Brief regering : Geannoteerde Agenda van de Informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1022 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE
MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2026
Hierbij sturen wij u, mede namens de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
en de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en
Natuur, de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van Milieuministers van
5 en 6 februari 2026 in Cyprus. Het kabinet neemt zich voor deel te nemen aan deze
bijeenkomst. De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van
zaken weer, maar er zijn nog geen achtergrondstukken beschikbaar.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans
Geannoteerde Agenda
Het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna: het Voorzitterschap)
heeft voor de informele bijeenkomst van de Milieuministers (hierna: de Informele Milieuraad)
de volgende werksessies geagendeerd: een werksessie met een presentatie van het Europees
Milieuagentschap over de samenhang tussen klimaat- en waterweerbaarheid (wetgeving
en financiering), een werksessie over de Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen,
en een werksessie over het winterpakket circulaire economie. De achtergrondstukken
zijn nog niet gedeeld door het Voorzitterschap. In lijn met de recente afspraken over
de informatievoorziening aan de Kamer ontvangt de Kamer hierbij daarom deze geannoteerde
agenda op hoofdlijnen.
Samenhang tussen Klimaat- en waterweerbaarheid
Inleiding
Tijdens de informele Milieuraad van 5 en 6 februari zal het Europees Milieuagentschap
(hierna: EMA) een presentatie geven over het bouwen aan een weerbaar Europa. Tijdens
de presentatie zal worden stilgestaan bij hoe EU-wetgeving en -financiering de samenhang
tussen Europese klimaat- en waterweerbaarheid kunnen vergroten.
Momenteel werkt de Europese Commissie (hierna: Commissie) aan een EU-voorstel om de
klimaatweerbaarheid van de EU en haar lidstaten te vergroten. Dit «Europees initiatief
inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s» wordt verwacht in oktober
2026. De Commissie is in dit kader een publieke consultatie gestart, waar tot en met
23 februari 2026 inbreng voor kan worden aangeleverd. De inbreng van het kabinet voor
deze consultatie wordt in het eerste kwartaal van 2026 aan de Kamer toegestuurd.
Op het gebied van waterweerbaarheid richt de Commissie zich via de Europese Waterweerbaarheidsstrategie
in brede zin op herstel van de waterkringloop, het opbouwen van een economie die slim
met water omgaat en het waarborgen van schoon en betaalbaar water, en sanitaire voorzieningen
voor iedereen. Er zijn tientallen plannen en activiteiten gepland de komende jaren.
Zo zijn voor 2026 onder andere het voeren van dialogen met de lidstaten over waterbeheer,
en het opzetten van een onderzoeks- en innovatiestrategie voor waterweerbaarheid voorzien.
Inzet Nederland
Het kabinet zal met interesse de presentatie van het EMA aanhoren over de visie van
het EMA op het inzetten van wetgeving en financiering om de samenhang tussen klimaat-
en waterweerbaarheid te versterken, evenals de reactie van de Commissie hierop. Gezien
de EUbrede uitdagingen op klimaatverandering en het vaak grensoverschrijdende karakter
hiervan, evenals de mogelijk aanzienlijke gevolgen van klimaatrampen, acht het kabinet
het noodzakelijk dat er op EU-niveau actie wordt ondernomen om onze weerbaarheid tegen
klimaat- en waterrisico’s te vergroten. Het kabinet zet daarom in op een actieve bijdrage
en ondersteuning van de EU-inspanningen op het gebied van klimaatadaptatie en waterweerbaarheid.1 Eventuele voorstellen voor EU-regelgeving toetst het kabinet aan de beginselen van
proportionaliteit en subsidiariteit. Het kabinet is van mening dat het do-no-significant-harm-principe2 voor zover mogelijk en passend moet worden gehanteerd bij de uitvoering van op financiering
gerichte EUprogramma’s.
Krachtenveld
Tijdens de Milieuraad van 16 december 2025 is in de aangenomen Raadsconclusies over
het Europees milieu in 2030 brede steun uitgesproken voor het voornemen van de Commissie
voor een «Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s».
De lidstaten verzoeken de EU daarbij om hen te ondersteunen bij het versnellen van
de werkzaamheden aan klimaatbestendigheid.
Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen
Inleiding
Tijdens de informele Milieuraad zal worden stilgestaan bij Europese samenwerking in
internationale klimaatprocessen, mede in het licht van de lessen van COP30 in Belém
en met het oog op de voorbereiding van COP31. In het verlengde van de reflectie op
COP30, die in december 2025 onder het Deense Voorzitterschap heeft plaatsgevonden
met betrokkenheid van de Commissie en de lidstaten, wordt bezien hoe de EU haar gezamenlijke
inzet op het gebied van klimaatprocessen verder kan versterken.
Nederlandse inzet
Het kabinet verwelkomt de bespreking over Europese samenwerking in internationale
klimaatprocessen vroeg in het jaar. Het kabinet zet daarbij in op tijdige en strategische
EUcoördinatie, een consistente en ambitieuze gezamenlijke EU-positie, en een sterk
Europees leiderschap in de mondiale klimaatonderhandelingen. Daarnaast zet het kabinet
in op het versterken van internationale partnerschappen, onder meer met gelijkgezinde
landen en strategische partners, om de impact van de Europese inzet in internationale
klimaatprocessen te vergroten. Dit is van belang voor de jaarlijkse COP, maar ook
voor andere internationale samenwerking op het terrein van klimaat, zoals het Net Zero Framework in de Internationale Maritieme Organisatie, waar de EU-eenheid onder druk kwam te
staan. Klimaatverandering raakt alle landen, en vereist een gezamenlijke aanpak. Voor
een effectieve en eerlijke klimaattransitie die ook economische groei brengt, is het
van belang dat iedereen stappen zet. Multilaterale afspraken gaan daarbij hand-in-hand
met coalities en vrijwillige initiatieven die opvolging geven aan gemaakte afspraken.
Krachtenveld
Er is over het algemeen brede steun binnen de EU voor sterk Europees leiderschap in
internationale klimaatprocessen. Lidstaten verschillen vooral in accent en nadruk:
sommige landen leggen de nadruk op doelen en mijlpalen, andere op uitvoering en nationale
beleidsruimte. Het Cypriotische en inkomende Ierse Voorzitterschap streven ernaar
deze perspectieven te bundelen richting COP31, eind dit jaar. Nederland werkt actief
samen met gelijkgestemde lidstaten om een ambitieuze en coherente EU-inzet te bevorderen.
Mededeling circulaire economie winterpakket
Inleiding
Op 23 december 2025 publiceerde de Commissie een mededeling om de circulariteit van
plastics te promoten met als doel een concrete stap te zetten om de nijpende situatie
in de plasticindustrie te verbeteren, in het bijzonder de plasticrecyclingindustrie.3 De mededeling toont een aantal eerder aangekondigde en toekomstige acties van de
Commissie en kondigt (wederom) de Circular Economy Act aan, die in de tweede helft van 2026 wordt verwacht. De mededeling geeft ook gehoor
aan het Joint Statement dat Nederland met steun van België, Frankrijk, Spanje, Luxemburg en Oostenrijk aan
de Commissie verstuurde om met een steunpakket te komen voor de Europese plastic(recycling)industrie.4 Gezien het pakket op vrijwel alle onderdelen nog verdere uitwerking behoeft, wordt
de Kamer via deze geannoteerde agenda hierover geïnformeerd in plaats van via het
reguliere BNC-fiche. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende onderdelen van de
mededeling.
Versterking van de interne markt voor plastic
Allereerst heeft de Commissie het concept einde-afval-criteria voor mechanisch plasticrecyclaat
ter publieke consultatie gepubliceerd. Het tijdpad voor definitieve aanname na de
consultatie-fase is nog niet bekend. De criteria bepalen op welk moment gerecycled
plastic officieel geen afval meer is, maar een volwaardige grondstof. Doordat de criteria
voor alle lidstaten gelden, versterkt dit de Europese interne markt voor plasticrecyclaat
en draagt bij aan een gelijk speelveld. Wanneer deze criteria eenmaal geïmplementeerd
zijn kan mechanisch plasticrecyclaat gemakkelijker worden verhandeld, omdat in de
hele EU dan dezelfde regels gelden. Dit moet leiden tot een betere situatie voor plasticrecyclers,
doordat ze hun recyclaat beter kunnen verhandelen met minder administratieve lasten.
Daarnaast heeft de Commissie een geactualiseerde versie van de concept massabalansregels5 voor chemisch recycling met de lidstaten gedeeld ten behoeve van de Richtlijn voor
eenmalige verpakkingen. Wanneer lidstaten met deze massabalansregels instemmen, zal
dit investeringen in, en de opschaling van, chemische recycling versterken aangezien
het regelgevend kader dan duidelijk is.
Versterking van de dialoog tussen overheid en bedrijfsleven
De Commissie zal de bestaande Circular Plastic Alliance begin 2026 nieuw leven inblazen en versterken.6 Er zal in gezamenlijkheid met de sector een werkplan worden vastgesteld om acties
te prioriteren.
Versterking van het gelijk speelveld
Plasticrecyclers hebben te maken met goedkoper geïmporteerd virgin plastic (uit fossiele
brandstoffen), een overschot aan te recyclen materialen, stevige en deels oneerlijke
concurrentie uit derde landen en hoge energieprijzen. De Commissie heeft al stappen
gezet om deze factoren te adresseren. Zo zijn bijvoorbeeld al meerdere antidumpingmaatregelen
op plastic gerelateerde producten van kracht, en zijn verschillende nieuwe antidumpingonderzoeken
gestart. Daarnaast kondigt de Commissie aan om de import van plastic structureel te
gaan monitoren binnen de recent opgerichte Import Surveillance Task Force. Hierbij is de Commissie van plan om aparte douanecodes te introduceren voor plasticrecyclaat,
aangezien de huidige codes geen onderscheid maken tussen primair fossiel plastic en
recyclaat. Daarnaast zal de Commissie ook de aankomende herziening van de verordening
2022/1616 inzake plasticrecyclaat voor voedselcontacttoepassingen aangrijpen om striktere
nalevingsdocumentatie te verplichten. Ook wil de Commissie aparte douanecodes introduceren
voor plastic dat in contact komt met voedsel. Door het uitvoeren van audits op recyclinginstallaties
buiten de EU en het ondersteunen van controlelaboratoria versterkt de Commissie de
handhaving op het naleven van de voedselcontactregelgeving.
Versterking van investeringen en innovatie
De Commissie is van plan om ook investeringen in de innovatie en opschaling van circulaire
technologieën, waaronder recycling, te versterken. De Commissie zal daarom een pilot
starten onder de Competitiveness Coordination Tool, gefocust op de Trans-Regional Circularity Hubs. Hoe dit precies vorm zal krijgen, is nog onduidelijk. Ook zal de Commissie een studie
uitzetten om beter zicht te krijgen op investeringslacunes en -kansen van de circulaire
economie.
Verder roept de Commissie lidstaten op om wel al gebruik te maken van de reeds bestaande
mogelijkheden onder de CISAF7, CEEAG8 en de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) om investeringen te stimuleren.
Tot slot geeft de Commissie aan dat de recent publiceerde concept verordening voor
het versnellen van milieubeoordelingen ook moet bijdragen aan een beter investeringsklimaat.9
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt het pakket aan maatregelen, dat in lijn met het door Nederland
geïnitieerde eerder genoemde Joint Statement een combinatie van korte- en langetermijnmaatregelen neemt om de situatie in de plastic(recycling)industrie
te ondersteunen, en ziet het als een belangrijke eerste stap om de slechte economische
omstandigheden in de
Europese recyclingsector aan te pakken. De inzet van het kabinet is er allereerst
op gericht om dit pakket aan maatregelen zo snel mogelijk te implementeren, in het
bijzonder de maatregelen ter versterking van het gelijkspeelveld, einde-afval-criteria
voor plasticrecyclaat en de massabalansregels voor chemische recycling. Tegelijkertijd
ziet het kabinet dat de Commissie meerdere aankondigingen doet waarvan het nog niet
duidelijk is hoe deze precies vormgegeven zal worden. Het kabinet wacht deze voorstellen
af en zal deze bij verdere uitwerking nader beoordelen, met daarbij onder andere aandacht
voor de concurrentiepositie van Europese bedrijven, de impact op de handelsrelaties
met derde landen en de verplichtingen in EUhandelsakkoorden. In deze nadere beoordeling
zal ook rekening worden gehouden met de uitvoerbaarheid en regeldruk.
Daarnaast is het kabinet van mening dat deze maatregelen alleen niet genoeg zijn en
dat meer nodig is om te voorkomen dat nog meer recyclingbedrijven failliet gaan. Naast
structurele maatregelen om de recyclaatmarkt te verbeteren, zoals het verplicht toepassen
van plasticrecyclaat in productregelgeving, zal het kabinet zich in Brussel ook inzetten
voor het beschermen van de Europese recyclaatmarkt, onder andere door een spoedige
implementatie van artikel 7 lid 10 van de Verpakkingenverordening.
Tot slot onderstreept het kabinet het belang van publiek private samenwerking en zal
daarom ook aansluiten bij de dialoog tussen overheid en bedrijfsleven in de Circular Plastic Alliance, wanneer de Commissie deze nieuw leven heeft ingeblazen.
Krachtenveld
Zowel de Commissie als lidstaten zien de noodzaak om maatregelen te nemen, zowel op
de korte als de lange termijn, om de plasticindustrie, in het bijzonder de plasticrecyclers,
te ondersteunen. Tijdens de Informele Milieuraad zal het onderwerp voor het eerst
op politiek niveau besproken worden, en wordt daarmee het krachtenveld verder duidelijk.
Indieners
-
Indiener
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.