Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de opzet van de Periodieke rapportage kansspelen
24 557 Kansspelen
Nr. 279
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
In een brief van 27 november 2025 heeft de griffier van de vaste commissie voor Justitie
en Veiligheid mij verzocht enkele vragen te beantwoorden over de opzet van de Periodieke
rapportage kansspelen, zoals ik deze per brief van 15 september 2025 heb aangekondigd.1 Hieronder geef ik per gestelde vraag mijn antwoord.2
Vraag 1
Wanneer kan de Kamer de Periodieke rapportages over de subthema’s screenen, jeugdcriminaliteit
en aanpak criminaliteitsfenomenen verwachten?
Antwoord op vraag 1
Elke vier tot zeven jaar wordt een Periodieke rapportage uitgevoerd. De volgende Periodieke
rapportage staat nog niet gepland, maar zal binnen deze tijdspanne worden uitgevoerd.
Gezien de ongelijksoortigheid van de subthema’s binnen het hoofdthema «Voorkomen van
(herhaald) crimineel gedrag» is het niet mogelijk noch wenselijk één beleidstheorie
te formuleren voor alle subthema’s gezamenlijk. Per subthema dient derhalve een beleidstheorie
te worden ontwikkeld. Om die reden volgen nu twee Periodieke rapportages op de subthema’s
waarvoor al wél een beleidstheorie en inzichtbehoefte is opgesteld: kansspelen en
forensische zorg. Bovendien is er op basis van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek
(RPE) 2022 ruimte om binnen de (beleids)thema’s onderbouwd keuzes te maken voor wat
betreft de focus in de agendering voor de komende periode.3 De overige subthema’s zullen in de volgende Periodieke rapportage(s) worden meegenomen.
Voor deze subthema’s wordt op dit moment een beleidstheorie ontwikkeld.
Vraag 2
Kan de Minister toelichten of, en zo ja hoe het beleidsthema Voorkomen van (herhaald)
crimineel gedrag volledig wordt gecoverd door de subthema’s forensische zorg, kansspelen,
screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen?
Antwoord op vraag 2
Uit de artikel 2a Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE 2022) volgt de eis dat
«alle belangrijke (beleids)thema’s zijn vertegenwoordigd in termen van budgettaire
en maatschappelijke relevantie». Deze eis houdt niet in dat de thema’s volledig dekkend
moeten zijn, hetgeen ook niet het geval is bij het beleidsthema Voorkomen van (herhaald)
crimineel gedrag.
Bij de subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak
criminaliteitsfenomenen is het voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag een zwaarwegend
doel voor beleid. Binnen elk beleidsthema bestaat ruimte om onderbouwd keuzes te maken
voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.
Vraag 3
Hoe wordt de beleidstheorie van de oude visie (2011–2025) in kaart gebracht, en hoe
wordt deze vergeleken met de onderliggende aannames van de nieuwe visie (2025 en verder)?
Vraag 4
In hoeverre wil de periodieke evaluatie de visies vergelijken?
Antwoord op vraag 3 en 4
In de vorige beleidsdoorlichting (2012–2018), waar het kansspelbeleid onderdeel van
uitmaakte, is ten aanzien van kansspelen de beleidstheorie van het toen geldende beleid
uiteengezet. Op basis van deze beleidstheorie, aangevuld met informatie uit nadien
gepubliceerde beleidsdocumenten, kan de beleidstheorie tot februari 2025 worden aangevuld
en gereconstrueerd.
De beleidstheorie voor de periode na februari 2025 volgt uit de brief van 14 februari
2025 aan uw Kamer en is in hoofdlijnen weergegeven in de Harbersbrief.4 Deze twee beleidstheorieën en de daaronder liggende aannames zullen in de Periodieke
rapportage naast elkaar worden gelegd. Het is aan de onderzoekers om daar een vorm
voor te vinden.
Vraag 5
Wordt er een expliciete brug gemaakt tussen beide beleidskaders – bijvoorbeeld via
een overgangsmatrix van oude naar nieuwe doelstellingen?
Antwoord op vraag 5
Indien een tabel of matrix bijdraagt aan het inzichtelijk maken van de doelmatigheid
en doeltreffendheid van het beleid over de te evalueren periode, zal daar gebruik
van worden gemaakt.
Vraag 6
Op welke wijze wordt omgegaan met het feit dat de beschikbare data en monitoring zich
vooral op verslaving richten, terwijl de nieuwe visie gokschade in bredere zin omvat
(zoals financiële, sociale en psychische schade)?
Vraag 7
Hoe wordt transparant gemaakt welke onderdelen van de nieuwe doelstellingen op dit
moment niet toetsbaar zijn, en wat dit betekent voor de betrouwbaarheid van de conclusies?
Antwoord op vraag 6 en 7
De verwachting is dat op veel onderdelen van het beleid voldoende informatie beschikbaar
is om richtinggevende uitspraken over het gevoerde beleid te kunnen doen. Tegelijkertijd
zal nog niet alle gewenste informatie voor deze Periodieke rapportage beschikbaar
zijn tijdens de uitvoering van het onderzoek. Zo zijn indicatoren, bijvoorbeeld op
het gebied van gokschade, naar verwachting niet tijdig beschikbaar. Daarom is aan
de onderzoekers van de Periodieke rapportage verzocht om in beeld te brengen op welke
onderdelen nog nadere indicatoren nodig zijn om de doeltreffendheid en doelmatigheid
volledig in beeld te kunnen brengen.
Vraag 8
Worden de oude indicatoren (bijv. kanalisatiegraad, verslavingsprevalentie, naleving)
doorontwikkeld of volledig herzien onder de nieuwe visie?
Vraag 9
Indien herzien: op welke wijze wordt de trendmatige ontwikkeling over de jaren nog
inzichtelijk gemaakt?
Antwoord op vraag 8 en 9
Zoals is aangegeven in de visiebrief kansspelen van 14 februari 2025 vraagt de nieuwe
visie nog om verdere operationalisering in beleid naar concrete subdoelstellingen,
zoals op kansspelgerelateerde schade, kansspelverslaving en het tegengaan van illegaal
aanbod en de wijze waarop deze subdoelstellingen kunnen worden bereikt.5 Ook is het van belang om indicatoren op te stellen en een nulmeting te doen om vervolgens
de effecten van de beleidswijzigingen en de realisatie van de doelstellingen te kunnen
meten. Indicatoren, zoals de kanalisatiegraad en cijfers uit de verslavingszorg, blijven
relevant om de ontwikkelingen binnen het kansspelbeleid te meten. Daarnaast zijn aanvullende
indicatoren nodig om bijvoorbeeld gokschade meetbaar te maken. Dit wordt momenteel
ontwikkeld door het Expertisecentrum gokken en is naar verwachting eind 2026 gereed.
Daarna worden tijdgebonden doelen gesteld met betrekking tot de daling van gokschade.
In de tussentijd wordt gekeken naar, en gestuurd op de indicatoren die middels verschillende
monitoringsrapportages worden gemeten, zoals het aantal en percentage laag-, gemiddeld
en hoog-risicospelers.
Vraag 10
Welke criteria worden gebruikt om te bepalen of een indicator uit de oude visie behouden
blijft, aangepast wordt, of vervalt?
Antwoord op vraag 10
Het criterium voor indicatoren is dat ze een basis bieden om de doelen van het kansspelbeleid
te meten en uitspraken kunnen worden gedaan over de bescherming van burgers tegen
kansspelgerelateerde schade, het tegengaan van kansspelgerelateerde criminaliteit
en het verhinderen van deelname aan illegaal kansspelen en bestrijding van illegaal
aanbod.
Vraag 11
Waarom is deze periodieke rapportage niet eerder uitgevoerd, zodat de bevindingen
uit de evaluatie nog gebruikt konden worden voor het opstellen van het nieuwe beleid?
Antwoord op vraag 11
De inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand in april 2021 was een belangrijk
element van de beoogde modernisering van het kansspelbeleid in de visie uit 2011.
In de vorige beleidsdoorlichting was juist deze belangrijke wijziging nog niet doorgevoerd.
Voor het kunnen opstellen van een Periodieke rapportage was het van belang dat de
evaluatie van de Wet kansspelen op afstand was afgerond.
Vraag 12
In hoeverre is deze periodieke evaluatie nog zinvol, aangezien er al een evaluatie
van de wet KOA is, op basis waarvan het hele beleid sinds februari 2025 flink op de
schop gegaan is? Waarom voor de wetswijziging n.a.v. de evaluatie van de Wet Koa niet
eerst deze periodieke evaluatie afgewacht?
Antwoord op vraag 12
De Periodieke rapportage betreft meer dan alleen kansspelen op afstand en het is voor
andere onderdelen van het kansspelbeleid nog zeer relevant om terug te kijken. Vanaf
eind 2024 waren op basis van uitgevoerde onderzoeken en rapportages voldoende gegevens
beschikbaar over de ontwikkelingen in het kansspelbeleid om tot een nieuwe visie en
nieuwe doelstellingen van het beleid te komen. Deze herijking was voorts op dat moment
noodzakelijk omdat voor aanpassingen van kansspelen op afstand ook aanpassingen van
de uitgangspunten van de Wet op de kansspelen vereist zijn. Gezien de urgentie van
aanscherping van wet- en regelgeving op het gebied van kansspelen op afstand is besloten
de Periodieke rapportage niet af te wachten.
Vraag 13
Kan de Staatssecretaris meer informatie geven over de methode die gehanteerd wordt
bij het onderzoek?
Vraag 14
Welke analysemethoden worden gebruikt om de bijdrage van beleid aan resultaten te
schatten?
Antwoord op vraag 13 en 14
De Periodieke rapportage is een syntheseonderzoek naar de (voorwaarden voor) doelmatigheid
en doeltreffendheid van beleid. Dit houdt in dat de Periodieke rapportage een synthese
geeft van eerder uitgevoerde evaluaties onder het SEA-thema, en verder bouwt op deze
eerdere inzichten. Deze onderzoekmethode is Rijksbreed bepaald, en volgt uit de Handreiking
Periodieke rapportage.6
De handreiking Periodieke rapportage bepaalt ook dat er naast het syntheseonderzoek
ruimte is voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld om eventuele nog ontbrekende inzichten
te adresseren. De mogelijke noodzaak voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld door
interviews, zal in het plan van aanpak van het onderzoeksbureau dat de Periodieke
rapportage gaat uitvoeren, in overleg met de begeleidingscommissie, nader worden bepaald
Vraag 15
Worden kwantitatieve indicatoren vooraf vastgelegd en zo ja, welke?
Antwoord op vraag 15
Het vaststellen op basis van welke indicatoren de doeltreffendheid en doelmatigheid
van het beleid worden beoordeeld, maakt onderdeel uit van de Periodieke rapportage
en zal door de onderzoekers in overleg met de begeleidingscommissie nader worden bepaald.
Vraag 16
Hoe wordt de betrouwbaarheid van bestaande data beoordeeld, zeker waar het illegaal
aanbod of gokschade betreft?
Antwoord op vraag 16
De Periodieke rapportage betreft een syntheseonderzoek op basis van reeds opgeleverde
onderzoeken en rapportages op basis van de SEA. In de betreffende onderzoeken is door
de onderzoekers stilgestaan bij de betrouwbaarheid en compleetheid van de data.
Vraag 17
Worden belanghebbenden (bijv. toezichthouders, verslavingszorg, marktpartijen) betrokken
in de dataverzameling of interpretatie, en zo ja welke?
Antwoord op vraag 17
In beginsel betreft de Periodieke rapportage een synthese onderzoek op basis van uitgevoerde
onderzoeken en evaluaties. Daarbij kan, zoals ik heb aangegeven in de Harbersbrief
kansspelen een analyse van de beschikbare onderzoeken en rapportages worden aangevuld
door interviews te houden met belanghebbenden, zoals aangegeven in het antwoord op
vragen 13 en 14.
Vraag 18
Welke onderzoeken lopen er nog en worden pas in 2025 afgerond? Is dit op tijd om in
de periodieke rapportage meegenomen te kunnen worden.
Antwoord op vraag 18
Inmiddels zijn de meeste onderzoeken die worden genoemd in de bijlage bij de Harbersbrief
afgerond en aangeboden aan uw Kamer. Naar verwachting worden de onderzoeken naar risico’s
op witwassen en naar de risicoclassificatie van kansspelen op gokschade in het eerste
kwartaal van 2026 afgerond. Indien deze tijdig beschikbaar zijn, zullen ze worden
betrokken bij de Periodieke rapportage.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid