Brief regering : Reactie op de motie van het lid Goudzwaard over een regeling om de 15.000 bestelauto's te ontzien die nu onbedoeld onder de vrachtwagenheffing vallen (Kamerstuk 31305-532)
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 533
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Tijdens het tweeminutendebat duurzaam vervoer op 22 januari 2026 heeft de Staatssecretaris
van IenW toegezegd dat de Kamer voor de stemmingen op 27 januari a.s. een brief ontvangt
met een inhoudelijke uiteenzetting over teruggekeurde vrachtwagens die onder de vrachtwagenheffing
vallen. Deze toezegging is gedaan naar aanleiding van de aangehouden motie van het
lid Goudzwaard (Kamerstuk 31 305, nr. 532). Met deze brief wordt invulling gegeven aan de toezegging.
Op 20 januari 2026 heeft de Kamer een brief (Kamerstuk 31 305, nr. 530) ontvangen waarin is toegelicht dat de definitie van het begrip vrachtwagen in de
Wet vrachtwagenheffing aansluit bij de Europese voertuigindeling. Dit betekent dat
de vrachtwagenheffing, die op 1 juli 2026 van start gaat, geldt voor binnen- en buitenlandse
vrachtwagens in de categorie N2 en N3. Dit zijn vrachtwagens met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. Vrachtwagens in de categorie N2 die zijn teruggekeurd
tot een toegestane maximummassa van maximaal 3.500 kg vallen ook onder de vrachtwagenheffing. Dit volgt
expliciet uit de Wet vrachtwagenheffing. Ook in veel andere EU-landen, zoals Duitsland
en Oostenrijk, geldt de vrachtwagenheffing voor alle voertuigen met een technische
maximummassa van meer dan 3.500 kg.
Bij het terugkeuren van een vrachtwagen wordt de toegestane maximummassa administratief verlaagd tot 3.500 kg (of lager). Dat maakt het onder
meer mogelijk dat een chauffeur met rijbewijs B in dit voertuig mag rijden. Bij terugkeuren
blijft echter de technische maximummassa en de Europese voertuigcategorie ongewijzigd. Het voertuig blijft namelijk
een N2-voertuig dat andere technische kenmerken heeft dan een N1-voertuig.
Op 22 januari 2026 heeft het lid Goudzwaard een motie ingediend waarin de regering
wordt verzocht «een regeling te treffen waarmee de 15.000 bestelauto’s die nu onbedoeld
onder de vrachtwagenheffing vallen worden ontzien». Hoewel het begrijpelijk is dat
de vrachtwagenheffing een grote verandering is die gevolgen kan hebben voor de lasten
van eigenaren van (teruggekeurde) vrachtwagens, wordt de motie ontraden. Het kabinet
hecht eraan te benadrukken dat het betrekken van deze groep voertuigen in de vrachtwagenheffing
een weloverwogen keuze is geweest. Dit wordt hieronder toegelicht.
Geharmoniseerde Europese voertuigindeling
Zoals hiervoor aangegeven is in de Wet vrachtwagenheffing opgenomen dat de heffing
geldt voor voertuigen van de categorie N2 en N3. In de toelichting van de nota van
wijziging bij de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing1 is opgemerkt dat met de wijziging van de begripsbepaling voor «vrachtwagen» in de
Wet vrachtwagenheffing bewust is aangesloten bij de in de Europese regelgeving opgenomen
definities van voertuigcategorieën.2 De Europese regelgeving kent een geharmoniseerde voertuigindeling op basis van de
technische kenmerken van voertuigen. De technische maximummassa, waarop de bijbehorende voertuigcategorie (N1, N2 of N3) is bepaald,
is daarbij leidend. Deze indeling is vastgelegd in Europese regelgeving en vormt de
basis voor toelatingseisen, technische voorschriften en voertuigclassificatie binnen
de EU. Deze harmonisatie strekt er expliciet toe om binnen de interne markt te komen
tot uniforme voertuigcategorieën, zodat voertuigen in alle lidstaten op gelijke wijze
worden behandeld. RDW en andere Europese voertuigautoriteiten nemen de Europese voertuigbegrippen
op in het kentekenregister en op het kentekenbewijs. Het hanteren van deze begrippen
voor de autobelastingen en voor de vrachtwagenheffing draagt bij aan de uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid van deze regelingen.
Kabinetslijn tot vereenvoudiging van de autobelastingen
In de toelichting bij de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing is ook aangegeven
dat de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing aansluit op de wijziging van de Wet
op de motorrijtuigenbelasting 1994.3 De aanpassing van de begripsbepaling die is doorgevoerd past namelijk binnen de bredere
beleidslijn van het kabinet om te komen tot een vereenvoudiging van de nationale autobelastingen.4 Met het Belastingplan 2025 is er nadrukkelijk voor gekozen om in de autobelastingen
aan te sluiten bij de voertuigdefinities zoals die door de RDW in het kentekenregister
worden gehanteerd, en daarmee bij de geharmoniseerde Europese begrippen. Deze vereenvoudiging
is van groot belang voor de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en het doenvermogen van
burgers en bedrijven. Het hanteren van afwijkende, fiscaaltechnische definities heeft
in het verleden geleid tot een zeer complexe regelgeving, met gedetailleerde maatvoering
en uitzonderingen die slechts voor een beperkte groep voertuigen relevant waren. Tegelijkertijd
legde dat een groot beslag op de uitvoering en handhaving.
De keuze om voor de vrachtwagenheffing en de motorrijtuigenbelasting eenduidig aan
te sluiten bij de voertuigcategorieën N2 en N3 zorgt voor een heldere, uitlegbare
en consistente afbakening binnen het autobelastingstelsel. Voor zowel de vrachtwagenheffing
als voor de motorrijtuigenbelasting wordt dezelfde definitie gehanteerd voor een «vrachtwagen».
Dit voorkomt dat er een dubbele heffing ontstaat of dat voor bepaalde groepen voertuigen
helemaal geen belasting wordt betaald.
Gevolgen invoering vrachtwagenheffing
Zoals ook toegelicht in de brief van 20 januari 2026 brengt de invoering van de vrachtwagenheffing
een verandering met zich mee voor alle N2- en N3-voertuigen, die vanaf 1 juli 2026
gaan betalen per gereden kilometer. De invoering van de vrachtwagenheffing gaat ook
gepaard met wijzigingen in de motorrijtuigenbelasting. Voor een eigenaar van een vrachtwagen
tot 12.000 kg, waaronder teruggekeurde N2-voertuigen, betekent dit dat vanaf het eerste
volledige tijdvak na 1 juli 2026 niet langer motorrijtuigenbelasting is verschuldigd
(er geldt een nihiltarief). In hoeverre een eigenaar van een vrachtwagen straks wordt
geconfronteerd met een lastenstijging hangt af van de milieukenmerken van het voertuig
en het aantal kilometers dat gereden wordt over het heffingsnetwerk van de vrachtwagenheffing.
De vrachtwagenheffing is immers een vorm van betalen naar gebruik: voor voertuigen
die veel snelwegkilometers maken, zal aanzienlijk meer vrachtwagenheffing betaald
worden dan voor voertuigen waarmee weinig gereden wordt. Die laatste categorie kan,
door het nihiltarief voor de motorrijtuigenbelasting, zelfs goedkoper uit zijn dan
nu het geval is.
Regeling voor teruggekeurde N2-voertuigen
Een regeling zoals voorgesteld in de motie wordt ontraden. Op grond van de Wet vrachtwagenheffing
is het niet mogelijk om een regeling te treffen waarmee teruggekeurde N2-voertuigen
worden vrijgesteld van vrachtwagenheffing. Het wijzigen van de wet voor de start van
de vrachtwagenheffing is niet haalbaar. Het is voorts wenselijk om voertuigen die
op basis van de technische voertuigkenmerken gelijk zijn, gelijk te behandelen in
zowel de vrachtwagenheffing als in de motorrijtuigenbelasting. Een regeling om specifiek
teruggekeurde N2-voertuigen te ontzien zou ook onredelijk zijn voor andere eigenaren
van vrachtwagens. Ook voor deze eigenaren kan de invoering van de vrachtwagenheffing
zorgen voor een lastenstijging. Het is onwenselijk om alle eigenaren die erop achteruitgaan
te ontzien met een regeling.
Om ervoor te zorgen dat alle eigenaren van voertuigen die onder de vrachtwagenheffing
vallen zich tijdig kunnen voorbereiden wordt veel aandacht besteed aan communicatie.
Zo heeft de RDW alle eigenaren van N2- en N3-voertuigen, inclusief eigenaren van teruggekeurde
N2-voertuigen, afgelopen najaar per brief geïnformeerd over het feit dat hun voertuigen
vanaf 1 juli 2026 onder de vrachtwagenheffing vallen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.