Brief regering : Stand van zaken afhandeling mijnbouwschade Limburg en appreciatie rapport pilot project van de Commissie Mijnbouwschade
32 849 Mijnbouw
Nr. 295
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Op 25 september 2025 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de voortgang van
de afhandeling van mijnbouwschade in Limburg1. De afhandeling van mijnbouwschade in Limburg is inmiddels gestart en Rijk en regio
vinden het belangrijk om in de uitvoering gezamenlijk op te trekken.
De Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM) heeft in 2025 een pilot project uitgevoerd
om te onderzoeken of haar beoordelingsmethodiek voor de schadegevallen in Limburg
werkbaar is. In deze brief geeft het kabinet een eerste appreciatie van het rapport
dat de CM hierover heeft opgesteld. De CM geeft hierin ook een aantal aanbevelingen.
Het kabinet zal kort ingaan op deze aanbevelingen en de consequenties. De besluitvorming
over de aanbevelingen is aan een volgend kabinet.
Stand van zaken afhandeling mijnbouwschade Limburg
In de afgelopen maanden is er veel gebeurd; hieronder volgen een paar belangrijke
stappen.
– Op 16 oktober 2025 is het gewijzigde Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade gepubliceerd.
Met dit besluit krijgt de CM de taak om te adviseren over mijnbouwschade ten gevolge
van de voormalige steenkoolwinning in Limburg. Op dezelfde dag is ook het Besluit
tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg
(hierna: het besluit) gepubliceerd2.
– Op 4 december 2025, naamdag van Sint Barbara, de beschermheilige van mijnwerkers,
hebben Rijk en regio (gedeputeerde Demollin-Schneiders en wethouder van de gemeente
Heerlen dhr. Gelderblom) het startsein gegeven voor het Instituut voor Milieu, Mens
en Mijnbouw Limburg (hierna: I3ML). Dit instituut zorgt voor de schadeafhandeling
en heeft daarnaast twee andere onderdelen die gaan over de kennis over mijnbouw(schade)
en de kansen op verduurzaming bij het schadeherstel. Deze twee onderdelen worden door
de regio georganiseerd. Tijdens de bijeenkomst in Heerlen waren oud-mijnwerkers en
particuliere huiseigenaren met schade aan hun huis aanwezig. Deze particuliere huiseigenaren
hebben deelgenomen aan het pilot project van de CM en hun huis daartoe opengesteld.
Het kabinet is hen hiervoor erg erkentelijk.
– Het besluit is op 22 december 2025 in werking getreden. De eerste groep aanvragen
die in behandeling wordt genomen betreft 350 adressen. Deze groep bestaat uit onder
andere adressen van huiseigenaren die zich in de afgelopen jaren bij de gemeenten
hadden gemeld en de deelnemers van het pilotproject. Op 22 december is ook het digitale
loket3 van I3ML geopend.
– Op 2 januari 2026 is het fysieke loket van I3ML, aan de Kloosterweg 22 in Heerlen,
geopend. Particuliere huiseigenaren uit de Mijnstreek kunnen daar nu terecht voor
hulp bij hun aanvraag of andere vragen.
– Tot nu toe hebben 221 huiseigenaren een aanvraag voor een tegemoetkoming ingediend,
van de groep van 350 adressen voor wie het besluit nu als eerste is opengesteld. Circa
20 aanmelders zijn aan het loket of thuis geholpen (d.d. 22 januari).
I3ML en het besluit
Het besluit regelt dat particuliere woningeigenaren in de mijnstreek aanspraak kunnen
maken op vergoeding van mijnbouwschade aan hun hoofdwoning. Als de schade minder is
dan € 10.000 dan wordt het schadebedrag uitgekeerd. Als de schade € 10.000 of meer
bedraagt dan zal de woning worden hersteld door een aannemer (herstel in natura).
Naar verwachting zullen in het najaar van 2026 de eerste schadegevallen worden hersteld.
De financiële vergoeding en het schadeherstel zullen worden betaald door het Ministerie
van KGG, als zijnde een onverplichte tegemoetkoming.
Het besluit wordt uitgevoerd door de thans tijdelijke organisatie van I3ML. Het nieuwe
kabinet zal gaan over het besluit om te komen tot de definitieve vorm van deze organisatie,
indien mogelijk een zelfstandig bestuursorgaan.
Het kabinet vindt het belangrijk dat iedere schademelder een zaakbegeleider van I3ML
krijgt toegewezen. De functie van zaakbegeleider is speciaal in het leven geroepen
om de schademelders te begeleiden in het proces van de schadeafhandeling. De zaakbegeleider
kan ook helpen bij het koppelen van herstel en verduurzaming. Iedere schademelder
kan zijn of haar verhaal bij de zaakbegeleider kwijt. Dit is niet afhankelijk van
de kans op een tegemoetkoming.
Werkzaamheden Commissie Mijnbouwschade
De CM heeft tot taak om de Minister van KGG te adviseren. De CM is hiervoor uitgebreid
met de Limburg Kamer. Deze zal per melding beoordelen of voldoende aannemelijk is
dat de gemelde schade het gevolg is van de voormalige steenkoolwinning. In overleg
met vertegenwoordigers van de regio, het ministerie en experts is door de CM een beoordelingsmethodiek
ontwikkeld op basis waarvan een advies kan worden gegeven.
De CM hanteert de volgende beoordelingsmethodiek:
– Heeft er een mate van bodembeweging plaatsgevonden die kan hebben geleid tot schade
aan de woning of heeft er mijnbouw plaatsgevonden die kan hebben geleid tot schade
aan de woning?
– Zo ja, kan de schade naar zijn aard verband houden met deze bodembeweging ten gevolge
van steenkoolwinning?
– Zo ja, dan adviseert de CM dat voldoende aannemelijk is dat sprake is van mijnbouwschade.
Alleen bij schade van € 10.000,– of meer wordt dan nog onderzocht of er een andere
oorzaak is voor de schade. Is er een uitsluitende andere oorzaak, dan wordt er geen
vergoeding geadviseerd. Mocht er een andere oorzaak voor de schade zijn, maar is de
schade mogelijk of waarschijnlijk ook beïnvloed door bodembeweging als gevolg van
de mijnbouw of de na-ijlende effecten dan doet de CM een uitspraak over welk deel
van de gemelde schade aan mijnbouw kan worden toegerekend. Met uitsluitende andere
oorzaak wordt bedoeld dat de schade in zijn geheel is veroorzaakt door iets wat geheel
los staat van de steenkoolwinning.
Rapport pilot project Commissie Mijnbouwschade
Om na te gaan of de voorgestelde beoordelingsmethodiek werkbaar is, heeft de CM in
de afgelopen maanden een pilot uitgevoerd. Hierbij is de ontwikkelde methodiek toegepast
op 11 woningen in de regio.
De CM concludeert naar aanleiding van de pilot dat de werkwijze voor de beoordeling
van mijnbouwschade betrouwbaar is. Er zijn verbeterpunten en deze zullen worden meegenomen
in de operationele fase. Zo gaat de commissie gebruik maken van satellietdata met
een hogere resolutie dan die in de pilot werden gebruikt om meer inzicht te krijgen
in afwijkingen in het maaiveld rondom een gebouw. Het door het Instituut Mijnbouwschade
Groningen (hierna: IMG) gebruikte overzicht van mogelijke schades is ook voor de schades
in Limburg te gebruiken. Geconcludeerd is dat de schadeopnemers duidelijke instructies
moeten krijgen over de verschillende schades. Zo gaat het in Limburg, anders dan in
het aardbevingsgebied in Groningen, om schade door bodembeweging en niet om schade
door trillingen. In Zuid-Limburg komt scheefstand dan ook vaker voor. Daarnaast is
het van belang dat de bouwkundig experts duidelijke uitgangspunten en kaders meekrijgen
om te komen tot uniforme uitkomsten.
De CM doet ook de aanbeveling om de verhouding tussen uitvoeringskosten en de schadevergoedingen
te bewaken. De CM geeft aan dat de pilot heeft laten zien dat het mogelijk is dat
er bij adressen die binnen het schadegebied liggen geen mijnbouw heeft plaatsgevonden
en ook geen bodembeweging is vastgesteld die schade aan de woning kan hebben doen
ontstaan. De CM geeft aan dat het doelmatig zou kunnen zijn om deze gebieden in kaart
te brengen en proactief huiseigenaren hierover te informeren. De CM zal in de komende
maanden hier verder onderzoek naar doen.
Het kabinet vindt het belangrijk om de desbetreffende huiseigenaren in de hierboven
genoemde gebieden een reëel beeld te geven met de verwachting die passend is. Uitgangspunt
hierbij is dat er geen huiseigenaren worden uitgesloten. Het gaat om het delen van
informatie zodat iedereen een beter beeld heeft van de verwachtingen.
De CM ziet ook nog een andere mogelijkheid om de doelmatigheid van het besluit te
bevorderen, in het bijzonder om de uitvoeringskosten niet te hoog te laten oplopen
in verhouding tot de betaalde vergoedingen. Het besluit bepaalt dat bij schademelders
van wie de schade bij de schadeopname is gecalculeerd op € 10.000,– of meer, een bouwkundig
inspecteur gaat beoordelen of er een uitsluitende andere oorzaak is die de schade
heeft veroorzaakt. Wanneer deze bouwkundig inspecteur een uitsluitende andere oorzaak
voor de schade vindt dan krijgt de schademelder geen vergoeding. Als de inspecteur
een andere oorzaak vindt, maar de schade mogelijk of waarschijnlijk ook is beïnvloed
door bodembeweging als gevolg van de mijnbouw of de na-ijlende effecten, dan krijgt
de schademelder een gedeeltelijke vergoeding. Het bouwkundig onderzoek houdt dus een
risico voor de schademelder in en tegelijk kost het bouwkundig onderzoek behoorlijk
wat geld.
De CM heeft ervaren dat besteding van geld en tijd aan onderzoek op zichzelf niet
leidt tot tevredenheid bij de doelgroep. Dat geldt te meer wanneer gevoelens van ongelijkheid
gaan spelen. Een voorbeeld hiervan: wanneer een inwoner met een gecalculeerde schade
van minder dan € 10.000,– een vergoeding ontvangt en zijn buurman met schade gecalculeerd
op meer dan € 10.000,– een bouwkundige inspectie ontvangt waarvan de conclusie is
dat er een (uitsluitende) andere oorzaak voor de schade is. Deze huiseigenaar zou
dan geen of een veel lagere vergoeding krijgen, terwijl het denkbaar is dat de (uitsluitende)
andere oorzaak ook gold voor de buren met schade van minder dan € 10.000,–. Uit oogpunt
van doelmatigheid van besteding van beschikbare rijksgelden beveelt de CM daarom aan
om een keuzemoment te bieden aan alle schademelders van wie de schade bij de opname
meer dan € 10.000,– bedraagt. Deze schademelder zou dan de keuzemogelijkheid krijgen
voor uitbetaling van € 10.000,– en dan wordt afgezien van nader onderzoek. Volgens
de CM leidt deze keuzemogelijkheid tot meer tevredenheid bij de schademelder, kan
het onderzoekskosten voor het Rijk besparen en bijdragen aan een snellere afhandeling.
Daar staat tegenover dat een schademelder ook een verkeerde keuze kan maken en eigenlijk
een hogere vergoeding had kunnen krijgen. De regio gaf aan dat zij hier wel mogelijkheden
ziet indien dit maatwerk voorziet in een expliciete vraag van de schademelder zelf.
Het is aan het volgende kabinet om een besluit over deze optie te nemen.
Het kabinet kan zich voorstellen dat dit idee wordt meegenomen in de eerste evaluatie
omdat er dan meer ervaring is opgedaan met het besluit. Deze evaluatie zal één jaar
na het eerste besluit over een schademelding plaatsvinden. Hierbij zal naast het tevredenheidsaspect
ook gekeken moeten worden naar de financiële aspecten, de consequenties, de verhaalbaarheid
op de voormalige mijnbouwbedrijven en mogelijke precedentwerking.
De CM heeft bij het pilotproject de schade laten calculeren volgens zowel de CM-methode
als de IMG-methode. In de 11 onderzochte situaties ontstonden verschillen in de hoogte
van het schadebedrag bij schades binnenshuis. De IMG-methode gaat uit van ruimteherstel
in plaats van schadeherstel, terwijl de CM-methode uitgaat van schadeherstel. De IMG-methode
kwam daardoor gemiddeld op een ruim 25% hoger schadebedrag. Dit is toe te schrijven
aan de aanpak waarin binnenshuis niet alleen de muur met een scheur wordt hersteld
en afgewerkt, maar ook de andere muren van de ruimte bij die afwerking worden meegenomen.
De CM methode is minder ruimhartig en leidt in de praktijk soms tot een lagere schadevergoeding.
De CM geeft in haar rapport aan dat het aan het kabinet is om te bepalen welke methode
bij de schadeafhandeling in Limburg dient te worden gehanteerd.
Afwijken van de huidige CM-methodiek vergt een extra budgetverhoging. Het huidige
kabinet wil deze keuze laten aan het nieuwe kabinet. Hierbij zal naast het financiële
aspect ook gekeken moeten worden naar de juridische consequenties en precedentwerking
en verhaalbaarheid.
De uitkomsten van het pilotproject zijn in het najaar van 2025 bekend geworden. Het
kabinet is voornemens om in de begroting voor 2026 aanvullend budget vrij te maken.
De behandeling van de begroting door de Tweede Kamer is gepland op 10 en 12 februari.
Het kabinet zal bij Voorjaarsnota de Kamer informeren of dit aanvullend budget volstaat.
Het kabinet wil nogmaals de deelnemers aan het pilot project bedanken voor hun medewerking.
Het project heeft waardevolle inzichten en adviezen opgeleverd waarmee de schadeafhandeling
kan worden verbeterd. Het kabinet wil ook de CM bedanken voor haar inzet en adviezen.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei