Brief regering : Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten; Chisinau, 21 augustus 2025
36 891 (R2215) Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten; Chisinau, 21 augustus 2025
A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
30 januari 2026.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt
onderworpen kan door of namens een van de Kamers of door ten minste vijftien leden
van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer of door de Gevolmachtigde
Ministers van Aruba, Curaçao of Sint Maarten te kennen worden gegeven uiterlijk op
1 maart 2026.
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 januari 2026
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste en derde lid, en artikel 5, eerste
en tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van
State van het Koninkrijk gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring
over te leggen het op 21 augustus 2025 te Chisinau tot stand gekomen Verdrag tussen
het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden
door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire
posten (Trb. 2025, nr. 72).
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft u eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt voor het gehele Koninkrijk gevraagd.
Aan de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en van Sint Maarten is verzocht hogergenoemde
stukken op 30 januari 2026 over te leggen aan de Staten van Aruba, Curaçao en van
Sint Maarten.
De Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en van Sint Maarten zijn van deze overlegging
in kennis gesteld.
De Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.