Brief regering : Verslag EU-Transportraad d.d. 4 december 2025
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1186
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het
verslag aan van de EU-Transportraad d.d. 4 december 2025.
De bijeenkomst stond hoofdzakelijk in het teken van het bereiken van algemene oriëntaties
op de herziening richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoertuigen en het pakket
inzake technische controles voertuigen (Roadworthiness package).
Wat betreft de motie Heutink1; de nieuwverkoop van brandstofauto’s in 2035 stond niet ter bespreking op de agenda
van deze Transportraad. Het voorstel van de Commissie tot herziening van de EU CO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’s is op 16 december jl. gepubliceerd.
De Kamer wordt in februari geïnformeerd over het kabinetsstandpunt middels een BNC-fiche.
Er is een eerste beleidsdiscussie van de CO2-emissienormen voorzien op de Milieuraad van 7 maart a.s. De Kamer wordt geïnformeerd
over de Nederlandse interventie op deze Raad.
Onder de diversenpunten kwamen verschillende onderwerpen aan bod waaronder de stand
van zaken rondom het IMO Net Zero Framework, de Connecting Europe Facility, militaire
mobiliteit, het actieplan voor high speed rail en lopende wetgevingsdossiers. Daarnaast
werden verschillende punten aangedragen door lidstaten zoals drone-gerelateerde verstoringen,
uitdagingen rond laadinfrastructuur voor zware voertuigen, de effecten van de uitbreiding
van ETS naar de maritieme sector, het Nederlandse punt over lichte elektrische voertuigen,
greening corporate fleets en een oproep ten behoeve van de Europese spoorindustrie.
Tot slot werd vooruitgeblikt op het werkprogramma van het aankomende Cypriotisch voorzitterschap.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
I. Verslag Transportraad d.d. 4 december 2025
Herziening richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoertuigen
De Raad is tot een algemene oriëntatie gekomen op de herziening van de richtlijn Gewichten
en Afmetingen zware wegvoertuigen. Het Deens voorzitterschap lichtte toe dat het compromis
voortbouwt op twee jaar werk en is bedoeld om zowel de groene transitie in het wegvervoer
als de interne markt te ondersteunen. Het voorliggend voorstel houdt volgens het voorzitterschap
rekening met de uiteenlopende behoeften en zorgen van lidstaten door onder meer toe
te staan dat landen delen van hun infrastructuur uitsluiten wanneer deze nog niet
geschikt is voor zwaardere voertuigen. Tegelijkertijd stimuleert het compromis grensoverschrijdend
verkeer voor zero-emissie en intermodale voertuigen, waaronder European Modular System (EMS)-combinaties2, mits de betrokken lidstaten dit toestaan. Daarbij zet het voorstel in op moderne
massa-meetsystemen. Volgens het voorzitterschap biedt dit compromis een evenwichtig
antwoord op zowel infrastructuur- en veiligheidszorgen als de noodzaak om het gebruik
van zero-emissie voertuigen te vergroten.
De Europese Commissie (hierna: Commissie) erkende de verbeteringen in het compromis,
maar sprak ook zorgen uit over verschillende aanpassingen. Vooral het vervallen van
de voorgestelde extra vier ton voor vijfassige zero-emissie vrachtwagens is volgens
de Commissie zorgelijk. Dit omdat het de economische concurrentiekracht van elektrische
trucks schaadt. Ook ontbreekt volgens de Commissie vooruitgang voor intermodaal vervoer
en dreigt het compromis de interne markt te fragmenteren door gebrek aan harmonisatie
en verruimde nationale afwijkingen. De Commissie wees op de zorgen van verschillende
lidstaten over de infrastructuur en wees er daarbij op dat investeringen in het versterken
en onderhouden van bestaande infrastructuur, zoals verouderde bruggen, hoe dan ook
onvermijdelijk zijn. De Commissie riep de lidstaten op om de gevolgen van de voorgestelde
wijzigingen zorgvuldig te heroverwegen.
Een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, zag het voorstel als een werkbare
balans tussen vergroening, infrastructuurbescherming en juridische duidelijkheid,
mits de 11,5-tons-aslast en nationale flexibiliteit behouden blijven. Tegelijkertijd
bleef een minderheid kritisch. Enkele lidstaten wezen het compromis af wegens het
ontbreken van gelijke behandeling van nationaal en internationaal vervoer. Andere
lidstaten hadden zorgen met betrekking tot de economische, veiligheids- en infrastructuuraspecten
van het voorstel. Een enkele lidstaat onthield zich van stemming uit structurele bezwaren
tegen de zwaardere voertuigen.
Ook Nederland ondersteunde de algemene oriëntatie en benadrukte het belang van limieten
aan de bestaande infrastructuur. Daarbij benoemde Nederland de maximale aslast van
11,5 ton en een maximumhoogte van 4 meter. Nederland is positief over de duidelijk
afgebakende lengtetoename voor zero-emissie voertuigen, omdat dit de handhaafbaarheid
vergroot. Tevens sprak Nederland steun uit voor grensoverschrijdend gebruik van EMS
tussen landen die deze nationaal toelaten.
Pakket inzake technische controles voertuigen (Roadworthiness Package)
Het Deens voorzitterschap is tot een algemene oriëntatie gekomen op het Pakket inzake
technische controles voertuigen (Hierna: Roadworthiness Package). Het pakket omvat
twee voorstellen: het herziene voorstel voor Algemene Periodieke Keuring (APK) en
de technische controles langs de weg; en het herziene voorstel over kentekenbewijzen
voor motorvoertuigen. Het pakket heeft volgens het voorzitterschap vier doelen: verbetering
van verkeersveiligheid, verminderen van uitstoot, bevordering van vrij verkeer, en
stimulering van digitalisering. Omdat de voorstellen grote praktische gevolgen hebben
voor lidstaten en voertuigbezitters, werd gezocht naar een gebalanceerd compromis
met voldoende flexibiliteit voor nationale situaties. Het voorstel ondersteunt daarbij
milieuregelgeving zoals emissienormen, luchtkwaliteit en toekomstige regels voor end-of-life
voertuigen.
In haar reactie gaf de Commissie aan dat verkeersveiligheid en luchtkwaliteit nog
steeds grote problemen vormen, met jaarlijks 70.000 vroegtijdige sterfgevallen door
luchtvervuiling van wegtransport. Technische controles hebben al bijgedragen aan verbeteringen,
maar bieden volgens de Commissie nog meer potentieel. Daarom werd het pakket voorgesteld,
gericht op verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en vrij verkeer. Harmonisatie van testfrequentie
kan levens redden volgens de Commissie. Ze erkende echter de zorgen van lidstaten
hierover en gaf aan open te staan voor overleg met de Raad en het Parlement. De Commissie
benadrukte verder dat er al bewezen technische oplossingen bestaan, zoals remote sensing, die wegcontroles effectiever en kostenefficiënter kunnen maken. Verder waarschuwde
zij voor de risico’s rond voertuigregistratie en tijdelijke deregistratie, die fraude
kunnen bevorderen en de toepassing van de end-of-life-voertuigenregelgeving moeilijker
kunnen maken.
Onder de lidstaten is er brede steun voor het Roadworthiness Package, met verschillende
accenten. Een aantal lidstaten pleit voor meer ambitie op het gebied van uitstootmetingen,
fraudebestrijding en digitalisering, terwijl anderen meer nadruk leggen op proportionaliteit,
technische haalbaarheid en het vermijden van extra lasten voor burgers en inspectiediensten.
Vooral onderwerpen als testfrequenties voor oudere voertuigen, de rol van remote sensing, de invoering van nieuwe emissietests en de erkenning van registratiedocumenten leiden
tot verschillende posities. Sommige lidstaten willen sterkere harmonisatie en meer
controles, terwijl anderen flexibiliteit willen behouden om rekening te houden met
nationale omstandigheden. Ondanks deze verschillen is er een brede steun voor de bereikte
compromissen en bereidheid om in de trilogen verder te werken aan het voorstel.
Ook Nederland heeft aangegeven akkoord te kunnen gaan met de algemene oriëntatie en
het pakket als een ambitieuze stap vooruit voor verkeersveiligheid, grensoverschrijdende
samenwerking, duurzame mobiliteit en de interne markt te zien. Nederland gaf aan tevreden
te zijn over het optioneel maken van remote sensing, verdere harmonisatie van voertuigregistratie en de uitbreiding van de te delen datasets,
mits privacy wordt gewaarborgd. De mogelijkheid om een fysiek registratiedocument
te verkrijgen blijft belangrijk. Nederland benadrukte het belang van digitale controle
bij herregistratie bij het vorige registratieland, zeker met de komst van mobiele
certificaten. Afsluitend benadrukte Nederland het belang van realistische implementatietermijnen
en dat het quotum voor technische controles langs de weg van N1-voertuigen veel capaciteit
nodig heeft.
Diversen
Informatie van de Europese Commissie
Pakket militaire mobiliteit
De Commissie lichtte het op 19 november jl. gepresenteerde Military Mobility Package toe. Het pakket is volgens de Commissie gericht op het wegnemen van belemmeringen
in regelgeving, infrastructuur en capaciteit voor snelle verplaatsing van militairen
en materieel in Europa. De voorstellen omvatten, ten eerste, het stroomlijnen van
grens- en vergunningprocedures, het invoeren van een EU-breed crisissysteem voor prioritering
van militaire verplaatsingen, het digitaliseren van documentatie en het aanpassen
van relevante transportwetgeving. Ten tweede wordt de bestaande infrastructuur versterkt
voor dual use3 toepassingen, met prioriteit voor ongeveer 500 hotspots. Op het moment worden volgens
de Commissie 95 dual use projecten ondersteund via het CEF. De Commissie benadrukte de noodzaak van aanzienlijke
investeringen, de bescherming van strategische infrastructuur en betere governance
ten behoeve van de Europese paraatheid en veiligheid. Het pakket geeft volgens de
Commissie een duidelijk signaal af dat Europa haar veiligheid en defensie serieus
neemt.
Lidstaten spraken brede steun uit voor het Military Mobility Package en benadrukten
de urgentie van paraatheid en infrastructuurbescherming. Enkelen verwezen naar recente
sabotage en vroegen om snelle uitvoering. Ook werd het belang van tijdige besluitvorming,
het dual use karakter van investeringen en de aanzienlijke financieringsbehoefte benadrukt. Verder
vroegen sommigen om respect voor nationale veiligheidsprofielen, terwijl anderen pleitten
voor meer harmonisatie en afstemming met bestaande veiligheidsstructuren zoals de
NAVO.
Nederland heeft in haar interventie het voorstel verwelkomd en heeft benadrukt dat
snelle actie noodzakelijk is. Daarbij heeft Nederland aangegeven het doel van een
EU-brede militaire mobiliteitsruimte in 2027 te ondersteunen en meerwaarde te zien
in de European Military Mobility Enhanced Response System (EMERS)4, evenals andere voorstellen in het pakket.
Sustainable Transport Investment Plan (STIP)
De Commissie informeerde de lidstaten over het op 5 november jl. gepresenteerde Sustainable Transport Investment Plan (STIP), dat bedoeld is om investeringen in duurzame brandstoffen voor luchtvaart
en scheepvaart te versnellen. Volgens de Commissie zijn deze essentieel om de EU-doelen
voor 2030 en 2035 te halen, maar worden momenteel onvoldoende geproduceerd. De Commissie
schetste dat hiervoor 20 miljoen ton brandstoffen en circa 100 miljard euro nodig
zijn en dat Europa dreigt achter te raken op andere regio’s. Daarom stelt zij maatregelen
voor om investeringsrisico’s te verlagen, waaronder 3 miljard euro uit bestaande EU-programma’s
zoals het Innovation Fund, InvestEU, Horizon Europe en een nieuw financieringsmechanisme. De Commissie benadrukte dat dit echter niet
voldoende zal zijn en presenteerde de vorming van de Early Movers Coalition eSAF met Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Finland, Spanje en Nederland.
De coalitie heeft als doel om met de betrokken lidstaten werk te maken van enerzijds
een raamwerk voor het eSAF financieringsmechanisme en anderzijds het in 2026 beschikbaar
stellen van financiering voor dit mechanisme.
Lidstaten spraken in hun interventies brede steun uit voor het STIP en benadrukten
het belang van investeringen om duurzame brandstoffen op te schalen en Europese klimaat-
en concurrentiedoelen te behalen. Zij verwelkomden de financiële instrumenten en het
voorstel voor de eSAF Early Movers Coalition.
High Speed Rail Action Plan
De Commissie informeerde de lidstaten over het op 5 november jl. gepubliceerde High Speed Rail Action Plan. Dit plan moet leiden tot een Europees railnetwerk dat groei stimuleert, cohesie
versterkt en bijdraagt aan klimaatdoelen door een aantrekkelijk alternatief te bieden
voor korte en middellange vluchten en autoritten. Volgens de Commissie richt het plan
zich op drie onderdelen: infrastructuur en financiering; rollend materieel en de Europese
toeleveringsindustrie; en aantrekkelijke passagiersdiensten. De aanleg van het TEN-T
hogesnelheidsnetwerk vraagt enorme investeringen. Dit bedraagt circa 345 miljard euro
tot 2040 en loopt mogelijk op tot 550 miljard euro in 2050. Volgens de Commissie is
daarom naast publieke middelen ook privaat kapitaal nodig. De Commissie zal daarom
werken aan een financieringsstrategie, het zogeheten high-speed rail deal, voor 2026.
Daarnaast zijn volgens de Commissie modernere regels voor capaciteitsverdeling en
meer standaardisatie en interoperabiliteit van belang om kosten te verlagen en Europese
concurrentiekracht te behouden. Voor passagiers moet hogesnelheidsvervoer betaalbaar,
aantrekkelijk en eenvoudig boekbaar zijn. Concurrentie bevordert daarbij lagere prijzen
en meer aanbod. Lidstaten worden daarom aangespoord marktbelemmeringen weg te nemen.
De Commissie gaf afsluitend aan begin volgend jaar met een voorstel voor ticketing
te komen.
In hun reacties spraken de lidstaten steun uit voor het Actieplan. Hierbij gingen
verschillende lidstaten in op de klimaatwinst van spoorverbindingen, het versterken
van grensoverschrijdende verbindingen, interoperabiliteit en de noodzaak voor een
voorspelbaar financieringskader.
Informatie van het Voorzitterschap
Het Deens voorzitterschap presenteerde de belangrijkste ontwikkelingen en resultaten
op het gebied van mobiliteit.
IMO Net Zero Framework
Het Deens voorzitterschap en de Commissie blikten onder een diversenpunt terug op
de stand van zaken rond het IMO Net Zero Framework (NZF). De vaststelling van het
NZF wordt met een jaar uitgesteld. Volgens het voorzitterschap blijft het echter van
belang dat er in 2026 een eerste wereldwijd kader wordt gerealiseerd. Daarbij moet
de EU eensgezind optreden, dubbele lasten voorkomen door zorgvuldig naar het EU-ETS
te kijken en de geopolitieke outreach versterken. Onder de lidstaten, waaronder Nederland,
heerst teleurstelling over het uitstel. Ter geruststelling over de dubbele lasten
benadrukte de Commissie dat dubbele lasten absoluut moeten worden vermeden.
Connecting Europe Facility (CEF)
Het Deens voorzitterschap agendeerde het CEF met als doel tot consensus te komen voor
een gedeeltelijke algemene oriëntatie die voorzien is op de Energieraad van 15 december
a.s. Het voorzitterschap benoemde de Annex als gevoelig onderwerp en gaf aan voornemens
te zijn evenwicht te vinden tussen lidstaten die reikwijdte willen uitbreiden en lidstaten
die de door de Commissie voorgestelde reikwijdte willen behouden. Lidstaten verwelkomden
het voorstel. Lidstaten benoemde het belang van voldoende financiering voor het vervolmaken
van het TEN-T netwerk, het belang van militaire mobiliteit en het behoud van cross-border
projecten. Nederland benadrukte in haar interventie expliciet het belang van de Lelylijn
in lijn met de Motie de Hoop c.s.5 Een aantal lidstaten is nog kritisch, maar er is steun om toe te werken naar de gedeeltelijke
algemene oriëntatie.
Kopenhagenverklaring
Het voorzitterschap presenteerde een initiatief, de «Kopenhagenverklaring», om technische
en administratieve kosten in de spoorsector terug te brengen middels harmonisatie
en simplificatie. Het initiatief werd door enkele lidstaten, waaronder Nederland,
actief gesteund.
Stand van zaken lopende dossiers
Het voorzitterschap liep vlot door de lopende wetgevingsdossiers en benadrukte het
succes van het bereikte politiek akkoord op de CountEmissions EU verordening en op
de verordening capaciteitsmanagement spoor, en het vaststellen van de eerste lezing
op de voorstellen wijziging Europese tolheffingsregels. Het voorzitterschap betreurde
de vastgelopen onderhandelingen op de verordening passagiersrechten luchtvaart. De
Commissie en enkele lidstaten feliciteerde het voorzitterschap met de behaalde successen
en uitten teleurstelling over de vastgelopen onderhandelingen op de verordening passagiersrechten
luchtvaart.
Diversenpunten aangedragen door lidstaten
LEV-kader
Nederland benadrukte het belang van een uniform Europees beleidskader voor licht elektrische
voertuigen (LEV). Het non-paper van Nederland was voorafgaand aan de Raad al door
15 lidstaten ondersteund en kon tijdens de Raad op steun rekenen van ruim 16 lidstaten.
Lidstaten benadrukte het belang van veiligheid alsook harmonisatie van regelgeving
om versnippering op de markt tegen te gaan.
De Commissie dankte Nederland voor haar voorstel, en erkende het belang van harmonisatie
van regels voor licht elektrische voertuigen. De Commissie was echter ook kritisch
op het Nederlands voorstel door aan te geven dat een uniform Europees beleidskader
niet voldoende zal zijn om de verkeersveiligheid te garanderen, en dat het naast harmonisatie
van regels ook van belang is de verkeersregels aan te passen.
Fair and resilient conditions EU railway sector
Oostenrijk en Frankrijk vroegen middels een diversenpunt aandacht voor de Europese
spoorindustrie, waarbij ze benadrukten dat deze sector van groot economisch en strategisch
belang is en er momenteel een level playing field ontbreekt, onder andere wegens de concurrentie vanuit derde landen. Oostenrijk en
Frankrijk riepen de Commissie op een strategie te ontwikkelen voor de weerbaarheid
van de spoorsector te ontwikkelen. De Commissie zelf benadrukte het belang van harmonisatie
van materieel binnen de EU.
Heavy-duty vehicle charging infrastructure
Voorafgaand aan de Raad dienden een aantal lidstaten een non-paper in over de uitdagingen
met betrekking tot de laadinfrastructuur van zware voertuigen. De lidstaten pleitten
voor versoepeling van de huidige doelstellingen uit de verordening infrastructuur
alternatieve brandstoffen (AFIR), die volgend jaar herzien zal gaan worden. De lidstaten
stelden voor de deadline voor implementatie met vijf jaar te verlengen. Een aantal
lidstaten, waaronder Nederland, en de Commissie pleitten juist voor vasthouden aan
de huidige doelstellingen onder AFIR. Deze lidstaten beargumenteerden dat het belangrijk
is de sector duidelijkheid te geven en niet op voorhand voor te sorteren op versoepeling
van de afgesproken regels.
EU ETS maritime
Middels een diversenpunt riepen Italië, Malta en Griekenland op tot de aanpassing
van de aankomende EU-ETS uitbreiding voor scheepvaart. De lidstaten uitten hun zorgen
over het risico van carbon leakage, het risico dat schepen zich verplaatsen naar buiten de EU, wat het concurrentievermogen
van de EU scheepvaart kan aantasten. De zorgen werden gedeeld door andere lidstaten.
De Commissie erkende de zorgen van de lidstaten voor de zeevaart en de havens, maar
benadrukte het belang van EU-ETS uitbreiding voor scheepvaart om een duurzame transitie
van de sector te garanderen.
Greening Corporate Fleets
Diversenpunt van Frankrijk, gesteund door onder andere Nederland, met de oproep aan
de Commissie om spoedig met het wetsvoorstel te komen die de verduurzaming van bedrijfsvoertuigen
verplicht stelt. Een aantal lidstaten sprak zich juist uit tegen dit voorstel, wegens
potentiële extra administratieve lasten. De Commissie erkende het belang van het voorstel,
en benadrukte het belang van een gedegen kader dat niet leidt tot extra administratieve
lasten voor de automotive sector. Daarnaast gaf de Commissie aan in het voorstel voor
Greening Corporate Fleets rekening te houden met de diverse bedrijfsomstandigheden van de lidstaten.
High level dialogue Ukraine Transport Support Fund CIG4U
Aankondiging van Zweden en Litouwen voor de High Level Dialogue betreffende financieringsmogelijkheden voor vrachtvervoer in Oekraïne. De lidstaten
riepen de Ministers op bij te dragen en deel te nemen aan deze bijeenkomst die gepland
staat op 17 februari a.s. in Stockholm.
Transport Research Arena
Aankondiging van Hongarije voor de Transport Research Arena (TRA) conferentie die plaatsvindt van 18–21 mei 2026 in Budapest.
Bevorderen van administratieve vereenvoudiging en versterken van de veiligheid in
de dronesector en Verstoring drones voor burgerluchtvaart
Middels een breed-gedragen diversenpunt pleitte België voor de verdere ontwikkeling
van de Europese drone-industrie. België constateerde dat de ontwikkeling van de Europese
dronemarkt achter blijft terwijl drones steeds vaker gebruikt worden bij hybride dreigingen.
België pleitte daarom voor betere samenwerking tussen de lidstaten, onder andere op
het gebied van informatie-uitwisseling.
Daarnaast vroegen de Baltische lidstaten aandacht voor de uitdagingen rondom drones
en ballonnen in het civiele luchtruim. Beide diversenpunten ontvingen steun van de
lidstaten, waaronder Nederland. De Commissie gaf aan te werken aan een drone-evenement
dat zal plaatsvinden in november 2026.
Werkprogramma aankomend Voorzitterschap Cyprus
Tot slot presenteerde het aankomend Cypriotisch Voorzitterschap haar prioriteiten
voor de eerste helft van 2026.
Indieners
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat