Brief regering : SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen januari 2026
27 858 Gewasbeschermingsbeleid
Nr. 739
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer over de voorgenomen Nederlandse standpunten inzake de
onderwerpen die ter stemming worden voorgelegd aan het eerstvolgende Standing Committee
on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) over regelgeving voor gewasbescherming.
Het overleg vindt plaats op 20 en 21 januari 2026. De standpunten zijn ambtelijk voorbereid
met de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (lenW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), op basis van advisering door het
College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Verder
informeer ik uw Kamer over het besluit van het Ctgb om 46 gewasbeschermingsmiddelen
met de metaboliet trifluorazijnzuur (TFA) te herbeoordelen.
De onderstaande punten staan op de agenda ter (mogelijke) stemming (de zogenaamde
B-punten).
De stof Spinosad
Deze stof wordt gebruikt als insecticide. In Nederland zijn twee middelen op basis
van deze stof toegelaten voor gebruik in verschillende gewassen. De EC stelt voor
om de goedkeuring van deze werkzame stof te hernieuwen. Het Ctgb adviseert positief
op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel
van de EC.
Toewijzing van twee rapporterende lidstaten
De EC stelt voor om Nederland als rapporterende lidstaat en België als co-rapporterende
lidstaat aan te wijzen voor de stof 8-hydroxyquinoline. Daarnaast stelt de EC voor
om Zweden als rapporterende lidstaat en België als co rapporterende lidstaat aan te
wijzen voor de stof metconazool. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De Nederlandse
delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
De stof Bixlozone
Dit betreft een nieuwe werkzame stof met beoogd gebruik als herbicide, onder andere
in de teelt van granen. De EC stelt voor deze stof goed te keuren. Het Ctgb adviseert
positief op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen
met het voorstel van de EC.
De stof Pyrimethanil
Deze stof wordt gebruikt als fungicide. In Nederland zijn zeven middelen toegelaten,
onder andere voor de teelt van appel en peer. De EC stelt voor de goedkeuring van
deze werkzame stof te hernieuwen. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De
Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
Herbeoordeling trifluorazijnzuur (TFA) vormende middelen
Op 18 december heeft het Ctgb mij geïnformeerd (zie bijlage) dat het, naar aanleiding
van nieuwe wetenschappelijke informatie uit Denemarken, 46 middelen die de metaboliet
trifluorazijnzuur (TFA) vormen tussentijds gaat herbeoordelen. Specifiek gaat het
om 46 middelen op basis van de werkzame stoffen fluopyram, fluazinam, diflufenican,
mefentrifluconazol, taufluvalinaat en fluazifop-P-butyl waarbij het Ctgb zal beoordelen
of de uitspoeling van de metaboliet TFA met inachtneming van de nieuwe wetenschappelijke
informatie voldoet aan de wettelijke grondwaternorm (0,1 µg/l).
Het Ctgb ziet zich hiertoe, als eigenstandige toelatingsautoriteit, genoodzaakt omdat
een gewenste versnelling van stofbeoordelingen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1743) door de Europese Commissie niet kan worden verwacht en het Ctgb het daarom niet
verantwoord acht om het Europese proces af te wachten. Denemarken heeft op basis van
nationale wetgeving omtrent persistentie de toelating van diverse middelen reeds ingetrokken
(Kamerstuk 2025Z17850). Nederland beschikt niet over een dergelijk nationaal kader en zal, net als Zweden
en Noorwegen, een herbeoordeling conform artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1107/2009
opstarten. Dit betekent dat alle toepassingen van de betreffende middelen worden herbeoordeeld,
de toelatinghouders de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie aan te leveren
en een besluit over het al dan niet intrekken of wijzigen van de toelatingen zal worden
genomen.
Een zorgvuldige herbeoordeling van 46 middelen met vele toepassingen, inclusief consultatie
en beoordeling van aanvullende informatie is noodzakelijk om de juridische houdbaarheid
van het traject te waarborgen. Het Ctgb is voornemens om, net als Zweden en Noorwegen,
uiterlijk 30 april 2028 alle besluiten te nemen.
Omdat de herbeoordeling mogelijk grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid
van gewasbeschermingsmiddelen voor de Nederlandse landbouw heb ik, in lijn met wat
het Ctgb mij adviseert, de WUR gevraagd om een eerste impactanalyse uit te laten voeren
voor de middelen die nu worden herbeoordeeld. Op basis van de uitkomsten van deze
impactanalyse, die ik in het tweede kwartaal van dit jaar verwacht, zal een bredere
landbouwkundige inventarisatie worden uitgevoerd en zal samen met de sector worden
gekeken naar alternatieve middelen en maatregelen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur