Brief regering : Voortgang Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata en Europese wetgeving
31 305 Mobiliteitsbeleid
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 529 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2026
Digitale technologieën spelen een steeds grotere rol in ons dagelijks leven, en zo
ook in ons mobiliteitssysteem. Reizigers, overheden en bedrijven gebruiken én genereren
steeds meer waardevolle digitale informatie door het gebruik van digitale diensten
en auto’s met slimme technologie.
Vrijwel iedere reiziger1 met auto of OV laat zich tegenwoordig digitaal informeren via (in-car) navigatiesystemen
en routeplanners voor het beste route-advies of de situatie op de weg. Daarom is het
belangrijk dat de digitale informatie waarop dit reis- en route advies in gebaseerd
klopt. Reizigers kunnen met betrouwbare mobiliteitsinformatie voor en tijdens de reis
geïnformeerde keuzes maken, zoals over het vervoersmiddel of de route, ongeacht of
zij met de auto, fiets, bus of trein reizen. De reiziger weet waar deze aan toe is
tijdens verstoringen, werkzaamheden, drukte en vertragingen, en kan gewaarschuwd worden
over een incident op de weg. Met goede mobiliteitsinformatie kan ook de bestaande
infrastructuur beter benut worden en de doorstroming worden verbeterd. Daarnaast kan
geanonimiseerde en gebundelde digitale informatie ook gebruikt worden voor beleidskeuzes
en het efficiënter uitvoeren van publieke taken zoals verkeersmanagement en onderhoud
en beheer van de infrastructuur.
Betrouwbare en actuele digitale informatie biedt allerlei kansen en maatschappelijke
oplossingen voor bereikbaarheid, sociale inclusie en participatie, verkeersveiligheid
en duurzaamheid. Uiteraard zijn de betrokken partijen gehouden aan de Europese en
nationale wettelijke kaders over privacy, informatiebescherming en (cyber)weerbaarheid,
en toegang tot en eerlijk gebruik van data.
Er zijn echter ook risico’s wanneer digitale informatie niet klopt, zoals verminderde
doorstroming, files doordat reizigers verkeerde routes volgen, en verkeersonveilige
situaties bij bijvoorbeeld verkeerd getoonde maximum snelheden. Het Ministerie van
IenW werkt daarom via het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM) aan heldere landelijke
afspraken, duidelijke verantwoordelijkheden en structurele financiering met medeoverheden,
gezamenlijke uitvoeringsorganisaties2 en private partijen. Zij spelen allen een rol in de weg die de informatie aflegt:
van de persoon die de data invoert in een systeem, tot de reisplanner of navigatiedienst
die de reiziger voor en tijdens de reis informeert. Door samen te werken worden kosten
verlaagd en werk verlicht, bijvoorbeeld door dezelfde mobiliteitsdata zowel te gebruiken
voor de reizigers, ruimtelijke ordeningsvraagstukken en beheer en onderhoud.
Concreet is de inzet van IenW daarom gericht op:
1. Het implementeren en benutten van Europese wet- en regelgeving op het gebied van digitale
mobiliteitsinformatie;
2. Het maken van afspraken met:
I. Medeoverheden en uitvoeringsorganisaties om te zorgen dat publieke mobiliteitsinformatie
beschikbaar komt en;
II. Navigatiediensten over de verplichte doorgifte van de publieke digitale informatie
en over het verbeteren van de kwaliteit van de data door middel van terugmeldingen
(«feedback-loop»)
3. Structurele publiek-private samenwerking ten behoeve van maatschappelijke innovaties
en diensten, waaronder:
I. Slimmer wegbeheer door het gebruik van voertuigdata met waarborgen voor privacy;
II. Het verbeteren van de verkeersveiligheid van – en op de weg, door het ontsluiten van
incidentinformatie en locatiedata van verkeers- en nooddiensten
In deze Kamerbrief wordt u langs deze drie actielijnen geïnformeerd over de inzet
en de voortgang. Tijdens het Commissiedebat Auto van 17 april 2025 is door de Kamer
specifiek aandacht gevraagd voor correcte digitale reis- en routeadvies bij wegwerkzaamheden
en afsluitingen (Kamerstuk 31 305, nr. 498). Mijn ambtsvoorganger heeft daarom toegezegd met navigatiediensten te bespreken
welke verbeteringen er mogelijk zijn met betrekking tot het digitaal melden hiervan.3 In deze Kamerbrief informeer ik u tevens over het verloop van de gesprekken en doe
ik de toezegging gestand.
1. Europese samenwerking en wet- en regelgeving
Mobiliteit beperkt zich niet tot de landsgrenzen en ook Europees worden de kansen
van digitalisering in de mobiliteitssector erkend. Zo stelt de Europese Commissie
in het Automotive Action Plan4 dat Europese voertuiginnovatie en het toekomstig concurrentievermogen van de sector
steeds sterker wordt bepaald door digitale innovaties zoals data-gedreven diensten
en digitaal verbonden voertuigen. Door een combinatie van samenwerking en verplichte
beschikbaarheid van mobiliteitsdata, kunnen er in de hele EU mobiliteitsdiensten ontwikkeld
worden waarmee de bereikbaarheid, doorstroming, verkeersveiligheid en duurzaamheid
verbetert, en kunnen reizigers ook over de grens goed geïnformeerd op weg. Europese
standaardisering is daarbij cruciaal.
De Richtlijn Intelligente Vervoerssystemen (ITS-Richtlijn)5 is het Europees wettelijk kader dat private partijen en medeoverheden zoals wegbeheerders
verplicht om bepaalde mobiliteitsinformatie correct en tijdig digitaal beschikbaar
te stellen. Het gaat hier primair om publieke informatie zoals over de geldende verkeersregels
en tijdelijke maatregelen, gevaarlijke situaties op de weg, maar ook informatie over
bijvoorbeeld dienstregelingen en overstapplaatsen om (internationale) reizen in het
openbaar vervoer te vergemakkelijken.6 Navigatiediensten zijn verplicht om deze mobiliteitsinformatie door te geven aan
de weggebruiker, mits de data van voldoende kwaliteit is. Om de cyberveiligheid en
betrouwbaarheid van de dienstverlening te garanderen, dienen aanbieders van ITS-diensten
zich te houden aan de verplichtingen onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) die vanaf
Q2 2026 in Nederland van kracht gaat.
De ITS-Richtlijn is in 2023 herzien7, met een aanvullende verplichting om bepaalde mobiliteitsinformatie waaronder snelheidslimieten,
ge- en verboden, en wegafsluitingen te digitaliseren. De Nederlandse omzetting van
deze wijziging in het Nederlandse rechtssysteem heeft plaatsgevonden door wijziging
van de ITS-Regeling en is in werking getreden op 21 december 20258. Bij de implementatie zijn geen andere regels opgenomen dan strikt noodzakelijk («zuivere
implementatie»). Om wegbeheerders makkelijk en visueel inzicht te geven in over welke
wegen zij mobiliteitsinformatie moeten digitaliseren, maakt een digitale kaart9 deel uit van de ITS-Regeling die de verplichtingen inzichtelijk maakt. Het Ministerie
van IenW zet zich via het DSM, samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG),
het Interprovinciaal Overleg (IPO), Rijkswaterstaat (RWS) en Unie van Waterschappen
(UvW), het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW), Decentrale OV-Autoriteiten (DOVA)
en het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) in op een praktische en efficiënte
implementatie van de ITS-Richtlijn (zie hoofdstuk 2).
Nederland zet zich actief in binnen Europese samenwerkingsverbanden zoals NAPCORE
(National Access Point Coordination Organisation for Europe) om een gelijk speelveld
te borgen en ervoor te zorgen dat mobiliteitsinformatie ook efficiënt kan worden uitgewisseld
tussen lidstaten, bijvoorbeeld door afspraken te maken over datastandaarden. Daarnaast
heeft Nederland het initiatief genomen tot het Europese project TISGRADE (Traffic
Information Service upGRADe Europe) waarbij 54 publieke en private partners, inclusief
grote navigatiediensten, en 21 landen (EU + Noorwegen) aangesloten zijn. Nieuwe elementen
zoals de «feedback-loop» op datakwaliteit en de digitalisering van verkeerscirculatieplannen
en tijdelijke verkeersmanagementmaatregelen worden hierin uitgewerkt en vervolgens
geïmplementeerd.
Belangrijke mobiliteitsdata ontstaat niet alleen bij overheden, maar ook private partijen.
Moderne voertuigen genereren veel nuttige informatie, bijvoorbeeld via camera’s en
sensoren, zoals over de gladheid of staat van het wegdek (zie hoofdstuk 3). IenW acht
het van belang dat Europese lidstaten volgens dezelfde spelregels opereren als het
gaat om toegang tot data uit voertuigen, om zo de veiligheid en privacy van burgers
te waarborgen en innovatie te stimuleren binnen een gelijk speelveld. In een brief
over de Nederlandse inzet op voertuigdata10 heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven om bij de Europese Commissie aan te blijven
dringen op een Europees voorstel voor sectorspecifieke regelgeving over toegang tot
voertuigdata. De Europese Commissie heeft in het Automotive Action Plan van maart
dit jaar echter duidelijk gemaakt dat er voorlopig geen sectorspecifieke regelgeving
komt over toegang tot voertuigdata. In plaats daarvan heeft de EC richtsnoeren opgesteld
ter interpretatie van de Dataverordening11 voor de voertuigbranche.
2. Zorgen dat publieke mobiliteitsinformatie op orde is én gebruikt wordt
Binnen de hierboven geschetste Europese kaders is het cruciaal dat de in Nederland
gebruikte mobiliteitsinformatie klopt en structureel op orde is. Hiervoor zijn heldere
afspraken met alle betrokken partijen uit de gehele digitale informatieketen nodig.
Daar wordt op ingezet binnen het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata. De afgelopen maanden
heeft IenW specifiek ingezet op het maken van afspraken met medeoverheden en met navigatiediensten,
mede ter invulling van de Europese kaders. Met als doel dat overheden meer grip krijgen
op eigen verkeersmanagement doordat hun informatie bij reizigers terecht komt.
I. Afspraken met medeoverheden in het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata
Rijk en medeoverheden delen de ambitie dat digitale mobiliteitsinformatie structureel
beschikbaar is, zodat het bestaande wegen- en OV-netwerk optimaal benut kan worden.
Sinds begin 2025 heeft IenW samen met de VNG, het IPO, Rijkswaterstaat (RWS) en Unie
van Waterschappen (UvW) een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden doorlopen (UDO)
om de uitvoeringsconsequenties van de ITS-Regeling in kaart te brengen. De UDO vormde
de basis voor bestuurlijke afspraken over taken, datakwaliteit en bekostiging. Tijdens
de UDO is geconstateerd dat er de afgelopen jaren door medeoverheden en Rijkswaterstaat
al de nodige inzet is gepleegd om bepaalde informatie digitaal beschikbaar te krijgen.
Dit is deels gedaan op vrijwillige basis en naar eigen vermogen, en hierdoor is de
digitale informatie van variërende kwaliteit.
De UDO laat zien dat de omzetting van Europese regelgeving per 21 december 2025 uitvoeringsconsequenties
heeft voor decentrale overheden en dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om
de daaruit voortvloeiende verplichtingen structureel adequaat uit te voeren. Tegelijkertijd
zijn er nog vragen over de benodigde standaarden, ICT middelen en de impact op de
werkprocessen bij medeoverheden, waardoor een goede kosteninschatting nog ontbreekt.
Ook is er behoefte om de baten beter in beeld te krijgen.
In het Bestuurlijk Overleg Mobiliteit van 8 oktober jl. is daarom afgesproken dat
Rijk, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties in 2026 eerst starten met een traject
met «koplopers» waarbinnen samen met een aantal gemeenten en provincies, VNG en IPO,
RWS en de gezamenlijke uitvoeringsorganisaties wordt gekeken op wat voor manier de
wettelijk verplichte data van voldoende kwaliteit, kostenefficiënt en zo laagdrempelig
mogelijk beschikbaar kan worden gesteld. Deze werkwijze moet opschaalbaar zijn naar
heel Nederland. Hiervoor wordt gekeken naar de werkprocessen en uitvoeringslasten
van medeoverheden, het gezamenlijk efficiënt organiseren, het benutten van bestaande
samenwerkingsverbanden, én maatschappelijk effect. Een onafhankelijke partij monitort
kosten en baten. Dit zal inzicht geven in welke aanpassingen er nodig zijn van werkprocessen
die reeds worden uitgevoerd vanuit de bestaande taken en wat extra taken zijn, de
kosten hiervan en de baten die het oplevert. Over de algehele uitrol van de implementatie
van de koplopersaanpak, de benodigde bijbehorende structurele financiering en inzet
van gemeente en bijbehorende werkprocessen wordt begin 2029 in het BO Mobiliteit besloten.
De Kamer wordt tussentijds, in 2027, over de voortgang van de koplopersaanpak geïnformeerd.
Passend binnen de reeds beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds voor de landelijke
implementatie van de ITS-Regeling en bestaande gezamenlijke uitvoeringsorganisaties,
stelt IenW een bedrag van € 50 mln. beschikbaar, voor een periode van 5 jaar:
– € 35 miljoen voor de ontwikkeling en beheer van landelijke uitvoeringsorganisaties
en ICT-systemen ten behoeve van de ITS implementatie, zoals de kosten die gemaakt
worden voor het nationaal toegangspunt mobiliteitsdata. Deze middelen zijn voor een
groot deel al structureel gealloceerd voor landelijke systemen die nodig zijn om aan
de ITS-Regeling te voldoen;
– € 15 miljoen in het kader van de koplopersaanpak, ter ondersteuning van decentrale
overheden om zich voor te bereiden op de transitie om mobiliteitsinformatie digitaal
beschikbaar te maken en ter voorbereiding van bestuurlijke besluitvorming over de
algehele uitrol.
Ondanks dat kosten nog verder in beeld moeten worden gebracht, is de verwachting dat
er voor implementatie en om in de beheerfase te blijven voldoen aan de ITS-Regeling,
aanvullende middelen nodig zijn voor overheden. Daarom zullen Rijk en medeoverheden
gezamenlijk alternatieve financieringsbronnen blijven verkennen om tot de benodigde
middelen te komen om minimaal te voldoen aan de Europese richtlijn. Zo heeft IenW
op basis van de BO MIRT afspraken in 202412 € 49,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren, verder ontwikkelen en opschalen
van digitale verkeersinformatiediensten in het kader van Draaiende Ringen. De uitvoering
hiervan is belegd bij het NDW. De besteding van deze middelen dragen ook bij aan de
implementatie van de ITS-regeling en Verordening Real-Time Traffic Information (RTTI).
Uit de UDO en uit aanvullende onderzoeken13 komt tevens naar voren dat er aanvullende afspraken nodig zijn om te komen tot een
structurele registratie van mobiliteitsinformatie ten behoeve van een toekomstbestendig
mobiliteitssysteem. De afgelopen jaren is ingezet op het versterken van de bestaande
registratie, het Nationaal Wegenbestand (NWB). Om te zorgen dat medeoverheden makkelijk
kunnen aansluiten op een centraal systeem waar informatie zoals snelheidslimieten
en milieuzones samenkomt en wordt bijgehouden, werken IenW, uitvoeringsorganisaties
en medeoverheden komende jaren de eisen uit waaraan een gezamenlijke sectorregistratie
over het wegennetwerk moet voldoen. Dit is in lijn met de afspraken uit het BO MIRT
van 2020.14 Hierbij is aandacht voor werkprocessen van decentrale overheden en RWS, ICT-omgevingen
en efficiëntie en wordt aangesloten op werkwijzen uit andere sectoren.
De aanpak is vergelijkbaar met hoe in Nederland afspraken worden gemaakt over de basisregistraties,
de landelijke systemen waarin belangrijke overheidsinformatie over o.a. personen,
adressen, gebouwen, bedrijven en geografie staat. Het NTM draagt er zorg voor dat
informatie in de sectorregistratie aansluit bij de gebruikersbehoefte en vindbaar
is via het toegangspunt.
II. Afspraken met navigatiediensten
IenW werkt zowel Europees als nationaal intensief samen met aanbieders van navigatieapps
en autofabrikanten om tot verbeterde reisinformatie te komen, zodat men onderweg de
juiste routes en informatie krijgt, en doorstroming, veiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid
worden verbeterd. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) speelt hierin een
centrale rol, door het overleg tussen markt en overheid te organiseren. De afgelopen
maanden is – in lijn met de eerder genoemde toezegging aan uw Kamer – een aantal concrete
stappen gezet in het verbeteren van de reis- en routeadviezen, waaronder voor wegwerkzaamheden
en wegafsluitingen.
Nederland heeft sinds twee jaar in Europa een voortrekkersrol ingenomen door de samenwerking
te faciliteren met de Europese Commissie, 14 EU-lidstaten (+3 niet-EU-landen) en een
aantal cruciale marktpartijen over de doorgifte van publieke mobiliteitsinformatie
aan de reiziger. De focus ligt op de meest urgente informatie, namelijk 1) wegwerkzaamheden
2) snelheidslimieten, 3) en wegafsluitingen. Het is hierbinnen recentelijk gelukt
om gezamenlijk een duidelijk kwaliteitsniveau op te stellen waaraan data van overheden
moet voldoen om opgenomen te worden in de navigatiediensten. Wanneer de data van overheden
hieraan voldoet, hebben navigatiebedrijven toegezegd om de data te gebruiken in hun
diensten. In 2026 worden er afspraken gemaakt over bijvoorbeeld hoe snel nieuwe of
gewijzigde informatie (bijvoorbeeld een onverwachte wegafsluiting) uiterlijk in de
apps zichtbaar moet zijn voor weggebruikers.
Om te zorgen dat mobiliteitsdata van voldoende kwaliteit is zodat de reiziger ook
daadwerkelijk de goede informatie ontvangt, is het ook essentieel om feedback te ontvangen
vanuit de navigatiediensten, op Europees en landelijk niveau. Daarom zal er een proces
voor terugmeldingen worden ingericht: mocht publieke informatie onverhoopt onjuist
of onvolledig blijken, dan ontvangt de bron van de informatie daarvan een melding
van de navigatiedienstverlener. Het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) heeft tevens
een landelijk meldpunt opgezet voor situaties waarbij informatie over onder andere
wegwerkzaamheden en afsluitingen onjuist of niet getoond wordt in navigatiediensten.
De NDW zal deze meldingen aankaarten bij wegbeheerders en navigatiediensten om zo
de informatievoorziening aan de weggebruiker steeds beter te maken.
Met deze afspraken en werkwijze verwacht IenW de komende jaren verbetering te zien
in de betrouwbaarheid van verkeersinformatie in alle veelgebruikte navigatieapps.
Zo bereikt belangrijke informatie van overheden daadwerkelijk de reiziger. Hiermee
ontvangen zij betrouwbare verkeersinformatie en kan ongewenst gebruik van de weg,
zoals sluipverkeer, tegengegaan worden.
3. Successen op straat: slimme innovaties voor mens, stad en wegbeheer
IenW werkt samen met publieke en private partijen aan het optimaal gebruiken van de
nieuwe mogelijkheden van de digitale wereld door slimme oplossingen te ontwikkelen.
Privacy is te allen tijde randvoorwaardelijk: alleen de gegevens die minimaal nodig
zijn worden verzameld, en hetgeen verzameld wordt, wordt conform AVG en enkel anoniem
of voldoende geaggregeerd gebruikt.
I. Slimmer wegbeheer door voertuigdata met waarborgen voor privacy
Met behulp van geanonimiseerde data uit voertuigen, kunnen wegbeheerders sneller detecteren
waar het wegdek verslechtert of glad is. Daarnaast helpt deze data om verkeersonveilige
situaties op de weg nauwkeuriger te detecteren, bijvoorbeeld specifieke locaties waar
veel voertuigen automatisch op de rem gaan. Door samen te werken met marktpartijen
zoals autofabrikanten aan slimme innovaties, kunnen wegbeheerders hun beheertaken
efficiënter en effectiever uitvoeren en kan sneller ingegrepen worden op verkeersonveilige
situaties.
Binnen het project Road Monitor (ROMO) werkt IenW tussen 2026 en 2029 met 11 marktpartijen15 en wegbeheerders aan het gezamenlijk ontwikkelen van concrete informatiediensten
die de gebundelde anonieme voertuigdata gebruiken om wegbeheerders actuele inzichten
te geven over wat er gebeurt op de weg. De informatie helpt bij beginnende schade
aan de weg opsporen, gladheid op tijd zien en herkennen van locaties waar de veiligheid
onder druk staat. Het doel van deze aanpak is dat wegbeheerders vanaf het komende
winterseizoen merkbare ondersteuning ervaren in de informatie over gladheidsbestrijding
en in de loop van 2026 verbeterde inzicht krijgen in verkeersveiligheid en onderhoudsprioritering.
II. Het verbeteren van de verkeersveiligheid van – en op de weg, door het ontsluiten
van incidentinformatie en locatiedata van verkeers- en nooddiensten
Weggebruikers kunnen met behulp van mobiliteitsdata tijdig gewaarschuwd worden over
incidenten op de weg, verkeersonveilige situaties en naderende hulp- en nooddiensten
via hun (in-car) navigatie. Met het afgeronde programma Safety Priority Services heeft
het Ministerie van IenW met navigatiediensten en autofabrikanten gewerkt aan het in
het voertuig krijgen van slimme waarschuwingen, zoals naderende hulpdiensten en filestaartmeldingen.
Ook de actuele locatie van weginspecteurs van Rijkswaterstaat die langs de weg staan
om een incident te beveiligen is sinds medio 2025 via NDW als open data beschikbaar
en kan het worden gebruikt in navigatiediensten om de reiziger te informeren. Daarmee
werken we aan het vergroten van de veiligheid van de mensen die dagelijks het verkeer
in goede banen leiden.
Mobiliteitsdata kan ook slim worden ingezet voor de verkeersveiligheid, aanrijtijden
van nood- en hulpdiensten en doorstroming. Na Ambulancezorg Nederland is nu ook de
brandweer aangesloten op slimme verkeerslichten, waardoor ruim 2.300 brandweervoertuigen
in 20 veiligheidsregio’s altijd digitaal zichtbaar worden voor slimme verkeerslichten.
Zo kunnen zij prioriteit krijgen in het verkeer wanneer nodig. Deze schakelen op groen
voor naderende voertuigen met sirene en zwaailicht, terwijl andere weggebruikers tijdig
rood krijgen. Weggebruikers krijgen ook een melding via hun navigatie-app.
Deze waarschuwingen kunnen extra betrouwbaar worden gemaakt door het combineren en
valideren van meldingen uit verschillende bronnen door de NDW, zoals overheidsinformatie
en informatie van private partijen, zoals meldingen die weggebruikers doorgeven via
hun navigatie-app. Om te zorgen dat verkeersdata uit zo veel mogelijk bronnen benut
wordt, heeft IenW zich tevens met succes ingezet voor het opnemen van gegevensuitwisseling
over lokale verkeersincidenten in de veiligheidsbeoordeling van Euro NCAP. Hierdoor
worden auto-fabrikanten gestimuleerd tot het delen van de meest actuele en betrouwbare
veiligheidsgegevens, om hiermee waarschuwingen door te kunnen geven aan weggebruikers.
Tot slot
Digitale informatiediensten en slimme oplossingen zijn onmisbaar in ons huidige mobiliteitssysteem.
Dit biedt kansen voor verkeersveiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid, maar ook
risico’s, wanneer de informatie niet op orde is. Door gericht afspraken te maken met
publieke en private partijen, op lokaal, nationaal en Europees niveau, zorgt het Ministerie
van IenW ervoor dat ons mobiliteitssysteem toekomstbestendig is.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat