Brief regering : Onderzoek van de Universiteit Leiden naar de werking van de informatiebeschikking
33 772 Evaluatie Wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus
Nr. 7
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
In de brief van 6 februari 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek van de
Universiteit Leiden uit 2023 naar de werking van de informatiebeschikking1. In het onderzoek kwam naar voren dat de informatiebeschikking op een aantal punten
niet de rechtsbescherming biedt die aanvankelijk was beoogd. Met name de lange doorlooptijd
van de informatiebeschikkingsprocedure in combinatie met een procedure over de belastingaanslag
wordt door alle respondenten als een groot knelpunt ervaren.
Het ambtelijk vervolgonderzoek dat in 2024 en 2025 heeft plaatsgevonden, heeft geleid
tot een beleidsdocument met oplossingsrichtingen dat afgelopen voorjaar in preconsultatie
is gegaan.2 In deze Kamerbrief wordt ingegaan op de oplossingsrichtingen die nader zijn onderzocht
om de rechtsbescherming bij de informatiebeschikking te verbeteren.
Een aantal Kamerleden heeft daarnaast gevraagd naar mogelijkheden om belastingplichtigen
die niet meewerken aan een informatieverzoek (of informatiebeschikking) eerlijkere
belasting te laten betalen.3 Daarnaast heeft de Kamer afgelopen jaar de motie Stultiens aangenomen die oproept
om bepaalde belastingconstructies steviger aan te pakken.4 In deze Kamerbrief wordt daarom ook kort hierop ingegaan.
1.1 Praktische rechtsbescherming bij informatieverzoeken
De inspecteur kan bij burgers of bedrijven (hierna: belastingplichtigen) informatie
opvragen die voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kan zijn.5 Deze bevoegdheid van de inspecteur is van groot belang om te kunnen komen tot een
juiste en tijdige heffing en inning. De informatiebeschikking is in 2011 in de wet
opgenomen om de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij informatieverzoeken
van de inspecteur te verbeteren. Voor de invoering kon de sanctie van het omkeren
en verzwaren van de bewijslast intreden wanneer de informatieplicht niet was nagekomen.
Na invoering van de wet moet de door de inspecteur vastgestelde informatiebeschikking
eerst onherroepelijk zijn geworden voordat de sanctie kan intreden. Via bezwaar en
beroep tegen de informatiebeschikking kan de belastingplichtige vervolgens aan de
belastingrechter voorleggen of een informatieverzoek van de inspecteur terecht is.
Sinds de invoering van de informatiebeschikking heeft het kabinet meermaals onderzoek
laten uitvoeren naar de werking ervan. In de eerste evaluatie in 2016 kwam naar voren
dat de informatiebeschikking op een aantal punten niet goed functioneert.6 Belastingplichtigen ervaren de informatiebeschikking niet altijd als een bevordering
van de rechtsbescherming. Dit komt met name omdat het voeren van een aparte procedure
over de informatiebeschikking gevolgd door een procedure over de belastingaanslag
veel tijd kost en daarmee voor rechtsonzekerheid zorgt. In het vervolgonderzoek uit
2023, uitgevoerd door de Universiteit Leiden, is geconcludeerd dat de knelpunten die
in de eerste evaluatie werden geconstateerd nog steeds gelden, en op sommige punten
meer zijn gaan knellen.7
1.2 Afweging oplossingsrichtingen
Na de preconsultatie van het beleidsdocument heeft het kabinet een afweging gemaakt
tussen de verschillende oplossingsrichtingen. Het kabinet geeft prioriteit aan het
verkorten van de lange looptijd van de informatiebeschikkingsprocedure. Hiervoor worden
hieronder twee voorkeursopties toegelicht. Daarnaast worden in de loop van 2026 oplossingen
voor andere knelpunten (waaronder het opheffen van de informatiebeschikking voor de
administratieplicht) nader uitgewerkt.
Zowel in het onderzoek van de Universiteit Leiden als in de preconsultatie is de vraag
naar voren gebracht of het niet beter is voor de rechtsbescherming van burgers en
bedrijven als de informatiebeschikking wordt afgeschaft. Belangrijke vraag hierbij
is of de langdurige rechtsonzekerheid waarin een belastingplichtige verkeert door
een informatiebeschikking, zwaarder weegt dan de rechtsbescherming die het instrument
beoogt te bieden. Het kabinet ziet de knelpunten van de informatiebeschikkingsprocedure,
maar is van mening dat de informatiebeschikking nog steeds bijdraagt aan een betere
rechtsbescherming voor burgers en bedrijven. Die rechtsbescherming wordt geboden door
de mogelijkheid om vragen van de inspecteur door een rechter op rechtmatigheid te
laten toetsen. Het kabinet is dan ook van mening dat een belastingplichtige die mogelijkheid
moet behouden.
Wel is het kabinet van mening dat de lange doorlooptijd verkort moet worden.
1.2.1 Overslaan procedure rechtbank
Om ervoor te zorgen dat een belastingplichtige sneller rechtszekerheid krijgt, kan
ervoor gekozen worden om in de procedure over de informatiebeschikking één rechtelijke
instantie over te slaan. Dit betekent dat een belastingplichtige, als hij het niet
eens is met de informatiebeschikking, die kan laten toetsen bij één feitelijke instantie,
het gerechtshof, en vervolgens in cassatie kan gaan bij de Hoge Raad. Het kabinet
realiseert zich dat, door een rechtelijke instantie over te slaan, een belastingplichtige
minder mogelijkheden heeft om het informatieverzoek door een feitenrechter te laten
toetsten. Hierdoor kan begrijpelijkerwijs de indruk ontstaan dat deze maatregel een
aantasting is van de rechtsbescherming. Toch is het kabinet van mening dat het sneller
wegnemen van onduidelijkheid en daarmee eerder rechtszekerheid bieden prevaleert boven
de mogelijkheid om de informatiebeschikking aan twee feitelijke instanties voor te
leggen.
1.2.2 Voorzieningenrechter
Een andere mogelijkheid om meer snelheid in het proces te krijgen zou zijn dat een
informatiebeschikking alleen aan een voorzieningenrechter wordt voorgelegd, voordat
de fiscale rechtbank de zaak behandelt (de bodemprocedure). Een voorzieningenrechter
houdt zich in de regel bezig met spoedeisende zaken, waarbij snel een uitspraak nodig
is. Voor een belastingplichtige zou dit betekenen dat hij snel uitsluitsel krijgt
over de vraag of een informatiebeschikking terecht is opgelegd. Een belangrijk nadeel
is dat de voorzieningenrechter slechts marginaal toetst. Indien meer dan marginale
toetsing nodig is, wordt doorverwezen naar de bodemprocedure bij de rechtbank.
Het kabinet ziet de voordelen van snelheid en duidelijkheid voor een belastingplichtige,
maar ziet ook de nadelen van slechts één rechterlijke instantie die minder intensief
toetst.
Uw Kamer wordt gevraagd de oplossingsrichtingen te overwegen. Een volgend kabinet
zal de meest gewenste oplossingsrichting waar nodig en mogelijk verder uitwerken in
een wetsvoorstel. Voor beide hiervoor genoemde oplossingsrichtingen geldt dat de Raad
voor de Rechtspraak wordt betrokken bij het vervolgproces.
1.3 Informatiepositie inspecteur
Meerdere Kamerleden hebben vragen gesteld over het harder aanpakken van belastingconstructies
en belastingplichtigen die niet meewerken aan een informatieverzoek en ook de hiervoor
genoemde motie Stultiens die hierop ziet is door de Kamer aangenomen. In het proces
van een informatieverzoek of -beschikking is een belangrijke rol weggelegd voor de
inspecteur. Daarom besteed ik in deze Kamerbrief ook aandacht aan de informatiepositie
van de inspecteur.
De inspecteur is in veel gevallen afhankelijk van informatie waarover alleen een belastingplichtige
beschikt of kan beschikken om een juiste belastingaanslag te kunnen vaststellen. Dat
de inspecteur een wettelijke grondslag heeft voor het opvragen van deze informatie
betekent helaas niet dat die informatie in alle gevallen ook wordt aangeleverd.
Uit het onderzoek naar de werking van de informatiebeschikking komt naar boven dat
in situaties waarin geen medewerking wordt verleend aan een informatieverzoek van
de inspecteur, een informatiebeschikking geen uitkomst biedt om de fiscaal relevante
gegevens ter verkrijgen. Onder andere de door Kamerlid Stultiens bedoelde belastingconstructies
komen hierdoor vaak moeilijk aan het licht. Denk hierbij onder andere aan de zogenoemde
drielandenpuntconstructies, waaraan in de genoemde motie ook wordt gerefereerd. De
inspecteur heeft nog andere mogelijkheden om de informatie boven water te krijgen.
De inspecteur kan bijvoorbeeld een derdenonderzoek instellen, maar hierbij blijft
het risico reëel dat de informatie alsnog niet boven water komt, bijvoorbeeld omdat
de informatie bij de derde niet (meer) aanwezig is. Ook zou de inspecteur een civiele
dwangsomprocedure kunnen starten, maar dit is in de praktijk uiterst kostbaar (met
name voor belastingplichtige) en zadelt de civiele rechter op met een fiscale kwestie.
Naast het verbeteren van de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij de inzet
van een informatiebeschikking, acht het kabinet het van belang te kijken of de informatiepositie
van de inspecteur in zulke situaties kan worden verbeterd.
Op ambtelijk niveau wordt in 2026 onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de informatiepositie
van de inspecteur te verbeteren. Mogelijke verbetervoorstellen worden in de loop van
2026 met uw Kamer gedeeld.
2. Vervolg
In de loop van 2026 zullen de oplossingsrichtingen voor de informatiebeschikking waar
nodig en mogelijk worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Het is aan uw Kamer om uw
voorkeur uit te spreken voor een oplossingsrichting om de doorlooptijd van informatiebeschikkingsprocedures
te verkorten. Vervolgens zal dat wetsvoorstel worden geconsulteerd.
In een separaat traject wordt op ambtelijk niveau onderzoek gedaan naar het verbeteren
van de informatiepositie van de inspecteur. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt
uw Kamer in 2026 afzonderlijk geïnformeerd. Hiermee wordt ook direct uitvoering gegeven
aan de eerdergenoemde motie Stultiens.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen
Ondertekenaars
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën