Brief regering : Verslag Energieraad (formeel) 15 december 2025
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1187
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
Hierbij stuur ik u het verslag van de Energieraad die op 15 december 2025 plaatsvond
in Brussel.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
Verslag Energieraad 15 december 2025
Op 15 december jl. vond in Brussel de Energieraad plaats. Op de agenda stonden: het
bereiken van een gedeeltelijke algemene oriëntatie van de Raad over de Connecting Europe Facility (hierna: CEF), een beleidsdiscussie over het Grids Package van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en een gedachtewisseling over de
«energy-security nexus». Daarnaast werden enkele diversenpunten besproken.
Eerder was de verwachting dat REPowerEU op de agenda van de Energieraad zou staan,
zoals vermeld in de geannoteerde agenda (GA) van 26 november 2025. Op 3 december jl.
werd echter reeds door de Raad en het Europees Parlement een voorlopig akkoord bereikt
over de REPowerEU-verordening, die op termijn voorziet in de volledige en permanente
uitfasering van Russisch gas uit de EU. Dit akkoord werd op 10 december jl. bevestigd
in Coreper. Zoals het kabinet in de beantwoording op het Schriftelijk Overleg (SO)
voor de Energieraad van 11 december jl. meldde, oordeelt het kabinet positief over
het bereikte akkoord.
Gedeeltelijke algemene oriëntatie Connecting Europe Facility
Tijdens de Energieraad is een gedeeltelijke algemene oriëntatie (hierna: AO) bereikt
over het Commissievoorstel over de Connecting Europe Facility (CEF) Verordening.1 De CEF is het EU-instrument voor financiering van grensoverschrijdende infrastructuur2 binnen het TEN-T en TEN-E3. Met deze gedeeltelijke AO zijn de inhoudelijke en procedurele randvoorwaarden vastgesteld
waaronder EU-middelen beschikbaar kunnen worden gesteld voor grensoverschrijdende
transport-, energie- en militaire mobiliteitsprojecten. Het betrof een gedeeltelijke
AO, omdat de budgettaire bepalingen nog niet zijn uitonderhandeld. Deze zijn onderdeel
van de bredere onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De Commissie
lichtte tijdens de Raad toe dat grensoverschrijdende interconnectiviteit de energievoorziening
in Europa versterkt en de veerkracht vergroot. In de CEF-verordening zijn de doelstellingen
verbreed naar het belang van de bescherming van kritieke energie-infrastructuur, energieopslag
en het beëindigen van energie-isolatie, onder meer voor eiland-lidstaten.
Tijdens de Raad onderstreepten lidstaten het strategische belang van de CEF voor het
EU-concurrentievermogen, de energietransitie en de bescherming van kritieke infrastructuur.
Over het transportdeel van de CEF bestond brede steun onder de lidstaten. Lidstaten
benadrukten vooral het belang van grensoverschrijdende infrastructuur en militaire
mobiliteit. Over het energiedeel van de CEF deelden enkele lidstaten zorgen ten aanzien
van de sterke focus op nieuwe interconnecties en de beperkte focus op een optimaal
gebruik van bestaande netten. Enkele lidstaten betreurden dat gasdiversificatieprojecten
niet zijn opgenomen onder de CEF, omdat de TEN-E verordening geen ruimte laat voor
fossiele projecten.
Ondanks de genoemde aandachtspunten konden vrijwel alle lidstaten de AO steunen. Ook
Nederland sprak steun uit voor de tekst en specifiek voor het feit dat de CEF zich
richt op het verbeteren van interconnectiviteit via grensoverschrijdende transport,
energie- en militaire mobiliteitsprojecten. Ook benadrukte Nederland het belang van
de versterking en modernisering van grensoverschrijdende energie-infrastructuur met
integratie van schone, duurzame energiebronnen.
Nu de Raad tot een AO is gekomen, zal onder leiding van een volgend voorzitterschap
de triloogonderhandeling met het Europees Parlement beginnen. Zoals benoemd zullen
de budgettaire aspecten onderdeel zijn van de bredere MFK-onderhandeling. In het kader
van deze onderhandelingen riep de Commissie lidstaten op om het voorgestelde verhoogde
CEF-budget te behouden.
Beleidsdiscussie European Grids Package
Tijdens de Raad vond een beleidsdiscussie plaats over het European Grids Package dat
op 10 december jl. door de Commissie werd gepresenteerd. De Commissie lichtte tijdens
de Raad toe dat de voorstellen in het Grids Package moeten bijdragen aan de verlaging
van de energieprijzen, het versterken van de Europese energieonafhankelijkheid en
het decarboniseren van het energiesysteem. Ten eerste benadrukte de Commissie het
belang van meer top-down netwerkplanning en scenario-ontwikkeling op Europees niveau
in lijn met de Europese klimaat- en energie doelen. Dit bevordert een optimale en
kosteneffectieve planning op Europees niveau, ook voor grensoverschrijdende projecten.
Volgens de Commissie gaat dit niet ten koste van nationale bevoegdheden van lidstaten.
Ten tweede wil de Commissie vergunningstermijnen voor energieprojecten fors verkorten,
met oog voor natuurbehoud. Ten derde onderstreepte de Commissie dat veiligheid integraal
onderdeel moet zijn van toekomstige energie-infrastructuurprojecten.
Het merendeel van de lidstaten verwelkomde het pakket en onderschreef de voorstellen.
Gezien de recente publicatie maakten lidstaten veelal een studievoorbehoud. Lidstaten
waren verdeeld over de noodzaak van een meer top-down benadering. Sommige lidstaten
zien dit als noodzakelijk voor coördinatie en het wegnemen van knelpunten, terwijl
anderen vrezen dat het de nationale zeggenschap beperkt en flexibiliteit bij netwerkplanning
vermindert. Sommige lidstaten uitten zorgen dat bepaalde voorstellen kunnen leiden
tot hogere nettarieven en extra lasten, vooral voor landen die al veel hebben geïnvesteerd
in hun eigen infrastructuur. Voorstellen voor kostendeling moeten daarom volgens deze
lidstaten transparant en goed uitlegbaar zijn. Ten aanzien van vergunningverlening
steunden lidstaten de versnelling van procedures, maar benadrukten het belang van
milieubescherming en de coherentie tussen Europese en nationale wetgeving. Enkele
lidstaten vroegen aandacht voor het behoud van fossiele infrastructuur in het licht
van de uitfasering van Russisch gas en olie onder REPowerEU.
Nederland verwelkomde, onder een studievoorbehoud, het voorstel en gaf aan dit als
kans te zien de energienetten te moderniseren en de Europese energiemarkt te versterken.
Nederland verwelkomde het vereenvoudigen van vergunningverlening en specifiek de verduidelijking
rond stikstofemissies tijdens de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur. Ook werd
het belang van een eerlijk en transparant kostendelingsmechanisme benadrukt. Ook ondersteunde
Nederland het voorstel voor een top-down netwerkplanning. Tot slot prees Nederland
de opname van een toolbox om netcongestie te verminderen en de toegang tot het netwerk te verbeteren.
In de komende periode zullen onderhandelingen plaatsvinden over de voorstellen om
uiteindelijk te komen tot AO’s van de Raad op het Grids Package. Het kabinet informeert
binnenkort de Kamer via een BNC-fiche over de kabinetspositie op deze voorstellen.
Energy-security nexus
Tijdens de Raad vond een gedachtewisseling plaats over de energy-security nexus, in bijzijn van de plaatsvervangend secretaris-generaal van de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO). Deze «nexus» ziet op de verwevenheid tussen de thema’s
collectieve verdediging, energiezekerheid en energieveiligheid. De plv. NAVO SG benadrukte
de verhoogde aandacht voor veiligheid vanwege geopolitieke spanningen en specifiek
de oorlog op het Europese continent. De geopolitieke situatie gaat gepaard met een
hogere energiebehoefte vanuit de defensiesector, terwijl parallel hieraan het energiesysteem
sterk verandert door de energietransitie en door het wegvallen van voormalige energieleveranciers,
zoals Rusland. In dit kader riep de plaatsvervangend SG van de NAVO op tot diversificatie
van importstromen, zodat de EU strategisch onafhankelijk kan worden. Ten tweede onderstreepte
zij de noodzaak van een weerbare energie-infrastructuur en verwees daarbij naar Russische
aanvallen op de energie-infrastructuur in Oekraïne en sabotage in EU-lidstaten. Ten
derde benadrukte ze het belang van een structurele dialoog tussen de NAVO en EU op
dit thema.
Lidstaten, waaronder Nederland, onderschreven de boodschap van de plaatsvervangend
SG van de NAVO om meer integraal te kijken naar energiebeleid en collectieve verdediging
en veiligheid. Ook noemden vele lidstaten, inclusief Nederland, dat de energietransitie
een belangrijk vehikel is om strategische afhankelijkheden te verminderen, zoals van
Russische fossiele brandstoffen en van kritieke technologieën en grondstoffen uit
bijvoorbeeld China. Daarbij werd gewaarschuwd om in de energietransitie geen nieuwe
afhankelijkheden te creëren. Tegelijkertijd erkenden veel lidstaten dat fossiele brandstoffen,
met name vloeibare brandstoffen en gas, op de middellange termijn onmisbaar blijven
voor defensie, mobiliteit en leveringszekerheid, vooral aan de oostflank van Europa.
Lidstaten steunden een pragmatische benadering van de energietransitie in relatie
tot veiligheid, waarbij de kansen van de energietransitie ook bij defensie worden
benut, zonder de operationele inzetbaarheid en leveringszekerheid te beperken. Daarnaast
benadrukte Nederland het belang van de bescherming van kritieke energie-infrastructuur
en pleitte Nederland voor het onderzoeken van mogelijkheden op Europees niveau om
deze infrastructuur te beschermen en te repareren. Tot slot was er brede consensus
voor nauwere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de EU en de NAVO over
dit onderwerp.
Diversenpunten
Energy Union Task Force
De Commissie lichtte de Energy Union Task Force toe, die in juni 2025 is opgericht
als platform voor informele thematische uitwisseling met lidstaten over het vervolmaken
van de Energie Unie. Sinds de oprichting is gesproken over onder meer energieprijzen,
regionale prijsverschillen, netuitbreiding, staatssteun, energiebelasting en de implementatie
van de Methaanverordening. De Commissie kondigde aan in 2026 een overzicht van best practices te zullen presenteren.
Methaanverordening
De Methaanverordening verplicht olie- en gasimporteurs om emissies bij productie te
rapporteren, wat lastig is bij complexe leveringsketens waarbij de oorsprong van productie
niet altijd duidelijk is. De Europese Commissie wil pragmatische oplossingen invoeren
zonder de verordening te heropenen, zoals het toestaan van eenvoudige methodes voor
importeurs en het rekening houden met leveringszekerheid bij sancties, bijvoorbeeld
door boetes tijdelijk op te schorten bij risico op verstoringen. Nederland, tezamen
met meerdere lidstaten, sprak steun uit voor deze aanpak, en benadrukte hierbij de
urgentie om snel tot werkbare oplossingen te komen.
Prijssteun en staatssteun
Portugal, Spanje, Finland en Ierland wezen erop dat in recente jaren verschillende
lidstaten steunmaatregelen hebben ingevoerd om hoge energiekosten, vooral voor de
industrie, te beperken. De verschillen van de maatregelen tussen lidstaten (schaal,
duur en vorm) kunnen leiden tot prijsverschillen en verstoring van het gelijke speelveld
binnen de interne energiemarkt. Deze lidstaten vroegen de Europese Commissie om meer
transparantie en betere coördinatie op dit punt. Er was brede steun voor deze verklaring,
waaronder van Nederland. De Commissie erkende het belang van een gelijk speelveld
en wees op lopende en aangekondigde richtsnoeren in het kader van het CISAF4 en het Actieplan Betaalbare Energieprijzen.
CBAM en elektriciteitsimport uit Oekraïne
Polen, Estland en Litouwen wezen tijdens de Energieraad op het belang voor een vrijstelling
en compensatie van het CBAM5 voor niet-commerciële elektriciteitsimport vanuit Oekraïne in het geval van operationele noodsituaties.
Dit punt hebben dezelfde lidstaten ook ingediend op de Milieuraad van 16 december jl.
De Commissie gaf aan het gesprek met lidstaten voort te zetten.
Staatssteun en sociale huisvesting
Frankrijk uitte zorgen over voorgenomen aanpassingen van staatssteunregels voor sociale
huisvesting en riep op tot meer flexibiliteit en respect voor subsidiariteit. Dit
kreeg steun van meerdere lidstaten. De Commissie gaf aan in de voorgenomen aanpassingen
rekening te houden met de zorgen van deze lidstaten en te waarborgen dat nationale
steunmaatregelen mogelijk blijven.
Warmte en koeling strategie
Letland, gesteund door een groep lidstaten, riep de Commissie op tot een aparte EU-strategie
voor warmte en koeling. Dit gezien het grote aandeel in het energieverbruik en de
diversiteit aan technologieën. De Commissie bevestigde dat een dergelijke strategie
in voorbereiding is met voorziene publicatie in het eerste kwartaal van 2026, conform
het Commissiewerkprogramma.
Regionale leveringszekerheid Zuidoost-Europa
Griekenland en andere lidstaten benadrukten het belang van regionale samenwerking
en infrastructuur voor gasleveringszekerheid in Zuidoost-Europa, ook voor doorvoer
van gas uit Oekraïne en Griekenlands rol als doorvoerland. De Commissie zegde toe
de ontwikkelingen in deze regio te blijven volgen.
Werkprogramma inkomend Cypriotisch voorzitterschap
Cyprus presenteerde de prioriteiten van het komende EU-voorzitterschap, met focus
op betaalbaarheid, concurrentievermogen, interconnectie, opslag en modernisering van
het net. De Commissie en lidstaten namen hier kennis van.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei