Brief regering : Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Water van 24 september 2025, over officiële zwemwaterlocaties
27 625 Waterbeleid
Nr. 733
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2026
Aanleiding
Tijdens het commissiedebat Water van 24 september 2025 heb ik toegezegd aan het lid
Hertzberger om in het Bestuurlijk Overleg Water (BOW) de mogelijkheden voor meer zwemwater,
waaronder in rivieren, te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor mensen met
een beperking (TZ202510-068).
Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dat overleg. Daarnaast
wordt geschetst hoe zwemwater in Nederland is geregeld en welke stappen worden gezet
om uitbreiding en toegankelijkheid verder te verkennen.
Zwemwater in Nederland
Zwemwaterlocaties in oppervlaktewater dragen bij aan een gezonde, aantrekkelijke en
inclusieve leefomgeving. Ze bieden ruimte voor ontspanning, beweging en ontmoeting
en zijn voor veel mensen een laagdrempelige manier om in de buitenruimte actief te
zijn. Zwemmen in open water is bovendien meestal vrij toegankelijk. Daarmee zijn deze
plekken belangrijk voor iedereen, ook voor mensen voor wie een bezoek aan een zwembad
niet vanzelfsprekend is. Zeker in stedelijke gebieden, waar de druk op de openbare
ruimte toeneemt, kunnen toegankelijke zwemplekken een waardevolle aanvulling zijn
op bestaande sport- en recreatievoorzieningen.
Nederland kent ruim 800 aangewezen zwemwaterlocaties in oppervlaktewater. Deze locaties
worden jaarlijks vastgesteld door de provincies. Tijdens het zwemseizoen wordt de
waterkwaliteit regelmatig gecontroleerd door de waterbeheerder (waterschappen of Rijkswaterstaat).
Provincies zijn verantwoordelijk voor informatievoorziening aan het publiek, terwijl
gemeenten verantwoordelijk zijn voor de fysieke veiligheid op en rond de locatie.
Jaarlijks wordt gerapporteerd richting de Europese Commissie conform de Europese Zwemwaterrichtlijn
(Richtlijn 2006/7/EG), die in Nederland is geïmplementeerd via het Besluit kwaliteit
leefomgeving en de Omgevingswet.
Door klimaatverandering en toenemende stedelijke hitte groeit de behoefte aan veilige
en toegankelijke zwemwaterlocaties, met name tijdens langdurige warme perioden. Tegelijkertijd
zien gemeenten en waterbeheerders dat er vaker wordt gezwommen op plekken die (nog)
niet officieel als zwemwaterlocatie zijn aangewezen. Dit vraagt om duidelijkheid en
een goede balans tussen veiligheid, kwaliteit en gebruik.
Zwemmen in steden
Zwemmen in stedelijk open water kan een waardevolle bijdrage leveren aan een gezonde
en aantrekkelijke leefomgeving. Het biedt verkoeling tijdens warme perioden en geeft
extra mogelijkheden voor recreatie dicht bij huis, juist in gebieden waar de druk
op de openbare ruimte toeneemt. In verschillende steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam
en Utrecht, zijn al locaties waar in de stad gezwommen kan worden.
In 2024 vond in Rotterdam de eerste Swimmable Cities Summit plaats. Het kunnen zwemmen in stedelijk water is niet alleen een indicatie van goede
waterkwaliteit, maar hangt ook samen met leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Tegelijkertijd
blijkt het in de praktijk niet altijd eenvoudig om zwemwaterlocaties in stedelijk
gebied te realiseren, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik, veiligheid, waterkwaliteit
en beheer.
In het kader van de afspraak in het Bestuurlijk Overleg Water om te verkennen waar
uitbreiding van zwemwaterlocaties mogelijk is, worden daarom samen met Rijkswaterstaat,
waterschappen, provincies, gemeenten en maatschappelijke partners de kansen en belemmeringen
voor zwemmen in stedelijk open water nader in beeld gebracht.
Publiekscommunicatie
Goede en actuele informatie is belangrijk om recreanten te helpen veilige keuzes te
maken. Daarbij is het van belang dat informatie begrijpelijk en toegankelijk is voor
verschillende doelgroepen. Daarom wordt landelijk gecommuniceerd over de kwaliteit
en veiligheid van aangewezen zwemwaterlocaties via zwemwater.nl en de Zwemwater-app. Deze informatievoorziening is een gezamenlijke voorziening van
Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen en biedt actuele informatie over alle
officiële zwemwaterlocaties.
Tijdens het zwemseizoen (voor de meeste locaties van 1 mei tot 30 september) worden
meetresultaten en eventuele waarschuwingen of verboden, bijvoorbeeld bij blauwalg,
botulisme of bacteriologische verontreiniging, via deze kanalen ontsloten. Daarnaast
plaatsen provincies op officiële zwemwaterlocaties informatieborden, zodat bezoekers
ook ter plekke kunnen zien of er waarschuwingen of beperkingen gelden.
In 2026 wordt gestart met een verkenning naar de publiekscommunicatie van de toekomst.
Daarbij wordt bezien hoe nieuwe technologische mogelijkheden kunnen bijdragen aan
betere, snellere en meer doelgroepgerichte informatievoorziening over zwemwater.
Veiligheid van zwemmen
De veiligheid van zwemmen in open water vraagt echter wel blijvende aandacht. Jaarlijks
overlijden in Nederland tussen de 100 en 150 mensen door verdrinking.
Driekwart van de verdrinkingen vond plaats in open water: een sloot, rivier, kanaal,
gracht, recreatieplas, meer, vijver of in zee. Het overgrote deel van de verdrinkingen
vindt plaats onder ouderen en nieuwkomers.
Om het risicobewustzijn te vergroten werken verschillende partijen samen binnen het
Nationaal Plan Zwemveiligheid. Vanuit deze samenwerking is de landelijke campagne
«Wie checkt jou? – Veilig in en uit het water» ontwikkeld. De campagne benadrukt het belang van voorbereid het water ingaan, samen
zwemmen en toezicht, bijvoorbeeld door een buddy in het water of iemand aan de kant.
Ook vraagt de campagne aandacht voor specifieke risico’s in open water, zoals stroming,
plotselinge temperatuurverschillen en veranderende omstandigheden.
Deze inzet op risicobewustzijn en zwemvaardigheid is van belang, omdat zwemmen in
open water vaak spontaan gebeurt op warme dagen, ook op plekken die niet altijd zijn
aangewezen als zwemwaterlocatie. Juist daarom is het belangrijk dat overheden, beheerders
en lokale partners zorgvuldig afwegen waar zwemmen verantwoord kan worden gefaciliteerd,
en waar het nodig is om risico’s actief te beperken of zwemmen te ontmoedigen.
De Wegwijzer Wildzwemmen
Om overheden te ondersteunen bij het omgaan met recreatief zwemmen buiten aangewezen
zwemwaterlocaties is de Wegwijzer Wildzwemmen ontwikkeld. Deze wegwijzer biedt een
praktisch hulpmiddel om per locatie te beoordelen of en hoe zwemmen veilig en verantwoord
mogelijk kan worden gemaakt en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Wanneer dat
niet mogelijk is, ondersteunt de wegwijzer ook bij het gemotiveerd ontmoedigen van
zwemmen, inclusief passende communicatie richting recreanten.
De wegwijzer helpt om alle relevante aspecten in samenhang te bekijken, zoals fysieke
veiligheid, waterkwaliteit, aanwezige scheepvaart, bereikbaarheid en de kenmerken
van de omgeving. Daarmee biedt de wegwijzer een gezamenlijke basis voor gemeenten,
provincies en waterbeheerders om tot duidelijke keuzes en afspraken te komen. Dit
is met name relevant in riviergebieden, waar het gebruik vaak snel verandert en meerdere
functies samenkomen.
In het Bestuurlijk Overleg Water is afgesproken dat Rijkswaterstaat in 2026 samen
met provincies een pilot start om te verkennen waar in riviergebieden nieuwe zwemwaterlocaties
kunnen worden aangewezen met behulp van de Wegwijzer Wildzwemmen. Daarbij wordt nadrukkelijk
aandacht besteed aan toegankelijkheid, waaronder voor mensen met een beperking.
Project Connected Rivers
Rijkswaterstaat ziet dat het gebruik van de Nederlandse grote rivieren is veranderd.
Naast de beroepsvaart maken ook recreatievaart en zwemmers steeds intensiever gebruik
van dezelfde vaarwegen. Dit is vooral zichtbaar in en nabij stedelijke gebieden en
bij knooppunten zoals bruggen en sluizen. Op warme dagen en bij lage waterstanden
neemt de drukte toe en worden veiligheidsrisico’s groter. Daarom werkt Rijkswaterstaat
samen met gebruikers en lokale partners aan concrete oplossingen om meervoudig gebruik
veilig en werkbaar te houden.
In 2022 is hiervoor het internationale project Connected Rivers gestart, waarin 13
organisaties uit zes Europese landen kennis en ervaring uitwisselen over het
omgaan met snel veranderend gebruik van rivieren. In meerdere landen worden experimenten
uitgevoerd om tot lokaal werkbare oplossingen te komen, die ook breder toepasbaar
zijn. Nederlandse experimenten vinden plaats in de Spiegelwaal bij Nijmegen en op
het IJ in Amsterdam.
De experimenten laten zien dat monitoring en gerichte communicatie direct kunnen bijdragen
aan meer veiligheid. Op het IJ in Amsterdam zijn vaarbewegingen met camera’s en sensoren
in beeld gebracht. Hierdoor werd zichtbaar dat recreatievaarders onbedoeld de minst
veilige routes kozen. In overleg met gebruikers zijn vervolgens nieuwe informatieborden
ontwikkeld. Herhaalde monitoring liet zien dat het aantal bijna-incidenten is afgenomen.
In de Spiegelwaal is monitoring van brugspringers ingezet. Daarbij bleek dat dit op
zomerse dagen kan oplopen tot circa 1.000 keer per dag en leidt tot tientallen risicovolle
situaties. Dit inzicht helpt om samen met betrokken partijen gerichte afspraken te
maken en maatregelen te nemen om de veiligheid van recreanten te verbeteren.
Uit de internationale samenwerking blijkt dat de groei van recreatie en zwemmers in
rivieren en steden een bredere Europese trend is. Connected Rivers draagt bij aan
kennisontwikkeling rond gedeelde verantwoordelijkheid, effectieve communicatie, monitoring
en digitalisering. In maart 2026 organiseert het project een internationale conferentie
op de Nederlandse ambassade in Parijs om ervaringen te delen en de samenwerking te
versterken. De opgedane inzichten kunnen tevens bijdragen aan de verdere ontwikkeling
van de EU Zwemwaterrichtlijn.
Project Het Strand Veilig
In 2021 is het project Het Strand Veilig gestart. Dit project is een samenwerking tussen onder meer de Nationale Raad Zwemveiligheid
(NRZ), Reddingsbrigade Nederland, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij
(KNRM) en het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemwaterlocaties (NIVZ), in opdracht
van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat. Het project is gestart naar aanleiding van het grote aantal verdrinkingen
in de zomer van 2020.
Het project heeft als doel het zwem- en strandveiligheidsniveau aan de Nederlandse
kust te versterken. In dat kader is onder meer de Code Lifeguarding ontwikkeld als kwaliteitstandaard voor meer uniformiteit en duidelijkheid in het
toezicht en de hulpverlening langs de kust. Ook zijn vernieuwde waarschuwingsvlaggen
ontwikkeld en landelijk ingevoerd, met als doel strandbezoekers beter en eenduidiger
te informeren.
Het project wordt voortgezet tot en met 2028. Daarmee wordt ook in 2026 ingezet op
verdere professionalisering, samenwerking tussen partners en het versterken van de
strandveiligheidsaanpak.
Vervolg en toezegging
In het Bestuurlijk Overleg Water is afgesproken dat provincies, gemeenten, waterschappen
en Rijkswaterstaat gezamenlijk verkennen waar uitbreiding van zwemwaterlocaties mogelijk
is. Daarbij wordt de Wegwijzer Wildzwemmen ingezet als praktisch hulpmiddel om per
locatie zorgvuldig te beoordelen wat veilig en verantwoord kan.
Als onderdeel hiervan start Rijkswaterstaat in 2026 samen met provincies een pilot
in riviergebieden. In de pilot wordt tevens aandacht besteed aan toegankelijkheid,
waaronder voor mensen met een beperking. De Kamer wordt in de tweede helft van 2026
geïnformeerd over de voortgang en de eerste resultaten.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat