Brief regering : Uitwerking consequenties financiële situatie politie 2026
29 628 Politie
Nr. 1303
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 januari 2026
In het commissiedebat Politie van 18 december jl. heb ik de leden Michon-Derkzen (VVD),
Van der Werf (D66) en Van Dijk (SGP) toegezegd om voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg
«Begrotingsonderdeel politie» van 26 januari a.s. een brief te sturen met een uitwerking
van de financiële situatie bij de politie voor 2026 en de consequenties daarvan voor
de basisteams. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.1
Zoals toegelicht in het eerste halfjaarbericht 2025 is bij de politie sprake van meerjarige
financiële problematiek. De financiële situatie van de politie staat reeds enige jaren
onder druk door verschillende oorzaken: hogere, onvermijdbare kosten voor het politiepersoneel
die worden gemaakt vanuit goed werkgeverschap (bijvoorbeeld de vangnetregeling voor
veilig en gezond werken en uitgaven in verband met arbeidsongeschiktheid), sterk oplopende
kosten voor informatievoorziening en digitalisering, hogere huisvestingskosten en
bezuinigingstaakstellingen. Tot nu toe kon deze financiële problematiek worden gedekt
uit de onderbezetting op de personele formatie. Dit was echter een tijdelijke oplossing
voor een structureel probleem, omdat het financiële effect van de personele onderbezetting
terugloopt. Voor de operatie, maar ook voor de maatschappij, is de groei van de bezetting
in de allereerste plaats goed nieuws. Het zorgt er echter ook voor dat de mogelijkheid
van dekking voor de financiële problematiek terugloopt en keuzes noodzakelijk zijn
om de financierbaarheid van de politie structureel te borgen.
De initiële doorlichting van de politie liet een aanzienlijke opgave zien (oplopend
tot circa € 850 miljoen structureel). De politie heeft deze opgave zelf teruggebracht
door keuzes en financieel-technische maatregelen die de taakuitvoering van de politie
niet raken. De financiële restproblematiek bedraagt in 2026 € 46 miljoen en loopt
op tot structureel ongeveer € 350 miljoen vanaf 2030.
Uitwerking van de financiële situatie voor 2026
Ik geef u in het onderstaande informatie over de huidige stand van zaken; deze is
nog in beweging. De politie is nog volop bezig om samen met de desbetreffende gezagen
in de eenheden de precieze consequenties in kaart te brengen.
De financiële problematiek op de begroting voor 2026 kan voor een groot deel gedekt
worden door financieel-technische maatregelen, zoals de inzet van het eigen vermogen,
het herbestemmen van bijzondere bijdragen, maatregelen zoals temporisering van uitgaven
en het inzetten van de middelen die vrijvallen vanwege de voorziene personele onderbezetting.
Hiermee kan echter niet de gehele problematiek voor 2026 worden gedekt, er is ook
een begrenzing nodig van de personele bezetting (ik verwijs u naar de aan uw Kamer
gezonden begroting en beheerplan Nationale Politie 2026–20302).
Hoe de begrenzing van de personele bezetting wordt ingevuld, wordt hieronder toegelicht.
In 2026 bedraagt de totale politiebegroting ca. € 8,5 miljard. Op basis van de formatie
van de politie zou hiervan ca. € 5,3 miljard benodigd zijn voor de vaste personele
kosten van de totale vastgestelde formatie. Gezien de financiële problematiek is het
volledig invullen van de formatie binnen de bestaande financiële kaders in 2026 echter
niet betaalbaar.
In het najaar is door de politie in politie-eenheden met de desbetreffende gezagen
de indicatieve en richtinggevende consequenties voor 2026 besproken op basis van laatst
gevalideerde cijferbeeld (zie bijlage 1). In het LOVP van 24 november 2025 is dit
cijferbeeld met de consequenties voor 2026 door politie ingebracht. Dit cijferbeeld
laat zien dat de financiële opgave leidt tot een noodzakelijke neerwaartse bijstelling
van het budget 2026 van in totaal € 156 miljoen. Dit bestaat uit een reeds voorziene
onderbezetting van geschat € 110 miljoen en een financiële restopgave van € 46 miljoen
die gedekt moet worden uit het actief begrenzen van de personele bezetting. Ik licht
dit hieronder nader toe.
De voorziene personele onderbezetting van € 110 miljoen wordt opgevangen door het
niet vanzelfsprekend 100% bezetten van de formatie (natuurlijk verloop) en overige
voorziene onderbezetting van de formatie. Begroten op een 100 procent bezetting van
de formatie is niet realistisch. Net zoals bij andere grote organisaties met veel
personeel, en net als in voorgaande jaren, is er namelijk altijd sprake van (onbedoelde)
niet gevulde formatieplekken of natuurlijk verloop dat niet direct kan worden ingevuld.
Dit komt bijvoorbeeld door de tijd die zit tussen het openstellen van een vacature
en de daadwerkelijke start van een nieuwe medewerker. In de voorgaande jaren (voor
begroting 2025) werd deze voorziene onderbezetting echter niet op voorhand in de politiebegroting
ingeboekt, maar werd enkel achteraf zichtbaar in de jaarverantwoording. Om realistischer
te begroten is ter dekking van de financiële problematiek vanaf begroting 2025 in
de vastgestelde politiebegroting nu ook de voorziene onderbezetting als technische
maatregel ingeboekt. Vanaf 2026 wordt dit ook voorafgaand aan het begrotingsjaar per
eenheid verdeeld.
De voorziene personele onderbezetting betreft de raming uit de vastgestelde politiebegroting
2026 (augustus 2025). Politie heeft mij laten weten dat zij constateren dat de bezetting
zich positief ontwikkelt, maar zij hebben nog geen nieuwe prognose van de onderbezetting.
In de realisatie gedurende 2026 zal moeten blijken in hoeverre de voorziene onderbezetting
zich daadwerkelijk voordoet. Wanneer deze voorziene personele onderbezetting lager
uitvalt dan in de begroting geraamd, zullen er minder middelen vrijvallen voor het
dekken van de financiële problematiek op de politiebegroting. Het gevolg daarvan is
dat er een grotere begrenzing van de personele bezetting benodigd zal zijn.
Deze voorziene onderbezetting is niet voldoende om de financiële problematiek 2026
volledig op te lossen. Om tot een sluitende begroting te komen is het naast deze voorziene
personele onderbezetting (en een aantal andere technische maatregelen) noodzakelijk
om de personele bezetting verder te begrenzen met een bedrag van € 46 miljoen.
Zoals besproken in het LOVP van 24 november 2025 treffen de eenheden, waar nodig in
overleg met het gezag, maatregelen om de financiële opgave van hun eenheid in te vullen.
Uit het cijferbeeld (zie bijlage 1) blijkt dat in 2026 vooralsnog de verwachting is
dat groei van de bezetting in de meeste eenheden mogelijk blijft, maar op een lager
niveau dan de eerder vastgestelde formatie («minder meer»»). Op basis van het huidige
cijferbeeld zijn dit bijvoorbeeld de landelijke eenheden.
Bij enkele eenheden en organisatieonderdelen ligt het budget voor de bezetting lager
dan de prognose van de kosten van de bezetting in 2026. Die eenheden hebben een opgave
om de bestaande bezetting te beperken, ook al ligt die bezetting onder de vastgestelde
formatie. Op basis van het huidige cijferbeeld zijn dit bijvoorbeeld de organisatieonderdelen
zoals het Politiedienstencentrum en de staf korpsleiding en de eenheden Oost-Nederland,
Rotterdam en Noord-Nederland. Op hoofdlijnen betreffen de maatregelen in deze eenheden:
– Strakkere vacatureregie (vacatures die er zijn of ontstaan niet invullen)
– Afbouw van overbezetting;
– Afbouw van personele bezetting door sluiten van al aangekondigde locaties;
– Terugdringen van tijdelijke tewerkstellingen.
Met het vaststellen van de begroting voor de politie zijn afspraken gemaakt hoe de
personele begrenzing moet plaatsvinden. In alle eenheden zullen bij het treffen van
beheersmaatregelen in 2026 de basisteams (gebiedsgebonden politie en opsporing) helemaal
buiten beschouwing worden gehouden. Ook wordt in 2026 niet getornd aan de instroom
van aspiranten. Er zullen geen mensen worden ontslagen. De niet-operationele capaciteit
op de bedrijfsvoering wordt hoger aangeslagen (bijvoorbeeld staf, communicatie, coördinatie,
en management).
Hiermee wordt maximaal ingezet op het ontzien van de operationele slagkracht. De precieze
keuzes in een eenheid zullen met de desbetreffende gezagen worden gemaakt.
Vervolgtraject
In deze brief informeer ik uw Kamer over het huidige financiële beeld, dat nog in
beweging is. De politie is nog volop bezig om samen met de desbetreffende gezagen
in de eenheden de precieze consequenties in kaart te brengen. Ik acht het van belang
dat zij hiervoor de benodigde ruimte krijgen om tot gedegen oplossingen te komen.
Op basis van JenV-ontwerpbegroting zijn de financiële kaders bij de politie vastgesteld.
De politie zal hierover nader verantwoording aan mij afleggen in de jaarverantwoording
2026. Daarbij zal ik de politie en de gezagen ook verzoeken de precieze consequenties
in beeld te brengen. Deze jaarverantwoording zal ik, zoals gebruikelijk, uw Kamer
doen toekomen.
Zoals in het tweede halfjaarbericht 2025 gemeld, treft de korpschef samen met de gezagen
voorbereidingen voor het maken van keuzes om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting
vanaf 2027. U wordt hierover in het eerste halfjaarbericht 2026 nader geïnformeerd.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
BIJLAGE 1
Tabel indicatieve uitwerking consequenties eenheden en organisatieonderdelen 2026
*Betreft een reserve in geval bijstelling niet gerealiseerd wordt.
Leeswijzer tabel
De Minister van Justitie en Veiligheid stelt het budget vast voor de politie. Van
dit budget wordt een deel gealloceerd voor de formatie. Dit budget is weer verdeeld
over de eenheden op basis van de sterkteverdeelsystematiek. Wanneer er geen financiële
problematiek zou zijn, zou – we nemen als voorbeeld de eenheid Noord-Nederland – deze
eenheid € 321 miljoen budget voor personeel ontvangen op basis van de vastgestelde
formatie (kolom 1). Doordat er in 2026 een financiële opgave is wordt dit budget bijgesteld
met – 12 miljoen (kolom 2). Daarom ontvangt de eenheid Noord-Nederland een bijgesteld
budget voor 2026 van € 309 miljoen (kolom 3). De prognose is dat de eenheid Noord-Nederland
€ 313 miljoen aan kosten heeft in 2026 op basis van de aanwezige bezetting (kolom
4). De eenheid Noord-Nederland moet dus (indicatief) € 4 miljoen minder gaan uitgeven
dan dat zij nu denken nodig te hebben voor het reeds aanwezige personeel dit jaar
(kolom 5). De cijfers in de tabel zijn indicatief en richtinggevend; het betreft de
laatst gevalideerde cijfers, die nog kunnen wijzigen.
De totale neerwaartse bijstelling van het budget van € 156 miljoen is met een gewogen
gemiddelde verdeeld over de eenheden en organisatieonderdelen. Waarbij de eenheden
en organisatieonderdelen die relatief gezien het hardst geraakt werden gecompenseerd
zijn, zodat de noodzakelijke beperking van de bezetting uitvoerbaar is.
In de praktijk betekent dit voor elke eenheid en elk organisatieonderdeel iets anders.
Dit is mede afhankelijk van in hoeverre er nog ruimte is tussen formatie en bezetting.
Specifiek voor de LO en de LX geldt dat deze eenheden relatief meer financiële ruimte
hebben dan de regionale eenheden om de aanwezige bezetting in 2026 verder uit te breiden.
Dat is het gevolg van de transitie van de voormalige Landelijke Eenheid in twee separate
eenheden en investeringen in taken op het vlak van onder meer statelijke inmenging,
heimelijk werk en bewaken en beveiligen.
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid