht het kabinet de verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarktunie
van cruciaal belang om de uitdagingen waar Europa voor staat het hoofd te bieden,
als onderdeel van de versterking van de interne markt, waarvoor het kabinet zich in
algemene zin ook inzet.6 Er zijn veel investeringen nodig, die vooral privaat gefinancierd moeten worden.
De financiële sector speelt hierbij een cruciale brugfunctie. Met de ontwikkeling
van de kapitaalmarktunie wil het kabinet zorgen dat de vruchtbare Nederlandse en Europese
bodem voor innovatie en concurrentie voldoende water (financiering) krijgt. In de
EU is wel veel kapitaal beschikbaar, maar dit wordt veelal gespaard en onvoldoende
via de kapitaalmarkt in de EU geïnvesteerd. Door de nationale kapitaalmarkten te ontwikkelen
en beter met elkaar te integreren, wordt beleggen en investeren makkelijker. Hier
profiteren burgers van die vermogen of pensioen opbouwen door hogere lange termijn
rendementen. Bedrijven kunnen makkelijker en meer investeren en groeien als zij toegang
hebben tot meer en een meer divers aanbod van financiering. Dit is ook goed voor de
Nederlandse financiële sector, die door een internationale oriëntatie baat heeft bij
een open en geïntegreerde kapitaalmarkt. Een sterke Europese kapitaalmarkt biedt maatschappelijke
voordelen en is daarmee in het Nederlandse belang.
De inzet van het kabinet loopt langs drie pijlers. Ten eerste zet het kabinet in op
het vergroten en diversifiëren van het aanbod van kapitaal in de EU door meer private
financiering te mobiliseren. Het doel hiervan is meer private financiering voor het
bedrijfsleven, met name voor risicodragende investeringen in start-ups en scale-ups.
Ten tweede wil het kabinet dat relevante regelgeving verder wordt geharmoniseerd en
overal hetzelfde wordt toegepast. Het kabinet pleit daarom in het kader van de kapitaalmarkten
voor de aanpassing van richtlijnen naar verordeningen. Ten derde wil het kabinet sterk
toezicht op Europese kapitaalmarkten, en focust hierbij op de rol en activiteiten
van de ESMA. Eenduidiger toezicht en uniformere uitvoering van regelgeving is belangrijk
voor een sterkere Europese kapitaalmarkt en een gelijk speelveld.
Het kabinet zet in op behoud en versterking van de factoren die de Nederlandse kapitaalmarkt
sterk en aantrekkelijk maken. Daarbij ziet het kabinet grote voordelen van een diepere
Europese kapitaalmarkt voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse kapitaalmarkt.
Verdere integratie van nationale kapitaalmarkten en eenduidigere regelgeving zijn
hiervoor belangrijk. Van een diepe en geïntegreerde Europese kapitaalmarkt genieten
burgers, bedrijven en beleggers maatschappelijke voordelen. Het kabinet ziet de urgentie
van het aanjagen van private investeringen ook in het licht van andere Europese financieringsdiscussies.
Daarom zal het kabinet zich constructief en ambitieus opstellen om de werking van
de interne markt te verbeteren. Onder andere door belemmeringen in regelgeving weg
te nemen.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de huidige voorstellen. Het kabinet heeft eerder uitgesproken
voorstander te zijn van het wegnemen van belemmeringen die een interne markt voor
kapitaal in de weg staan, alsook van het harmoniseren en waar nodig centraliseren
van het toezicht op financiële instellingen bij ESMA. De Commissie levert met deze
voorstellen een significante bijdrage aan het komen tot een echte Europese kapitaalmarkt.
Het kabinet acht het van groot belang dat er voortgang gemaakt wordt op alle elementen
in dit pakket. Dat betekent dat er niet selectief gekozen moet worden binnen dit pakket
en dat het van belang is dat er op punten die knellen, over de eigen schaduw heen
wordt gestapt, om tot een goed resultaat te komen. Alleen wanneer op alle elementen
voortgang kan worden geboekt kunnen de geschetste baten worden gerealiseerd. Voor
Nederland is dit nog belangrijker, omdat Nederland met een open economie en een grote
en sterke financiële sector kan profiteren van de kansen die een geïntegreerde Europese
kapitaalmarkt kan bieden.
Het kabinet staat positief tegenover de voorgestelde wijzigingen die het grensoverschrijdend
aanbieden van beleggingsfondsen vergemakkelijken en die de procedure voor de verlening
van vergunningen aan beheerders van beleggingsinstellingen versnelt en uniformeren
en de notificatieprocedure verkorten. Tevens kan het kabinet zich vinden in de voorstellen
die ervoor zorgen dat een lidstaat geen aanvullende eisen kan stellen aan een beheerder
die in de betreffende lidstaat deelnemingsrechten wil aanbieden. Zo worden drempels
om (grensoverschrijdend) deelnemingsrechten aan te bieden opgeheven. Verder staat
het kabinet positief tegenover het voorstel om de voorschriften inzake het grensoverschrijdend
aanbieden van deelnemingsrechten in een verordening op te nemen omdat dit leidt tot
een meer uniforme toepassing van die voorschriften in de EU. Tegelijkertijd ontbreken
er voorstellen die het macroprudentiële raamwerk voor deze beleggingsfondsen verder
versterken, zoals die eerder door het kabinet zijn bepleit.7 Het kabinet zal daarom tijdens de onderhandelingen, indien opportuun en wanneer dit
geen afbreuk doet aan de andere elementen van dit pakket, pleiten voor enkele gerichte
aanpassingen, om het erkennen van macroprudentiële maatregelen uit andere landen te
verbeteren en het raamwerk van de Investment Firm Directive (IFD) en de Investment
Firm Regulation (IFR) beter aan te laten sluiten bij de huidige marktordening8 en de rol van ESMA te versterken.
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover het voorstel om de regels voor vermogensbeheerders
die onderdeel van een groep zijn, te versoepelen door onder andere soepeler om te
gaan met uitbesteding binnen een groep. Dit kan de regeldruk verminderen en kosten
besparen. Wel dient nog goed te worden gekeken naar mogelijke risico’s die het uitbesteden
van werkzaamheden meebrengt naar entiteiten binnen de groep en of de voorstellen deze
risico’s voldoende mitigeren.
Het kabinet staat niet negatief tegenover het voorstel om bewaarders met een vergunning
toe te staan grensoverschrijdend bewaardiensten aan te bieden, mits aan een aantal
randvoorwaarden is voldaan die de kwaliteit van de bewaardienstverlening borgen. Tevens
dient te worden bezien of het risico op concentratie van bewaardiensten hierdoor niet
te groot wordt en de samenwerking tussen de toezichthouders goed is geregeld.
Het kabinet staat positief tegenover de aanpassingen in de verordening centrale effecten-bewaarinstellingen
(CSDR). De aanpassingen bieden ruimte voor innovaties die van belang zijn voor efficiënter
opererende kapitaalmarkten, waaronder DLT. Verder verhogen de aanpassingen de efficiëntie
van het toezicht op CSD’s, waarbij ook de oprichting van een centrale database een
welkome aanpassing is. Ten slotte draagt het vergroten van het mandaat van ESMA bij
aan harmonisatie van het toezicht op CSD’s, waar het kabinet ook positief tegenover
staat. Het kabinet kan het afschaffen van CSD-toezichtcolleges voor CSD's onder ESMA-toezicht
steunen, maar bepleit wel dat er enige vorm van betrokkenheid blijft voor lokale CSD
toezichthouders uit lidstaten waarvoor een CSD van substantieel belang is.
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover de aanpassingen op het gebied van
clearing. De aanpassingen verminderen de complexiteit in het toezicht op CCP’s. Het
classificeren van CCP’s naar systeemrelevantie (significant, niet-significant) en
het concentreren van het toezicht van significante CCP’s bij ESMA zijn een welkome
verandering. Dit draagt bij aan Europese harmonisatie van het toezicht op CCP’s, omdat
het verschillen in nationale toezichtpraktijken en regelgeving vermindert. Doordat
ESMA hoofdverantwoordelijk wordt voor het toezicht op meerdere (significante) CCP’s
uit verschillende landen, stelt dit ESMA mogelijk beter in staat om kennis en ervaring
op te bouwen over het opereren van CCP’s. Bovendien vergemakkelijkt het de benchmarking
tussen CCP’s, omdat de CCP’s aan dezelfde regels (inclusief rapportageverplichtingen)
moeten voldoen. Dergelijke harmonisatie kan innovatie op kapitaalmarkten stimuleren,
omdat enerzijds beter voorspelbaar wordt wat er qua regelgeving wordt verwacht en
anderzijds er mogelijk meer schaalvoordelen te halen zijn door grensoverschrijdend
te opereren. Het kabinet ziet dat het huidige toezicht op CCP's en CSD's op nationaal
niveau in meerdere lidstaten hoofdzakelijk of deels belegd is bij autoriteiten die
geen lid zijn van ESMA (zoals DNB in Nederland). Het kabinet zal zich inzetten om
proportionele betrokkenheid van deze niet-ESMA-leden bij centraal CCP- en CSD-toezicht
te waarborgen. Niet ESMA-lidmaatschap, maar nationale toezichtverantwoordelijkheid
moet leidend zijn voor betrokkenheid bij ESMA-toezicht op nationale instellingen.
Het kabinet zal zich daarom inzetten om te waarborgen dat niet-ESMA-leden in het CCP-
en CSD-toezicht betrokken worden naar gelang hun nationale toezichtverantwoordelijkheden.
Het kabinet steunt de voorstellen van de Commissie om de bevoegdheden van ESMA uit
te breiden. Het verduidelijken en moderniseren van bevoegdheden en verantwoordelijkheden
creëert betere randvoorwaarden voor marktintegratie, efficiëntiewinst en het vergroot
vertrouwen van beleggers in de interne markt. Verschillen in toezicht op de financiële
markten in de verschillende lidstaten belemmeren de Europese kapitaalmarkt. Daarom
steunt het kabinet het voorstel om het toezicht over te hevelen van de nationale toezichthoudende
instanties naar ESMA waar dat proportioneel is en efficiënt kan worden ingericht.
Het kabinet is ook positief over de voorgestelde wijzigingen in het bestuur en de
structuur van ESMA inclusief de uitbreiding van het personeelsbestand. Daarbij zal
het kabinet oog houden voor behoud van efficiëntie van het toezicht raamwerk en voor
de beheersing van de kosten van deze voorstellen. Het kabinet steunt de voorstellen
om ESMA meer bevoegdheden te geven om tot toezichtconvergentie te komen. Wanneer de
kapitaalmarkten in de EU verder worden geïntegreerd, zullen meer activiteiten een
grensoverschrijdend element in zich hebben. Om het toezicht op deze activiteiten effectief
en efficiënt te laten verlopen, ligt het voor de hand om de coördinerende rol van
ESMA hier te versterken en ESMA hier meer mogelijkheden te geven om convergentie ook
af te dwingen. Het kabinet is positief over de voorstellen om ESMA verantwoordelijk
te maken voor de uitwerking van een datastrategie inclusief het opzetten van een dataplatform.
Deze maatregelen kunnen bijdragen aan het verlagen van de lasten voor financiële instellingen
en zijn een effectief middel om dubbele rapportageverplichtingen tegen te gaan.
Het kabinet zet bij het overhevelen van toezichttaken in op het behoud van efficiënt,
risico- en probleemgericht toezicht binnen het nieuwe toezichtraamwerk. Het nieuwe
raamwerk moet voldoende ruimte bieden om tijdig en proportioneel in te grijpen waar
dat nodig is, met oog voor uitvoerbaarheid en samenhang binnen het bredere toezichtstelsel.
Ook zal het kabinet hierbij aandacht vragen voor een implementatie waarbij de expertise
die hiervoor aanwezig is bij de AFM op een goede manier kan worden overgedragen aan
ESMA. Verder is een efficiënt en effectief samenspel van toezicht op instellingen
en op horizontale toezichtthema’s van belang, zoals toezicht op marktmisbruik.
Om de continuïteit van het toezicht te waarborgen en voldoende tijd te hebben voor
het inrichten van de benodigde data-omgeving, bepleit het kabinet een langere overgangstermijn
dan de voorgestelde 12 maanden voor het overhevelen van toezichttaken naar ESMA.
Het kabinet steunt de overheveling van de regels voor vergunningverlening en bedrijfsvoering
voor handelsplatformen van de richtlijn MiFID II naar de MiFIR-verordening, omdat
dit de huidige fragmentatie op dit gebied beëindigt. De voorstellen waarin de PEMO
structuur wordt geïntroduceerd, kunnen ook op steun van het kabinet rekenen, omdat
dit een efficiëntere inrichting van toezicht behelst voor beursgroepen.
Het kabinet is overwegend positief over het voorstel tot wijziging van MiCAR om meer
CASP’s onder het toezicht van ESMA te brengen. Dit kan toezichtarbitrage binnen de
Unie beperken en een vollediger beeld geven van de uitstaande cryptoactiva. Het kabinet
heeft vragen omtrent de praktische uitvoerbaarheid van het onderbrengen van het toezicht
op kleine CASP’s bij ESMA. Daarnaast is het gezien de snelle ontwikkelingen die momenteel
op de cryptomarkten plaatsvinden van belang dat het voorstel ruimte laat om de risico’s
hiervan te adresseren.
Het kabinet is positief over de voorstellen tot verbetering van de transparantie bij
de handel in financiële instrumenten in de EU verbeteren door handelsdata die in de
gehele EU worden gegenereerd openbaar te maken via de CT. De voorstellen die het moeilijker
maken om de toegang tot CCP’s en handelsplatformen te weigeren of beperken kunnen
ook op steun van het kabinet rekenen, omdat deze de concurrentie op een beter geïntegreerde
markt vergroten. Het kabinet zal er oog voor houden dat de huidige uitzondering voor
elektronisch verhandelde derivaten behouden blijft.
Het kabinet is positief over de voorgestelde wijzigingen van het DLT-pilot regime.
Deze aanpassingen dragen bij aan het creëren van meer ruimte voor innovatie, doordat
zij voorzien in grotere flexibiliteit en een meer proportionele benadering. Dit kan
marktpartijen in staat stellen nieuwe toepassingen van DLT te ontwikkelen, terwijl
het toezichtkader passend blijft bij de aard en risico’s van deze activiteiten. Daarnaast
wordt de blijvende nadruk op harmonisatie als positief beoordeeld, aangezien dit bijdraagt
aan een gelijk speelveld binnen de Unie en het risico op toezicht arbitrage verder
kan beperken.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Het kabinet verwacht dat veel lidstaten positief zullen zijn over een belangrijk deel
van de doelen die de Commissie met dit voorstel wil bereiken. Wel verwacht het kabinet
dat er veel weerstand zal zijn tegen de voornemens om het toezicht te centraliseren.
De positie van het Europees Parlement is nog niet bekend.
4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
a) Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten
in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Het oordeel van het kabinet over de bevoegdheid is positief.
Het voorstel voor de verordening is gebaseerd op artikel 114 VWEU. Artikel 114 VWEU
geeft de EU de bevoegdheid tot het vaststellen van maatregelen inzake de onderlinge
aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die
de instelling en de werking van de interne markt betreffen. Het kabinet kan zich vinden
in deze rechtsgrondslag.
Het voorstel voor de richtlijn is gebaseerd op artikel 53, eerste lid, VWEU. Dit artikel
geeft de EU de bevoegdheid tot het vaststellen van richtlijnen inzake de coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de
toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan. Het
kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag.
Op het terrein van de interne markt is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen
de EU en de lidstaten (zie artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU).
b) Subsidiariteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het
kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen
of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden
uitgeoefend, toetst of het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op
centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang
of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het
subsidiariteitsbeginsel). Het oordeel van het kabinet over de subsidiariteit van de
voorstellen is positief. Beide voorstellen hebben tot doel uiteenlopende bepalingen
in verschillende bestaande EU-richtlijnen en verordeningen over de ordening van de
kapitaalmarkt te stroomlijnen, te moderniseren en op bepaalde aspecten te verbeteren,
teneinde belemmeringen binnen de interne markt voor kapitaal weg te nemen. Gezien
het grensoverschrijdende karakter van kapitaalmarkten kan dit onvoldoende door de
lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is
een EU-aanpak nodig. Met de voorstellen wordt – zeker nu deze worden gecombineerd
met de gelijktijdige uitbreiding van de rol van ESMA – het gelijk speelveld op het
terrein van kapitaalmarkten verbeterd. Om die redenen is optreden op het niveau van
de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat
nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel).
Het oordeel van het kabinet over de proportionaliteit van de voorstellen is positief.
Beide voorstellen hebben tot doel uiteenlopende bepalingen in verschillende bestaande
EU-richtlijnen en verordeningen over de ordening van de kapitaalmarkt te stroomlijnen,
te moderniseren en op bepaalde aspecten te verbeteren. Het voorgestelde optreden is
wel geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat het de naadloze levering van
grensoverschrijdende financiële diensten en producten bevorderd en de integratie vergemakkelijkt
die nodig is om de SIU te bevorderen. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet
verder dan noodzakelijk, omdat de voorstellen voor verdere integratie nodig zijn om
de kosten van fragmentatie tegen te gaan en de voorstellen voor het centraliseren
van toezicht, mits effectief gedaan, bijdragen aan een gelijk speelveld en geharmoniseerde
toezichtpraktijk. Minder vergaande oplossingen zoals inzetten op toezichtconvergentie
in plaats van centralisatie hebben tot dusver niet geleid tot het gewenste resultaat.
5. Financiële consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke
aspecten
a) Consequenties EU-begroting
De financiële gevolgen voor de EU-begroting worden in het voorstel geschat op ruim
50 miljoen euro over de MFK periode 2028–2034. Dit voorstel zal daarnaast gevolgen
hebben voor de kosten die worden gemaakt als gevolg van de wijzigingen die worden
doorgevoerd om de convergentie op het gebied van toezicht te verbeteren. Ook het directe
toezicht van ESMA, overheadmiddelen, IT-instrumenten die nodig zijn voor direct toezicht
en convergentie op het gebied van toezicht en de nieuw op te zetten EB zullen bekostigd
moeten worden. Hiertoe wordt de verdeelsleutel voor de bekostiging van ESMA aangepast,
voorheen was deze 40/60 EU-begroting en bijdrages van nationale toezichthouders, vanaf
2028 zal dit 50/50 worden.
Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen
de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze
moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Daarnaast moet de
ontwikkeling van de administratieve uitgaven in lijn zijn met de Raadsconclusies van
juli 2020 over het MFK-akkoord.9 Het kabinet wil niet vooruit lopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
b) Financiële consequenties (incl. personele) voor Rijksoverheid en/ of medeoverheden
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de Rijksbegroting. Mochten er uiteindelijk
toch budgettaire consequenties blijken te zijn, dan worden deze ingepast op de begroting
van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
Of de voorgestelde wijzingen financiële of personele gevolgen voor de AFM of DNB met
zich meebrengen hangt af van de definitieve vormgeving van de voorgestelde wijzigingen
en is op dit moment nog niet goed te overzien. Waar deze gevolgen er wel zijn, zullen
die conform de financieringssystematiek van de toezichthouders worden ingepast.
c) Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
De financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk heeft de Commissie uiteengezet
in het Impact Assesment als onderdeel van de publicatie van het Kapitaalmarktintegratie
en Toezichtcentralisatie Pakket. Het voorstel heeft impact op een brede groep marktpartijen:
handelsplatformen, beleggingsondernemingen, CSD’s, CCP’s, vermogensbeheerders, DLT-structuren,
CASP’s, toezichthouders (NCA’s), ESMA en de ECB. De belangrijkste baten komen voort
uit meer geïntegreerde en efficiëntere Europese kapitaalmarkten onder beter toezicht.
Het voorstel levert aanzienlijke kostenreducties en efficiencywinsten op. Handelsplatformen
en brokers profiteren van gestroomlijnde intra-groep-operaties, minder lokale governance-kosten.
De jaarlijkse besparingen lopen voor handelsplatformen op tot € 47–120 miljoen. Brokers
besparen € 100.000–500.000 door vereenvoudigde lidmaatschaps- en monitoringprocessen.
Voor vermogensbeheerders dalen de toezichtkosten substantieel via geharmoniseerde
notificatie- en marketingregels tot € 400.000 per fonds per jaar aan lopende lasten.
CSD’s profiteren van meer rechtszekerheid en lagere transactiekosten via grotere T2S-uitrol
(potentieel 30% lagere settlementkosten). Ook DLT-partijen en CASP’s profiteren van
het geharmoniseerde toezicht.
Entiteiten die nu onder meerdere toezichthouders vallen – zoals grensoverschrijdende
handelsplatformen, CSD’s, CCP’s en asset managers – krijgen lagere administratieve
lasten, minder dubbele processen en lagere toezichtkosten. Voor eindbeleggers leidt
dit tot lagere handels- en beheerkosten, een groter productaanbod en meer vertrouwen.
De kosten zitten vooral in eenmalige implementatie, systemen en toezicht. Handelsplatformen
dragen tot € 2 miljoen aan aanpassingskosten. CSD’s moeten in totaal circa € 200 miljoen
investeren in aansluiting op T2S, met jaarlijkse onderhoudskosten van € 9 miljoen.
De ECB moet T2S uitbreiden voor hogere volumes. Daarnaast wordt een groot aantal centrale
IT-systemen ontwikkeld (o.a. toezichtdataplatformen, centrale registers, fondsen-notificatiesystemen)
met ontwikkelkosten in de orde van € 1–15 miljoen per systeem, plus onderhoud. Voor
ESMA ontstaan substantiële kosten door nieuwe taken en het ontwikkelen van de centrale
database. In totaal enkele honderden extra fte’s verdeeld over toezicht op handelsplatformen,
CCP’s, CSD’s, asset managers en CASP’s. De jaarlijkse kosten variëren per blok (bijv.
€ 17–19,5 miljoen voor toezicht op handelsplatformen, € 5,5–9,5 miljoen voor CCP’s,
€ 5,5–7,5 miljoen voor CSD’s, € 2–4 miljoen voor asset managementgroepen, € 12–30 miljoen
voor CASP’s). Deze worden grotendeels via doorberekening door de sector gedragen.
Ondanks aanzienlijke implementatie- en toezichtuitgaven schat de Commissie in dat
lagere kosten voor marktpartijen, efficiëntere grensoverschrijdende dienstverlening,
minder fragmentatie en een sterker toezichtmodel opwegen tegen de kosten. De verwachte
langetermijngroei en stabiliteitswinst vormen de grootste maatschappelijke meerwaarde.
De macro-economische baten zijn mogelijk aanzienlijk. De Commissie schat deze baten
tussen de € 1,36–3,62 miljard over 30 jaar, door sterkere marktintegratie en risicodeling.
d) Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De Europese Unie (EU) staat voor grote en fundamentele uitdagingen. Het Europese concurrentievermogen
staat onder druk en er is sprake van een sterk achterblijvende productiviteitsgroei,
met name ten opzichte van de Verenigde Staten (VS). Juist die productiviteitsgroei
heeft Europa, en ook Nederland, nodig om onze welvaart in de toekomst te behouden.
Dit is de kern van de boodschap van de rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi
over de Europese interne markt en concurrentiekracht. Om dit te bereiken zijn veel
investeringen nodig. Die moeten vooral van private bronnen komen, zoals Draghi in
zijn rapport ook stelt. De verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarktunie
zijn daarmee bepalend om de uitdagingen waar Europa voor staat het hoofd te bieden.
De geschatte macro-economische baten van dit voorstel zijn aanzienlijk. De Commissie
schat deze baten tussen de € 1,36–3,62 biljoen over 30 jaar, door sterkere marktintegratie
en risicodeling.
6. Implicaties juridisch
a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid
(inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
Het pakket bestaat uit een voorstel voor een richtlijn die meerdere richtlijnen wijzigt
en een voorstel ter wijziging van een verordening die meerder verordeningen wijzigt
en richtlijn bepalingen omzet naar een verordening. De verordening is rechtstreeks
van toepassing in de lidstaten en hoeft daarom niet te worden omgezet in nationaal
recht. Bezien wordt of sommige wijzigingen in de CSDR zouden leiden tot mogelijke
aanpassing in wetgeving rondom het effectenrecht. Wel dient aan enkele voorschriften
van de verordening uitvoering te worden gegeven gelet op het toezicht op de naleving
van die voorschriften. In verband daarmee dient het Besluit uitvoering EU-verordening
financiële markten te worden gewijzigd.
De richtlijn heeft gevolgen voor nationale regelgeving omdat de hiermee te wijzigen
richtlijnen zijn geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en onderliggende
lagere regelgeving, die als gevolg van dit voorstel dienen te worden gewijzigd. Het
voorstel heeft geen gevolgen voor de lex silencio positivo.
b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Gedelegeerde handelingen opgesteld door alleen de Europese Commissie
De voorstellen voor de verordening en richtlijn bevatten zestien gedelegeerde handelingen
waarmee er aan de Commissie de bevoegdheid wordt toegekend om de verordeningen of
richtlijnen te wijzigen of aan te vullen. In het onderstaande overzicht is per verordening
of richtlijn weergegeven welke nieuwe delegatiegrondslagen er in het voorstel zijn
opgenomen.
• Ten aanzien van de verordening ter oprichting van ESMA (ESMAR) bevat het voorstel
bevoegdheden voor de Commissie om procedurele regels voor boete- en schikkingsprocedures
vast te stellen, het specificeren van een schikkingsprocedure en regels te stellen
over de berekening en oplegging van ESMA-toezichtheffingen (artikelen 39e, lid 7,
39l, lid 2, en 39n,; te vinden in artikel 1, lid 27, van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van EMIR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om de typen
en hoogte van door ESMA in rekening te brengen kosten vast te stellen en de lijst
met handhaafbare overtredingen in de bijlagen bij EMIR aan te passen (artikelen 22a,
lid 10, en 22c, lid 6, te vinden in artikel 2, lid 15, van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van MiFIR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om drempelwaarden
vast te stellen voor de toelating tot de handel in aandelen, een lijst van omstandigheden
te specificeren wanneer tot opschorting en uitsluiting van de handel in een financieel
instrument kan worden besloten, omstandigheden vast te stellen wanneer sprake is van
oneerlijke handelsvoorwaarden, de voorwaarden voor een mkb-groeimarkt nader te specificeren,
drempelwaarden vast te stellen voor de rapportageverplichting van beleggingsondernemingen
en marktexploitanten van handelsplatformen waarop opties in grondstoffenderivaten
worden verhandeld, regels te stellen over de non-discriminatoire toegang voor CCP’s
en handelsplatformen, en regels te stellen over wanneer een handelsplatform als significant
wordt aangemerkt (artikelen 2zg, lid 2, 34b, lid 6, 36, lid 4, en 38fb, lid 7, te
vinden in artikel 3, leden 3, 24, 27 en 31 van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van CSDR bevat het voorstel bevoegdheden voor Commissie om de typen en
hoeveelheid van de kosten die ESMA in rekening kan brengen voor het toezicht op significante
CSD’s vast te stellen, de lijst met handhaafbare overtredingen aan te passen, private
personen toe te staan een deelnemer in een CSD te worden als dat is toegestaan onder
de SFR, en voorwaarden te stellen aan deelname en inter-CSD-connectiviteit (artikelen 11,
lid 10, 11b, lid 7, 33, lid 7, en 48a, lid 9, te vinden in artikel 4, leden 9, 10,
34 en 43, van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van de verordening faciliteren grensoverschrijdende distributie van instellingen
voor collectieve belegging in effecten (CBDR) bevat het voorstel de bevoegdheid voor
de Commissie om de inhoud en format vast te stellen voor reclame-uitingen en regels
te stellen met betrekking tot de kosten die dienen worden betaald door de beheerder
aan ESMA indien deelnemingsrechten grensoverschrijdend worden aangeboden (artikelen 4,
lid 6, en 17i, lid 2, te vinden in artikel 6, leden 4 en 16, van het voorstel voor
een verordening).
• Ten aanzien van de DLT pilot regime verordening (DLTR) bevat het voorstel bevoegdheden
voor de Commissie om de maximale marktwaarde vast te stellen van op DLT gebaseerde
financiële instrumenten die per DLT-infrastructuur mogen worden verhandeld (artikel 3,
lid 7a, te vinden in artikel 8, lid 3, van het voorstel voor een verordening)).
• Ten aanzien van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten (UCITS)
bevat het voorstel de bevoegdheid voor de Commissie om prudentiële regels en organisatorische
regels te stellen om belangenconflicten te voorkomen (artikel 12 lid 3, te vinden
in artikel 1, lid 7, van het voorstel voor een richtlijn).
Het toekennen van deze bevoegdheden is mogelijk, omdat het geen essentiële onderdelen
van de basishandelingen betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet
wenselijk, omdat dit flexibiliteit biedt om snel aanpassingen door te voeren zonder
wijziging van de verordeningen en om in te spelen op markt- en technologische ontwikkelingen.
Delegatie in plaats van uitvoering ligt hier voor de hand omdat het gaat om het aanvullen
van de verordeningen met normstelling van algemene strekking.
Het kabinet acht deze bevoegdheden voldoende afgebakend. Voor de gedelegeerde handelingen
onder ESMA geldt dat de Commissie het Europees Parlement en de Raad notificeert zodra
zij de gedelegeerde handeling vaststelt. De gedelegeerde handeling treedt alleen in
werking indien zowel het parlement als de Raad geen bezwaar maken binnen twee maanden.
Deze periode kan worden verlengd met nog eens twee maanden op verzoek van het parlement
of de Raad. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen te nemen is niet beperkt in
de tijd maar kan op elk moment worden ingetrokken door het parlement of de Raad. De
intrekking van de bevoegdheid raakt gedelegeerde handelingen die al in werking zijn
getreden niet. De periode van twee maanden reactietijd voor het parlement en de Raad
wijkt af van de gangbare drie maanden. Omdat deze gedelegeerde handelingen alleen
zien op het functioneren van ESMA, en niet financiële ondernemingen die aan wetgeving
moeten voldoen, kan het kabinet instemmen met twee maanden responstijd.
Voor de overige gedelegeerde handelingen geldt dat de Commissie het Europees Parlement
en de Raad notificeert zodra zij de gedelegeerde handeling vaststelt. De gedelegeerde
handeling treedt alleen in werking indien zowel het parlement als de Raad geen bezwaar
maken binnen drie maanden. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen
is niet beperkt in de tijd maar kan op elk moment worden ingetrokken door het parlement
of de Raad.
Gedelegeerde handelingen op basis van voorstellen door ESMA en EBA (technische reguleringsnormen)
De voorstellen kennen de Commissie elf bevoegdheden toe om via gedelegeerde handelingen
(overeenkomstig artikel 290 VWEU) technische reguleringsnormen vast te stellen op
basis van voorstellen door ESMA en EBA. In het onderstaande overzicht is per verordening
of richtlijn weergegeven welke nieuwe delegatiegrondslagen er in het voorstel zijn
opgenomen.
• Ten aanzien van ESMAR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om, indien
ESMA niet binnen de tijdslimiet een concept technische reguleringsnorm heeft opgesteld,
zelfstandig te voorzien in een technische reguleringsnorm, en bij een onmiddellijke
dreiging voor beleggersbescherming, de ordentelijke werking en integriteit van de
financiële markten, de stabiliteit van het EU-financiële stelsel of eerlijke concurrentie
tussen EU en niet-EU, een technische uitvoeringsnorm tijdelijk buiten werking te stellen
(artikel 10, vijfde en zesde lid, te vinden in artikel 1, lid 9, van het voorstel
voor een verordening).
• Ten aanzien van MiFIR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om toegestane
nevenactiviteiten van marktexploitanten nader te specificeren, nadere regels vast
te stellen voor het aanvragen van een vergunning om een gereglementeerde markt te
exploiteren, nader te specificeren wanneer personen een aanzienlijke invloed uitoefenen
op het beheer van de gereglementeerde markt, nadere organisatorische vereisten voor
gereglementeerde markten vast te stellen, en nadere regels vast te stellen voor het
aanvragen van een erkenning als Pan-Europese marktexploitant (PEMO) (artikelen 2zg,
leden 1 en 3, en 34a, lid 1, te vinden in artikel 3, leden 3 en 24, van het voorstel
voor een verordening).
• Ten aanzien van CSDR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om de typen
en hoeveelheid van de kosten die ESMA in rekening kan brengen voor het toezicht op
significante CCP’s vast te stellen, lijsten met overtredingen aan te passen, risico’s
te specificeren indien een CSD gebruik maakt van DLT voor het verlenen van kerndiensten
en de wijze waarop dat beoordeeld wordt, drempelwaardes voor afwikkeling in geld en
in e-moneytokens vast te stellen, te voorzien in risicomanagement en prudentiele vereisten
om risico te mitigeren als een bank is aangewezen of een CSD is aangewezen om bankdiensten
voor de afwikkeling in geld of in e-moneytokens, criteria vast te stellen om te beoordelen
of er voldaan is aan de vereisten om afwikkeling in e-moneytokens toe te staan (artikelen 11a,
lid 5, 30, lid 7, 45a, lid 2, en 54b, lid 12, te vinden in artikel 4, leden 10, 33,
40 en 50, van het voorstel voor een verordening).).
• Ten aanzien van het DLTR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om prudentiële
waarborgen vast te stellen waaraan een afwikkelingspartij die op DLT gebaseerde diensten
aanbiedt is onderworpen als onderdeel van het versimpelde regime, uitzonderingen vast
te stellen op verplichtingen uit de CSDR die binnen de gestelde voorwaarden mogelijk
zijn voor op DLT gebaseerde afwikkelingspartijen inclusief afwikkelingspartijen die
ook een handelsplatform beheren als onderdeel van het versimpelde regime, vast te
stellen aan welke bepalingen een DLT notary en DLT central maintenance server moet
voldoen en eventueel non-essential elements van bepalingen aan te passen zodat die
toepasbaar zijn voor DLT technologie (artikelen 7a, leden 4 en 6, en 10b, lid 10,
te vinden in artikel 8, leden 10 en 13, van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van UCITS bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om procedures,
tijdslijnen, regels met betrekking tot de te verstrekken informatie op te stellen
met betrekking tot de vergunningverlening (artikelen 5, lid 8, en 7, lid 6, te vinden
in artikel 1, leden 3 en 5, van het voorstel voor een richtlijn).
Het toekennen van deze bevoegdheden is wel mogelijk, omdat het geen essentiële onderdelen
van de basishandelingen betreft. De gedelegeerde handelingen zien op criteria, indicatoren,
methodologieën en nadere detailleringen van hoofdnormen die in de verordeningen zelf
zijn vastgelegd. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat
dit flexibiliteit biedt, de gewone wetgevingsprocedure ontlast en technische uitwerking
mogelijk maakt door EBA, ESMA en nationale toezichthouders. Delegatie in plaats van
uitvoering ligt hier voor de hand omdat de verordeningen hiermee worden aangevuld.
Het kabinet acht deze bevoegdheden voldoende afgebakend. De doelstellingen en inhoudelijke
grenzen zijn daarin afdoende duidelijk gedefinieerd. De vaststelling van deze gedelegeerde
handelingen vindt zoals gebruikelijk in het Europese financiële recht plaats volgens
de bijzondere procedure uit de EBA- en ESMA-verordening (artikel 10 van Verordeningen
(EU) 1093/2010 en (EU) 1095/2010). Deze procedure houdt in essentie in dat EBA en
ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ter vaststelling aan de Commissie
voorlegt, en de Commissie deze vaststelt. De Commissie informeert in elke stap van
het proces onmiddellijk het Europees Parlement en de Raad over de inhoud daarvan.
De lidstaten worden via de Raad geïnformeerd. Het Europees Parlement en de Raad kunnen
de bevoegdheidstoedeling intrekken, en kunnen de inwerkingtreding van gedelegeerde
handelingen blokkeren.
Ten aanzien van ESMAR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om bij een
onmiddellijke dreiging voor beleggersbescherming, de ordentelijke werking en integriteit
van de financiële markten, de stabiliteit van het EU-financiële stelsel of eerlijke
concurrentie, een technische reguleringsnorm tijdelijk buiten werking te stellen (artikel 10,
lid 6). Er wordt hiervoor een urgentieprocedure geïntroduceerd waarin de Commissie
een gedelegeerde handeling kan aannemen ter wijziging van de als gedelegeerde verordening
vastgestelde technische reguleringsnorm en direct kan publiceren waarbij de Raad en
het parlement de mogelijkheid krijgen om binnen een maand te protesteren. In dat geval
trekt de Commissie die gedelegeerde handeling direct in. Het kabinet is geen voorstander
van deze urgente procedure. Op dit moment is niet helder wat de toegevoegde waarde
van deze procedure behelst. Omdat een technische reguleringsnorm mede tot stand komt
door publieke consultatie, is de financiële sector (in)direct betrokken bij het vaststellen
van een dergelijke gedelegeerde verordening gebaseerd op een technische reguleringsnorm.
Het unilateraal intrekken van een dergelijk op zeer korte termijn is niet goed voor
de voorspelbaarheid en rechtszekerheid. Bovendien worden dergelijke situaties in de
praktijk reeds opgelost door een no-action letter van de Europese financiële toezichthouders.
Het kabinet zal zich inzetten om te achterhalen welke toegevoegde waarde deze urgentieprocedure
heeft en welke praktijksituaties hiermee verholpen kunnen worden.
Indien dit geen sluitend antwoord oplevert, zal het kabinet zich er in de onderhandelingen
voor inzetten om deze bevoegdheid te laten schrappen.
Uitvoeringshandelingen op basis van voorstellen door ESMA en EBA (technische uitvoeringsnormen)
De voorstellen kennen de Commissie zeven bevoegdheden toe om via uitvoeringshandelingen
(overeenkomstig artikel 291 VWEU) en artikel 15 van de EBA- en ESMA-verordeningen
technische uitvoeringshandelingen vast te stellen op basis van voorstellen door ESMA
en EBA.
• Ten aanzien van ESMAR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om, indien
ESMA niet binnen de tijdslimiet een concept technische uitvoeringsnorm heeft opgesteld,
zelfstandig te voorzien in een technische uitvoeringsnorm, en bij een onmiddellijke
dreiging voor beleggersbescherming, de ordentelijke werking en integriteit van de
financiële markten, de stabiliteit van het EU-financiële stelsel of eerlijke concurrentie
tussen EU en niet-EU, een technische uitvoeringsnorm tijdelijk buiten werking te stellen
(artikel 15, vijfde en zesde lid, te vinden in artikel 1, lid 10, van het voorstel
voor een verordening).
• Ten aanzien van MiFIR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om formats
en tijdstippen vast te stellen voor mededelingen en openbaarmakingen over opschorting
en uitsluiting van handel in een financieel instrument, formats van de beschrijving
en kennisgeving met betrekking tot de door marktexploitanten gebruikte algoritmes
en het orderboek vast te stellen, en formats voor positierapportages over grondstoffenderivaten
vast te stellen (artikelen 2zg, lid 4, en 34b, lid 3, te vinden in artikel 3, leden
3 en 24, van het voorstel voor een verordening).
• Ten aanzien van CSDR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om formats,
templates en procedures vast te stellen voor de openbaarmakingen met betrekking tot
prijzen voor de dienstverlening door CSD’s en afwikkelingsinternalisatoren en de risico’s
die cliënten van CSD’s en afwikkelingsinternalisatoren moeten weten (artikel 34, lid
10, te vinden in artikel 4, lid 35, van het voorstel voor een richtlijn).
• Ten aanzien van UCITS bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om formats
en templates vast te stellen voor de informatieverstrekking in het kader van de vergunningverlening
(artikelen 5, lid 8, en 7, lid 6, te vinden in artikel 1, leden 3 en 5, van het voorstel
voor een richtlijn).
Het kabinet acht toekenning van deze bevoegdheden mogelijk, omdat het hier om niet-essentiële
onderdelen van het voorstel gaat. De uit te werken uitvoerings handelingen zien op
uniforme elektronische formats die ESMA dient op te stellen zodat partijen op dezelfde
geharmoniseerde wijze informatie openbaarmaken. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat
er sprake is van uitvoering van de verordening volgens eenvormige voorwaarden, waardoor
de keuze voor uitvoering passend is. Het kabinet acht de toekenning van deze bevoegdheden
tevens wenselijk, omdat de nadere uitwerking van de wijze waarop deze informatie aangeleverd
moet worden artikelen de gewone wetgevingsprocedure minder belast en het flexibiliteit
oplevert door de technische details in te laten vullen door EBA, ESMA en de nationale
toezichthouders.
De bevoegdheden zijn naar het oordeel van het kabinet goed afgebakend in de verordening.
De vaststelling van deze technische uitvoeringsnormen vindt zoals gebruikelijk in
het Europese financiële recht plaats volgens de bijzondere procedure uit de EBA- en
ESMA-verordening (artikel 15 van Verordeningen (EU) 1093/2010 en (EU) 1095/2010).
Deze procedure houdt in essentie in dat EBA en ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen
ter vaststelling aan de Commissie voorlegt. De Commissie informeert in elke stap van
het proces onmiddellijk het Europees Parlement en de Raad over de inhoud daarvan.
De lidstaten worden via de Raad geïnformeerd.
Ten aanzien van ESMAR bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om, bij een
onmiddellijke dreiging voor beleggersbescherming, de ordentelijke werking en integriteit
van de financiële markten, de stabiliteit van het EU-financiële stelsel of eerlijke
concurrentie tussen EU en niet-EU landen, een technische uitvoeringsnorm tijdelijk
buiten werking te stellen (artikel 15, lid 6). Op dit moment is niet helder wat de
toegevoegde waarde van deze buitenwerkingstelling behelst. Omdat een technische uitvoeringsnorm
mede tot stand komt door publieke consultatie, is de financiële sector (in)direct
betrokken bij het vaststellen van een dergelijke uitvoeringsverordening gebaseerd
op een technische uitvoeringsnorm. Het unilateraal intrekken van een dergelijke uitvoeringsnorm
op zeer korte termijn is niet goed voor de voorspelbaarheid en rechtszekerheid voor
de financiële sector. Bovendien worden dergelijke situaties in de praktijk reeds opgelost
door een no-action letter van de Europese financiële toezichthouders. Het kabinet
zal zich inzetten om te achterhalen welke toegevoegde waarde deze buitenwerkingstelling
heeft en welke praktijksituaties hiermee verholpen kunnen worden. Indien dit geen
sluitend antwoord oplevert, zal het kabinet zich er in de onderhandelingen voor inzetten
om deze bevoegdheid te laten schrappen. Bovendien zien technische uitvoeringsnormen
op de wijze van aanleveren van informatie, bijvoorbeeld via vooraf vastgestelde formats
en formulieren. Niet goed in te zien is hoe een dergelijk formulier een onmiddellijke
dreiging voor beleggersbescherming, de ordentelijke werking en integriteit van de
financiële markten, de stabiliteit van het EU-financiële stelsel of eerlijke concurrentie
tussen EU en niet-EU landen kan opleveren.
c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum
inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
De richtlijn moet binnen 18 maanden na inwerkingtreding worden omgezet in nationale
regelgeving, die vanaf datzelfde moment ook van toepassing moet zijn. Voor de omzetting
van richtlijnen is op zijn minst 24 maanden nodig. Het kabinet zal daarom ook inzetten
op ruimere implementatietijden voor de richtlijn.
De verordening werkt rechtstreeks en treedt twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad
van de Europese Unie in werking. Verder zijn er verschillende termijnen voor van toepassingwording
opgenomen voor onderdelen van de verordening. Voor de executive board van ESMA, het
aanwijzen van significante CCP’s en CSD’s is dit vanaf de dag van inwerkingtreding
van de verordening. Voor de wijzigingen in MiFIR die betrekking hebben op de geconsolideerde
tape voor handelsdate is dat de dag na de afloop van de eerste vijfjaarsperiode van
de de CTP. Voor de overige wijzigingen in ESMAR, EMIR, MiFIR, DLTR en MiCAR is dit
12 maanden na inwerkingtreding.
Om de continuïteit van het toezicht te waarborgen en voldoende tijd te hebben voor
het inrichten van de benodigde data-omgeving, bepleit het kabinet een langere overgangstermijn
dan de voorgestelde 12 maanden voor het overhevelen van toezichttaken naar ESMA.
d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
Artikel 81 van ESMAR wordt aangepast en daarin is een evaluatiebepaling opgenomen
zodat de Commissie vijf jaar na inwerkingtreding een rapport, met eventuele voorstellen
voor aanpassing, opstelt over de toepassing van de verordening en de aanpassingen
in sectorale wetgeving. Deze evaluatie zal daarna elke vijf jaar plaatsvinden. Het
kabinet vindt een dergelijke evaluatie wenselijk en vindt vijf jaar een afdoende termijn
voor een dergelijke evaluatie.
In de voorgestelde richtlijn is geen specifiek artikel opgenomen voor de evaluatie
van het voorstel, maar in de toelichting op het voorstel is wel opgenomen dat de Commissie
na vijf jaar de aanpassingen die voortvloeien uit dit voorstel zal evalueren in lijn
met richtlijnen voor betere wetgeving.
e) Constitutionele toets
n.v.t
7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving
a) Uitvoerbaarheid
De voorstellen bevatten verschillende bepalingen over samenwerking tussen toezichthouders
onderling en met ESMA. Meer harmonisatie en betere samenwerking kan de efficiëntie
in het toezicht verbeteren. Tegelijkertijd worden er wel uitgebreidere eisen gesteld,
wat aanvullende werklast met zich mee kan brengen. De implementatie van de nieuwe
regels door financiële ondernemingen zal een inspanning van hen vergen. De Autoriteit
Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Bank (DNB) zijn in Nederland belast met
het toezicht op de naleving van de met dit pakket te wijzigen bepalingen. Of de voorgestelde
wijzingen financiële of personele gevolgen voor de AFM of DNB met zich meebrengen,
hangt af van de definitieve vormgeving van de voorgestelde wijzigingen en is op dit
moment nog niet goed te overzien. Waar deze gevolgen er wel zijn, zullen die conform
de financieringssystematiek van de toezichthouders worden ingepast.
8. Implicaties voor ontwikkelingslanden
Naar verwachting zijn er geen implicaties voor ontwikkelingslanden.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.