Brief regering : Reactie op het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum inzake ''Meer dan de dader - Samenhangende inzichten over agressie en geweld tegen hulpverleners''
28 684 Naar een veiliger samenleving
Nr. 819 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
Hierbij bied ik uw Kamer de uitkomsten aan van het onderzoek van het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Datacentrum (hierna: WODC) «Meer dan de dader – Samenhangende inzichten
over agressie en geweld tegen hulpverleners».
Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Taskforce Onze hulpverleners
veilig heeft DSP-groep, in samenwerking met Ipsos I&O, in opdracht van het WODC onderzoek
uitgevoerd naar agressie en geweld tegen de beroepsgroepen politie, boa’s openbare
ruimte (domein I), brandweer en ambulance. Medewerkers uit deze beroepsgroepen moeten
hun werkzaamheden ongestoord en veilig kunnen uitvoeren. Helaas worden zij geregeld
geconfronteerd met agressie en geweld. Dit is volstrekt onaanvaardbaar.
Bevindingen uit het onderzoek
Het onderzoek geeft inzicht in de kenmerken en motieven van de verdachten/daders van
agressie en geweld tegen hulpverleners, als ook in het verloop van agressie- en geweldsincidenten.
De belangrijkste bevindingen van het onderzoek laten zich als volgt samenvatten.
Inzicht in kenmerken en motieven van verdachten/daders
De groep van verdachten/daders heeft diverse en fluïde kenmerken, achtergronden en
motieven. Dat maakt dat het niet mogelijk is om eenduidige daderprofielen te onderscheiden.
Voor het begrijpen van agressie en geweld richting hulpverleners is het van belang
te kijken naar de samenhang met persoon, gedrag en context. Wel komen op basis van
het onderzoek een aantal kenmerken, achtergronden en motieven naar voren.
Verdachten/daders van agressie en geweld tegen hulpverleners zijn vaak mannen en relatief
jong. Zo zijn personen tussen de 18 en 29 jaar sterk oververtegenwoordigd ten opzichte
van de Nederlandse bevolking. Verder zijn verdachten gemiddeld lager opgeleid, hebben
ze een lager inkomen en ontvangen ze vaker een uitkering dan de Nederlandse bevolking.
Ook is ongeveer 30% in de afgelopen vijf jaar geregistreerd vanwege zogenoemd onbegrepen
gedrag. Driekwart van de verdachten/daders heeft antecedenten (eerdere strafrechtelijke
veroordelingen), en ruim de helft is eerder verdachte geweest van een geweldsmisdrijf.
Specifieke voorvallen in alledaagse situaties kunnen de kiem vormen voor agressie
en geweld. Expressief of emotioneel geweld (zoals frustratie, machteloosheid, ervaren
van onrecht of uitzichtloosheid) komt vaak voor, zo blijkt uit literatuuronderzoek
en uit interviews met advocaten en hulpverleners die slachtoffer werden van agressie
en geweld (daders zelf zijn niet direct gesproken). Ook escalaties van ongepland geweld
tijdens een interactie met hulpverleners spelen bij gewelddadig gedrag door verdachten/daders
een grote rol. Met name alcohol- en drugsgebruik en groepsdruk versterken het risico
op gewelddadig gedrag door verdachten/daders.
Er zijn veel overeenkomsten in het type verdachte/dader waarmee de vier verschillende
beroepsgroepen (politie, boa’s openbare ruimte (domein I), brandweer en ambulance)
te maken krijgen. Maar er is ook een aantal verschillen op te merken. Zo zijn verdachten/daders
van agressie- en geweldsincidenten tegen politie en boa's jonger en hebben zij vaker
antecedenten dan verdachten/daders bij incidenten tegen brandweer- en ambulancemedewerkers.
Het onderzoek biedt hiervoor geen specifieke verklaring.
Kenmerken en verloop van agressie- en geweldsincidenten
De meeste geweldsincidenten tegen hulpverleners vinden plaats op de openbare weg of
op het water, gevolgd door woningen als locatie waar het geweld zich afspeelt. Incidenten
vinden vooral plaats in stedelijke gebieden, met name in Amsterdam, Rotterdam en Den
Haag. Met betrekking tot de verschillen tussen de beroepsgroepen blijkt dat agressie
en geweld tegen politiemedewerkers vaak plaatsvindt op politiebureaus en agressie
en geweld tegen medewerkers van brandweer en ambulance relatief vaak in woningen en
zorginstellingen.
In de avond en nacht en in het weekend is de kans op agressie en geweld groter. Rond
oud en nieuw vinden er relatief veel incidenten plaats. Zogenoemde triggers voor escalatie
zijn volgens de onderzoekers mede afhankelijk van de achtergrond van de verdachte/dader,
de situatie en de interactie met de hulpverlener(s). Ook versterkende factoren, zoals
middelengebruik en groepsdruk, spelen een belangrijke rol. Verder kan escalatie volgen
in reactie op handhavend optreden door politie en boa's.
Implicaties voor de aanpak van geweld tegen hulpverleners
De onderzoekers stellen dat het voor een effectieve aanpak onvoldoende is om enkel
op daderprofielen te focussen. Agressie en geweld tegen hulpverleners kan volgens
de onderzoekers alleen goed worden begrepen wanneer we het verloop van het incident
kennen. Daarnaast dienen ook de situatie en de context waarin agressie en geweld zich
voordoen in acht te worden genomen.
Opvolging van de bevindingen
Agressie en geweld tegen hulpverleners is helaas een hardnekkig probleem. De bevindingen
van dit onderzoek dragen bij aan een beter inzicht in het type verdachte/dader dat
is betrokken, alsook in het verloop van agressie- en geweldsincidenten. Deze kennis
kan bijdragen aan het verder vormgeven van gericht beleid om agressie en geweld tegen
hulpverleners te voorkomen en om hun weerbaarheid te vergroten.
In het bijzonder wijzen de onderzoekers in dit verband op het herkennen van triggers,
risicobewust en situatiebewust optreden en adequate communicatie als essentiële elementen
voor preventie en de-escalatie. Situatiegerichte periodieke trainingen, ook wat betreft
de inzet van de-escalerend optreden, en samenwerking met ondersteunende partijen (zoals
de politie dat is voor boa's, brandweer en ambulance) zijn daarbij belangrijke pijlers.
Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de verschillende werkgevers van deze beroepsgroepen.
Voor de politie specifiek geldt dat politiemedewerkers tijdens de basispolitieopleiding
worden getraind op de-escalerend optreden. Er wordt gedurende de gehele opleiding
gewerkt aan communicatie, gesprekstechnieken, gespreksmodellen en conflicthantering.
Dit is ook onderdeel van het examen van de basispolitieopleiding. Na de basispolitieopleiding
is de-escalerend communiceren onderdeel van de verplichte jaarlijkse Regeling Toetsing
Geweldsbeheersing Politie voor alle executieve politiemedewerkers.
Tot slot constateren de onderzoekers dat er veel onderzoek gedaan is naar het terug
dringen van agressie en geweld tegen hulpverleners. Er is, mede dankzij de inspanningen
van de Taskforce Onze Hulpverleners Veilig, veel informatie en kennis beschikbaar.
Tegelijkertijd vraagt het verbeteren van de aanpak van agressie en geweld om gerichte
actie op basis van al deze onderzoeken. De onderzoekers doen dan ook een oproep tot
het beter benutten van de reeds verworven kennis in de praktijk. Die oproep onderschrijf
ik. Voor mijn departement is dat belegd bij het programma «Voorbereid op agressie
en geweld». U bent eerder over dit programma – toen nog project «Werkgeversrol bij
agressie en geweld tegen medewerkers JenV» geheten – geïnformeerd1. Het programma «Voorbereid op agressie en geweld» richt zich op alle (uitvoerings-)organisaties vallend onder de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie,
waarvan medewerkers hun publieke taak verrichten in contact met burgers. Inmiddels
heeft het programma begin 2025 een normen- en handelingskader opgeleverd, namelijk
de Baseline «Preventie, aanpak en zorg bij agressie en geweld». Ook is een zelfevaluatie
ontwikkeld waarmee de organisaties kunnen checken in welke mate ze al voldoen aan
de Baseline. Daarnaast zijn binnen het programma diverse handreikingen opgesteld om
werkgevers te ondersteunen bij het invullen van hun werkgeversrol.
Tenslotte wordt, net als bij de Taskforce Onze hulpverleners veilig, een kennis- en
onderzoeksfunctie ingericht. Het doel hiervan is om met de inzet en het ontwikkelen
van (wetenschappelijke) inzichten de uitvoering van de werkgeversrol op dit onderwerp
effectiever en beter te maken. De bruikbaarheid van het onderzoek voor de organisaties
staat daarbij centraal. Daarbij wordt onderkend dat er ook al heel veel ervaring en
inzicht in de praktijk aanwezig is ten aanzien van dit onderwerp. Het ophalen van
die inzichten en het samenspel met een wetenschappelijke aanpak is de kern van de
voorgenomen praktijkgerichte aanpak. Via onder meer «living labs» kunnen onderzoekers
en praktijk de onderzoeksvragen zowel formuleren als in de praktijk onderzoeken.
Tot slot
Naast deze sporen, is de inzet van het strafrecht een essentieel instrument om personen
die overgaan tot agressie en geweld tegen hulpverleners te bestraffen. Op dit moment
wordt langs meerdere lijnen gewerkt aan het zwaarder straffen van de plegers van geweld
tegen hulpverleners en anderen met een publieke taak. Zo heeft het kabinet besloten
om het taakstrafverbod in het Wetboek van Strafrecht uit te breiden, nu het kabinet
meent dat een taakstraf geen passende straf is bij mishandeling van personen die zijn
belast met het verlenen van acute hulp of met de daadwerkelijke handhaving van de
rechtsorde. Verder ga ik op korte termijn in gesprek met betrokken instanties over
de invoering van minimumstraffen voor opzettelijk geweld tegen hulpverleners.2 Ik verwacht u voor het zomerreces te kunnen informeren over de uitkomst van de gesprekken
en het mogelijke vervolgtraject.
Zoals gezegd dragen de bevindingen van het onderzoek bij aan een beter inzicht in
het type verdachte/dader dat is betrokken, alsook in het verloop van agressie- en
geweldsincidenten. Deze kennis stelt ons in staat om gericht beleid vorm te geven
om agressie en geweld tegen hulpverleners terug te dringen. Dat is immers onacceptabel.
Ik spreek hier op korte termijn verder met u over in het debat over geweld en agressie
tegen politie en hulpverleners en de verhuftering van de samenleving.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid