Brief regering : Verslag van de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3341
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 26 JANUARI 2026
Op maandag 26 januari jl. vond de Raad Algemene Zaken plaats in Brussel. Op de agenda
stonden het European Democracy Shield, de presentatie van het werkprogramma van het Cypriotische voorzitterschap en de
landenspecifieke rechtsstaatsdialogen met Denemarken, Estland, Griekenland en Spanje.
Er was tevens aandacht voor de EU macro-regionale Atlantische strategie en de ultraperifere
gebieden. En marge van de Raad vond een Intergouvernementele Conferentie (IGC) met
Montenegro plaats. De Minister van Buitenlandse Zaken was verhinderd; de Permanente
Vertegenwoordiger bij de EU vertegenwoordigde Nederland.
Cypriotisch Raadsvoorzitterschap
Tijdens de Raad presenteerde het Cypriotische voorzitterschap zijn prioriteiten, bestaande
uit vijf pijlers: (1) Veiligheid, defensie en paraatheid, gericht op de implementatie
van het Witboek over de toekomst van Europese defensie;1 (2) Concurrentievermogen en het verminderen van strategische afhankelijkheden, o.a.
op het gebied van digitalisering en de energievoorziening; (3) Externe dimensie van
de Unie, in het bijzonder de steun aan Oekraïne, EU-uitbreiding, de trans-Atlantische
betrekkingen, de betrekkingen met het VK en met het Midden-Oosten; (4) De Unie als
waardengemeenschap waarbij de bescherming van EU-democratische waarden tegen externe
bedreigingen centraal staat; en (5) de voortzetting van onderhandelingen voor het
Meerjarig Financieel Kader (MFK). De interventies van lidstaten richtten zich op de
balans tussen (strategische) autonomie en het diversifiëren van partnerschappen. Nederland
sprak steun uit voor de prioriteiten met nadruk op veiligheid, defensie en paraatheid.
Verder wees Nederland op het belang van steun aan Oekraïne, uitbreiding op basis van
merites, migratie, concurrentievermogen en de rechtsstaatsagenda.
Landenspecifieke rechtsstaatsdialogen Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje
Tijdens de Raad vond voor de veertiende keer sinds de start in 2020 de landenspecifieke
rechtsstaatdialoog plaats, op basis van de landenhoofdstukken uit het rechtsstaatrapport
van de Europese Commissie (hierna: Commissie).2 Deze keer stonden de landenhoofdstukken van Estland, Denemarken, Griekenland en Spanje
op de agenda. Zoals gebruikelijk leidde de Commissie de afzonderlijke dialogen in
met een korte samenvatting van haar bevindingen. De betreffende lidstaat gaf daarna
een korte presentatie van de staat van de rechtsstaat in het eigen land, waarna een
ronde van vragen en antwoorden volgde.
Luxemburg intervenieerde namens de Benelux tijdens de bespreking van Estland, Griekenland
en Spanje. Luxemburg merkte op dat uit het landenhoofdstuk over Estland blijkt dat
er weinig verbeterpunten zijn en opnieuw vooruitgang is geboekt met de digitalisering
van de rechtspraak en de hervorming van wetgeving over de financiering van politieke
partijen, lobbying en draaideurconstructies voor bewindspersonen. Zorgen bestaan over de hoge werklast
van rechters en het grote aantal rechters dat aankomende jaren met pensioen zal gaan.
Estland is bevraagd of de digitalisering van de rechtspraak voor deze problematiek
een oplossing zal bieden en hoe het effectieve en efficiënte functioneren van de rechtspraak
ook voor de langere termijn wordt gewaarborgd.
Bij de bespreking van het landenhoofdstuk over Griekenland heeft Luxemburg, namens
de Benelux, verwelkomd dat Griekenland stappen heeft gezet om de SLAPPs-richtlijn
te implementeren en daarbij nationale experts bij het proces heeft betrokken. Vervolgens
is benoemd dat verschillende incidenten zijn gemeld van fysiek en verbaal geweld tegen
journalisten tijdens demonstraties en het gebruik van spyware. In dit kader is Griekenland
gevraagd naar de maatregelen ter bescherming van de mediavrijheid en de veiligheid
van journalisten. Ook is er geïnformeerd naar de maatregelen om het publieke vertrouwen
in de aanpak van corruptie te versterken naar aanleiding van het door de Commissie
geconstateerde lage vertrouwen van experts, burgers en ondernemingen hierin.
Tenslotte verwelkomde Nederland, namens de Benelux, tijdens de bespreking van het
Spaanse landenhoofdstuk de vernieuwing van de Raad voor de Rechtspraak en de voortgang
tot aanpassing van de benoemingsprocedure van de rechterlijke leden in Spanje, mede
dankzij de gestructureerde dialoog met de Commissie. Spanje is gevraagd toelichting
te geven op de laatste stappen die voor deze hervormingen benodigd zijn. Daarnaast
heeft Nederland namens de Benelux gevraagd naar de versterking van het Statuut van
de Procureur Generaal en de aanpassingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van
adviezen, onder meer van de Raad voor de Rechtspraak in 2025.
European Democracy Shield
Tijdens de lunch sprak de Raad over het in november jl. aangekondigde European Democracy Shield (hierna: EDS). Het EDS is een niet-wetgevend initiatief van de Commissie om de democratische
weerbaarheid te versterken. De Commissie ging in op de drie pijlers van het initiatief:
1) integriteit van de informatieruimte; 2) democratische instellingen, vrije verkiezingen
en onafhankelijke media; en 3) maatschappelijke veerkracht en betrokkenheid van burgers.
De Commissie benadrukte de reeds bestaande samenwerking met lidstaten en het belang
van het voorkomen van duplicatie. Ook vroeg de Commissie aandacht voor het betrekken
van het maatschappelijk middenveld en jongeren. Het merendeel van de lidstaten, waaronder
Nederland, steunt het EDS en de oprichting van het European Centre for Democratic Resilience (hierna: ECDR). Het kabinet deelt de analyse dat de veelzijdige aard van de hedendaagse
dreigingen vraagt om een beter geïntegreerde aanpak om informatie uit bestaande structuren
samen te brengen en zo silovorming en overlappend werk te voorkomen. Hierbij hebben
Nederland en andere lidstaten nog wel kritische vragen over het doel, mandaat, de
governance en prioriteitstelling van het ECDR. Lidstaten vinden dat het ECDR vooral een coördinerende
functie moet hebben, complementair moet zijn aan bestaande structuren en dat respect
voor nationale bevoegdheden van belang is. Nederland wil samen met de Commissie en
betrokken lidstaten verkennen hoe het ECDR effectief vorm kan krijgen. De Kamer ontvangt
op korte termijn het BNC-fiche over het EDS.
Intergouvernementele conferentie (IGC) met Montenegro
Na afloop van de Raad vond een IGC met Montenegro plaats, waarbij het hoofdstuk over
financiële controle (hoofdstuk 32) onder voorbehoud werd gesloten. Tijdens de bijeenkomst
werd aandacht besteed aan de verwachtingen die gepaard gaan met het verdere toetredingsproces,
met nadruk op de implementatie van reeds aangenomen wetgeving en de voortgang op het
gebied van de rechtsstaat. In een Benelux-interventie benadrukte Nederland dit eveneens,
alsook het belang van voortzetting van de versterking van financieel beheer, auditing en fraudebestrijding. Een aantal lidstaten verwees naar de oprichting van een Ad
Hoc Werkgroep voor een toetredingsverdrag met Montenegro, dat onder Cypriotisch voorzitterschap
zou kunnen plaatsvinden.
AOB: Ultraperifere gebieden
Frankrijk, Spanje en Portugal benadrukten het strategisch belang van de ultraperifere
gebieden (UPG’s) in het licht van de herziening van UPG-strategie, het aangekondigde
simplificatiepakket en de lopende onderhandelingen over het MFK.
AOB: EU macro-regionale Atlantische strategie
De Raad nam nota van de oproep aan de Europese Commissie tijdens de Europese Raad
van december 2025 om, in samenwerking met de lidstaten, uiterlijk in juni 2027 een
macroregionale EU-strategie voor het Atlantisch gebied te ontwikkelen, rekening houdend
met de bestaande maritieme strategie voor het Atlantische gebied en het Atlantisch
actieplan.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken