Brief regering : Geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 en 20 februari 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3342 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de informele Raad Buitenlandse Zaken
Handel van 19 en 20 februari 2026.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de Vries
GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE RAAD BUITENLANDSE ZAKEN HANDEL VAN 19 EN 20 FEBRUARI
2026
Introductie
Op donderdag 19 en vrijdag 20 februari a.s. vindt, onder Cypriotisch voorzitterschap,
de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel plaats in Nicosia, Cyprus. Het diner op
19 februari zal plaatsvinden in aanwezigheid van dr. Ngozi Okonjo-Iweala, directeur-generaal
van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en dhr. Bernd Lange, voorzitter van het INTA-comité
van het Europees Parlement (EP). Tijdens de plenaire vergadering van de informele
Raad op 20 februari zal achtereenvolgens worden gesproken over de aankomende 14e Ministeriële Conferentie van de WTO (hierna: MC14) en de handelsbetrekkingen tussen
de Europese Unie (EU) en China. Tijdens de lunch zal van gedachten worden gewisseld
over de lopende onderhandelingen over handelsakkoorden met derde landen.
Onder het kopje overig wordt voorts ingegaan op de stand van zaken ten aanzien van
de Richtlijn Gepaste Zorgvuldigheid (CSDDD), de implementatie van de Anti-dwangarbeidverordening
(FLR), de moties Van der Burg c.s.1 en Erkens c.s.2 ten aanzien van het EU-Mercosur akkoord en het verzoek van de vaste Kamercommissie
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (BHO) van 26 januari jl.3
14e Ministeriële Conferentie Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14)
De Raad zal vooruitblikken op de WTO MC14 en de stand van zaken bespreken. De Ministeriële
Conferentie is het hoogste besluitvormingsorgaan van de WTO en komt doorgaans iedere
twee jaar bijeen. De MC14 vindt plaats van 26 tot en met 29 maart 2026 in Yaoundé,
Kameroen. De Commissie zal de Raad informeren over de lopende discussies in aanloop
naar MC14, vooruitlopend op het vaststellen van de agenda van de MC14 door de WTO.
Zo zal de Commissie naar verwachting ingaan op een hervormingsagenda voor de WTO,
de inzet van plurilaterale akkoorden binnen het kader van de WTO, het gelijke speelveld
tussen industriële sectoren van landen, landbouw en voedselzekerheid, handel en duurzame
ontwikkeling en een mogelijke verlenging van het e-commerce moratorium.
De Nederlandse inzet voor de MC14 is vastgelegd in een kaderinstructie.4 Voornoemde thema’s sluiten aan bij de Nederlandse inzet, zoals uiteengezet in de
begeleidende kamerbrief en de kaderinstructie zelf. Het kabinet hecht waarde aan het
bestendigen van het op regels gebaseerde multilaterale handelssysteem, waarvan de
WTO de kern is. Het kabinet bepleit hiertoe een actieve inzet van de EU bij de MC14,
ondersteund door de lidstaten in hun bilaterale contacten met derde landen. Het multilaterale
handelssysteem staat onder toenemende druk vanwege verhoogde handelsspanningen, terwijl
het behoud en het versterken van multilaterale handelsregels juist van groot belang
is voor een stabiel economisch klimaat.
Nederland zal aan MC14 deelnemen met een Koninkrijksdelegatie. Hiervoor zijn ook Curaçao,
Aruba en Sint Maarten via hun gevolmachtigde Ministers uitgenodigd. Daarnaast zijn
de Eerste en Tweede Kamer uitgenodigd om leden af te vaardigen voor de Nederlandse
delegatie. Tot slot is het maatschappelijk middenveld via het Breed Handelsberaad
uitgenodigd om één afgevaardigde per belangengroep (vakbonden, bedrijfsleven en ngo’s)
aan te wijzen voor de Nederlandse delegatie.
Handelsbetrekkingen met China
De Raad spreekt voorts over de handelsrelatie tussen de EU en China. Naar verwachting
zal de Europese Commissie een toelichting geven op de stand van zaken van de relatie,
waarna een gedachtewisseling volgt. Tegen de achtergrond van de huidige geopolitieke
spanningen zal naar verwachting worden gesproken over: 1) EU de-risking gericht op het afbouwen en mitigeren van risicovolle strategische afhankelijkheden;
2) het versterken van de eigen economische weerbaarheid en veiligheid; en 3) het versterken
van een gelijk speelveld, inclusief de inzet van het handelsdefensief instrumentarium
van de EU tegen marktverstorende handelspraktijken en mondiale overcapaciteit.
De Europese en Nederlandse benadering van China blijft erop gericht een goede balans
te vinden tussen de kansen die worden geboden door samenwerking met China en het beschermen
van onze economische belangen, waaronder onze economische veiligheidsbelangen. De
meest effectieve benadering van de handelsrelatie met China is gebouwd op EU-eenheid,
waarin de Commissie en de EU-lidstaten eensgezind, gecoördineerd en solidair met elkaar
optrekken. Nederland zal in de Raad bepleiten dat het voeren van de constructieve
dialoog van de EU met China noodzakelijk blijft met het oog op stabiliteit en voorspelbaarheid
van de handelsrelatie. Nederland zal daarnaast aandacht vragen voor actuele kwesties
in de handelsrelatie met China, waaronder een tweetal handelsdefensieve maatregelen
van China op het terrein van varkensvlees en zuivel.
Lunch: lopende onderhandelingen met derde landen over handelsakkoorden
De Europese Commissie zal de Raad informeren over de vorderingen in de onderhandelingen
met derde landen over een handelsakkoord, waarbij naar verwachting met name nader
zal worden gesproken over India. Sinds de voorzitter van de Europese Commissie en
de Indiase Minister-President in februari 2025 hun gezamenlijke streven hebben gedeeld
om deze onderhandelingen voor het einde van 2025 af te ronden, zijn de gesprekken
met India geïntensiveerd. Dit heeft ertoe geleid dat op 27 januari jl. de onderhandelingen
tussen de Commissie en India zijn afgerond. De Commissie spreekt van een commercieel
betekenisvol handelsakkoord, waarbij wederzijds de invoerheffingen voor 90 procent
geheel of grotendeels worden opgeheven. Dit betreft met name voor Nederland belangrijke
exportgoederen zoals machines, chemische producten en medische apparatuur. Al eerder
was afgesproken tussen de EU en India om wederzijds geen nieuwe markttoegang te verlenen
voor sensitieve landbouwgoederen. De EU heeft derhalve geen concessies gedaan op gevoelige
landbouwproducten als rundvlees, pluimvee vlees, suiker en ethanol. Naast afspraken
over goederen zijn afspraken gemaakt over diensten, o.a. in de sectoren maritieme
en financiële dienstverlening.
Zoals gebruikelijk zullen de uitonderhandelde teksten juridisch worden gecontroleerd
en vertaald alvorens het akkoord ter goedkeuring aan de lidstaten wordt voorgelegd.
Uw Kamer zal een kabinetsappreciatie ontvangen voorafgaand aan besluitvorming binnen
de Raad. In algemene zin geldt dat het kabinet positief staat tegenover nieuwe handelsakkoorden,
gezien de economische kansen die deze akkoorden bieden en in het licht van de huidige
geopolitieke situatie en de inzet op handelsdiversificatie.
Overig
CSDDD/Wivo
Uw Kamer is eerder over het voorlopige politieke akkoord over de Omnibus I, waar de
Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) onderdeel van is, geïnformeerd (Kamerstuk 36 712, nr. 9). Inmiddels hebben de Raad en het Europees Parlement met het voorlopige politieke
akkoord ingestemd en zijn de vertalingen en juridische controles van de Omnibus I
afgerond. Naar verwachting zullen de finale stemmingen in de Raad en Europees Parlement
eind februari plaatsvinden.
Nu er overeenstemming is over het Omnibus I-pakket, zal het kabinet de implementatie
van de CSDDD met de Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo) weer oppakken.
Daartoe zullen ook gesprekken met de beoogd toezichthouder voor de Wivo, de ACM, worden
hervat. Het kabinet hanteert een zuivere en lastenluwe implementatie, zonder nationale
koppen. Dit voorkomt onnodige regeldruk en draagt bij aan een gelijk speelveld voor
bedrijven. De implementatietermijn van de CSDDD is als gevolg van de Omnibus I-wijzigingen
uitgesteld: de richtlijn moet uiterlijk 26 juli 2028 in nationale wetgeving zijn omgezet
en de verplichtingen voor bedrijven gaan gelden vanaf juli 2029. Het wetsvoorstel
voor de Wivo zal in de loop van 2027 bij uw Kamer worden ingediend.
Stand van zaken EU Anti-Dwangarbeidverordening
Lidstaten hadden tot 14 december 2025 de tijd om de beoogde bevoegde autoriteiten
kenbaar te maken bij de Europese Commissie. Voor de handhaving van het verbod – nadat
is vastgesteld dat de producten gemaakt zijn met dwangarbeid – heeft het kabinet reeds
vier markttoezichtouders genotificeerd bij de Europese Commissie onder voorbehoud
van de door hen uit te voeren uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoetsen: de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse
Arbeidsinspectie (NLA) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij worden
verantwoordelijk voor de handhaving van producten waarvoor zij op grond van bestaande
wetgeving al een taak hebben. Op grond van de verordening krijgt ook de Douane een
rol bij de handhaving van het verbod. Het gesprek over de rol van de leidende bevoegde
autoriteit en welke partij daarvoor het meest geschikt is, loopt nog. Uit contacten
met andere lidstaten blijkt dat ook zij in de meeste gevallen, net als Nederland,
nog geen leidende bevoegde autoriteit hebben genotificeerd. Uiteraard wordt getracht
hierover zo spoedig mogelijk helderheid te geven aan de Europese Commissie. Het Ministerie
van Buitenlandse Zaken heeft samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
de gesprekken hierover met potentiële partijen geïntensiveerd.
Uitvoering moties en verzoeken van uw Kamer
Het kabinet heeft conform motie Van der Burg c.s.5 in de Raad ingestemd met het besluit tot ondertekening en voorlopige toepassing van
het EU-Mercosur akkoord, dat met gekwalificeerde meerderheid is aangenomen. Vervolgens
is het akkoord op 17 januari jl. in Asunción, Paraguay, ondertekend namens de Europese
Unie en de Mercosur-landen. Het akkoord ligt momenteel ter goedkeuring bij het Europees
Parlement. Het kabinet zet zich conform motie Van der Burg c.s. in voor de spoedige
totstandkoming en inwerkingtreding van het EU-Mercosur akkoord. Ook heeft het kabinet
in de informele Europese Raad van 22 januari jl. steun uitgesproken voor de voorlopige
toepassing van het akkoord in afwachting van behandeling door het Europees Parlement,
conform de motie Erkens c.s.6 Hiermee worden deze beide moties beschouwd als uitgevoerd.
In reactie op het verzoek van de vaste Kamercommissie BHO van 26 januari jl.7 kan het kabinet melden dat het Europees Parlement op 21 januari jl. heeft ingestemd
met het aanvragen van een advies bij het EU-Hof inzake het EU-Mercosur akkoord, waardoor
de behandeling van het EU-Mercosur akkoord door het Europees Parlement naar verwachting
vertraging zal oplopen. De afspraken in het EU-Mercosur akkoord kunnen in de tussentijd
voorlopig toegepast worden. Aan EU-zijde is het besluit over voorlopige toepassing
aan de Raad, die hier reeds positief over heeft besloten. Wanneer één of meer van
de Mercosur-landen ook hun interne procedures hiervoor hebben doorlopen zou het akkoord
voorlopig toegepast kunnen worden. Nederland blijft zich hiervoor inzetten conform
bovengenoemde motie Erkens c.s.
Indieners
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken