Brief regering : Zeggenschap 2026
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 621
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Zeggenschap voor helpenden, verzorgenden, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten
en begeleiders in zorg en welzijn (hierna: professionals) draagt bij aan goede zorg,
werkplezier en behoud. In een sector die grote uitdagingen kent, is het van belang
dat professionals daadwerkelijk invloed hebben op de inhoud en organisatie van hun
werk. Het versterken van zeggenschap en dit structureel borgen is primair de verantwoordelijkheid
van werkgevers in de sector zorg en welzijn.
Sinds 2020, tijdens de coronacrisis, is de aandacht voor zeggenschap toegenomen. Aanleiding
hiervoor was onder meer het adviesrapport «Niets over ons, zonder ons» van prof. dr. Buurman, destijds Chief Nursing Officer (CNO) van het Ministerie van
VWS. In dit rapport werd benadrukt dat versterking van zeggenschap noodzakelijk is1. Om professionals te kunnen behouden voor de zorg tijdens en na de crisis werd zeggenschap
als belangrijke randvoorwaarde gezien.
Deze aandacht heeft zich de afgelopen jaren voortgezet. Zo zijn er meerdere adviezen
uitgebracht door opvolgende CNO’s, zijn in 2022 in het Integraal Zorgakkoord (IZA)
afspraken gemaakt over het versterken van zeggenschap en is per 1 juli 2023 de Wet
kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) gewijzigd, waarmee zeggenschap wettelijk
is verankerd. Sinds begin 2025 betrekt ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
zeggenschap explicieter in haar toezicht2.
Daarnaast is in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) van 8 september 2025
afgesproken dat partijen gezamenlijk blijven werken aan de verdere versterking van
zeggenschap, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en rol.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de wijze waarop het Ministerie van VWS de
transitie naar meer zeggenschap, zoals bedoeld in het AZWA, tijdelijk ondersteunt.
De nadruk ligt hierbij op de tijdelijke ondersteuning vanuit het Ministerie van VWS.
De primaire verantwoordelijkheid voor het versterken en het structureel borgen van
zeggenschap ligt immers bij werkgevers in de sector zorg en welzijn. In deze brief
volg ik de lijn van eerdere Kamerbrieven waarin het onderwerp zeggenschap is opgenomen,
zoals de brieven van 1 maart 20243 en 4 februari 20254. In deze brief blik ik terug op 2025 en kijk ik vooruit naar 2026. Achtereenvolgens
ga ik in op:
• de subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap,
• het Landelijk Actieplan Zeggenschap,
• de monitor zeggenschap,
• de klankbordgroep zeggenschap onder voorzitterschap van de nieuwe Chief Nursing Officer
(CNO),
• het VOICE event en
• de online community «Zorg en Welzijn Denkt Mee»
Subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap
Via de subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap (2022–2026) ondersteunt het Ministerie
van VWS professionals om praktisch aan zeggenschap te werken. Met behulp van deze
tijdelijke regeling konden professionals actieplannen opstellen en uitvoeren, bijvoorbeeld
gericht op het opzetten van adviesraden, het verbeteren van besluitvormingsprocessen
of het volgen van leiderschapstrainingen. Sinds de start van de regeling zijn, verspreid
over drie subsidierondes, in totaal 316 subsidies toegekend aan organisaties uit alle
branches in zorg en welzijn. De brede deelname van de verschillende branches onderstreept
dat zeggenschap een sector overstijgend vraagstuk is.
Uit de tussentijdse evaluatie van de eerste subsidieronde blijkt dat de subsidie op
verschillende manieren is ingezet, passend bij de behoefte van professionals. In het
algemeen is de subsidie in de ziekenhuizen vooral ingezet voor het inrichten van zeggenschapsstructuur.
In de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) en Verstandelijk Gehandicaptenzorg (VGZ) zijn
met name trainingen over professioneel leiderschap en intervisie georganiseerd. In
de ouderenzorg is vooral gericht op het ontwikkelen van zeggenschapsvaardigheden van
professionals5.
De laatste gesubsidieerde actieplannen zijn in april 2025 gestart en worden medio
2026 afgerond. Daarmee leveren de actieplannen ook in de komende periode waardevolle
inzichten op voor de sector. De eindevaluatie van de subsidieregeling, waarin de resultaten
van de tweede en laatste ronde zijn meegenomen, zullen in het najaar met uw Kamer
worden gedeeld.
Het Landelijk Actieplan Zeggenschap
Het Landelijk Actieplan Zeggenschap (LAZ) vervult een centrale rol in het evalueren,
bundelen en verspreiden van de inzichten uit de subsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap.
Het LAZ, een door VWS gefinancierde projectorganisatie bestaande uit een samenwerkingsverband
van negen partijen6, werkt aan de duurzame verankering van zeggenschap. De kern van de aanpak is het
ondersteunen van organisaties met concrete hulp- en leermiddelen, zodat zij zeggenschap
niet alleen kunnen versterken, maar deze ook gezamenlijk en structureel kunnen borgen
in beleid, cultuur en dagelijkse praktijk.
Het LAZ maakt onder meer jaarlijks een kennisoverzicht waarin – op basis van de uitgevoerde
actieplannen – wordt beschreven wat in de praktijk wel en niet effectief blijkt. Het
overzicht van 2025 is te raadplegen via zeggenschapindezorg.nl/kennisoverzicht. Naast
kennisontwikkeling investeert het LAZ in het ontwikkelen en ontsluiten van leermiddelen,
zoals een recent whitepaper voor toezichthouders7, en organiseert het activiteiten zoals intervisiesessies tussen professionals. Ook
organiseert het LAZ jaarlijks een congres. Op 8 juni 2026 vindt het vierde en afsluitende
LAZ-congres plaats.
De subsidie voor het LAZ loopt tot 1 oktober 2026. De werkwijze, netwerken en infrastructuur
die in deze periode zijn opgebouwd, zijn er nadrukkelijk op gericht dat organisaties
en betrokken partijen deze beweging daarna gezamenlijk kunnen voortzetten en verder
uitbouwen. Daarmee is het LAZ niet opgezet als een tijdelijk project, maar als een
aanjager van een duurzame aanpak, waarin zeggenschap blijvend wordt verankerd en niet
afhankelijk is van tijdelijke projectfinanciering.
Monitor Zeggenschap
De ontwikkeling van zeggenschap wordt sinds 2023 gevolgd via de Landelijke Monitor
Zeggenschap (LMZ), uitgevoerd door Accuralis in opdracht van VWS. De monitor brengt
in kaart hoe professionals hun zeggenschap ervaren en welke factoren hierop van invloed
zijn, zoals de aanwezigheid van formele zeggenschapsstructuren binnen organisaties.
De resultaten van de monitor zijn indicatief voor de zeggenschapsbeweging onder professionals
in Nederland. De monitor loopt over een periode van vijf jaar en biedt werkgevers
onderbouwde handvatten om zeggenschap verder te kunnen versterken.
Over de resultaten van de nulmeting en eerste hermeting is uw Kamer geïnformeerd op
1 maart 20248 en 4 februari 20259. De derde meting is in het derde kwartaal van 2025 uitgevoerd. De resultaten, opgenomen
in een rapportage en factsheet, zijn als bijlage toegevoegd. Aan de derde meting hebben
in totaal bijna 25.000 professionals deelgenomen, werkzaam bij 89 verschillende organisaties
in zorg en welzijn. Ten opzichte van 2024 is het aantal deelnemers gestegen met dertien
procent. Dit op zichzelf is al een positieve ontwikkeling.
De Landelijke Monitor Zeggenschap laat net als vorige meting een brede en consistente
verbetering zien: professionals ervaren meer zeggenschap op alle thema’s en de wens
voor (veel) meer zeggenschap is sinds 2023 met zeven procentpunt gedaald. Net als
bij de eerdere metingen blijkt dat meer ervaren zeggenschap positief samenhangt met
het aantrekken en behouden van professionals. Verder is zichtbaar gemeten dat organisaties
met gedeelde besluitvorming (Shared Governance) hoger scoren, wat het belang van formele
zeggenschapsstructuren onderstreept. Uit de monitor blijkt verder dat vrijwel alle
organisaties stappen zetten en borging vaker onderdeel is van beleid, maar hier nog
verdere inzet op nodig is om de kloof tussen huidige en gewenste formele zeggenschap
te verkleinen. De vierde meting volgt in het derde kwartaal van 2026 waarover ik uw
Kamer begin 2027 nader zal informeren.
Klankbordgroep zeggenschap en de CNO
Ook binnen het Ministerie van VWS wordt actief invulling gegeven aan zeggenschap.
Een van de voorbeelden hiervan is de jaarlijkse klankbordgroep. De klankbordgroep
is een groep van ongeveer twintig tot vijfentwintig professionals10 die geselecteerd worden op basis van diversiteit in branches, regio’s en (werk)ervaring.
De klankbordgroep wordt voorgezeten door de huidige CNO van VWS, MSc. Odile Frauenfelder.
Frauenfelder is per 1 augustus 2025 aangesteld als CNO en vervangt daarmee mevrouw
prof. dr. Finnema, die haar rol als CNO het afgelopen jaar vanwege een nieuwe functie
heeft neergelegd. Finnema vervulde haar rol sinds 1 mei 2021 uitstekend, en wordt
bedankt voor al haar harde werk en positieve inzet voor de beroepsgroep.
De klankbordgroep adviseert het Ministerie van VWS maandelijks over uiteenlopende
actuele onderwerpen. In 2025 werd met de klankbordgroep gesproken over de regels voor
arbeidstijden, publiekscommunicatie tegen agressie in de zorg, zeggenschap, opleiden,
aantrekkelijk werk in zorg en welzijn, discriminatie op de werkvloer en arbeidsbesparende
innovatie. Inzichten uit de klankbordgroep dragen bij aan het vormgeven van beleid
dat aansluit bij de praktijk. Een voorbeeld hiervan is dat de klankbordgroep over
arbeidsbesparende innovatie praktische inzichten heeft geboden welke technologieën
zouden kunnen helpen om dagelijkse werkzaamheden te verlichten die – volgens professionals
– op dit moment de meeste tijd en inspanning kosten. Het resultaat van de klankbordgroep
is een inventarisatie die inspiratie biedt voor het programma voor nieuwe, vraag gestuurde,
arbeidsbesparende medtech, waar het Ministerie van VWS per 2026 aan werkt, zoals afgesproken
in het AZWA. De huidige klankbordgroep 2025–2026 is de vierde klankbordgroep die in
de afgelopen jaren is samengesteld. De samenstelling van de groep wisselt iedere zomer.
VOICE-event
Naast de maandelijkse klankbordgroep bijeenkomsten organiseert het Ministerie van
VWS jaarlijks het VOICE-evenement, waar 200 professionals11 in gesprek gaan met beleidsmakers. De laatste editie van VOICE op 7 april 2025 stond
in het teken van voorbereidingen op de Zorgtop later dat jaar, op 2 juni 2025. Tijdens
VOICE deelden deelnemers ervaringen, gingen in gesprek over knelpunten en presenteerden
slimme oplossingen uit de praktijk om personeelstekorten in zorg en welzijn te kunnen
oplossen. Zoals: minder tijd kwijt zijn aan roosterverstoringen met softwarerobot
«Rob Otmans», het ondersteunen van zelfredzaamheid ondersteunen en (thuis)zorg ontlasten
met de Academie voor zelfzorg, en het vergroten van werkplezier door de inzet van
servicemedewerkers. Ik ben blij u te kunnen berichten dat dit najaar naar verwachting
de vierde editie van VOICE plaats zal vinden.
Online Community «Zorg en Welzijn Denkt Mee»
Tot slot heeft het Ministerie van VWS sinds mei 2025 een online Community «Zorg en
Welzijn Denkt Mee». Dit is een digitaal platform waarop ongeveer 250 professionals12 via online vragenlijsten, polls en focusgroepen, hun input geven op verschillende
beleidsthema’s van het Ministerie van VWS, zoals scholing en duurzaamheid. De community
biedt een laagdrempelige manier om in contact te blijven met professionals die actief
zijn op de werkvloer. De opgehaalde inzichten dragen bij aan beleid dat beter aansluit
bij de praktijk en versterken tegelijkertijd het gevoel van zeggenschap en betrokkenheid
bij professionals. Uit tussentijdse evaluaties blijkt dat deze vorm van participatie
wordt gewaardeerd. De gebundelde rapportage met de inzichten uit 2025 zijn ter kennisneming
als bijlagen toegevoegd. Een voorbeeld van één van de inzichten is dat professionals13 aangaven dat verschillende disciplines, waaronder Chief Nursing Information Officers
(CNIO’s), professionals en leveranciers, samen over gegevensuitwisseling moeten beslissen
in de praktijk. Dat is nu nog onvoldoende goed geregeld in de regio. Met betrekking
tot de twee rapportages die gaan over de voorbereidingen op een nieuw loopbaanplatform
voor zorg en welzijn ontvangt uw Kamer in mijn brief voorafgaand aan het Commissiedebat
Arbeidsmarktbeleid in de zorg in juni 2026 nadere informatie. Ook in 2026 ben ik voornemens
de community voort te zetten en daarmee de verbinding met professionals te continueren.
Met de tijdelijke ondersteuning aan werkgevers én door het inbedden van zeggenschap
in beleid op landelijk niveau, werkt het Ministerie van VWS samen met veldpartijen
aan een sector waarin zeggenschap de norm is en blijft, niet de uitzondering.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport