Brief regering : Ontwikkelingen omtrent Duurzaam herstel
33 529 Gaswinning
Nr. 1370 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 januari 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over aanpassingen die het Instituut Mijnbouwschade
Groningen (hierna: IMG) heeft doorgevoerd in de werkwijze bij de regeling Duurzaam
herstel. Deze aanpassingen zijn per 1 januari van dit jaar in werking getreden1 en dienen onder meer om vaker een passende oplossing te kunnen bieden (door het maximumbedrag
per adres te verhogen) en Duurzaam herstel gericht in te kunnen zetten voor de zwaarst
getroffen gebieden. De aanpassingen volgen uit de recente afronding van de pilotfase
en zijn bedoeld om de regeling op een toekomstbestendige wijze vorm te geven.
Achtergrond
Doel van Duurzaam herstel
Duurzaam herstel is een regeling die als doel heeft om toekomstige, terugkerende mijnbouwschade
bij woningen te beperken of voorkomen. Dit gebeurt door onderliggende constructieve
gebreken aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan het verstevigen van een verzwakte kapconstructie
of fundering, zodat bij een nieuwe beving niet gelijk weer scheuren in muren ontstaan.
Naast toekomstige schade, wordt hiermee ook veel overlast en stress voor bewoners
voorkomen2.
Het gaat bij Duurzaam herstel niet om het oplossen van constructieve gebreken die
zélf door de gaswinning veroorzaakt zijn – dat valt onder de reguliere schadeafhandeling.
In plaats daarvan gaat het om het oplossen van onderliggende constructieve gebreken
die een andere oorzaak hebben, maar er wel aan bijdragen dat mijnbouwschade elders
in de woning (steeds) terugkeert of verergert. Duurzaam herstel gaat daarmee verder
dan de wettelijke aansprakelijkheid van de NAM. Hiervoor is middels het amendement
Mulder3 een aanvullende wettelijke grondslag gecreëerd, die het IMG de bevoegdheid geeft
om «een in redelijkheid te bepalen tegemoetkoming in geld of natura toe [te] kennen
voor iedere redelijke maatregel die nodig is om te bewerkstelligen dat de schade waarvoor
vergoeding wordt toegekend, duurzaam kan worden hersteld.».
Start van de uitvoering
Het IMG is in de zomer van 2023 gestart met de uitvoering van Duurzaam herstel in
de omgeving van Appingedam, Ten Boer en Loppersum. Vanwege onzekerheden vooraf over
de aard en omvang van de opgave is destijds gekozen voor een pilotaanpak. Dit betekende
een stapsgewijze uitrol van de regeling vanuit de kern van het aardbevingsgebied en
een lerende werkwijze, met verschillende tussentijdse evaluatiemomenten. Hierbij zijn
onder meer het Groninger Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging nauw betrokken geweest.
In 2024 is het toepassingsgebied van Duurzaam herstel uitgebreid, waarbij zoveel mogelijk
is aangesloten bij het werkgebied van de versterkingsopgave. Uitgangspunt hierbij
is dat wanneer er sprake is van samenloop met de uitvoering van de versterking, bewoners,
waar mogelijk, de keuze krijgen om beide opgaves in één keer te laten oppakken. Hoewel
dit impact kan hebben op de doorlooptijd van de versterking, wordt eraan gehecht deze
extra kwaliteit aan de bewoner te kunnen leveren.
Het IMG toetst proactief of woningen mogelijk in aanmerking komen voor Duurzaam herstel.
Dit gebeurt zowel bij actuele schademeldingen als bij oude dossiers. In het geval
van samenloop, kan NCG ook zelfstandig adressen aandragen. Wanneer een woning aan
de gestelde criteria voldoet neemt het IMG telefonisch contact op met de eigenaar.
Als de eigenaar aangeeft interesse te hebben in Duurzaam herstel, dan volgt een keukentafelgesprek
over de regeling en de mogelijkheden.
De afgelopen maanden heeft het IMG de geleerde lessen uit de pilotfase verwerkt in
een toekomstbestendig beleidskader voor de uitvoering van Duurzaam herstel. Dit nieuwe
beleidskader is per 1 januari jl. in werking getreden en wordt over een jaar geëvalueerd.
Geleerde lessen en aanpassingen
Aanpassing drempelbedrag
Duurzaam herstel is een oplossing voor mensen die te maken hebben met (steeds) terugkerende
schades door de gaswinning. Dat zorgt voor veel stress en frustratie. Schades die
net zijn verholpen, keren weer terug, en bewoners voelen zich soms niet veilig in
hun eigen woning. Duurzaam herstel helpt om de onderliggende redenen voor deze terugkerende
schades op te lossen. Het is vaak een intensief en kostbaar traject, omdat er structurele
ingrepen aan een woning nodig zijn. Daarbij is het soms ook nodig dat bewoners tijdelijk
ergens anders moeten wonen.
Bij de start van de pilotfase is daarom afgesproken dat er – naast een technische
aanleiding – op een adres sprake moest zijn (geweest) van minimaal 15.000 euro erkende
bevingsschade om in aanmerking te komen voor Duurzaam herstel. Daar moet ook schade
bij zitten die nog niet eerder afgehandeld is. De redenering hierachter was dat je
met zo’n drempelbedrag selecteert op de adressen waar het voorkomen van toekomstige
schades met Duurzaam herstel de grootste meerwaarde zou hebben.
In de praktijk bleek deze voorwaarde echter lastig, doordat de hoogte van het totale
schadebedrag vaak meer afhangt van de afwerkingskosten en materiaalkosten bij de woning
in kwestie, dan met de kans op herhaalschade. Om dit te ondervangen worden bij deze
toegangsvoorwaarde daarom voortaan alleen nog de kosten meegerekend van de schade
die samenhangt met het te herstellen constructieve gebrek4. Door deze aanpassing wordt de mate van samenhang tussen het schadebedrag en de daadwerkelijke
constructieve problematiek vergroot. Omdat hiermee nog maar een beperkter deel van
het schadebeeld wordt meegerekend is het grensbedrag tegelijkertijd verlaagd naar
5.000 euro.
Verhoging maximumbedrag
Een belangrijke bevinding uit de pilot is dat Duurzaam herstel in de praktijk minder
vaak nodig is dan oorspronkelijk verwacht, maar wanneer het wél aan de orde is de
kosten (veel) hoger kunnen liggen dan waar aanvankelijk rekening mee werd gehouden.
Met name wanneer sprake is van funderingsproblematiek lopen de kosten sterk op. Oorspronkelijk
was nog rekening gehouden met maximale kosten van € 125.000 per adres, met een discretionaire
bevoegdheid voor het IMG om in uitzonderlijke gevallen ook grotere bedragen toe te
kennen. In de praktijk zien we echter dat de gemiddelde kosten per adres nu al meer
dan € 125.000 bedragen, met geregeld bedragen die hier nog ver boven uitstijgen.
Daarmee dreigde de uitzondering van deze discretionaire bevoegdheid dus in de regel
te veranderen, wat zich niet verhoudt tot waar zo’n discretionaire bevoegdheid voor
bedoeld is. Per 1 januari jl. is het maximumbedrag daarom verhoogd tot de WOZ-waarde
van het betreffende adres, met een maximum van € 500.000. Dit creëert voor bewoners
en uitvoering helderheid over de kaders en biedt meer ruimte om echte oplossingen
te bieden die aansluiten bij de praktijk. Voor Rijksmonumenten geldt dit maximumbedrag
overigens niet, gelet op de bijzondere positie van deze panden.
Vaststelling toepassingsgebied duurzaam herstel
De uitvoering van Duurzaam herstel blijkt niet alleen kostbaarder te zijn dan vooraf
gedacht, maar doet ook een groot beroep op de beschikbare uitvoeringscapaciteit en
grijpt diep in op het leven van de bewoners in kwestie. Het is dan ook van belang
dat deze maatregel gericht kan worden ingezet. Daarbij gelden ook proportionaliteitsoverwegingen;
Duurzaam herstel ziet immers op het herstel van constructieve gebreken die niet veroorzaakt
zijn door de gaswinning. In de praktijk ligt de oorzaak van deze gebreken vaker in
(een combinatie van) verouderde constructies en verdroging. Deze factoren leiden ook
elders in Nederland in toenemende mate tot vergelijkbare (fundering)schadeproblematiek,
waarbij het uitgangspunt is dat woningeigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor herstel.
Cruciaal voor Duurzaam herstel is daarom dat er een redelijke verhouding moet bestaan
tussen het constructief herstel en het voorkomen van toekomstige schade door de gaswinning.
Om dit te borgen heeft het IMG ervoor gekozen Duurzaam herstel alleen aan te bieden
in de gebieden waar een reëel risico op toekomstige schade door de gaswinning bestaat.
Dit betreft de kern van het bevingsgebied, waar mensen al vaak te maken hebben gehad
met risico op terugkerende schade. Juist voor hen zou Duurzaam herstel een structurele
oplossing kunnen bieden om terugkerende schades te voorkomen.
Concreet betekent dit dat adressen die in de periode tot 1 januari 2026 minimaal vier
bevingen van 5mm/s hebben ondervonden in aanmerking kunnen komen voor Duurzaam herstel.
Vanuit het voorzorgsprincipe heeft IMG deze afbakening ruim gekozen, onder meer door
uit te gaan van historische seismiciteit. Dit leidt naar verwachting tot een groter
toepassingsgebied dan wanneer zou worden uitgegaan van nog te verwachten aardbevingen.
Ter illustratie: het effectgebied van 5mm/s van de beving bij Zeerijp op 14 november
jl. viel nagenoeg volledig binnen de duurzaam herstel afbakening.
Met deze aanpassingen heeft het IMG een balans gezocht tussen het vergroten van de
slagkracht van Duurzaam herstel enerzijds, en het focussen op de plek waar dit de
meeste meerwaarde heeft – de kern van het aardbevingsgebied – anderzijds. Voor individuele
schrijnende gevallen in de rest van het effectgebied blijft er via onder meer het
Interventieteam Vastgelopen Situaties en de Commissie Bijzondere Situaties een uitzonderingsmogelijkheid
bestaan. Ook in het oorspronkelijke pilotgebied zullen alle bestaande Duurzaam herstel
dossiers gewoon worden afgemaakt, met toepassing van het verhoogde maximumbedrag.
Ik realiseer mij dat elke grensafbakening in de hersteloperatie leidt tot nieuwe discussies
en verschillen tussen bewoners. Tegelijkertijd herken ik ook een bredere wens in Groningen
om juist voor de kern van het bevingsgebied meer oplossingsruimte te creëren. Met
Duurzaam herstel zetten we één van onze zwaarste hulpmiddelen gericht in voor de inwoners
van de zwaarst getroffen gebieden.
Versimpelen en versnellen uitvoering
Een laatste aandachtspunt is de praktische uitvoering van de regeling. Met duurzaam
herstel is door het IMG in een relatief korte tijd een volledig nieuwe werkwijze opgezet.
Tegelijkertijd zijn met de NCG uitvoeringsafspraken gemaakt zodat bewoners zoveel
mogelijk in één keer geholpen kunnen worden. We zien dat de praktijk weerbarstig is,
en het heeft tijd gekost om de werkwijze hier goed op aan te laten sluiten en in te
passen in de bestaande uitvoeringsoperaties. Dat geldt zowel voor duurzaam herstel
met als zonder samenloop met de versterkingsopgave. Verbeteringen waar de komende
tijd aan doorgewerkt wordt zitten met name in het versnellen van de uitvoering, het
versimpelen van processen en in de duidelijkheid voor bewoners over wat zij kunnen
en mogen verwachten. De nieuwe, toekomstbestendige werkwijze moet hieraan bijdragen.
Ook werkt het IMG, samen met NCG waar het samenloop met de versterking betreft, de
komende maanden verder aan het in kaart brengen en adresseren van mogelijke knel-
en verbeterpunten. Hierbij worden ook de regionale overheden betrokken.
Tot slot
Met duurzaam herstel zal het IMG de komende jaren juist voor de bewoners in de zwaarst
getroffen gebieden iets extra’s kunnen blijven doen. De werkwijze bevat ook veel elementen
waar ik positief over ben. Het proactief benaderen van bewoners, de integrale samenwerking
tussen het IMG en de NCG bij samenloop met de versterking en de aanvullende financiële
en juridische ruimte in de uitvoering om te doen wat nodig is, kan het verschil maken.
Met deze uitgangspunten staat er een solide basis om de komende jaren op voort te
bouwen aan het herstel van Groningen.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Ondertekenaars
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties