Brief regering : EU als geopolitieke speler
36 715 Staat van de Europese Unie 2025
Nr. 32
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2026
De wereldorde waarin de EU zich de afgelopen 80 jaar heeft ontwikkeld verandert snel
en blijvend. De EU zal moeten mee veranderen. Dit stelt de EU, en ook Nederland, voor
een grote opgave.
Aanpassing vereist keuzes, blijvende politieke wil en draagvlak. In het licht van
toegenomen veiligheidsdreigingen op het Europese continent zullen Europese landen
de versterking van hun eigen krijgsmachten en intensivering van defensiesamenwerking
met urgentie moeten doorzetten. De EU zal zich verder moeten ontwikkelen op het gebied
van veiligheid en defensie en moet tegelijkertijd een strategischer economische speler
worden. Daarbij is het essentieel om de Europese waarden, democratie en rechtstaat
te borgen en te versterken.
Hoe de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne afloopt, zal bepalend zijn voor de
Europese veiligheid. Het is in het Europese belang dat de oorlog duurzaam tot een
zo rechtvaardig mogelijk einde komt. Om een eventuele vredesovereenkomst te garanderen
zal Oekraïne in staat moeten zijn om Russische agressie af te schrikken. Dat kan alleen
in nauwe samenwerking met en gesteund door Europa.
Europa zal de middelen die het heeft moeten benutten om standpunten kracht bij te
zetten, zeker in een wereld waar het machtswoord steeds vaker wordt gesproken. Europa
moet die taal ook beheersen en zal moeten denken in termen van invloed. Daarbij hoeven
we onszelf niet kleiner voor te doen dan we zijn. De EU is de derde economie van de
wereld en het grootste handelsblok, met de Euro als tweede belangrijkste munt ter
wereld. Daarnaast is de Unie een belangrijke speler en betrouwbare partner op het
gebied van veiligheid en (technologische) innovatie. Voor veel mensen in de wereld
zijn Europese landen een baken van welvaart, stabiliteit, vrijheid en recht. De EU
heeft de middelen om slagvaardig op te treden, zoals ook is gebleken tijdens de financiële
crisis en de COVID pandemie, en met de steun aan Oekraïne en maatregelen tegen Rusland,
waaronder de snelle afbouw van afhankelijkheid van Russisch energie-importen. Op die
slagvaardigheid zal de komende jaren een groot beroep worden gedaan, en daarop moet
Europa zich voorbereiden.
Deze brief, die mede namens de Minister van Defensie, de Minister van Economische
Zaken en de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp aan u wordt
verzonden, bouwt voort op de inzet van het kabinet die in de volgende Kamerstukken
is uiteengezet: de aanvullende reactie op Draghi rapport, kabinetsreactie «Nederland
in een fragmenterende wereldorde» en de Kamerbrief Staat van de Unie 2025, de Afrikastrategie,
de kamerbrief ontwikkelingen Chinabeleid, de kamerbrief beleid ontwikkelingshulp en
de beleidsagenda buitenlandse handel.1 In deze brief gaat het kabinet in op het verzoek van uw Kamer om een reflectie op
het vermogen van de EU om een geopolitieke speler van wereldformaat te worden. Het
kabinet reageert tevens op het verzoek van uw Kamer om een reactie op de nieuwe Nationale
Veiligheidsstrategie (NSS) van de Verenigde Staten (11 dec. jl.) en de schriftelijke
vragen van het lid Dassen (Volt, 8 dec. jl.) hierover.
In deze brief wordt met Europa niet alleen de EU bedoeld, met name omdat het VK en
ook Oekraïne, Noorwegen en Turkije cruciale Europese partners zijn, via de NAVO verbonden
aan de veiligheid van ons continent. In de meeste gevallen zal voor Nederland de EU
het handelingspodium en de kern van de Europese samenwerking zijn. Daarbij is evenwel
steeds een uitgestoken hand nodig naar de samenwerking met andere gelijkgezinde landen,
zoals op diverse terreinen reeds het geval is, denk aan de coalition of the willing voor Oekraïne.
Veranderende geopolitieke context van het EU buitenlandbeleid, incl. appreciatie nieuwe
Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie (NSS)
De multilaterale orde, gebaseerd op gedeelde regels en normen die decennialang bepalend
zijn geweest voor de Europese veiligheidsarchitectuur, staat in toenemende mate onder
druk. De voortdurende agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne onderstreept de structurele
Russische dreiging op het Europese continent en de blijvende noodzaak van de versterking
van de Europese militaire slagkracht en weerbaarheid. De invloed van China, evenals
de opkomst van landen als India, Brazilië en Indonesië, resulteren in nieuwe zwaartepunten
in de mondiale verhoudingen. Daarnaast noopt de koers van de Verenigde Staten Europa
tot een herijking.
In de NSS schetst de Amerikaanse regering de prioriteiten binnen het buitenlands-
en veiligheidsbeleid. De strategie geeft prioriteit aan het Westelijk Halfrond, en
een sterkere focus op de bescherming van het eigen grondgebied en Amerikaanse economische
belangen. De NSS past binnen het beeld van een wereldorde waarin de inzet van macht
een meer bepalende rol speelt en de eigen belangen voorop staan. Het optreden van
de Amerikaanse regering sluit daarbij aan.
In de passages over Europa ziet het kabinet dat de VS hecht aan een sterk Europa,
dat zelf meer verantwoordelijkheid draagt voor de eigen veiligheid, inzet op economische
groei en innovatie, en migratie beter reguleert. Dit waren en zijn ook prioriteiten
voor dit kabinet.
Op andere punten leveren de NSS en het Amerikaanse optreden spanning op met de posities
van het Koninkrijk der Nederlanden en Europa, zoals zichtbaar is geworden rond Groenland,
maar ook op punten waar de Nederlandse visie op Europa en Europese waarden in het
geding zijn. Het kabinet heeft vertrouwen in de kracht en toekomstbestendigheid van
de EU, juist dankzij haar democratische en rechtsstatelijke fundering. De EU is bovendien
essentieel voor de aanpak van tal van grensoverschrijdende belangen.
Die verschillen nemen niet weg dat het trans-Atlantische partnerschap cruciaal is
voor de veiligheid en welvaart aan beide zijden van de Atlantische oceaan en dat het
in het Nederlandse en Europese belang is nauw te blijven samenwerken met de VS. Daarbinnen
bestaat ruimte voor verschillen en dialoog daarover, zoals binnen de NAVO sinds de
oprichting al het geval is. Bovendien hoeven we het binnen dit partnerschap niet altijd
met elkaar eens te zijn en is het niet gezegd dat Europa zich per definitie dient
te voegen bij de zienswijze van de VS. De inzet van het kabinet blijft dan ook gericht
op dialoog en samenwerking met de VS en de andere bondgenoten op basis van gedeelde
belangen. Wel moet meer gelijkwaardigheid komen in de machtsbalans.
Versterking Europese defensiecapaciteiten en vergroting weerbaarheid
Om de taal van macht te kunnen spreken is het kunnen inzetten van machtsmiddelen een
randvoorwaarde, in de eerste plaats militair. Europese bondgenoten moeten het vermogen
ontwikkelen om zowel het leeuwendeel van de conventionele afschrikking en verdediging
van Europa op zich te nemen, als hun geopolitieke handelingsvermogen te vergroten.
Dat is, vanwege realisatietermijnen in de defensie-industrie, noodgedwongen een midden-
tot lange-termijninspanning.
Europa heeft zich te lang eenzijdig verlaten op de Amerikaanse veiligheidsparaplu.
Dat tijdperk is definitief voorbij. Europa moet versneld een evenwichtiger aandeel
nemen in de collectieve verdediging van het Euro-Atlantisch verdragsgebied. In deze
context spraken de NAVO-bondgenoten tijdens de NAVO-top in Den Haag af in 2035 5% van het bbp aan veiligheid
(waarvan 3,5% aan harde defensie-uitgaven) te zullen besteden. Nederland zet zich
actief in voor het implementeren van deze afspraken door alle bondgenoten en voor
complementariteit tussen de EU en de NAVO. De EU heeft een belangrijke rol in het
versterken van de verdedigings- en afschrikkingscapaciteit van lidstaten en de NAVO,
voornamelijk door de versterking van de Europese defensie-industrie, capaciteitsontwikkeling,
simplificatie van wetgeving, financiering en het versterken van weerbaarheid. Hierop
zet de EU concrete stappen, in lijn met het Witboek (w.o. ReArm Europe) en de Routekaart
voor Defensiegereedheid.
Een belangrijk initiatief voor de capaciteitsontwikkeling zijn de Prioritised Capability Areas (PCA’s). Nederland vervult als co-lead nation een aanjagende rol op de PCA drones en counter-dronesystemen en de PCA militaire
mobiliteit. Op het gebied van defensie-industrie vindt Nederland het belangrijk dat
het recent onderhandelde Security Action for Europe-instrument (SAFE) en het Europees defensie-industrie programma (EDIP) snel worden
geïmplementeerd. Aandachtspunten voor het kabinet zijn dat het NATO Defence Planning Proces (NDPP) leidend blijft voor het vaststellen van de capability-doelstellingen, en dat
command & control bij de NAVO blijft. Samenwerking met bondgenoten en partners blijft belangrijk –
waaronder de VS, Canada, Turkije, het VK, Oekraïne en Noorwegen. Positief is dat het
Commissievoorstel voor het volgende MFK een verhoging bevat van de beschikbare middelen
voor de versterking van de defensie-industrie en capaciteitsontwikkeling. Ook kan
de verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarkt en een bijdrage leveren
aan het vergroten van private investeringen in de Europese defensie-industrie.2 Versterken van militaire capaciteit moet daarnaast hand in hand gaan met het stimuleren
van investeringen in onze civiele paraatheid.
Versterking (politiek-)economische basis
Om het hoofd te kunnen bieden aan veranderende geopolitieke omstandigheden moeten
we ons eigen huis zo goed mogelijk op orde hebben. Een sterke EU vergt sterke lidstaten
en stevige instellingen die effectief kunnen handelen en in staat zijn Europese waarden
als democratie en rechtstaat en andere fundamentele rechten te beschermen3. Deze Europese waarden, neergelegd in de Kopenhagen criteria, moeten eveneens de
basis zijn voor mogelijke verdere stappen in het Europese uitbreidingsproces, dat,
als aan alle voorwaarden is voldaan, de EU geopolitiek kan versterken. Voor het kabinet
blijft een benadering gebaseerd op merites hierbij het uitgangspunt. Functionerende
rechtsstatelijke instituties dragen bij aan voorspelbaarheid, wederzijds vertrouwen
tussen staten, (brede) economische welvaart en maatschappelijke weerbaarheid tegen
interne en externe dreigingen. Bij terugval van lidstaten op deze terreinen is het
van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt en gebruik maakt van het beschikbare
EU rechtsstaatinstrumentarium.
Daarnaast moet Europa zijn economische kracht doelgericht versterken en inzetten.
Dit bepaalt mede de geloofwaardigheid van Europa op mondiaal niveau, alsmede naar
zijn eigen burgers. Een sterke, innoverende en concurrerende economie is bovendien
weerbaarder en dus beter bestand tegen externe verstoringen. Zoals uiteengezet in
de kabinetsappreciatie van het Draghi-rapport en de kabinetsvisie EU concurrentievermogen4 moeten de EU en lidstaten met urgentie werken aan het versterken van de interne markt,
het verdiepen van de kapitaalmarktunie, het verminderen van regeldruk, het behoud
van een gelijk speelveld, investeringen in strategische sectoren en technologieën,
leveringszekerheid en het adresseren van hoge energieprijzen. De EU zal verstandig
moeten omgaan met de invloed die het wereldwijd heeft op het gebied van regelgeving.
Toekomstgerichte en -bestendige Europese economieën met gezonde overheidsfinanciën
en met ruimte om investeringen te kunnen doen zijn een belangrijke randvoorwaarde
voor een concurrerende EU. Het kabinet hecht hierbij aan strikte handhaving door de
Commissie van de afspraken rondom het stabiliteits- en groeipact. Ook een gemoderniseerd
MFK is van groot belang, in het bijzonder voor de open, internationaal-georiënteerde
Nederlandse economie en als fundament onder de Europese samenwerking.
Een sterk economisch buitenlandbeleid dat gestoeld is op de pijlers economische veiligheid,
handel en partnerschappen is van belang voor het op een gebalanceerde wijze bij elkaar
brengen van de versterking van de weerbaarheid en (economische) veiligheid van de
EU, het behoud van open handel en een mondiaal gelijk speelveld, leveringszekerheid
van kritieke grondstoffen en producten, toegang tot hoogwaardige sleuteltechnologieën
en het mitigeren van risico’s van ongewenste risicovolle strategische afhankelijkheden.5
Economische veiligheid incl. vermindering risicovolle strategische afhankelijkheden
De Europese economische veiligheid moet worden versterkt door risicovolle strategische
afhankelijkheden te verminderen. De snelle afbouw van de energie-afhankelijkheid van
Rusland is hier een goed voorbeeld van, dat tegelijkertijd aantoont dat afbouw van
strategische afhankelijkheden kosten met zich meebrengt. Hiervoor moeten strategische
waardeketens worden gediversifieerd, waarbij marktverstoringen en onvermijdelijke
kosten van het afbouwen van deze afhankelijkheden zo veel mogelijk worden beperkt.
Ook het (wanneer nodig) effectief inzetten van de Europese trade toolbox, met onder andere de verordening buitenlandse subsidies, het anti-dwanginstrument
en het internationaal aanbestedingsinstrument, draagt bij aan economische veiligheid.
Het is evident dat dit een proces is van langere duur.
Handel
Binnen de handelspilaar steunt het kabinet een ambitieuze en actieve Europese handelsagenda.
Handelsakkoorden vergroten markttoegang en zorgen voor diversificatie van aanvoerketens
en leveranciers. Het kabinet zet daarbij in op versterking van het Europese verdienvermogen,
bestrijding van oneerlijke concurrentie, verbetering van het mondiale gelijke speelveld
en vergroting van de Europese economische weerbaarheid. Nieuwe EU-handelsakkoorden, zoals het recente EU-Mercosur akkoord en de
lopende onderhandelingen met India, dragen hieraan bij.6 Daarbij zet het kabinet in op handelsakkoorden met gelijke en redelijke standaarden.
Partnerschappen
Op het gebied van partnerschappen bieden EU grondstoffenpartnerschappen en de Global
Gateway-strategie kansen voor versterking van de internationale positie van de EU,
economische veiligheid en vergroting van het Nederlandse en Europese verdienvermogen,
mede via betere aansluiting op de markten van opkomende economieën in het mondiale
zuiden. De inzet van partnerschappen met derde landen vereist, naast handel en investeringen,
ook het doelgericht benutten van de externe financiering van de EU.7 Deze financiering is steeds meer gericht op het versterken van gelijkwaardige strategische
en economische partnerschappen gebaseerd op wederzijds eigen belang, waarbij de krachten
van diplomatie, handel en ontwikkelingshulp gebundeld worden om de onderlinge relaties
te versterken. Vanuit ontwikkelingshulp wordt daarnaast ook ingezet op het vergroten
van stabiliteit in landen die kampen met grote veiligheidsuitdagingen, mede om migratie
te kunnen beheersen. Het kabinet onderschrijft deze aanpak, die ook aansluit bij het
recente AIV advies.8
Sterke relaties met landen rond de EU
De eigen kracht van de EU hangt ook samen met de kracht van onze relaties met landen
in de nabijheid van de EU en met toekomstige EU-uitbreiding die onze Unie versterkt.
De EU kan versterkt worden door op merites gebaseerde EU-uitbreiding, waarbij het
ook belangrijk is dat de Unie zich hier gedegen op voorbereidt. Uitgangspunt voor
het kabinet blijft dat het absorberen van nieuwe lidstaten niet ten koste moet gaan
van ons handelingsvermogen. Het kabinet hecht aan behoud van de integriteit en interne
veiligheid van de interne markt, bescherming van EU-waarden en de rechtsstaat en versterking
van samenwerking op het gebied van veiligheid, weerbaarheid- en defensie. Juist in
het huidige geopolitieke tijdsgewricht hebben we een Unie nodig die effectief kan
handelen. Het verder versterken van de relaties met landen in de nabuurschapsregio
en EU steun bij hervormingen in deze landen kan bijdragen aan het behartigen van onze
belangen en aan collectieve veiligheid, betere regulering en terugdringing van migratie,
stabiliteit en welvaart in Europa.
Versterking van de diplomatieke inzet, met meer coherent buitenlandbeleid dat meer
is gebaseerd op wederzijds eigenbelang
Om de toegenomen uitdagingen in de wereld aan te kunnen zal de EU waar nodig meer
transactioneel moeten opereren. Dat vraagt om politieke wil en om een andere manier
van diplomatie bedrijven, waarbij duidelijker gebruik gemaakt wordt van de verschillende
machtsmiddelen die de EU ter beschikking heeft.
Wat betekent dit concreet? Allereerst een vergrote diplomatieke inzet van zowel de
lidstaten als de EU instellingen. Met daarbij een groter beroep op het coördinerend
vermogen van de EU om verschillende beleidsterreinen effectiever met elkaar te verbinden.
Daarvoor dient versnippering tussen EU instellingen en verkokering van mandaten te
worden verminderd. Betere samenwerking om vaker een gezamenlijke inzet en boodschap
te realiseren.
Dit vergt ook efficiëntere besluitvorming.9 Een andere wijze om de Europese slagvaardigheid te vergroten is versterkte samenwerking
door een groep lidstaten als een meerderheid geen mogelijkheid is of als een groep
landen besluit niet mee te doen aan nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld via het instrument
enhanced cooperation. Op deze manier kan wel gebruik gemaakt worden van de financiële en institutionele
slagkracht van de instellingen, zonder dat alle EU lidstaten daaraan meedoen. Goede
voorbeelden zijn onder meer Schengen en de Eurozone. Daarbij kan ook samenwerking
gezocht worden met landen buiten de EU.
In een instabielere wereld, waarin economische, veiligheids- en ontwikkelingssamenwerkingsvraagstukken
sterker verweven raken, neemt het strategische belang van multilaterale instellingen
toe. Deze bieden schaalvoordelen – zowel financieel als in kundigheid – en dragen
zorg voor coherentie en coördinatie van programma’s. Ze zijn daarnaast vaak normstellend
en instrumenteel bij de bevordering van de naleving van bijvoorbeeld mensenrechten.
De EU en de lidstaten dienen dan ook actief te investeren in effectief multilateralisme
en sterke multilaterale instellingen zoals de VN, het IMF, de WTO en de Wereldbank.
De meeste landen willen erg graag met de EU handelen, wederzijds investeren en/of
mogelijk financiële steun ontvangen. EU-lidstaten kunnen er ook voor kiezen om gezamenlijke
civiele of militaire missies en operaties op te zetten buiten de EU. Binnen een overkoepelende
diplomatieke strategie is bovendien het sanctiebeleid onderdeel van het instrumentarium
van de EU om haar marktmacht in te zetten ten behoeve van doelstellingen van buitenlands
beleid. Daarnaast bestaan verschillende instrumenten waarmee landen meer/minder toegang
kunnen krijgen specifiek tot de hoogtechnologische Europese industrie en wetenschap,
naast instrumenten die de visumverplichting voor de EU reguleren.
De Commissie is opgericht zonder rol op het gebied van defensie en veiligheid, terwijl
dit nu de terreinen zijn die doorwerken op alle andere dossiers; de vraag is of de
incrementeel gegroeide buitenland-defensie componenten voor de toekomst de juiste
zijn en voldoende geborgd in de bredere Commissie. De coördinatie van de activiteiten
van de Hoge Vertegenwoordiger, de Europese Dienst voor Extern Optreden en de Commissie
dienen bovendien versterkt te worden, om te zorgen voor meer coherentie in het buitenlandbeleid.
Tot slot zullen Europese eenheid en solidariteit van groot belang blijven. In sommige
gevallen zullen EU-lidstaten gezamenlijk een kopgroep binnen de Unie moeten vormen.
En in andere gevallen is Europa breder dan de EU.
Het kabinet blijft zich inzetten voor een veilig, welvarend en democratisch Europa
dat nauw samenwerkt met haar partners. Dat biedt de meeste zekerheid dat Nederland
ook in de toekomst zijn veiligheid kan borgen en economische groei kan genereren.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken