Brief regering : Toelichting Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling
35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)
Nr. 33
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 januari 2026
Vorig jaar is het initiatiefwetsvoorstel Veilige jaarwisseling van de leden Klaver
(GroenLinks-PvdA) en Ouwehand (PvdD)1 aangenomen in de Eerste en Tweede Kamer. De wet regelt een algeheel vuurwerkverbod
voor consumenten. Het afsteken van F1-vuurwerk blijft gedurende het hele jaar toegestaan.
Ook professionele vuurwerkontbrandingen blijven mogelijk. Door het aannemen van het
amendement Bikker c.s. is een ontheffingsbevoegdheid voor de burgemeester opgenomen
in de Wet veilige jaarwisseling.2
Als gevolg van het door de Tweede Kamer aangenomen amendement Michon-Derkzen3 moeten, voordat beide Kamers een besluit kunnen nemen over de datum van inwerkingtreding
van de wet, drie voorwaarden ingevuld zijn te weten:
1) een handhavingsplan;
2) een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin de ontheffingsmogelijkheid van de
burgemeester is uitgewerkt;
3) een eerlijke en nette compensatieregeling voor de vuurwerkbranche inclusief dekking.
Met deze brief informeer ik u over de uitwerking van de tweede voorwaarde namelijk
de AMvB met de uitwerking van de ontheffingsbevoegdheid. Met deze ontheffingsbevoegdheid
voor burgemeesters wordt geregeld dat groepen burgers zoals dorps- en buurtverenigingen
een ontheffing kunnen aanvragen om tijdens de jaarwisseling op een verantwoorde en
veilige manier vuurwerk af te steken. Op hoofdlijnen ga ik in op het gevoerde proces
en de gemaakte keuzes. Het ontwerpbesluit zelf wordt in het kader van de voorhangprocedure
separaat aan uw beide Kamers aangeboden.
In de Wet veilige jaarwisseling is, als gevolg van het aangenomen amendement Bikker c.s.,
een ontheffingsbevoegdheid opgenomen voor de burgemeester voor het afsteken van aangewezen
F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling. De indieners hebben het hiermee onder voorwaarden
mogelijk gemaakt voor georganiseerde groepen burgers, zoals dorps- en buurtverenigingen
om tijdens de jaarwisseling op een verantwoorde en veilige manier vuurwerk af te steken.
In de Wet veilige jaarwisseling is geregeld dat de voorwaarden waaronder door de burgemeester
een ontheffing kan worden verleend, de voorschriften die aan de ontheffing kunnen
worden verbonden, de regels over de verkoop van vuurwerk, en de aanwijzing van het
vuurwerk dat in het kader van een ontheffing kan worden afgestoken, bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden uitgewerkt. Om tegemoet te komen aan de motie
van de leden Bikker en Boswijk, is in april direct gestart met de voorbereidingen
van de uitwerking.4
Proces
Ten behoeve van de uitwerking hebben meerdere brainstormsessies en individuele gesprekken
plaatsgevonden met onder andere het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV),
het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de Inspectie Leefomgeving
en Transport (ILT), de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de brandweer, de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Genootschap van Burgemeesters, landelijke vuurwerkcoördinatoren
van provincies, gemeenten en omgevingsdiensten, en het RIVM. Ook de vuurwerkbranche
(importeurs, detailhandel en professionele toepassers) is betrokken geweest bij dit
proces. Verder is gebruik gemaakt van (bestaande) initiatieven voor burgerparticipatie,
en zijn gesprekken gevoerd met (koepels van) buurt- en sportverenigingen en de vuurwerkliefhebbers
om te vernemen waar zij kansen en uitdagingen zien. Op deze manier zijn de wensen
die in de maatschappij leven en best practices waar de Eerste Kamer om heeft verzocht,
zo goed mogelijk meegenomen.
Met de input uit alle gesprekken is zorgvuldig gewerkt aan een conceptuitwerking,
waarover eerst op bestuurlijk niveau gesprekken zijn gevoerd met politie, ILT, burgemeesters,
OM, VNG en de vuurwerkbranche. Vervolgens is het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling
nader uitgewerkt. Dit Ontwerpbesluit is in de periode 7 november tot en met 5 december
2025 opengesteld voor openbare internetconsultatie.5 Daar zijn 1.353 reacties op ontvangen, waarvan 1.164 openbaar. In de afgelopen periode
hebben de ILT, de politie, en het OM een toets uitgevoerd op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid
en fraudebestendigheid (HUF-toetsen). Daarnaast heeft de VNG een uitvoeringstoets
verricht. Verder heeft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) advies uitgebracht.
Alle reacties, adviezen en toetsen zijn verwerkt in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling
zoals dit in een separate brief ter voorhang aan beide Kamers is aangeboden.
Inhoud Ontwerpbesluit
Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit is ruimte geven
aan de lokale situatie. Daarom is er gekozen om zo veel mogelijk op lokaal niveau
ruimte te laten om afwegingen te maken over hoe een ontheffing het beste kan worden
vormgegeven. Burgemeesters hebben immers bij uitstek kennis over hun gemeente en inwoners
en kunnen daarom, samen met onder andere de lokale driehoek en de veiligheidsregio,
bezien wat wenselijk en mogelijk is binnen hun gemeente. Daarnaast is ervoor gekozen
om als uitgangspunt het vertrouwen in verenigingen en stichtingen te hebben. Concreet
betekent dit dat er is gekozen om terughoudend te zijn als het gaat om het stellen
van regels en vereisten op landelijk niveau. Dit ook om onnodige belemmeringen en
regeldruk voor stichtingen en verenigingen te voorkomen.
Daar waar wel nationale vereisten noodzakelijk zijn, is er gekozen om zo veel als
mogelijk aan te sluiten bij de huidige wet- en regelgeving. Om de veiligheid van de
opslag, het vervoer, de verkoop en het afsteken van vuurwerk te waarborgen voor ontbranders,
supervisors, omstanders en omwonenden is het van belang dat daarover in het Ontwerpbesluit
nationale vereisten worden gesteld. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de brede wens
vanuit gemeenten om waar dat kan veiligheidsvereisten nationaal vast te leggen.
In diverse regio’s in Nederland heeft men veel ervaring met het binnen verenigingsverband
organiseren van kleine evenementen, om zo het gemeenschapsgevoel en de saamhorigheid
te versterken. Dergelijke initiatieven komen vanuit de gemeenschap zelf, en worden
veelal gefaciliteerd door de gemeente.
In het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is geprobeerd een balans te vinden tussen
het waarborgen van de veiligheid, de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid, en de politieke
en maatschappelijke wensen. Binnen deze nationale kaders is het voor de burgemeester
mogelijk om, met zijn kennis en in overleg met de lokale driehoek te beslissen of,
op welke locatie en hoeveel ontheffingen worden verleend. Hiermee wordt beoogd het
voor de samenleving en op lokaal niveau niet geheel dicht te regelen, maar juist ook
ruimte te bieden aan lokale initiatieven.
De bevoegdheid voor het verlenen van een ontheffing ligt op grond van de wet bij de
burgemeester. Het is aan de gemeente om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden
waaronder de ontheffing is verleend. De gemeenteraad heeft daarnaast, ook met de inwerkingtreding
van de Wet veilige jaarwisseling, de bevoegdheid om, zoals dat nu ook kan, een lokaal
vuurwerkverbod of vuurwerkvrije zones in te stellen.
Tot slot
Er is in beide Kamers een brede politieke wens om de inwerkingtreding van het verbod
zo snel als mogelijk in te laten gaan. Dit wil zeggen voor de jaarwisseling 2026–2027.
Tevens is het belangrijk dat onder andere burgemeesters, handhavingsinstanties, lokale
verenigingen en stichtingen die gebruik willen maken van deze ontheffing, voldoende
tijd hebben om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Daarom zou ik u willen
verzoeken uw proces inzake de voorhangprocedure zo in te richten dat het Ontwerpbesluit
veilige jaarwisseling op korte termijn de volgende stappen in het wetgevingsproces
kan doorlopen en spoedig ter advisering aan de Raad van State kan worden aangeboden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat