Brief regering : Actuele ontwikkelingen Gebruik Diepe Ondergrond
32 849 Mijnbouw
Nr. 296
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Het gebruik van de diepe ondergrond is van cruciaal belang voor zowel de energievoorziening
van vandaag als ook voor de toekomst. Het benutten daarvan vraagt om een veilige en
verantwoorde aanpak, met oog voor de omgeving en samenhang met de bovengrond. Het
is daarom van belang om samen op te trekken met medeoverheden en aandacht te hebben
voor lokale belangen. Met deze brief informeert het kabinet de Kamer op een aantal
onderwerpen op dit terrein over de voortgang.
Opslag van waterstof
De opslag van waterstof speelt een cruciale rol in de energietransitie en is een essentiële
schakel in het kunnen functioneren van de toekomstige waterstofketen. Op 4 juli 2025
heeft het kabinet de Kamer de Nationale agenda ondergrondse waterstofopslag gestuurd.
Opslag levert belangrijke functies voor de voorzieningszekerheid, de efficiënte werking
van de markt en het energiesysteem. De agenda benadrukt de noodzaak van opslag en
bevat een adaptieve strategie richting 2035–2040. Het ontwikkelen van cavernes voor
opslag kent een lange doorlooptijd (10 tot 15 jaar). Het is daarom belangrijk tijdig
te starten. In het meest conservatieve scenario zit Nederland nu op de onderste bandbreedte
van het groeipad1.. Onderdeel van de agenda is te komen tot de realisatie van opslagcavernes in Zuidwending.
De provincie Groningen, de gemeenten Veendam en Pekela en het Ministerie van KGG werken
gezamenlijk aan een toekomstvisie voor de huidige en mogelijke toekomstige activiteiten
in Zuidwending. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de toekomstige ontwikkelingen
in het gebied. In het gebied komen immers diverse mijnbouwactiviteiten samen, waaronder
zoutwinning, aardgasopslag en toekomstige waterstofopslag. Daarnaast spelen er andere
ontwikkelingen: woningbouw, recreatie en zandwinning. Al deze ontwikkelingen brengen
niet alleen opgaven met zich mee, maar bieden ook belangrijke kansen voor de regio.
Denk hierbij aan het versterken van werkgelegenheid, leefbaarheid, sociaaleconomische
structuur, innovatie, kennisontwikkeling en de verduurzaming van de industrie. In
een in te richten omgevingsproces worden ook de zorgen, wensen en verwachtingen van
inwoners besproken en waar mogelijk meegenomen in de uitwerking. Ter bekrachtiging
van dit omgevingsproces heeft het Kabinet op 8 december 2025 in Zuidwending, samen
met bestuurders van gemeenten Veendam, Pekela en de provincie Groningen, bijgaande
intentieverklaring (bijlage 1) getekend voor de uitvoering van het omgevingsproces.
Eén van de projecten in Zuidwending is HyStock: waterstofopslag in vier ondergrondse
zoutcavernes. Dit project is van Nationaal Belang verklaard in het Meerjarenprogramma
Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Voor de realisatie van het project is financiële
steun vanuit de overheid noodzakelijk om projectrisico’s af te dekken. Het project
wordt namelijk voor de markt uit gerealiseerd en is het eerste in zijn soort. De steun
is voorzien in de vorm van subsidie onder aanwijzing van een Dienst voor het Algemeen
Economisch Belang (DAEB). Onder de DAEB-regeling zullen volgens planning de belangrijkste
financiële risico’s worden afgedekt en hiermee wordt het voor Gasunie mogelijk om
tijdig de investeringsbeslissingen te kunnen nemen zodat de eerste caverne wordt opgeleverd
in 2031 en de vierde en laatste in 2037. De voorbereidende projectwerkzaamheden door
Gasunie lopen op schema. De beschikking zal naar verwachting medio 2026 worden afgegeven,
indien en nadat de benodigde middelen hiertoe zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer
in het meerjarenprogramma 2027 (MJP 2027) van het Klimaat- en energiefonds. Daarnaast
onderzoekt het kabinet op dit moment of en hoe negen aanvullende cavernes geschikt
zijn voor waterstofopslag.
Stimulering aardwarmte
Op 4 juli 2025 (Kamerstuk 31 239, nr. 427) is de Kamer geïnformeerd over het kabinetsbeleid rondom de stimulering van aardwarmte
in Nederland en de uitdagingen die zich daarbij in alle schakels van de keten voordoen.
Aangekondigd is dat het Rijk een meer regisserende rol op zich neemt. Inmiddels is
de Rijksregisseur stimulering aardwarmte gestart. De Rijksregisseur heeft als rol
om partijen te verbinden, helder te krijgen wat de thema’s zijn waardoor de inzet
van aardwarmte nog onvoldoende van de grond komt, daarvoor een handelingsperspectief
te formuleren en de daarbij horende rollen en verantwoordelijkheden. Dit vindt plaats
in nauwe afstemming met de stakeholders. De oplevering hiervan is voorzien voor de
zomer van 2026.
Een andere manier waarop aardwarmte gestimuleerd wordt is het lage temperatuur Geothermie
(LTG) versnellingsprogramma dat ingevuld is in samenwerking met de aardwarmte sector
en kennisinstellingen. Dit programma richt zich op de versnelling en opschaling van
LTG (dieptebereik 500–1.500 meter) door middel van realisatie van commerciële projecten,
proefboringen en kennisopbouw in de periode 2025–2029.
Daarnaast is afgelopen periode het SCAN-programma geëvalueerd. Het rapport treft de
Kamer bijgaand (bijlage 2) aan. Met het SCAN-programma waarvan het vierde en vooralsnog
laatste deel nog doorloopt tot medio 2027, wordt in beeld gebracht wat de potentie
van de diepe ondergrond is in gebieden waar nog weinig kennis van de ondergrond is.
Doel daarmee is ook de investeringsbereidheid van marktpartijen te vergroten.De evaluatie
laat zien dat SCAN heeft bijgedragen aan het verkleinen van geologische onzekerheden
en het vergroten van de kennis over de ondergrond. Het effect op de investeringsbereidheid
is minder eenduidig: hoewel het programma risico’s reduceert, neemt het deze niet
volledig weg. Met name resterende onzekerheden rond de geologie, schaalbaarheid, vollooprisico,
kosten en projectrendement blijven bepalend voor private investeringsbeslissingen.
In het kader van het versnellingstraject verkent de overheid hoe publieke middelen
het meest effectief kunnen worden ingezet om de ontwikkeling van geothermie te ondersteunen,
waarbij wordt gekeken naar de balans tussen risicodeling, marktprikkels en publieke
regie.
Er is verkend of de RNES opnieuw kan worden opengesteld. Daarbij is de evaluatie Garantieregeling
Aardwarmte (RNES) (bijlage 3) betrokken. Daaruit blijkt dat de RNES in het verleden
effectief heeft gewerkt maar ook dat de effectiviteit is afgenomen door veranderende
marktomstandigheden. Daardoor draagt de RNES in de huidige vorm niet meer bij aan
de gewenste versnelling en is besloten de RNES niet in huidige vorm open te stellen
voor 2026.
Gaswinning in Veenweidegebieden
Hoewel het gebruik van de ondergrond voor waterstofopslag en aardwarmte een onmisbare
rol speelt in de energietransitie, blijft ook de gaswinning in de komende jaren nodig
voor onze energievoorziening. Onder andere in Friesland bevinden zich meerdere kleine
gasvelden.
De provincie Friesland heeft halverwege 2025 zich uitgesproken tegen de gaswinning
in de Veenweidegebieden. In deze gebieden treedt naast diepe bodemdaling door gaswinning
ook autonome ondiepe bodemdaling op. Omdat er nog onzekerheden bestaan over de precieze
bijdrage van beide vormen van bodemdaling en over de langetermijneffecten van gaswinning
in veenweidegebieden, hebben het Rijk en de Friese decentrale overheden besloten hier
gezamenlijk onderzoek naar te doen. In mei 2025 heeft het onderzoeksbureau Deltares
een eerste onderzoek naar de mate van gaswinningsbodemdaling en ondiepe bodemdaling
in veenweidegebieden gepubliceerd2. Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de effecten van bodemdaling sterk locatieafhankelijk
zijn, wat het belang onderstreept van een zorgvuldige locatie specifieke afweging
met betrokkenheid van Friese overheden. Deze afweging wordt uiteraard bij iedere vergunningsaanvraag
opnieuw gemaakt; de winning zal uitsluitend worden toegestaan wanneer deze veilig
en verantwoord kan worden uitgevoerd. In nauwe afstemming met de Friese overheden
start begin 2026 een driejarig vervolgonderzoek, uitgevoerd door Deltares en TNO.
Het onderzoek richt zich op een gezamenlijke analyse van de directe en indirecte negatieve
effecten van diepe bodemdaling met het oog op het beheersen en/of verminderen van
de effecten. De focus ligt in het eerste jaar op de directe en indirecte effecten
van diepe en ondiepe bodemdaling in de veenweidegebieden in de provincie Friesland.
De eerste resultaten hierover worden begin 2027 verwacht. In de volgende jaren zal
onderzoek worden gedaan naar de impact van activiteiten in de diepe ondergrond onder
Veenweidegebieden over het gehele land.
Rapport IEA
In het Commissiedebat Gasmarkt & Leveringszekerheid (14 januari 2026) heeft het kabinet
toegezegd te reageren op de vraag van Lid Van Oosterhout (GL-PVDA)over de rapportage
«The Oil and Gas Industry in Net Zero Transitions» van het Internationaal Energieagentschap
(uit november 2023). In dit rapport wordt niet gesteld dat de prijzen omhoog gaan
met 25% als ieder land het uiterste gaat doen om zijn eigen olie en gas te winnen,
maar dat de kosten dan met 25% toenemen. Dat klinkt logisch, want het zal dan veelal
om kleine hoeveelheden gaan die vaak slechts tegen hoge kosten te winnen zijn. Bovendien
raakt de markt dan meer gefragmenteerd en ook dat kan/zal een kosten opdrijvend effect
hebben. Wat dit alles voor de prijs zal betekenen is echter niet te zeggen en dat
doet het IEA ook niet.
Injectie productiewater Borgsweer
Na een strafrechtelijke onderzoek heeft het Openbaar Ministerie (OM) de Nederlandse
Aardolie Maatschappij (NAM) vervolgd voor het zonder vergunning injecteren van productiewater
in de diepe ondergrond. In oktober 2025 heeft de rechtbank Overijssel de NAM vrijgesproken
van het plegen van alle ten laste gelegde milieudelicten. Het OM is hiertegen in hoger
beroep gegaan. Dit beroep loopt nog.
Ondertussen is op 30 december 2025 het Circulair Materialen Plan van kracht geworden.
Onderdeel daarvan is de Leidraad injectie activiteiten bij de winning van olie en
gas3. In deze Leidraad zijn bestuursrechtelijke adviezen verwerkt die het OM aan KGG heeft
gegeven naar aanleiding van hun onderzoek in 2023. Op basis van deze Leidraad, twee
onderzoeken van SodM4
5 en de adviezen van het Openbaar Ministerie is het kabinet begonnen de vergunning
voor waterinjectie te Borgsweer te actualiseren en heeft eenieder de gelegenheid daarop
te reageren. Naar verwachting zal deze vergunning in Q2 van 2026 gepubliceerd worden.
Gebiedsproces Schoonebeek
In 2022 is een pilot gestart om met behulp van een gebiedsproces de herstart van oliewinning
en het injecteren van het bijbehorende productiewater in de ondergrond in Schoonebeek
te faciliteren. Het gebiedsproces is inmiddels in een afrondende fase beland en het
Bestuurlijk overleg Schoonebeek heeft daarover bijgaande brieven gestuurd (bijlage
4 en 5).
In deze brieven wordt uiteengezet dat vorig jaar alle vergunningen zijn verleend voor
het boren en in gebruik nemen van vier waterinjectieputten op de twee locaties in
Schoonebeek. Ook is gewerkt aan een toezeggingendocument waarin zoveel mogelijk wensen
en zorgen van de omgeving zijn meegenomen. Het gaat om afspraken over monitoring,
communicatie, voorkomen van overlast, schade afhandeling, technische eisen en natuur
en milieu. In overleg met de deelnemers is afgesproken dat er een «Eulietaofel» (olietafel)
wordt opgericht waarin op een laagdrempelige manier alle informatie hierover samenkomt
en gedeeld wordt. De eerste bijeenkomst van de Eulietaofel wordt begin 2026 georganiseerd
onder voorzitterschap van een onafhankelijk voorzitter uit de regio. Ook in het bijdragespoor
is veel werk verricht. Met de NAM zijn afspraken gemaakt over een substantiële bijdrage
aan het gebied gekoppeld aan de hoeveelheid te winnen olie. Om deze middelen goed
te laten landen in de regio, is een gebiedsfonds in de vorm van een Stichting in oprichting.
De gemeenten Emmen en Coevorden zijn hier ook nauw bij betrokken. Recent is het gebiedsproces
in Schoonebeek geëvalueerd. Bijgaande (bijlage 6) evaluatie geeft een aantal aanbevelingen
voor het voeren van gebiedsprocessen, bijvoorbeeld om altijd te starten met een goede
en gedegen voorbereiding van het proces, zoals een vooronderzoek. Deze lessen worden
meegenomen in volgende gebiedsprocessen.
Tot slot
De onderwerpen in deze brief laten zien dat wordt ingezet op een aanpak waarin veiligheid,
zorgvuldigheid en samenwerking bij het gebruik van de diepe ondergrond centraal staan.
Het kabinet acht het belangrijk om blijvend oog te houden voor de omgeving en de belangen
die daar spelen. De lessen die uit voorgaande trajecten worden geleerd, zullen dan
ook worden benut en door vertaald naar andere projecten, zodat toekomstige ontwikkelingen
verder kunnen bouwen op opgedane kennis en ervaring.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei