Brief regering : Tijdelijke verbinding Gerrit Krolbrug
36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 januari 2026
Op 1 oktober 2025 heeft u mij gevraagd om te reflecteren op de brief die de gemeente
Groningen u heeft gestuurd met betrekking tot het besluit om geen tijdelijke verbinding
Gerrit Krolbrug (GKB) te realiseren. Ik heb deze brief met aandacht gelezen en herken
de oproep die de gemeente hiermee doet. U heeft gevraagd om tijdig voor het notaoverleg
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) op deze brief te reageren.
De gemeente Groningen vraagt in haar de brief om in afwijking van het reeds genomen
besluit, toch een tijdelijke vervangende verbinding tijdens de bouw van de GKB mogelijk
te maken. Daarbij spreekt de gemeente ook haar zorg uit over de sociale veiligheid
van de beoogde omrijdroutes. Ik geef in deze brief eerst een terugblik op het proces
tot nu toe, vervolgens ga ik in op mijn overwegingen om te komen tot het genomen besluit.
Ten slotte geef ik een vooruitblik op het proces, reflecteer ik op de sociale onveiligheid
en geef ik aan wat ik de stad kan bieden om de hinder te beperken.
De teleurstelling die in de stad en omgeving is ontstaan begrijp ik goed. Sinds de
aanvaring van de GKB in 2021 is de verbinding ter plaatse voor veel inwoners weggevallen.
De aanleg van de hellingbanen heeft de verbinding slechts voor een deel van de gebruikers
van de brug hersteld. Ik besef welke impact dit heeft voor inwoners die gebruik maken
van de hellingbanen en de fiets-/loopbruggen.
Het proces tot nu toe
Bij het project nieuwbouw GKB is in een vroeg stadium nagedacht over hinder, omdat
het gaat om een zeer grote groep gebruikers die dagelijks gebruik maken van de brug.
Op basis van een veiligheidsanalyse en de beperkte fysieke ruimte, die de opdrachtnemer
heeft om de nieuwe brug en aanlandingen te bouwen, is besloten dat vanaf de start
van de nieuwbouw de huidige verbinding tijdens de realisatie komt te vervallen. Ter
voorkoming van hinder zijn verschillende maatregelen onderzocht. De meesten bleken
niet haalbaar vanwege uiteenlopende redenen zoals nautische veiligheid, ruimtelijke
inpassing en gebruik. De enig overgebleven mogelijke kansrijke maatregel voor de hinderaanpak
was het gebruik maken van één van de rijstroken van de Busbaanbrug voor fiets-wandelverkeer
tijdens de nieuwbouw van de brug. De kosten werden ingeschat op € 6 miljoen en toenmalig
Minister Harbers heeft hiervoor budget ter beschikking gesteld.
Rijkswaterstaat (RWS) heeft in nauwe samenwerking met gemeente Groningen het onderzoek
naar de tijdelijke verbinding uitgevoerd. De uitwerking heeft echter laten zien dat
het veel complexer is dan vooraf gedacht, waardoor de maatregel duurder is geworden:
• grondvervuiling maakte een specifieke funderingswijze noodzakelijk, welke kostenverhogend
werkt en goedkopere alternatieven uitsluit;
• relatief lange hellingbanen (om de Busbaanbrug op te kunnen fietsen) en maatwerk op
de Busbaanbrug zoals hoger en compacter leuningwerk en plateaus (struikelgevaar) om
veilig gebruik mogelijk te maken;
• veiligheidsmaatregelen zoals barriers en verkeersregelinstallaties (VRI) op de Busbaanbrug
ter bescherming van fietsers/voetgangers i.v.m. (bus)verkeer;
• kosten voor brugopeningen in geval van calamiteiten en om te voorkomen dat de Busbaanbrug
onherstelbaar beschadigt aan bewegingswerken i.v.m. geen gebruik.
Overwegingen om te komen tot het besluit
Bij de verdere uitwerking van de tijdelijke verbinding hebben bovenstaande complicerende
factoren eraan bijgedragen dat de kosten zijn gestegen tot meer dan € 10 miljoen.
Dit komt mede door de extra lengte die nodig is voor de hellingbanen. Verder is de
nieuwe brug € 20 miljoen duurder geworden, onder ander als gevolg van ontwikkelingen
in de markt, maar ook door ruimtelijke inpassing. Ook de reistijdwinst van de tijdelijke
voorziening is minder groot dan aanvankelijk gedacht. Zo is er sprake van 2 minuten
reistijdwinst op het omfietsen van totaal circa 8 minuten per enkele reis.
In de media, bij gebruikers en omwonenden zijn er verschillende beelden ontstaan over
de extra reistijd en mogelijke reistijdwinst met een tijdelijke verbinding. De tijdelijke
voorziening is niet voorzien naast de huidige GKB, maar bij de Busbaanbrug. In de
afweging om wel of niet een tijdelijke verbinding te realiseren is een aantal representatieve
omrijdroutes uitgewerkt (zie bijlage). In welke situatie dan ook – wel of geen tijdelijke
verbinding –, er zal altijd omgefietst dan wel gewandeld moeten worden.
De financiële situatie van het Mobiliteitsfonds staat onder druk en IenW heeft te
maken met veel tegenvallers op de projecten, waaronder de GKB. Om die reden wordt
er bij elk project gekeken naar versoberingen. In overleg met de gemeente is afgesproken
om geen versoberingen in het ontwerp door te voeren, deze zouden ook leiden tot vertraging.
Met alle begrip en waardering voor de inzet van de raad en de ingebrachte petitie
door de inwoners, heb ik besloten om geen tijdelijke voorziening aan te leggen bij
de Busbaanbrug. Het oorspronkelijke budget van € 6 miljoen voor de voorziening bij
de Busbaanbrug is ingezet voor de nieuwe brug, zodat de nieuwbouw geen vertraging
oploopt. Het overige tekort is vanuit het Mobiliteitsfonds gedekt en gaat daarmee
ten koste van andere knelpunten in Nederland.
Ik zie geen mogelijkheden om binnen het Mobiliteitsfonds € 10 miljoen extra beschikbaar
te stellen voor de tijdelijke verbinding en vind een tijdelijke verbinding van € 10 miljoen,
gegeven de relatief beperkte reistijdwinst, niet proportioneel. Om die redenen is
dan ook in het BO-MIRT afgesproken om in te zetten op minder hindermaatregelen, die
nodig zijn als de nieuwe Gerrit Krolbrug wordt gerealiseerd. Hierbij worden de maatregelen
die genomen moeten worden voor fietsers, voetgangers en minder mobiele gebruikers
vooropgesteld (zie ook brief Uitkomsten BO's MIRT 2026 voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening).
Vooruitblik en zorgen sociale veiligheid
Dat ik besloten heb geen tijdelijke verbinding te realiseren, maakt dat ik me extra
ga inspannen om samen met RWS en de gemeente voor alternatieve oplossingen te zorgen.
In een brief aan de gemeente Groningen (d.d. 18 september 2025) is aangegeven dat
RWS samen met gemeente Groningen tot een aanpak komt om de hinder zoveel als mogelijk
te voorkomen. Voor fietsers voorziet RWS alternatieve verbindingen over de nabijgelegen
Noordzeebrug en Oostersluis, de benodigde aanpassingen zijn reeds geïdentificeerd
en uitgewerkt. Deze worden zo snel als mogelijk in 2026 gerealiseerd.
Ook kwetsbare doelgroepen (zoals voetgangers, minder-validen) hebben mijn bijzondere
aandacht. Op mijn verzoek is RWS met hen in gesprek, stemt specifieke maatregelen
af en gaat waar mogelijk maatwerk bieden. Voorbeelden van maatwerk zijn de inzet van
taxi’s, een alternatieve locatie voor de voedselbank en eventueel een extra buslijn/bushalte.
RWS wil in nauw contact blijven met alle gebruikers en richt daarvoor de huidige Brugwachterswoning
nabij de GKB in als informatieloket waar men onder andere met vragen en zorgen terecht
kan. De verwachting is dat dit loket medio 2026 wordt geopend. De gerealiseerde maatregelen
zullen periodiek worden gemonitord, geëvalueerd en waar nodig worden bijgesteld. Voor
deze maatregelen heb ik aanvullend op de standaard kaders financiële middelen beschikbaar
gesteld.
De gemeente spreekt in haar brief de zorgen uit over de sociale veiligheid van de
beoogde omleidingsroutes. Deze zorgen zijn bij ons en gemeente Groningen bekend en
worden met zorg opgepakt. Daarvoor neemt RWS het initiatief met experts van Stichting
Veilig Onderhoud en Beheer (SVOB). De omleidingsroutes worden conform de CPTED-aanpak
geschikt gemaakt (in Nederlands Veilig Ontwerp en Beheer). Dit is een wereldwijd gehanteerde
aanpak waarbij criminaliteit, overlast, ongewenst gedrag en onveiligheidsgevoel in
de omgeving worden beperkt. Dat geldt voor zowel de beoogde omleidingsroutes, maar
ook voor de bestaande routes welke bij gemeente Groningen in eigendom en beheer zijn.
De aangeboden petitie laat zien dat de dagelijkse gebruikers van de GKB een goede
oplossing willen zien voor de huidige situatie bij de brug. Uiteraard wil ik dat ook
graag. Het is van groot belang voortvarend met de nieuwbouw aan de slag te gaan, zodat
er in 2029 een mooie, veilige en snelle verbinding is gerealiseerd. In deze brief
heb ik geschetst welke extra maatregelen worden betroffen. Ik ben graag bereid nader
in gesprek te gaan met het college van B&W van de stad Groningen en de gedeputeerde
van de provincie Groningen over mogelijkheden om de effecten van de hinder als gevolg
van het zo snel mogelijk bouwen van de nieuwe Gerrit Krol-brug nog verdergaand te
beperken.
Bovenstaand heb ik ook separaat overgebracht aan het college van B&W van de stad Groningen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Bijlage 1 Gerrit Krolbrug: omleidingsroutes
RWS heeft een aantal representatieve routes (in KM) in de wijken Hunze en Van Starkenborg
en Beijum bepaald en hiervan de huidige afstand via de GKB afgezet tegen de route
via de Busbaanbrug en de voorziene omrijroute. Het gaat om de volgende 6 routes:
1. Middelbareschool Wessel Gansfoort College – Apartementencomplex De Brugwachter, Korreweg.
2. Rensumaheer (Beijum) – Grote Markt Groningen.
3. Basisschool ’t Karrepad – Henk Plenterlaan (wijk Hunze en van Starkenborg).
4. Buurthuis Floreshuis – Sportcentrum Kardinge.
5. Basisschool St Franciscusschool – Lavendelweg (Lewenborg)
6. Basisschool St Franciscusschool – Van Ravesteynpad (wijk Hunze en van Starkenborg).
Er dient met het bepalen van de extra reistijd rekening te worden gehouden dat bij
de variant «via de Busbaanbrug» er sprake is van extra reistijd als gevolg van het
feit dat de Busbaanbrug niet direct naast de GKB ligt en dat er aan de Busbaanbrug
tijdelijke hellingbanen worden aangelegd die gezamenlijk 800 meter lang zijn (met
een stijgingspercentage van 3,1%).
Voor alle routes geldt dat de reistijd langer wordt als huidige fiets/loopbruggen
bij de GKB komt te vervallen. Er is voor twee routes sprake van minder reistijd via
de Busbaanbrug dan via de andere omrijroute (Buurthuis Floreshuis - Sportcentrum Kardinge
en Basisschool St Franciscusschool - Lavendelweg (Lewenborg). De route via de Busbaanbrug
is respectievelijk 800 en 300 meter korter dan via de omrijroute.
Hieronder zijn de routes schematisch weergegeven:
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat