Brief regering : Voortgang Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM)
32 849 Mijnbouw
Nr. 297
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
De diepe ondergrond is onmisbaar voor onze huidige en toekomstige energievoorziening.
Het kabinet hecht eraan om de kennis over de diepe ondergrond verder te versterken
en uit te breiden. Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de voortgang
van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM).
Kennisprogramma Effecten Mijnbouw
In 2017 is het KEM ingericht om door middel van onafhankelijk onderzoek het inzicht
in mogelijke risico’s van het gebruik van de diepe ondergrond in Nederland te vergroten.
Via het KEM worden verschillende onderzoeken uitgezet naar aanleiding van vragen die
gesteld worden door burgers, regionale overheden en instanties. Voor de regie op het
kennisprogramma is een panel van (internationale) onafhankelijke wetenschappers aangesteld
(hierna: KEM-panel), dat toeziet op de kwaliteit, relevantie, volledigheid, geschiktheid
en onafhankelijkheid van het programma. Met de oprichting van het kennisprogramma
is invulling gegeven aan een belangrijke aanbeveling van de Onderzoekraad voor de
Veiligheid (OVV) in het rapport «Aardbevingsrisico’s in Groningen».1 De doelstelling2 van het KEM is drieledig:
1) Onafhankelijk toegepast onderzoek uitvoeren om inzicht te vergroten in de mogelijke
effecten en onzekerheden van het gebruik van de diepe ondergrond,
2) Kennis samenbrengen en toepassen in methoden en gereedschappen om effecten te kwantificeren
die gebruikt kunnen worden voor beleid en toezicht,
3) Bijdragen aan kennis van en vertrouwen in mijnbouwactiviteiten door communicatie met
experts en andere stakeholders (o.a. inwoners) over KEM-projecten.
Met de KEM onderzoeken wordt ook invulling gegeven aan de aanbevelingen uit Parlementaire
enquête aardgaswinning Groningen (PEGA)3 om kennis van effecten van gebruik van de diepe ondergrond te vergroten. Zoals afgesproken
wordt de Kamer jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkelingen rond het KEM.4 De jaarrapportage van het KEM over 2024 en de begeleidende brief van het KEM-panel
zijn bij deze brief gevoegd.
Voortgang en Jaarrapportage 2024
In 2024 is het KEM onveranderd met zijn missie doorgegaan: Goede toepasbare onderzoeken
naar effecten van het gebruik van de diepe ondergrond. Het KEM-panel is, samen met
het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Staatstoezicht op de Mijnen (hierna:
SodM), tevreden over de kwaliteit en impact van de onderzoeken.
In 2024 zijn de volgende onderzoeken opgeleverd:
• KEM-16b bestudeerde de relatie tussen door verschillende diepe en ondiepe oorzaken
veroorzaakte bodemdaling en schade.
• KEM-24b heeft gekeken naar de gevolgen van mogelijke stikstofinjectie in het Groningerveld
om de druk stabiel te krijgen.
• KEM-27 ging in op het monitoren van CO2 injectie, ten behoeve van opslag in Nederlandse offshore lege gasvelden.
• KEM-28 had als onderwerp de risico’s en mogelijkheden van het opslaan van waterstof
in zoutcavernes.
• KEM-36 valideerde het 7e Ground Motion Model (GMMV7) van de publieke Seimische Dreiging en Risico Analyse
waardoor deze nu gebruikt kan worden als het meest accurate model voor grondbeweging
van het Groningerveld.
Er zijn in 2024 ook een vijftal KEM-projecten opgestart, die, net als de afgeronde
projecten, uitgebreid in de jaarrapportage en op de website5 beschreven staan.
In 2024 is gestart met de bouw van een nieuwe website om deze gebruiksvriendelijker
te maken. De nieuwe website is in 2025 live gegaan, waardoor projecten nu makkelijker
en sneller te vinden zijn.
Het KEM heeft als doelstelling om de resultaten van projecten dichterbij regionale
stakeholders te brengen en om nieuwe kennisvragen op te halen. In mei 2024 is daarom
een KEM-kennisdag in Groningen georganiseerd. Decentrale overheden en burgers hebben
daar kennis kunnen nemen van het KEM en de resultaten van verschillende onderzoeken.
Daarnaast is ruim de tijd genomen om vragen van deze stakeholders te beantwoorden
en op basis van de geïnventariseerde behoefte aan kennis eventueel nieuwe onderzoeksvragen
te formuleren.
In 2024 is het voorzitterschap van het KEM-panel overgenomen door Prof. Tom Veldkamp,
Rector Magnificus van de Universiteit Twente. Daarmee is ook de inhoudelijke kennis
versterkt, specifiek voor het onderwerp monitoring.
Sociale Effecten Mijnbouw (SEM)
De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen constateert dat er te weinig
kennis is van sociaalmaatschappelijke impact van het gebruik van de diepe ondergrond.
Om de kennisontwikkeling van de niet-technische, sociale, effecten te vergroten, heeft
het kabinet in navolging van PEGA maatregel 496 besloten om het KEM uit te breiden met onderzoek naar de sociale effecten van mijnbouw
(SEM). In de uitvoering is ervoor gekozen om voor de begeleiding van SEM een apart
wetenschappelijk panel op te richten: het SEM-panel.
In 2024 hebben diverse opstartwerkzaamheden van het SEM plaatsgevonden. Zo is het
plan om sociale effecten te onderzoeken besproken met het KEM-panel. De inzichten
uit de voorbereiding hebben bijgedragen aan de taakomschrijving van het SEM-panel
die hetzelfde jaar is opgesteld. Daarnaast zijn er verschillende gesprekken gevoerd
met mogelijke panelleden. Het SEM-panel is in 2024 gestart en in 2025 gecompleteerd.
Prof. Danielle Timmermans (hoogleraar risicocommunicatie en publieke gezondheid, VU
Amsterdam) is de voorzitter van het SEM-panel. In 2025 hebben de SEM-panelleden een
strategiedocument opgesteld om richting te geven aan onderzoek. De eerste onderzoeken
starten in 2026.
Tot slot
Het KEM blijft de komende jaren hoogwaardige, praktijkgerichte onderzoeken leveren.
Samen met het SEM zal ook beter aan de sociaal maatschappelijke kennisbehoefte worden
voldaan. Hiermee is dit kennisprogramma een essentieel onderdeel voor een veilig en
verantwoord gebruik van de Nederlandse diepe ondergrond.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei